Procedure : 2016/2986(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000142/2016

Ingediende teksten :

O-000142/2016 (B8-1820/2016)

Debatten :

PV 14/12/2016 - 20
CRE 14/12/2016 - 20

Stemmingen :

PV 02/03/2017 - 6.5

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 104kWORD 17k
17 november 2016
O-000142/2016
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000142/2016
aan de Commissie
Artikel 128 van het Reglement
Claude Moraes, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

 Betreft: Verplichtingen op het gebied van visumwederkerigheid overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Verordening (EG) nr. 539/2001
 Antwoord plenaire 

In 2013 hechtten het Parlement en de Raad hun goedkeuring aan Verordening (EU) nr. 1289/2013 tot wijziging van onder andere het zogenaamde wederkerigheidsmechanisme van Verordening nr. 539/2001. Dit mechanisme heeft ten doel ervoor te zorgen dat EU-burgers die naar een derde land reizen aan dezelfde voorwaarden zijn onderworpen als onderdanen van dat derde land die naar de EU reizen. Op het moment dat een lidstaat de Commissie in kennis stelt van een situatie van niet-wederkerigheid, wordt er in het kader van het wederkerigheidsmechanisme een procedure opgestart, met precieze termijnen en te treffen maatregelen om deze situatie te beëindigen. De Commissie heeft op 12 april 2014 kennisgevingen van vijf lidstaten gepubliceerd(1). Het mechanisme voorziet erin dat de Commissie, na tussenfasen, "indien het derde land de visumplicht niet heeft opgeheven binnen 24 maanden na de datum van bekendmaking van de kennisgeving, een gedelegeerde handeling vast[stelt], waarbij de visumvrijstelling tijdelijk, voor een periode van twaalf maanden, voor de onderdanen van dat derde land wordt opgeschort"(2).

In plaats van de vereiste gedelegeerde handeling te presenteren, besloot de Commissie echter op 12 april 2016 bovengenoemde mededeling te presenteren om de stand van zaken toe te lichten. Deze mededeling werd op 13 juli 2016 gevolgd door nog een mededeling (COM(2016)0481).

In deze context wordt de Commissie verzocht op de volgende vragen antwoord te geven:

1. Is zij het eens met de juridische beoordeling op grond waarvan zij verplicht is een gedelegeerde handeling vast te stellen – waarbij de visumvrijstelling tijdelijk wordt opgeschort voor de onderdanen van derde landen die de visumplicht niet hebben opgeheven voor burgers van bepaalde EU-lidstaten – binnen een periode van 24 maanden na de datum van bekendmaking van de kennisgeving hiervan, die op 12 april 2016 is verstreken?

2. Indien de Commissie het eens is met de beoordeling dat zij verplicht is een gedelegeerde handeling vast te stellen: wanneer zal de zij de gedelegeerde handeling presenteren?

3. Indien de Commissie het hiermee niet eens is: wat zijn hiervoor haar redenen?

(1) PB C 111 van 12.4.2014, blz. 1.
(2) COM(2016)0221, blz. 3. Zie letter f) van artikel 1, lid 4, van Verordening (EG) nr. 539/2001.

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Juridische mededeling - Privacybeleid