Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
PDF 7kWORD 20k
8 augustus 2018
P-003756/2018(ASW)
Antwoord van de heer Andriukaitis namens de Europese Commissie
Vraagnummer: P-003756/2018

In de wetgeving inzake dierlijke bijproducten(1) is vastgesteld dat insecten die in de EU worden gehouden om voor de productie van voedsel, voeder of voor andere veeteeltdoeleinden te worden gebruikt, „landbouwhuisdieren” zijn. Daarnaast wordt bij diezelfde wetgeving het gebruik van bepaalde materialen, zoals mest of keukenafval, als voeder voor bepaalde landbouwhuisdieren verboden. Voorts is het bij bijlage III bij Verordening (EG) nr. 767/2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders(2) verboden om fecaliën en de door het leegmaken of verwijderen van het spijsverteringskanaal vrijgekomen inhoud daarvan voor vervoedering te gebruiken.

De Commissie is zich ervan bewust dat de insectenteelt in het kader van zowel haar actieplan voor de circulaire economie(3) als het beleidskader voor klimaat en energie 2030(4) een belangrijke rol kan spelen.

Een herziening van de lijst van stoffen die voor voeder zijn verboden, kan worden overwogen als de met deze stoffen gevoederde insecten niet als voeder of voedsel worden gebruikt. Bovendien zouden beperkingen zoals vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1069/2009 in overweging moeten worden genomen. Voor elke uitbreiding van de lijst van toegestane substraten voor in de EU geteelde insecten is evenwel een positief advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid vereist, voorafgegaan door een beoordeling van de risico's voor de gezondheid van mens en dier en van de gevolgen voor het milieu.

(1)Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1).
(2)Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (PB L 229 van 1.9.2009, blz. 1).
(3)COM(2015) 614 final.
(4)https://ec.europa.eu/clima/policies/strategies_nl

Laatst bijgewerkt op: 9 augustus 2018Juridische mededeling - Privacybeleid