Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B6-0190/2007/REV1Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B6-0190/2007/REV1

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE

8.5.2007

ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 4 van het Reglement door
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties: over de Top EU-Rusland

Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
RC-B6-0190/2007

Resolutie van het Europees Parlement over de Top EU-Rusland

Het Europees Parlement,

–  gelet op de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Gemeenschappen en de Russische Federatie die in 1997 in werking is getreden en in 2007 afloopt,

–  gezien de doelstelling van de EU en Rusland zoals opgenomen in de gezamenlijke verklaring die is uitgegeven na de top van St. Petersburg op 31 mei 2003 om een gemeenschappelijke economische ruimte te creëren alsook een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een gemeenschappelijke ruimte voor samenwerking op het gebied van externe veiligheid en een gemeenschappelijke ruimte op het gebied van onderzoek en onderwijs, met inbegrip van culturele aspecten,

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en de vijf protocollen daarbij,

–  gezien de mensenrechtendialoog tussen de EU en Rusland,

–  gezien de openbare verklaring over de Tsjetsjeense Republiek van de Russische Federatie die op 13 maart 2007 is afgelegd door de Europese Commissie ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van de Raad van Europa,

–  gezien de verklaring van het voorzitterschap van de EU van 20 mei 2007 over de situatie voor de Estse ambassade in Moskou,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan de Europese Raad en het Europees Parlement van 10 januari 2007, getiteld "Een energiebeleid voor Europa" (COM(2007)0001),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 23 maart 2006 over de veiligheid van de energievoorziening in de Europese Unie[1],

–  onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Rusland, met name

  • -zijn resolutie van 26 april 2007 over de recente onderdrukking van demonstraties in Rusland[2],
  • -zijn resolutie van 13 december 2006 over de Top EU-Rusland in Helsinki[3],
  • -zijn resolutie van 25 oktober 2006 over de betrekkingen tussen de EU en Rusland na de moord op de Russische journaliste Anna Politkovskaya[4],
  • -zijn resolutie van 15 juni 2006 over de Top EU-Rusland in Sochi[5],
  • -zijn resolutie van 19 januari 2006 over Tsjetsjenië[6],
  • -zijn resolutie van 15 december 2005 over de mensenrechten in Rusland en de nieuwe wetgeving inzake NGO's[7],
  • -en zijn resolutie van 26 mei 2005 over de betrekkingen tussen de EU en Rusland[8],

–  gelet op de 19de Top EU-Rusland, te houden op 18 mei 2007 te Samara,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat betrekkingen tussen de EU en Rusland zich de afgelopen jaren gestaag hebben ontwikkeld, hetgeen heeft geleid tot een diepgaande en alomvattende economische integratie en onderlinge afhankelijkheid, welke in de nabije toekomst nog zal toenemen,

B.  overwegende dat versterkte samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de EU en Rusland van essentieel belang zijn voor de stabiliteit, de veiligheid en de welvaart van heel Europa en zijn buurlanden,

C.  overwegende dat de Russische Federatie lid is van de Raad van Europa en zich derhalve heeft gecommitteerd aan de doelstellingen van de Raad, te weten bevordering van de democratie en consolidering van de democratische stabiliteit en Europa,

D.  overwegende dat men zich in brede kring zorgen maakt over de democratie en de mensenrechten in Rusland, over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, zoals blijkt uit de zaak-Yukos, over de toenemende controle over de media, over het onvermogen van de Russische politie en justitie om personen op te sporen die verantwoordelijk zijn voor het vermoorden van journalisten en over de onderdrukkende maatregelen die tegen de oppositie worden genomen,

E.  overwegende dat in Tsjetsjenië nog steeds sprake is van ernstige schendingen van de mensenrechten in de vorm van moord, gedwongen verdwijning, foltering, gijzeling en willekeurige arrestatie,

F.  overwegende dat het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland tot nu toe geen substantiële vooruitgang heeft opgeleverd op dit gebied, dat van prioritair belang moet zijn in de betrekkingen tussen de EU en Rusland,

G.  overwegende dat de spoedige en volledige tenuitvoerlegging van alle vier gemeenschappelijke ruimtes – met een gemeenschappelijke economische ruimte, een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een ruimte van externe veiligheid en een ruimte van onderzoek, onderwijs en cultuur – de kern moet vormen van de onderhandelingen over de nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst,

