Procedure : 2017/2636(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000037/2017

Ingediende teksten :

O-000037/2017 (B8-0217/2017)

Debatten :

PV 17/05/2017 - 21
CRE 17/05/2017 - 21

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 105kWORD 19k
4 mei 2017
O-000037/2017
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000037/2017
aan de Commissie
Artikel 128 van het Reglement
Bernd Lange, Sajjad Karim, namens de Commissie internationale handel

 Betreft: Stand van zaken rond de uitvoering van het Duurzaamheidspact in Bangladesh
 Antwoord plenaire 

In 2013 heeft de Commissie met de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en belangrijkste handelspartners een "Duurzaamheidspact" gesloten ter verbetering van gezondheid en veiligheid op het werk en de arbeidsrechten in de confectiekledingsector in Bangladesh. Dit pact wordt ondersteund door het "Akkoord voor brand- en bouwveiligheid" waarin EU-merken en de confectie-industrie in Bangladesh samenkomen, en dat verder vervolg zal krijgen in een vergadering op 18 mei 2017. In november 2016 zond de Commissie internationale handel (INTA) een delegatie naar Bangladesh om de zaken ter plaatse in ogenschouw te nemen. Ofschoon er met de veiligheid en gezondheid op het werk wel vooruitgang wordt geboekt, blijft verbetering van de arbeidsrechten een opgave. Na het bezoek van INTA werden vakbondsleiders gearresteerd, is de arbeidswet voor de "exportproductiezones" (EPZ) nog steeds in strijd met internationale normen, en blijven misdrijven tegen vakbondsleden vaak ongestraft. Ondanks vooruitgang op het punt van brand- en bouwveiligheid blijven de partijen bij het "Akkoord" zich zorgen maken over het trage tempo waarmee kritieke veiligheidskwesties worden aangepakt. De Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) zijn een krachtiger dialoog aangegaan over arbeids- en mensenrechten met het oog op betere naleving van de beginselen van de in de SAP-verordening genoemde verdragen die Bangladesh als "Alles behalve wapens"-begunstigde wordt geacht te respecteren. In een brief aan de regering van Bangladesh van 16 maart vroeg de Commissie om "voldoende, wezenlijke en beduidende vooruitgang met een degelijke en tijdgebonden strategie" per 18 mei 2017 op de volgende vier punten:

– voorstellen tot wijziging van de arbeidswet van 2013;

– zorgen dat de wet op de EPZ volledige vrijheid van vereniging toestaat;

– voortvarend onderzoek naar alle gevallen van discriminatie tegen vakbondsleden;

– snelle behandeling van aanvragen voor registratie van vakbonden, die niet mogen worden afgewezen indien niet in strijd met duidelijke en objectieve wettelijke criteria.

1. Wat is precies te verstaan onder "voldoende, wezenlijke en beduidende vooruitgang" en wat zou het uiteindelijke gevolg zijn als zulke vooruitgang uitblijft?

2. Het laatste technische statusrapport noemt een aantal resterende opgaven waaraan Bangladesh nog moet werken. De IAO wees er in juni 2016 op dat Bangladesh ernstig in gebreke blijft met haar verplichtingen ingevolge Verdrag nr. 87 inzake de vrijheid van vereniging. Welke vooruitgang is sindsdien bereikt?

3. Wat zijn de volgende stappen in deze versterkte dialoog met Bangladesh? Waar ziet de Commissie aanwijzingen dat Bangladesh wellicht ernstig en systematisch de beginselen schendt van de in de SAP-verordening genoemde verdragen?

4. Welke resultaten worden er verwacht van de volgende vergadering van de "Duurzaamheidspact"-partners in Dhaka halverwege mei?

5. Op welk punt bevinden zich de besprekingen over verlenging van het "Akkoord voor brand- en bouwveiligheid" dat in mei 2018 afloopt?

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Juridische mededeling - Privacybeleid