Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Procedure : 2000/2598(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B5-0710/2000

Ingediende teksten :

RC-B5-0710/2000

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P5_TA(2000)0375

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 96kWORD 46k
6 september 2000
PE 293.798}
PE 295.867}
PE 295.869}
PE 295.880} RC1
 
B5‑0710/2000}
B5‑0751/2000}
B5‑0753/2000}
B5‑0764/2000}RC1
ingediend overeenkomstig artikel 37, lid 4 van het Reglement door
   Francesco Fiori, Peter Liese, Marie-Thérèse Hermange, namens de PPE-DE-Fractie
   Paul A.A.J.G. Lannoye, Hiltrud Breyer, namens de Verts/ALE-Fractie
   Elizabeth Montfort, Nicole Thomas-Mauro, Cristiana Muscardini, Luís Queiró, namens de UEN-Fractie
   Hans Blokland, namens de EDD-Fractie
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:
   PPE-DE (B5‑0710/2000),
   UEN (B5‑0751/2000),
   Verts/ALE (B5‑0753/2000),
   EDD (B5‑0764/2000),
over het klonen van mensen

Resolutie van het Europees Parlement over het klonen van mensen 

Het Europees Parlement,

-  gezien het voorstel van de Britse regering om medisch onderzoek toe te staan waarbij gebruik wordt gemaakt van via kernceltransplantatie verkregen embryo's (het zogeheten "therapeutisch klonen"),

-  onder verwijzing naar zijn resoluties van 16 maart 1989 over de ethische en juridische problemen in verband met genetische manipulatie(1) en over kunstmatige inseminatie "in vivo" en "in vitro"(2), van 28 oktober 1993 over het klonen van menselijke embryo's(3), van 12 maart 1997 over klonen(4) en van 15 januari 1998 over het klonen van mensen(5), en van 30 maart 1999(6),

-  gezien de Overeenkomst van de Raad van Europa tot bescherming van de rechten van de mens en de menselijke waardigheid met betrekking tot de toepassing van biologie en geneeskunst – de Overeenkomst inzake mensenrechten en biogeneeskunde – en onder verwijzing naar zijn resolutie ter zake van 20 september 1996(7), en het aanvullend protocol dat het klonen van mensen verbiedt,

-  gezien aanbeveling 1046 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over het gebruik van menselijke embryo's,

-  gezien het vijfde kaderprogramma inzake onderzoek van de Gemeenschap en de specifieke uitvoeringsprogramma's,

-  gezien richtlijn nr. 98/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 1998 over de juridische bescherming van biotechnologische uitvindingen(8),

A.  overwegende dat de menselijke waardigheid en de daaruit voortvloeiende waarde van ieder menselijk wezen de voornaamste doelen zijn van de lidstaten, die in tal van moderne grondwetten zijn vastgelegd,

B.  overwegende dat menselijke waardigheid enerzijds inhoudt dat alle menselijke personen gelijk zijn, onafhankelijk van verschillen in individuele of sociale omstandigheden waaronder leeftijd, en anderzijds het beginsel dat het menselijk leven altijd het eindresultaat is en nooit het middel,

C.  overwegende dat het ongetwijfeld noodzakelijke medisch onderzoek dat voortvloeit uit de vooruitgang die is geboekt in de kennis van de menselijke genetica, in evenwicht moet worden gebracht met strikte ethische en sociale voorwaarden,

D.  overwegende dat er andere methoden dan het klonen van embryo's bestaan om ernstige ziekten te genezen, zoals gebruikmaking van stamcellen van volwassenen of van de navelstrengen van pasgeboren kinderen, en dat er andere uitwendige oorzaken van ziekten zijn waar onderzoek naar verricht moet worden,

E.  overwegende dat in het vijfde kaderprogramma en in besluit van de Raad nr. 1999/167/EG van 25 januari 1999 tot vaststelling van een specifiek programma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstatie inzake de kwaliteit van het leven en het beheer van levende organismen (1998 tot 2002) gesteld wordt dat er om dezelfde redenen geen steun wordt verleend aan onderzoekswerkzaamheden die kunnen worden uitgelegd als "klonen" met het doel om de kern van een kiem- of embryokern te vervangen door die van de cel van een individu, de cel van een embryo of een cel afkomstig van een latere ontwikkelingsfase van het menselijk embryo,

F.  overwegende dat het dan ook verboden is om communautaire fondsen direct of indirect voor dergelijk onderzoek aan te wenden,

G.  overwegende dat richtlijn nr. 98/44/EG van 6 juli 1998 van het Europees Parlement en de Raad over de juridische bescherming van biotechnologische uitvindingen verklaart dat er in de Gemeenschap consensus bestaat over het feit dat ingrepen in de menselijke kiemlijn en het klonen van menselijke personen een inbreuk betekenen op de openbare orde en de zedelijkheid;

H.  overwegende dat een nieuwe semantische strategie de morele betekenis van het klonen van mensen tracht af te zwakken,

I.  overwegende dat er geen enkel onderscheid tussen "therapeutisch klonen" en "reproductief klonen" is en dat elke afzwakking van het huidig verbod de druk om de productie en het gebruik van embryo's verder te ontwikkelen, zal vergroten,

J.  overwegende dat het Europees Parlement als het klonen van mensen beschouwt het scheppen van menselijke embryo's die dezelfde genetische samenstelling bezitten als een ander levend of dood menselijk wezen op elk moment van zijn ontwikkeling vanaf het ogenblik van bevruchting, zonder mogelijk onderscheid naar de gebruikte methode,

K.  overwegende dat het voorstel van de Britse regering moet worden goedgekeurd door beide Kamers van het Britse parlement die er in eer en geweten over moeten kunnen stemmen,

1.  is van mening dat de mensenrechten en de eerbiediging van de menselijke waardigheid en het menselijk leven een voortdurend doel dienen te zijn van de wetgevende politieke activiteit, en in geval van twijfel in die zin moeten worden uitgelegd dat de bescherming wordt uitgebreid en niet beperkt;

2.  is van mening dat "therapeutisch klonen", dat het maken van menselijke embryo's voor louter wetenschappelijke doeleinden omvat, ons voor een ernstig ethisch dilemma plaatst, een definitieve overschrijding van een normgrens op onderzoeksgebied betekent en in strijd is met het openbaar beleid dat door de Europese Unie gevoerd wordt;

3.  vraagt de Britse regering om haar standpunt over het klonen van menselijke embryo's te herzien en verzoekt zijn waarde collega's, de leden van het Britse parlement, om in eer en geweten hun stem uit te brengen en het voorstel om onderzoek met gebruikmaking van via kernceltransplantatie verkregen embryo's toe te staan, te verwerpen wanneer het in stemming wordt gebracht;

4.  verzoekt iedere lidstaat nogmaals om ieder onderzoek naar iedere vorm van klonen van mensen op zijn grondgebied via bindende wetgeving te verbieden en erop toe te zien dat iedere overtreding strafrechtelijk wordt vervolgd;

5.  acht het onderscheid tussen reproductief en niet-reproductief klonen onaanvaardbaar;

6.  dringt erop aan om zo veel mogelijk politieke, wetgevende, wetenschappelijke en economische middelen te richten op therapieën die gebruik maken van stamcellen die aan volwassenen zijn ontnomen of die in ieder geval geen vernietiging van levende menselijke embryo's met zich meebrengen;

7.  dringt aan op een Europees wetenschappelijk programma dat speciale moleculair biologische technieken nastreeft die vruchten opleveren voor patiënten die aan verschillende ziekten lijden, zonder gebruikmaking van stamcellen van embryo's;

8.  bevestigt nogmaals zijn volledige steun voor biotechnologisch wetenschappelijk onderzoek in de geneeskunde, maar met strikte ethische en sociale voorwaarden,

9.  dringt nogmaals aan op technieken voor de kunstmatige inseminatie van mensen, die geen overtollige embryo's produceren om te voorkomen dat er overbodige embryo's worden aangemaakt;

10.  verzoekt de bevoegde nationale en communautaire autoriteiten om erop toe te zien dat de octrooieerbaarheid en het klonen van het menselijk lichaam verboden blijven en in die zin de nodige maatregelen te treffen;

11.  verzoekt de Commissie te waarborgen dat het vijfde kaderprogramma en alle specifieke uitvoeringsprogramma's ten volle worden nageleefd en wijst erop dat de beste methode om dit besluit ten uitvoer te leggen erin bestaat om te zorgen dat geen enkele onderzoeksinstelling die op enigerlei wijze betrokken is bij het klonen van menselijke embryo's, voor enig onderdeel van haar werkzaamheden middelen uit de EU-begroting ontvangt;

12.  verzoekt de Conventie voor de opstelling van een ontwerphandvest van de grondrechten van de Europese Unie om in het Handvest een verbod op het klonen van menselijke organismen in alle ontwikkelingsstadia op te nemen;

13.  herhaalt nadrukkelijk dat er op het niveau van de Verenigde Naties een universeel en specifiek verbod op het klonen van mensen in alle stadia van hun vorming en ontwikkeling zou moeten bestaan;

14.  meent dat elke tijdelijke commissie die het zelf instelt om de situatie en juridische problemen te onderzoeken die opgeworpen worden door nieuwe ontwikkelingen in de genetica van de mens, moet uitgaan van de zienswijze die het al in zijn resoluties verwoord heeft; een dergelijke commissie zou problemen moeten behandelen waarover het Europees Parlement nog geen duidelijk standpunt ingenomen heeft; haar bevoegdheden, samenstelling en de duur van haar mandaat moeten worden vastgesteld op voorstel van de Conferentie van voorzitters, zonder dat deze een beperking van de bevoegdheden van de vaste commissie betekenen die bevoegd is voor het toezicht op en de toepassing van het Europees recht in dit soort aangelegenheden;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de leden van het Britse parlement en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

(1) PB C 96 van 17.4.1989, blz. 165.
(2) PB C 96 van 17.4.1989, blz. 171.
(3) PB C 315 van 22.11.1993, blz. 224.
(4) PB C 115 van 14.4.1997, blz. 92.
(5) PB C 34 van 2.2.1998, blz. 164.
(6) Aangenomen teksten, paragraaf 9.
(7) PB C 320 van 20.9.1996, blz. 268.
(8) PB L 213 van 30.7.1998, blz. 13.

Juridische mededeling - Privacybeleid