H.  overwegende dat de beginselen wederkerigheid, transparantie, voorspelbaarheid, betrouwbaarheid, non-discriminatie en good governance ten grondslag dienen te liggen aan de economische en handelsrelaties tussen de EU en de Russische Federatie,

I.  overwegende dat een toekomstige overeenkomst tussen de EU en de Russische Federatie de beginselen van het Energiehandvest dient te bevatten, om de banden weer aan te halen en de Europese zorgen te verminderen dat Rusland zijn enorme energiereserves als politiek wapen gebruikt,

J.  overwegende dat de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 19 april zijn goedkeuring heeft gehecht aan de sluiting van twee overeenkomsten over visafacilitering en terugname van illegale immigranten en dat op 22 april besprekingen zijn begonnen over visumvrijstelling, waarbij concrete vooruitgang werd gesignaleerd met betrekking tot de gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid,

K.  overwegende dat Rusland het protocol van Kyoto heeft ondertekend en geratificeerd,

L.  overwegende dat de sluiting van een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en de Russische Federatie van het allergrootste belang is voor hun toekomstige samenwerking, met name met betrekking tot de verdere ontwikkeling van de economische betrekkingen, de verdere bevordering van veiligheid en stabiliteit in Europa en de verdere versterking van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat als grondslag van deze samenwerking,

M.  overwegende dat het begin van de onderhandelingen over de nieuwe kaderovereenkomst vertraging heeft opgelopen en afhankelijk is gesteld van het opheffen van een in 2005 door Moskou ingesteld invoerverbod voor Pools vlees; overwegende dat de EU pogingen in het werk stelt een compromis voor de invoer van Pools vlees te vinden, om uit deze politieke impasse te geraken,

N.  overwegende dat het normaal functioneren van de Estse ambassade in Moskou na de recente gebeurtenissen in Estland wordt belemmerd en dat verschillende diplomaten, waaronder het missiehoofd, zijn gemolesteerd door demonstranten die de ambassade omsingelden en de Estse vlag verbrandden,

O.  overwegende dat er geen vorderingen zijn geboekt bij het oplossen van de "bevroren conflicten" in gemeenschappelijke buurlanden; overwegende dat vrede en stabiliteit in het belang van zowel Rusland als van de EU zijn,

P.  overwegende dat het van belang is dat de EU met één stem spreekt en in haar betrekkingen met de Russische Federatie blijk geeft van solidariteit en eenheid, en deze betrekkingen baseert op wederzijdse belangen en gemeenschappelijke waarden,

1.  bevestigt zijn overtuiging dat Rusland een belangrijke partner voor de opbouw van pragmatische samenwerking blijft met wie de EU niet alleen economische en handelsbelangen deelt, maar ook de doelstelling om op internationaal vlak en in hun beider omgeving nauw samen te werken;

2.  onderstreept het belang van versterking van eenheid en solidariteit tussen de EU-lidstaten in hun betrekkingen met Rusland; is derhalve verheugd over het gemeenschappelijk standpunt dat de EU heeft ingenomen bij de onderhandelingen met Moskou over de opheffing van het Russische verbod op de uitvoer van Pools vlees;

3.  betreurt dat deze onderhandelingen zijn afgebroken en dat het vervolgens niet is gelukt onderhandelingen aan te knopen over een nieuwe kaderovereenkomst tussen de EU en Rusland; spoort het Duitse voorzitterschap ertoe aan ervoor te blijven ijveren dat het onderhandelingsmandaat voor een nieuwe overeenkomst zo spoedig mogelijk wordt goedgekeurd en dat de onderhandelingen zonder verdere vertraging van start kunnen gaan;

4.  roept de Europese Unie op om solidariteit met Estland te tonen in het kader van de recente gebeurtenissen in Tallinn; dringt bij Rusland aan op volledige eerbiediging van zijn verplichtingen in het kader van het Verdrag van Wenen inzake diplomatieke betrekkingen om de bescherming van buitenlandse diplomaten en het normaal functioneren van buitenlandse ambassades te waarborgen;

5.  is verheugd over de voortgaande gedachtewisseling over de mensenrechten in Rusland in het kader van het Mensenrechtenoverleg EU-Rusland; onderstreept evenwel dat de huidige situatie in Rusland aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de eerbiediging van de mensenrechten, de democratie, de vrijheid van meningsuiting en het recht van organisaties en personen om bezwaar te maken tegen handelingen van de autoriteiten en deze daarvoor ter verantwoording te roepen;

