Parlementaire vraag - O-000033/2017Parlementaire vraag
O-000033/2017

    Veerkracht als een strategische prioriteit van het extern beleid van de EU

    Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000033/2017
    aan de Commissie
    Artikel 128 van het Reglement
    Linda McAvan, namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking

    Procedure : 2017/2594(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    O-000033/2017
    Ingediende teksten :
    O-000033/2017 (B8-0313/2017)
    Stemmingen :
    Aangenomen teksten :

    In de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie van 2016 wordt "Veerkracht van staat en samenleving in onze oostelijke en zuidelijke buurlanden" aangemerkt als een van de vijf prioriteiten van het extern beleid van de EU. Deze prioriteit zal worden omgezet in een gezamenlijke mededeling over veerkracht als een strategische prioriteit van het extern beleid van de EU. De EU heeft haar aanpak inzake "resilience" – in het Nederlands afwisselend vertaald met "veerkracht" en "weerbaarheid" – reeds in verschillende beleidsdocumenten gedefinieerd, met name in de mededeling van de Commissie over de EU-aanpak inzake weerbaarheid (2012), haar daarmee verband houdende "Actieplan voor weerbaarheid in crisisgevoelige landen 2013-2020" en de conclusies van de Raad inzake weerbaarheid (2013). De vergroting van de veerkracht komt ook aan de orde in belangrijke internationale overeenkomsten waartoe de EU zich heeft verbonden, zoals de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering, de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering en de wereldtop over humanitaire hulp (WHS). Zou de Commissie in het licht van het voorgaande de volgende punten kunnen verduidelijken:

    1. Zal bij het nieuwe initiatief worden voortgebouwd op bestaande EU-beleidslijnen hieromtrent en zal de continuïteit (in het bijzonder met het bestaande actieplan) worden gewaarborgd? Hoe wordt in het nieuwe document rekening gehouden met de lering die uit de uitvoering van deze beleidslijnen is getrokken en met de uitkomsten van de evaluatie inzake veerkracht (die in eerste instantie gepland staat voor 2018)?

    2. Hoe denkt de EU de afstemming van het nieuwe initiatief inzake veerkracht op internationale verplichtingen te bevorderen, zoals de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's), het kader van Sendai, de Overeenkomst van Parijs en de WHS, alsook de lopende EU-maatregelen die hiervan zijn afgeleid? Hoe denkt de EU de beginselen inzake de doeltreffendheid van ontwikkelingssamenwerking na te leven, en dan in het bijzonder het beginsel van democratische eigen verantwoordelijkheid?

    3. Op welke manier zal door middel van het nieuwe initiatief zowel een coherente EU-benadering van veerkracht als de complementariteit van haar ontwikkelingsbeleid, humanitair beleid en buitenlands en veiligheidsbeleid worden bevorderd, terwijl tegelijkertijd het specifieke mandaat en de specifieke doelstellingen van elk beleidsterrein, in het bijzonder de eerbiediging van de humanitaire beginselen, gehandhaafd blijven?

    4. In de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU wordt gesproken over de veerkracht van "staat en samenleving", terwijl het zwaartepunt van bestaand beleid duidelijk bij het individu, huishoudens en gemeenschappen ligt. Hoe zal via deze nieuwe mededeling worden gewaarborgd dat het zwaartepunt van de werkzaamheden van de EU op het gebied van veerkracht bij de behoeften van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen blijft liggen en dat de rol van lokale actoren en het maatschappelijk middenveld wordt benadrukt? Op welke manier zal aandacht worden besteed aan de belangrijke rol die vrouwen spelen bij de vergroting van de veerkracht?

    5. Hoe zal in deze nieuwe mededeling het mondiale karakter van bestaande EU-initiatieven inzake veerkracht in kwetsbare en door crises getroffen landen worden verenigd met het voornemen om met specifieke voorstellen voor de omliggende regio's van de EU te komen?