Parlementaire vraag - O-000024/2019Parlementaire vraag
O-000024/2019

Opsporing en redding in het Middellandse Zeegebied

Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000024/2019
aan de Raad
Artikel 136 van het Reglement
Juan Fernando López Aguilar
namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Procedure : 2019/2755(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
O-000024/2019
Ingediende teksten :
O-000024/2019 (B9-0052/2019)
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

Volgens de IOM[1] zijn er in 2019 tot 28 augustus  in totaal 909 mensen omgekomen in de Middellandse Zee. Op 29 maart 2019 heeft de Raad het mandaat van EUNAVFOR MED Operation Sophia verlengd tot 30 september, maar heeft de Raad tegelijkertijd het mandaat beperkt tot operaties in de lucht, terwijl maritieme operaties (vaartuigen) werden opgeschort. Italië heeft zijn havens gesloten voor mensen die zijn gered op zee en heeft zijn activiteiten voor de coördinatie van opsporing en redding in de Middellandse Zee aanzienlijk verminderd. Met steun van de Commissie neemt een aantal lidstaten geredde personen op volgens een verdelingsmechanisme op ad-hocbasis, waardoor bemanningen en geredde personen meerdere dagen, zo niet weken op volle zee moeten blijven voordat zij toestemming krijgen een veilige haven binnen te varen. In zijn resolutie van april 2016 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie wees het Parlement erop dat “particuliere schippers of non-gouvernementele organisaties die werkelijk hulp bieden aan personen die op zee in nood verkeren, niet de kans mogen lopen voor hulpverlening te worden bestraft”. In juli 2018 heeft het Parlement de Commissie verzocht richtsnoeren te verstrekken aan de lidstaten om te voorkomen dat van humanitaire hulp strafbaar wordt gesteld.

Tegen deze achtergrond vraagt het Parlement de Raad te specificeren welke ondersteuning zij verleent om de capaciteit op het gebied van opsporing en redding in het Middellandse Zeegebied te vergroten:

 wat betreft de coördinatie-activiteiten in het Middellandse Zeegebied;

 door te verduidelijken welke vormen van hulpverlening niet strafbaar moeten worden gesteld door de lidstaten; en

 door bij te dragen aan het vinden van een oplossing voor de verdeling van op zee geredde personen in overeenstemming met het beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid.

Ingediend: 9.9.2019

Doorgezonden: 10.9.2019

Uiterste datum beantwoording: 1.10.2019

Laatst bijgewerkt op: 11 september 2019
Juridische mededeling - Privacybeleid