6.  herhaalt zijn standpunt dat een krachtige verdediging van de mensenrechten en de democratische waarden het kernbeginsel dient te zijn van elk verbond dat de EU met Rusland aangaat; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat deze waarden geen ondergeschikte status krijgen in het onderhandelingspakket EU-Rusland en dat de verlening van financiële steun aan Rusland wordt gekoppeld aan de versterking van de democratische normen in dat land;

7.  spreekt zijn diepe zorg uit over het geweldgebruik van de Russische autoriteiten tegen deelnemers aan vreedzame demonstraties tegen de regering in Moskou en St. Petersburg de afgelopen weken; onderstreept dat vrijheid van meningsuiting en het recht van vergadering fundamentele mensenrechten zijn en dat een voortzetting van deze trend daarom een schending van de internationale verplichtingen van Rusland inhoudt;

8.  geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over voortdurende berichten van Russische en internationale mensenrechtenorganisaties over foltering en onmenselijke en vernederende behandeling in gevangenissen, op politiebureaus en in geheime detentiecentra in Tsjetsjenië; spreekt zijn scherpe veroordeling uit over dergelijke praktijken en doet een beroep op de Russische autoriteiten om ervoor te zorgen dat de rechten die worden gewaarborgd door het Europees Verdrag inzake de mensenrechten, dat door Rusland is ondertekend, in de Tsjetsjeense Republiek volledig worden geëerbiedigd en dat allen die deze rechten schenden worden berecht; onderstreept in dit verband dat de Russische regering in oktober 2006 niet akkoord is gegaan met het mandaat van de speciale rapporteur over foltering om onaangekondigd gevangenissen in de noordelijke Kaukasus te bezoeken;

9.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de sociale en politieke polarisatie en de beperking van de democratische ruimte in de aanloop naar de Doema-verkiezingen in december 2007 en de presidentsverkiezingen in maart 2008; verzoekt de Russische autoriteiten beide verkiezingen vrij en eerlijk te laten verlopen, te waarborgen dat de oppositiepartijen de kans krijgen campagne te voeren en het beginsel van de vrijheid van meningsuiting te eerbiedigen; benadrukt dat de vrijheid van de media van cruciaal belang zal zijn om de verkiezingen vrij en eerlijk te laten overkomen; benadrukt het belang van NGO's die onafhankelijk zijn van de nationale regeringen voor de ontwikkeling van de civil society;

10.  onderstreept de noodzaak van samenwerking met Rusland als noodzakelijke en belangrijke partner om te zorgen voor vrede, stabiliteit en veiligheid en bestrijding van internationaal terrorisme en gewelddadig extremisme, en om andere veiligheidsvraagstukken aan te pakken zoals milieu - en nucleaire gevaren, verdovende middelen, wapen - en mensenhandel en grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit in de Europese nabuurschap;

11.  doet een beroep op de Commissie en de Raad om samen met de Russische regering initiatieven te ontplooien ter versterking van de veiligheid en de stabiliteit in de gezamenlijke nabuurschap, met name via gezamenlijk crisisbeheer in Oekraïne en Wit-Rusland en door gezamenlijke inspanningen voor een definitieve oplossing van de bevroren conflicten in Nagorno Karabach en in Moldavië en Georgië door de volledige territoriale integriteit van deze staten te waarborgen;

12.  doet een beroep op de EU en Rusland als lid van de VN-Veiligheidsraad om hun verantwoordelijkheid te nemen voor het Iraanse nucleaire vraagstuk;

13.  roept de EU en Rusland als leden van het Kwartet voor de oplossing van het conflict in het Midden-Oosten op om zich in te zetten voor het houden van een internationale vredesconferentie voor een regionale vrede in het Midden-Oosten; doet verder een beroep op Rusland, als lid van de Contactgroep en de VN-Veiligheidsraad, om samen te werken bij het zoeken naar een duurzame oplossing voor de kwestie Kosovo en, als partij bij de Zespartijenbesprekingen, om te helpen een oplossing te zoeken voor de proliferatie van kernwapens in Noord-Korea;

14.  merkt op dat het Europese Nabuurschapsbeleid al een aantal mogelijkheden tot multilaterale samenwerking biedt; verzoekt om de oprichting van een Gemeenschap EU-Zwarte Zee, naar het voorbeeld van de Noordse Dimensie, om meer dialoog te bevorderen en te stimuleren met het oog op een stabielere, veiligere en democratischer omgeving;

