Parlementaire vragen
PDF 40kWORD 10k
8 mei 2020
O-000036/2020
Vraag met verzoek om mondeling antwoord
aan de Commissie
Artikel 136 van het Reglement
Christine Anderson
namens de ID-Fractie
 Betreft: Beoordeling door de Commissie van de kwaliteit van haar antwoorden op vragen met verzoek om schriftelijk antwoord

Overeenkomstig artikel 138, lid 3, van het Reglement moeten vragen met verzoek om schriftelijk antwoord van de Commissie binnen zes weken worden beantwoord, of binnen drie weken in het geval van vragen met voorrang.

In haar antwoord op vraag (P-002856/2019) van 14 november 2019, die op 18 september 2019 was ingediend en waarvoor de beantwoordingstermijn opnieuw ruimschoots was overschreden, verklaarde de Commissie: “Democratische verandering is een van de tien prioriteiten van deze Commissie. Schriftelijke vragen maken integraal deel uit van het speciale partnerschap van de Commissie met het Europees Parlement en zijn een belangrijk controlemiddel waaraan de Commissie de nodige prioriteit en politieke aandacht verleent”.

Dit wordt nader toegelicht: “Tijdens de laatste zittingsperiode (2014-2019) heeft de Commissie 43 249 parlementaire vragen ontvangen, waarvan er 4 464 voorrang kregen. Van de 43 249 vragen zijn er 13 882 binnen de door het Europees Parlement gestelde termijn beantwoord”.

Ten eerste is volgens de cijfers slechts een derde van de vragen binnen de in het Reglement vastgestelde termijn van zes weken beantwoord. Ten tweede wordt de kans op belangstelling van de pers voor de antwoorden hierdoor drastisch verkleind, en zo wordt ook de democratische verantwoordingsplicht van de Commissie verminderd. Ten derde is de kwaliteit van de antwoorden vaak slecht. De antwoorden worden meestal gepresenteerd als een doorlopende tekst in de vorm van een verklaring. Specifieke vragen die in de ingediende vraag zijn gemarkeerd en genummerd, worden vaak helemaal niet beantwoord. Dit kan betekenen dat er een nieuwe vraag moet worden gesteld, die opnieuw wordt behandeld met aanzienlijke vertraging.

In het volle besef dat de huidige buitengewone situatie als gevolg van het coronavirus ongekend en ongewoon veel tijd van de Commissie in beslag neemt, maar in de overtuiging dat de situatie te zijner tijd zal normaliseren, vraag ik de Commissie:

1. Hoeveel schriftelijke vragen (met en zonder voorrang) heeft de Commissie sinds het begin van de huidige zittingsperiode ontvangen en hoeveel daarvan heeft zij tijdig beantwoord?

2. Heeft de Commissie de kwaliteit van haar antwoorden intern geëvalueerd en hoe denkt zij haar antwoordtijd en de kwaliteit van haar antwoorden te verbeteren?

3. Is de Commissie zich ervan bewust dat de slechte kwaliteit en de late antwoorden een negatieve invloed hebben op de parlementaire controle en daardoor de democratische verantwoordingsplicht van de Commissie verminderen?

Ingediend: 08/05/2020

Vervalt: 09/08/2020

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Laatst bijgewerkt op: 12 mei 2020Juridische mededeling - Privacybeleid