Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B6-0545/2006

Ingediende teksten :

RC-B6-0545/2006

Debatten :

PV 25/10/2006 - 12
CRE 25/10/2006 - 12

Stemmingen :

PV 26/10/2006 - 6.8

Aangenomen teksten :


GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 98kWORD 62k
24.10.2006
PE 379.712v01-00}
PE 379.738v01-00}
PE 379.740v01-00}
PE 379.741v01-00}
PE 379.742v01-00}
PE 379.743v01-00} RC1
 
B6‑0545/2006}
B6‑0571/2006}
B6‑0573/2006}
B6‑0574/2006}
B6‑0575/2006}
B6‑0576/2006} RC1
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 4 van het Reglement door
   John Bowis, Eija-Riitta Korhola, Gay Mitchell, James Nicholson, namens de PPE-DE-Fractie
   Miguel Angel Martínez Martínez, Margrietus van den Berg, Dorette Corbey, namens de PSE-Fractie
   Danutė Budreikaitė, Jules Maaten, Marios Matsakis, Fiona Hall, namens de ALDE-Fractie
   Frithjof Schmidt, Margrete Auken, Marie Anne Isler Béguin, Carl Schlyter, Sepp Kusstatscher,Gisela Kallenbach, namens de Verts/ALE-Fractie
   Kartika Tamara Liotard, Luisa Morgantini, Jacky Henin, Umberto Guidoni, namens de GUE/NGL-Fractie
   Roberta Angelilli, namens de UEN-Fractie
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:
   Verts/ALE (B6‑0545/2006)
   GUE/NGL (B6‑0571/2006)
   UEN (B6‑0573/2006)
   ALDE (B6‑0574/2006)
   PSE (B6‑0575/2006)
   PPE-DE (B6‑0576/2006)
over de export van toxisch afval naar Afrika

Resolutie van het Europees Parlement over de export van toxisch afval naar Afrika 

Het Europees Parlement,

–  gelet op het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan en het verbod op de export van gevaarlijke afvalstoffen van OESO-landen naar niet-OESO-landen,

–  gelet op de EU-wetgeving inzake het vervoer per schip, in het bijzonder Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap(1),

–  gezien het verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, namens de Gemeenschap gesloten bij besluit 93/98/EEG van de Raad(2),

–  gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat 500 ton chemisch afval op diverse plaatsen is gedumpt in de omgeving van Abidjan, de hoofdstad van Ivoorkust, waar 5 miljoen mensen wonen,

B.  overwegende dat tot nu toe 8 personen zijn overleden en dat 85 000 mensen in het ziekenhuis moesten worden behandeld voor neusbloedingen, diarree, misselijkheid, geïrriteerde ogen en ademhalingsmoeilijkheden, en dat dit toxisch afval nog verder reikende gevolgen kan hebben, zoals bodemvervuiling en oppervlakte- en grondwaterverontreiniging,

C.  overwegende dat met name een groot aantal kinderen in ernstige mate door deze vergiftiging zijn getroffen: naar schatting van Unicef hebben tussen de 9 000 en 23 000 kinderen behoefte aan medische bijstand, gezondheidszorg en andere maatregelen om hun woonomgeving weer schoon te maken,

D.  overwegende dat het giftige afval werd gedumpt door een onder Panamese vlag varend schip van een Griekse reder, dat was geleasd door het in Nederland gevestigde Trafigura Beheer B.V.; overwegende dat een dergelijke verstrengeling van aansprakelijkheden stelselmatig voorkomt en een onaanvaardbaar obstakel vormt voor de naleving van de EG-wetgeving,

E.  overwegende dat verwijdering van gevaarlijk afval als gevolg van de milieuwetgeving in noordelijke landen kostbaar is,

F.  overwegende dat de Amsterdamse havenautoriteiten bij het lossen hadden vastgesteld dat het om gevaarlijk afval ging en een hogere vergoeding eisten om de lading volledig te lossen, maar dat de kapitein het afval vervolgens in het schip liet terugpompen; dat de Nederlandse autoriteiten het schip toestemming hebben verleend om hun grondgebied te verlaten, hoewel zij op de hoogte waren van de gevaarlijke aard van de lading en van het feit dat de kapitein niet bereid was om de hope milieukosten voor verwijdering van het afval in Nederland te betalen,