15.  is verheugd over de vooruitgang met betrekking tot de grensovereenkomst tussen Letland en Rusland, maar benadrukt dat verdere vooruitgang geboekt moet worden om de bekrachtiging en de uitvoering van de grensovereenkomst tussen Rusland en Estland zeker te stellen;

16.  herhaalt zijn steun voor de toetreding van Rusland tot de WTO, wat Rusland zal helpen zich aan te passen aan de regels van de wereldmarkt; is van mening dat de toetreding tot de WTO dient te leiden tot een verdergaande economische integratie tussen de EU en Rusland;

17.  onderstreept nogmaals het belang van het creëren van de gemeenschappelijke economische ruimte (CES) en de verdere ontwikkeling van de in het kader van de CES Road Map overeengekomen doelstellingen, met name wat betreft het creëren van een open en geïntegreerde markt tussen de EU en Rusland;

18.  benadrukt het belang van verbetering van het investeringsklimaat in Rusland dat alleen kan worden verwezenlijkt door het bevorderen en faciliteren van niet-discriminerende en transparante voorwaarden voor bedrijven, minder bureaucratie en wederzijdse investeringen; is bezorgd over het gebrek aan voorspelbaarheid bij de toepassing van de regels door de autoriteiten;

19.  is verheugd over de geïntensiveerde dialoog tussen de EU en Rusland over energievraagstukken; onderstreept het belang van de energie-invoer voor de Europese economieën, hetgeen een mogelijkheid biedt voor verdere economische en handelssamenwerking tussen de EU en Rusland; benadrukt dat de beginselen van onderlinge afhankelijkheid en transparantie de basis dienen te vormen voor deze samenwerking, naast gelijke toegang tot markten, infrastructuur en investeringen; verzoekt de Raad en de Commissie ervoor te zorgen dat de beginselen van het Energiehandvest en de conclusies van de G8 worden opgenomen in een nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland, waaronder verdere samenwerking op het gebied van efficiënt energiegebruik, energiebesparing en hernieuwbare energie;

20.  pleit voor de uitwisseling van informatie over geavanceerde energietechnologieën en moedigt contacten tussen de Europese en Russische actoren in de energiesector aan alsook inspanningen die nodig zijn om de energie-efficiency te verbeteren en technologieën te ontwikkelingen waarbij geen CO2 wordt uitgestoten, hetgeen aanzienlijke kansen biedt voor samenwerking, met name industriële samenwerking, via de uitwisseling van beste praktijken en technologieën tussen Russische en Europese ondernemingen;

21.  dringt er bij Rusland en de EU-lidstaten op aan de voorgeschreven doelstellingen van het protocol van Kyoto te verwezenlijken; wijst in dit verband op de speciale verantwoordelijkheid van ontwikkelde landen om het voortouw te nemen bij het terugdringen van de emissies; doet een beroep op Rusland om een actieve rol te spelen bij toekomstige internationale onderhandelingen en mee te werken aan een snelle overeenkomst in 2008, of uiterlijk in 2009, om de continuïteit van de wereldkoolstofmarkt te waarborgen;

22.  is verheugd over de initiatieven om visumvrij reizen tussen de Europese Unie en Rusland mogelijk te maken, als voorbode van verbeterde betrekkingen die ertoe leiden dat de burgers niet alleen het recht hebben om te reizen, maar ook om te werken; roept op tot verdere samenwerking bij illegale immigratie, betere controle van identiteitspapieren en een betere informatie-uitwisseling over terrorisme en de georganiseerde misdaad; onderstreept dat de Raad en de Commissie ervoor moeten zorgen dat Rusland voldoet aan alle voorwaarden die worden gesteld in een tussen beide zijden te sluiten akkoord over afschaffing van de visumplicht, om een verstoring van de veiligheid of democratie in Europa te voorkomen;

23.  verzoekt de Raad en de Commissie hun inspanningen op te voeren voor het oplossen van de problemen rond het overschrijden van de grenzen tussen de EU en Rusland, concrete projecten in het leven te roepen en volledig gebruik te maken van het nieuwe nabuurschaps- en partnerschapsinstrument en de INTERREG-middelen voor grensoverschrijdende samenwerking;

24.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Russische Federatie en aan de Raad van Europa.