Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B6-0032/2007Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B6-0032/2007

    GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE

    29.1.2007

    ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 4 van het Reglement door

    ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties: over het initiatief voor een wereldwijd moratorium op de doodstraf

    Procedure : 2007/2502(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    RC-B6-0032/2007

    Resolutie van het Europees Parlement over het initiatief voor een wereldwijd moratorium op de doodstraf

    Het Europees Parlement,

    –  gezien zijn eerdere resoluties over een wereldwijd moratorium op de doodstraf en met name de resoluties van 23 oktober 2003, 6 mei 1999 en 18 juni 1998,

    –  gezien de resoluties over het moratorium op de doodstraf die werden aangenomen door diverse VN-organen, zoals de Commissie voor de mensenrechten,

    –  gezien de verklaringen van de EU ter ondersteuning van een wereldwijd moratorium op de doodstraf en met name de verklaring van december jl. in de Algemene Vergadering van de VN, die werd ondertekend door 85 landen uit alle delen van de wereld,

    –  gezien de richtsnoeren voor het EU-beleid ten aanzien van derde landen op het punt van de doodstraf,

    –  gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,

    A.  overwegende dat de doodstraf een wrede en onmenselijke straf is en een schending van het recht op leven;

    B.  overwegende dat de afschaffing van de doodstraf een fundamentele waarde van de Europese Unie is en een voorwaarde is om lid te kunnen worden van de Unie,

    C.  overwegende dat het zorgwekkend is dat de doodstraf nog heden ten dage in de nationale wetgeving van tientallen landen voorkomt en zelfs opnieuw is ingevoerd, met als gevolg dat jaarlijks duizenden mensen worden terechtgesteld;

    D.  overwegende dat de doodstraf echter in steeds meer landen wordt afgeschaft, en in dit verband zijn voldoening uitsprekend over de volledige afschaffing van de doodstraf in Liberia, Mexico, de Filippijnen en Moldavië in de afgelopen jaren en over de verwerping door het Peruviaanse Congres van een wetsontwerp tot legalisering van de doodstraf voor terroristische misdrijven,

    E.  overwegende dat de Europese Unie in het kader van de EU-richtsnoeren over de doodstraf die op 6 juni 1998 in Luxemburg werden goedgekeurd, heeft besloten in het kader van internationale organen te streven naar afschaffing van de doodstraf;

    F.  overwegende dat de Italiaanse regering en de Raad van Europa op 9 januari 2007 besloten hebben samen te werken bij het vergaren van zoveel mogelijk steun voor een initiatief van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om te komen tot een wereldwijd moratorium op terechtstellingen, met als uiteindelijk doel de volledige afschaffing van de doodstraf;

    G.  overwegende dat op de Italiaanse Kamer van Afgevaardigden op 27 juli 2006 met algemene stemmen een resolutie heeft aangenomen waarin de Italiaanse regering wordt verzocht om op de volgende Algemene Vergadering van de VN, na overleg met de EU-partners, maar zonder dat unanieme instemming van alle lidstaten van de EU nodig is, een voorstel voor een resolutie over een wereldwijd moratorium op de doodstraf voor te leggen met het oog op de volledige afschaffing van de doodstraf in de wereld; overwegende dat de Raad Algemene Zaken van de Europese Unie op 22 januari 2007 overeengekomen is dat het Duitse voorzitterschap van de EU te New York zal nagaan wat de mogelijkheden en modaliteiten zijn om het debat te heropenen en het voorstel voor een wereldwijd moratorium op de doodstraf te bespreken,

    H.  de terechtstelling van Saddam Hoessein en het mediaspektakel rond zijn ophanging veroordelend,

    1.  bevestigt nogmaals dat het sinds jaar en dag tegenstander is van de doodstraf in alle gevallen en onder alle omstandigheden en spreekt eens te meer als zijn overtuiging uit dat afschaffing van de doodstraf bijdraagt tot de ondersteuning van de menselijke waardigheid en een gestage verbetering van de mensenrechtensituatie;

    2.  verlangt een onmiddellijk en onvoorwaardelijk wereldwijd moratorium op de tenuitvoerlegging van de doodstraf met als doel volledige afschaffing ervan, en wel door middel van een resolutie in die zin van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarvan de feitelijke toepassing door de secretaris-generaal van de Verenigde Naties moet kunnen worden gecontroleerd;

    3.  steunt met kracht het initiatief van de Kamer van Afgevaardigden en de regering van Italië, dat wordt gesteund door de Raad van de Unie, de Europese Commissie en de Raad van Europa;

    4.  verzoekt het EU-Voorzitterschap om spoedig de nodige stappen te ondernemen om ervoor te zorgen dat een dergelijke resolutie op korte termijn wordt voorgelegd aan de Algemene Vergadering van de VN en verzoekt het EU-Voorzitterschap en de Commissie het Europees Parlement op de hoogte te stellen van de resultaten die in de Algemene Vergadering worden bereikt inzake een wereldwijd moratorium op de doodstraf;

    5.  dringt er bij de EU-instellingen en de lidstaten op aan, in de politieke en diplomatieke sfeer alles in het werk te stellen om binnen de Algemene Vergadering van de VN optimale steun voor deze resolutie te verkrijgen;

    6.  dringt er met klem bij alle EU-lidstaten op aan om het Tweede Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) met het oog op de volledige afschaffing van de doodstraf onverwijld te ratificeren;

    7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de secretaris-generaal van de VN, de voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN en aan alle VN-lidstaten.