Parlementaire vragen
PDF 45kWORD 10k
6 maart 2020
O-000027/2020
Vraag met verzoek om mondeling antwoord
aan de Raad
Artikel 136 van het Reglement
Irène Tolleret, Nathalie Loiseau, Chrysoula Zacharopoulou, Sylvie Brunet, Sophia in 't Veld
namens de Renew-Fractie
 Betreft: Raad “Gendergelijkheid”

Gendergelijkheid staat sinds 1957 in de Europese verdragen. In artikel 157 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) staat dat de lidstaten er zorg voor dragen dat het beginsel van gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke of gelijkwaardige arbeid wordt toegepast, en dat positieve maatregelen kunnen worden genomen voor de empowerment van vrouwen. Artikel 153 VWEU stelt de EU in staat te handelen op het bredere werkterrein van gelijke kansen en gelijke behandeling in werkgelegenheid en beroep. In artikel 19 VWEU wordt voorzien in de vaststelling van wetgeving ter bestrijding van alle vormen van discriminatie, onder meer op grond van geslacht.

De EU kampt op dit moment met grote uitdagingen op het vlak van vrouwenrechten en gendergelijkheid: het uitbannen van alle vormen van geweld tegen vrouwen, het dichten van de kloof in beloning tussen vrouwen en mannen, het verbeteren van de toegang van vrouwen tot de arbeidsmarkt, het vergroten van de vertegenwoordiging van vrouwen in de politiek, en het waarborgen van de eerbiediging van en de universele toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. In 2020 is het 25 jaar geleden dat de Verklaring en het Actieplatform van Beijing werden goedgekeurd, en de EU heeft onlangs een nieuwe strategie inzake gendergelijkheid aangenomen.

Maar terwijl commissaris Helena Dalli exclusief met “gelijkheid” belast is en het Europees Parlement een Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid heeft, heeft de Raad geen specifieke configuratie “gendergelijkheid” en hebben ministers en staatssecretarissen die met gendergelijkheid belast zijn geen apart forum waarin zij bijeenkomen.

In zijn conclusies “Gendergelijke economieën in de EU: volgende stappen” van 10 december 2019 benadrukt de Raad dat “de oude uitdagingen blijven bestaan, en er nieuwe uitdagingen bijkomen”. En dat “de doelstellingen inzake gendergelijkheid niet volledig zijn verwezenlijkt”. De Commissie en de lidstaten worden in de conclusies opgeroepen “gendergelijkheid te versterken [...] door de politieke dialoog op hoog niveau over gendergelijkheidskwesties op het niveau van de EU en op het hoogste politieke niveau actief te bevorderen”.

Overeenkomstig het Reglement van de Raad stelt de Europese Raad de configuratie van de Raad vast. Kan de Raad tegen de achtergrond van het voorgaande antwoord geven op de volgende vragen:

1. Deelt de Raad de zienswijze dat een Raad “Gendergelijkheid”, waarin de ministers en staatssecretarissen die met gendergelijkheid belast zijn bijeenkomen, nodig is voor het vaststellen van gemeenschappelijke en concrete maatregelen voor het aanpakken van de uitdagingen op het gebied van vrouwenrechten en gendergelijkheid?

2. Is de Raad bereid nu onverwijld een Raad “Gendergelijkheid” in het leven te roepen, als forum voor het bespreken van gendergelijkheidskwesties op het hoogste politieke niveau?

Ingediend: 06/03/2020

Vervalt: 07/06/2020

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Laatst bijgewerkt op: 11 maart 2020Juridische mededeling - Privacybeleid