De Voorzitter legt een verklaring af, waarin hij de solidariteit van het Parlement betuigt met de bevolking van Cyprus en de nabestaanden van de vier slachtoffers van de brand die het eiland heeft verwoest.
Hij herinnert daarnaast aan de snelle inzet van de uit rescEU ter beschikking gestelde middelen in het kader van het Uniemechanisme voor civiele bescherming.