G.  overwegende dat de maatschappij de mogelijkheid had om het afval legaal en veilig te verwijderen in Europa, maar het goedkopere alternatief in Ivoorkust verkoos,

H.  overwegende dat Afrika regelmatig gebruikt wordt voor het dumpen van allerlei soorten gevaarlijk afval, dat Greenpeace 80 plaatsen heeft geïdentificeerd waar gevaarlijk afval uit ontwikkelde landen is gestort: oude computers in Nigeria, radioactieve reservoirs in Somalië, chloor in Kameroen, enz.,

I.  overwegende dat de meeste Afrikaanse landen geen strenge wetgeving hebben om het milieu en de leefomgeving van de bevolking te beschermen tegen gevaarlijk afval,

J.  overwegende dat alle uitvoer van afval uit de EU sinds mei 1994 verboden is krachtens Verordening (EG) nr. 259/1993; dat op grond van diezelfde verordening de uitvoer van gevaarlijk afval uit de EU naar niet-OESO-landen sinds januari 1997 verboden is,

K.  overwegende dat het dumpen van gevaarlijk afval in Ivoorkust slechts het topje van de ijsberg is als het gaat om het overbrengen van gevaarlijk afval uit de EU naar niet-OESO-landen; dat grote hoeveelheden elektrisch en elektronisch afval in niet-OESO-landen worden gedumpt onder het voorwendsel dat het daar hergebruikt zal worden; dat een aanzienlijk aantal oude schepen uit de EU met toxische stoffen en materialen aan boord in Azië worden verschroot onder omstandigheden die uiterst schadelijk zijn voor de betrokken arbeiders en voor het milieu,

L.  overwegende dat het EP op zijn vergadering van 9 april 2002 in eerste lezing zijn verslag over de ontwerprichtlijn 'milieubescherming - bestrijding van misdaden, strafbare feiten en strafmaatregelen' aangenomen heeft, maar dat de Raad nooit tot een politiek vergelijk over dit voorstel is kunnen komen en in plaats daarvan de voorkeur heeft gegeven aan een kaderbesluit volgens de derde pijler; overwegende dat het Europees Hof van Justitie dat kaderbesluit op 13 september 2005 heeft vernietigd,

1.  verzoekt de Commissie, Nederland en Ivoorkust om een volledig onderzoek naar deze zaak in te stellen, de aansprakelijkheden op alle niveaus vast te stellen, de personen die voor dit milieumisdrijf verantwoordelijk zijn te berechten en te zorgen voor volledig herstel van de milieuschade en voor schadeloosstelling van de slachtoffers;

2.  vraagt de Europese Unie en haar lidstaten om alle nodige maatregelen te nemen om de getroffen bevolking, vooral de kinderen, elke vorm van bijstand te bieden met gebruikmaking van alle middelen tot steunverlening, samenwerking en bescherming van de bevolking;

3.  is van oordeel dat in het geval van de export van gevaarlijke afvalstoffen naar Abidjan duidelijk sprake is van schending van zowel EU-wetgeving als internationale verdragen en dringt er daarom bij de Commissie en de lidstaten op aan alle nodige maatregelen te nemen om volledige naleving van de bestaande wetgeving inzake de overbrenging van afval te waarborgen;

4.  verzoekt de Commissie en de betrokken lidstaten openheid te verschaffen omtrent alle bilaterale overeenkomsten die zij tot nu toe met niet-OESO-landen hebben gesloten over het vervoeren van afvalstoffen;

5.  verzoekt de Commissie met wetgevingsvoorstellen te komen om de mazen in de huidige wetgeving inzake gevaarlijk afval te dichten, zodat er een einde komt aan de overbrenging van elektrisch en elektronisch afval naar niet-OESO-landen en het dumpen aldaar van afgedankte schepen;

6.  machtigt de Commissie informatie te verzamelen over de illegale handel in en het dumpen van dergelijke afvalstoffen en producten in Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden, voorstellen voor te leggen voor maatregelen voor het beheersen, reduceren en elimineren van deze illegale handel in, het overbrengen van en het dumpen van dergelijke producten in Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden, en elk jaar een lijst op te stellen van landen en multinationals die betrokken zijn bij het illegaal dumpen van toxische afvalstoffen en producten in Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten van de Europese Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de regering van Ivoorkust en het Secretariaat van het Verdrag van Bazel.

(1) PB L 30 van 6.2.1993, blz. 1.
(2) PB L 30 van 6.2.1993, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid