Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B6-0235/2008Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B6-0235/2008

    GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE

    16.6.2008

    ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 4 van het Reglement, door
    ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties: over de topconferentie EU/Rusland op 26 en 27 juni 2008 in Khanty-Mansiisk

    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    RC-B6-0235/2008
    Ingediende teksten :
    RC-B6-0235/2008
    Aangenomen teksten :

    Resolutie van het Europees Parlement over de topconferentie EU/Rusland op 26-27 juni 2008 in Khanty-Mansiisk

    Het Europees Parlement,

    –  gelet op de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds[1], die in 1997 in werking is getreden en in 2007 is afgelopen,

    –  gezien de besluiten van de Raad Algemene Zaken van 26 mei 2008 inzake de goedkeuring van de onderhandelingsrichtsnoeren voor een overeenkomst die een nieuw omvattend kader moet vormen voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland,

    –  onder verwijzing naar de doelstelling van de EU en Rusland, omschreven in de gemeenschappelijke verklaring afgegeven na de Top van Sint Petersburg van 31 mei 2003, betreffende de invoering van een gemeenschappelijke economische ruimte, een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een gemeenschappelijke van samenwerking voor de externe veiligheid, en een ruimte van onderzoek en onderwijs, met inbegrip van de culturele aspecten,

    –  gezien zijn eerdere resoluties over de betrekkingen van de EU met Rusland, en met name zijn resolutie van 14 november 2007 over de Top EU/Rusland in Mafra,

    –  gezien het overleg van de EU en Rusland over de mensenrechten, in het bijzonder de zevende ronde van besprekingen op 17 april 2008 over de vrijheid van de media, van meningsuiting en vergadering, vooral in het licht van de recente parlements- en presidentsverkiezingen, het functioneren van het maatschappelijk middenveld, de rechten van personen die tot minderheden behoren, de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat en de rechten van het kind,

    –  gezien het tussentijds verslag 2007 van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke ruimten van de EU en Rusland,

    –  gezien het resultaat van de achtste bijeenkomst van de Permanente Partnerschapsraad EU-Rusland over vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, die op 24 en 25 april 2008 werd gehouden in Sint Petersburg,

    –  gezien de verklaring van de voorzitter van de EP-delegatie in de Parlementaire Samenwerkingsraad EU-Rusland na het bezoek van de werkgroep EU-Rusland op 17 en 18 maart 2008 aan Moskou,

    –  gelet op artikel 103, lid 4, van zijn Reglement,

    A.  overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland zich de afgelopen jaren gestaag hebben ontwikkeld, hetgeen heeft geleid tot een diepgaande, omvattende economische integratie en wederzijdse afhankelijkheid, die in de nabije toekomst zeker nog groter zal worden,

    B.  overwegende dat de Europese Unie en Rusland, dat lid is van de VN-Veiligheidsraad, een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor de stabiliteit en veiligheid in de wereld en dat nauwere samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de EU en Rusland van bijzonder belang zijn voor de stabiliteit, de veiligheid en de welvaart van Europa,

    C.  overwegende dat de sluiting van een strategische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de Russische Federatie nog altijd van het allergrootste belang is voor de verdere ontwikkeling en intensivering van de samenwerking tussen beide partners,

    D.  overwegende dat de onderhandelingen over een nieuw strategisch partnerschap zo spoedig mogelijk moeten beginnen op basis van de vooruitgang die al geboekt is op weg naar de instelling van de vier gemeenschappelijke ruimten, namelijk een gemeenschappelijke economisch ruimte, een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een ruimte van externe veiligheid en een ruimte van onderzoek, onderwijs en cultuur, voorts overwegende dat een snelle tenuitvoerlegging van deze vier gemeenschappelijke ruimten centraal dient te staan in de onderhandelingen over een nieuwe strategische partnerschapsovereenkomst,

    E.  overwegende dat door de lidstaten, na aanmerkelijke vooruitgang met betrekking tot het Russische embargo op de invoer van vlees en andere landbouwproducten uit Polen en verzekeringen met betrekking tot de afsluiting van de Druzhba-pijpleiding, hetgeen door Litouwen als een politieke vergeldingsmaatregel wordt beschouwd, uiteindelijk overeenstemming werd bereikt over de afronding van een nieuw onderhandelingsmandaat voor een nieuwe overeenkomst ter vervanging van de huidige partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO), die eind vorig jaar is afgelopen,

    F.  overwegende dat Dimitri Medvedev op 7 mei officieel als president van de Russische Federatie werd beëdigd, overwegende dat de nieuwe president Vladimir Poetin tot minister-president heeft benoemd, welke benoeming met een overweldigende meerderheid door de Doema werd bekrachtigd,

    G.  overwegende dat de nieuwe Russische president, Dmitri Medvedev, die op 7 mei 2008 is ingehuldigd, in zijn inauguratierede bevestigd heeft te zullen streven naar de ontwikkeling van een volwaardig en efficiënt rechtsstelsel als essentiële voorwaarde voor economische en sociale ontwikkeling in Rusland en de toename van de Russische invloed in de internationale gemeenschap, en voorts heeft toegezegd Rusland meer voor de buitenwereld te zullen openstellen en de dialoog met andere volkeren op voet van gelijkheid te zullen bevorderen, overwegende dat president Medvedev als eerste maatregel de oprichting van een anticorruptieraad heeft afgekondigd, waarvan hij zelf het voorzitterschap zal bekleden,

    H.  overwegende dat de toetreding van de Russische Federatie tot de Wereldhandelsorganisatie een grote bijdrage zou leveren aan de verdere verbetering van de economische betrekkingen tussen Rusland en de Europese Unie, mits dit land zich bindend verplicht tot volledige naleving en tenuitvoerlegging van de in WTO-verband geldende regels en verplichtingen,

    I.  overwegende dat het garanderen van de energievoorziening één van de grootste uitdagingen voor Europa vormt en één van de belangrijkste gebieden van samenwerking met Rusland; overwegende dat er gemeenschappelijke inspanningen nodig zijn om volledig en doeltreffend gebruik te maken van de bestaande en nog uit bouwen energietransmissiesystemen, overwegende dat de grote afhankelijkheid van de EU van fossiele brandstoffen de ontwikkeling van een evenwichtige, coherente en op waarden gebaseerde Europese benadering van Rusland ondergraaft,

    J.  overwegende dat Rusland onlangs enkele van de grootste energiebedrijven in de EU opgenomen heeft in een strategisch samenwerkingsverband bij diverse belangrijke energieprojecten en bedrijven uit de EU heeft toegestaan een beperkt strategisch belang te nemen in enkele Russische ondernemingen; overwegende dat het waarborgen van de rechtszekerheid en eigendomsrechten essentieel is om de buitenlandse investeringen in Rusland op het huidige niveau te handhaven,

    K.  overwegende dat geschillen over de voorwaarden voor de levering en de transmissie van energie op transparante wijze en zonder discriminatie, via onderhandelingen moeten worden opgelost en nooit mogen worden geïnstrumentaliseerd voor het uitoefenen van politieke druk op de EU-lidstaten en de omringende landen,

    L.  overwegende dat een toekomstige overeenkomst tussen de Europese Unie en de Russische Federatie derhalve de beginselen moet omvatten van het Verdrag inzake het Energiehandvest,

    M.  overwegende dat de Europese Unie en de Russische Federatie samen een actieve rol kunnen en moeten spelen bij het bereiken van vrede en stabiliteit op het Europese continent, met name in de gemeenschappelijke buurlanden en in andere delen van de wereld,

    N.  overwegende dat de Europese Unie en de Russische Federatie vooral moeten samenwerken om een definitieve oplossing te vinden voor de internationale status van Kosovo en een vreedzame regeling van de nog altijd gevaarlijke conflicten rond de regio's Abchazië en Zuid-Ossetië, Nagorno Karabakh en Transnistrië,

    O.  overwegende dat de toestand in deze Georgische regio's, na het besluit van de Russische autoriteiten om rechtsbetrekkingen met de separatistische republieken Abchazië en Zuid-Ossetië aan te knopen, verder verslechtert, waardoor vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de rol van de Russische strijdkrachten als neutrale vredeshandhavers en waardoor de territoriale integriteit van Georgië wordt ondermijnd,

    P.  overwegende dat Rusland de deelname aan het Verdrag inzake de conventionele strijdkrachten in Europa heeft opgeschort en heeft verklaard geen verdere inspecties en controles van zijn militaire installaties door NAVO-landen meer toe te staan en het aantal van zijn conventionele wapens niet langer te beperken,

    Q.  overwegende dat de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Lavrov, na zijn treffen met de EU-ministerstrojka op dinsdag 29 april in Luxemburg heeft bevestigd dat Rusland zal deelnemen aan de militaire operatie van de EU in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUFOR Tsjaad/RCA),

    R.  overwegende dat er grote bezorgdheid blijft bestaan over de ontwikkelingen in de Russische Federatie ten aanzien van de eerbiediging en de bescherming van de rechten van de mens en de naleving van algemeen aanvaarde democratische beginselen, regels en procedures, overwegende dat de Russische Federatie volwaardig lid is van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en zich daarmee heeft verplicht tot naleving van de beginselen van democratie en de grondrechten,

    S.  overwegende dat het van groot belang is dat de EU met één stem spreekt en solidariteit en eendrachtigheid aan de dag legt in haar betrekkingen met de Russische Federatie en dat deze betrekkingen gebaseerd zijn op gemeenschappelijke belangen en waarden;

    1.  wijst erop dat de komende topontmoeting de eerste EU-Rusland-top zal zijn die wordt bijgewoond door de nieuw gekozen Russische president Dmitry Medvedev en spreekt de hoop uit dat deze ontmoeting een verbetering in de betrekkingen tussen de EU en Rusland zal inluiden;

    2.  bevestigt zijn overtuiging dat Rusland een belangrijke partner voor de opbouw van een strategische samenwerking blijft, waarmee de EU niet alleen economische en handelsbelangen gemeen heeft, maar ook de doelstelling van nauwe samenwerking op het internationaal toneel en in de gemeenschappelijke geografische omgeving;

    3.  beklemtoont het belang van eenheid tussen de EU-lidstaten in hun betrekkingen met Rusland en dringt er bij de lidstaten op aan voorrang te geven aan het voordeel op lange termijn van een gemeenschappelijk standpunt bij onderhandelingen met de Russische Federatie in plaats van voordelen op korte termijn door bilaterale overeenkomsten over afzonderlijke kwesties,

    4.  betuigt zijn instemming met de gedachte de toekomstige betrekkingen met Rusland op meer betrokken wijze te ontwikkelen en daarbij in het bijzonder aandacht te blijven besteden aan terreinen die vallen onder de vier gemeenschappelijke ruimten, en aan de noodzaak van een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, en met name te werken aan praktische samenwerking, gemeenschappelijke projecten en tenuitvoerlegging van bestaande toezeggingen en overeenkomsten;

    5.  uit zijn tevredenheid dat het eindelijk mogelijk was de obstakels voor het bereiken van overeenstemming over het mandaat voor onderhandelingen met de Russische Federatie over een nieuwe partnerschapsovereenkomst uit de weg te ruimen;

    6.  dringt er bij de Raad, de Commissie en de lidstaten op aan om, met de regering van de Russische Federatie, de éénentwintigste topconferentie EU/Rusland in Khanty-Mansiisk te gebruiken als springplank voor verdere intensivering van de betrekkingen tussen de EU en Rusland door onderhandelingen te beginnen over een nieuwe Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst en aldus de grondslag te leggen voor nieuwe concrete resultaten in de nabije toekomst;

    7.  verwelkomt de woorden die de nieuwe president Medvedev in zijn inauguratierede heeft gesproken over het belang van burgerrechten waarbij hij nogmaals zijn manifeste steun heeft betuigd voor verdediging van de rechtstaat en het belang van de mensenrechten; verwacht dat op deze woorden daden zullen volgen en dat Rusland de nodige hervormingen uitvoert die de weg naar een volwaardig democratisch stelsel zullen effenen;

    8.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de aanhoudende berichten van Russische en internationale mensenrechtenorganisaties over het gebruik van marteling en onmenselijke en vernederende handelingen in gevangenissen, politieposten en geheime detentiecentra in Tsjetsjenië; spreekt voorts zijn ernstige verontrusting uit over het snel toenemende aantal aanvallen op etnische, raciale en godsdienstige minderheden in Rusland

    9.  herhaalt zijn verzoek om intensivering van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland, zodat het effectiever en meer resultaatgericht wordt, en dat daaraan ook andere Russische ministeries dan het Ministerie van Buitenlandse Zaken hun medewerking verlenen, terwijl het Europees Parlement er op alle niveaus ten volle bij moet worden betrokken; is dan ook van mening dat de briefings die de Commissie voorafgaand aan de officiële raadpleging met betrokkenen van maatschappelijke organisaties organiseert, een belangrijk instrument vormen dat adequaat versterkt en door de Russische autoriteiten in aanmerking moet worden genomen, zodat het kan evolueren tot een volwaardig juridisch seminar voor academici, vertegenwoordigers van de maatschappelijke organisaties en functionarissen van beide partijen;

    10.  wijst er op dat een sterk en onafhankelijk maatschappelijk middenveld een fundamenteel, onvervangbaar onderdeel is van een echte, rijpe democratie; is in dit verband ten zeerste verontrust over de verslechterende situatie van mensenrechtenactivisten en over de moeilijkheden waarmee NGO's die zich inzetten voor mensenrechten, milieubescherming en ecologische aangelegenheden te maken hebben bij hun registratie en de uitvoering van hun activiteiten; is uiterst verontrust over de onlangs gewijzigde wetgeving inzake extremisme, die van invloed zou kunnen zijn op de vrije informatieverspreiding en ertoe zou kunnen leiden dat de Russische autoriteiten het recht op vrije meningsuiting van onafhankelijke journalisten en politieke tegenstanders nog verder inperken;

    11.  roept de Russische Federatie op om haar gehechtheid aan gemeenschappelijke waarden te doen blijken door het aanvullend protocol 14 bij het Europese Mensenrechtenverdrag te ratificeren, zodat belangrijke hervormingen aangebracht kunnen worden in het Europese Hof voor de rechten van de mens, dat een wachtlijst heeft van tienduizenden zaken; dringt er bij de Russische autoriteiten op aan alle jurisprudentie van Europese Hof voor de rechten van de mens na te leven;

    12.  juicht het toe dat de Top EU-Rusland plaatsvindt in het bestuurlijk centrum van het autonome district Hanti Mansiisk; verzoekt de fungerend voorzitter om gebruik te maken van de gelegenheid die de door het 5e Wereldcongres van Fins-Oegrische volkeren gevolgde top biedt om te spreken over inspanningen om te werken aan een oplossing van de problemen die de Fins-Oegrische minderheden in Rusland ondervinden met betrekking tot politieke vertegenwoordiging en de bescherming en ontwikkeling van hun culturele en taalkundige identiteit;

    13.  herhaalt bovendien het belang van de invoering van een gemeenschappelijke economische ruimte (GER) en de verdere ontwikkeling van de doelstellingen die zijn overeenkomen op de routekaart voor de GER, met name wat betreft de verwezenlijking van een open en geïntegreerde markt tussen de EU en Rusland;

    14.  spreekt zijn waardering uit voor de vooruitgang die sinds de laatste top in Mafra is geboekt ten aanzien van de toetreding van Rusland tot de WTO, waardoor gelijke mededingingsomstandigheden voor het zakenleven aan beide zijden zouden worden geschapen en waardoor de Russische inspanningen om een moderne, gediversifieerde en technologisch hoogwaardige economie op poten te zetten in hoge mate zouden worden gesteund; roept Rusland op om de nodige maatregelen te nemen om de resterende hindernissen voor toetreding, met name op het gebied van uitvoerheffingen en -rechten, weg te nemen, zodat het de regels en verplichtingen van het WTO-lidmaatschap volledig kan naleven en uitvoeren, waarna de EU een begin moet maken met de besprekingen over de sluiting van een vrijhandelsovereenkomst met de Russische Federatie;

    15.  dringt er in dit kader op aan dat op korte termijn overeenstemming wordt bereikt over de hoogte van de uitvoerrechten voor ruw hout van de Russische federatie naar de Europese Unie; betreurt het dat Rusland zijn toezegging om de betalingen voor vluchten over Siberië geleidelijk af te bouwen niet gestand heeft gedaan en roept Rusland op om de overeenkomst die ter zake is bereikt op de top in Samara te ondertekenen;

    16.  beklemtoont het belang van de verbetering van het klimaat voor Europese investeringen in Rusland, wat alleen kan worden bereikt door het bevorderen en faciliteren van doorzichtige handelsvoorwaarden zonder discriminatie, minder bureaucratie en wederzijdse investeringen; is bezorgd over het ontbreken van voorspelbaarheid bij de toepassing van regels door de autoriteiten;

    17.  is ingenomen met de intensievere dialoog tussen de EU en Rusland over energiekwesties en milieubescherming; beklemtoont het belang van de invoer van energie voor de Europese economieën, die zeker de mogelijkheid biedt voor nauwere samenwerking tussen de EU en Rusland op handels- en economisch gebied; wijst erop dat de beginselen van onderlinge afhankelijkheid en transparantie het fundament moeten zijn van een dergelijke samenwerking, evenals non-discriminatoire toegang tot markten, infrastructuur en investeringen; is ingenomen met de toetreding van Rusland tot het protocol van Kyoto en benadrukt de noodzaak van volledige steun van Rusland voor de vaststelling van bindende doelstellingen inzake klimaatverandering voor de periode na Kyoto; dringt er bij de Raad en de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de beginselen van het Energiehandvest, het eraan gehechte Transitprotocol en de conclusies van de G8 worden opgenomen in een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland, met inbegrip van verdere samenwerking op het gebied van energie-efficiëntie, vermindering van de uitstoot van CO2 en hernieuwbare energie, waaronder het gebruik van bio-energie; wijst erop dat deze beginselen toegepast moeten worden bij grootschalige energie-infrastructuurprojecten; roept de Europese Unie op om tegenover Rusland met één stem te spreken over deze gevoelige energiekwesties; verzoekt de partners in de energiedialoog tussen de EU en Rusland na te gaan of het mogelijk is de Russische energieleveranties aan de EU af te rekenen in euro, om onafhankelijk te worden van de munten van derde landen;

    18.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de veiligheid van de nucleaire sector in de Russische Federatie en over haar plannen om nucleaire technologie en kernmateriaal uit te voeren naar andere landen en de daarmee samenhangende risico's op het gebied van nucleaire veiligheid en proliferatie;

    19.  verzoekt de Russische Federatie de ontwikkeling van haar hernieuwbare energieproductie op milieuvriendelijke en duurzame wijze te ondersteunen; verzoekt de Russische Federatie ervoor te zorgen dat de modernste milieunormen gelden voor alle olie- en gasprojecten die op haar grondgebied in uitvoering zijn of gepland zijn;

    20.  begroet de vooruitgang die de EU en Rusland hebben geboekt bij de tenuitvoerlegging van hun gemeenschappelijke ruimte voor vrijheid, veiligheid en justitie, waarbij het accent tot dusverre primair lag op de uitvoering van de visaversoepelings- en overnameovereenkomsten die, naar gebleken is, een belangrijke stap vormen om op langere termijn te komen tot visumvrij reizen; dringt aan op nauwere samenwerking op het gebied van illegale immigratie, een betere controle van identiteitspapieren en een betere informatie-uitwisseling inzake terrorisme en georganiseerde misdaad; beklemtoont dat de Raad en de Commissie ervoor moeten zorgen dat Rusland aan alle voorwaarden voldoet die worden vastgesteld in een eventuele overeenkomst tussen beide zijden over afschaffing van de visumplicht, zodat inbreuken op de veiligheid of de democratie in Europa worden voorkomen;

    21.  wijst erop dat Rusland vorig jaar zijn visumregels heeft gewijzigd en niet langer de meervoudige zakenvisa voor de duur van één jaar afgeeft, die eerder door veel Europese werknemers werden gebruikt, en dat dit tot een uittocht van Europese bedrijfsleiders en werknemers kan leiden, tenzij Rusland de nieuwe regels verandert en de bureaucratische rompslomp bij het aanvragen van visa en werkvergunningen beknot;

    22.  begroet de nauwere samenwerking tussen de EU en Rusland in het kader van het Driepartijenoverleg over ruimtevaart die in maart 2006 is overeengekomen door de Commissie, het Europees Ruimteagentschap en Roscosmos, en die betrekking heeft op toepassingen in de ruimte (satellietnavigatie, waarneming van de aarde en communicatie per satelliet), toegang tot de ruimte (lanceerinrichtingen en toekomstige systemen voor vervoer in de ruimte), ruimtewetenschap en de ontwikkeling van ruimtetechnologie; stelt vast dat samenwerking in de ruimte binnen de gezamenlijke economische ruimte is aangemerkt als een sector die voorrang verdient;

    23.  pleit voor deelneming van de Russische Federatie aan de opbouw van Europese infrastructuur voor onderzoek die wordt gesteund door de kaderprogramma's van de Europese Gemeenschap; is van mening dat steun hiervoor zou leiden tot een efficiënt gebruik en verdere ontwikkeling van de ruime personele en financiële middelen van Rusland op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie, wat in het voordeel is van zowel Europa als Rusland;

    24.  dringt bij de regeringen van Rusland en de Verenigde Staten aan op intensivering van het debat over defensie- en veiligheidskwesties waarbij de lidstaten van de Europese Unie direct of indirect zijn betrokken;

    25.  dringt er bij de regeringen van beide staten op aan de Europese Unie en haar lidstaten nauw bij dit debat te betrekken en zich te onthouden van stappen en besluiten die kunnen worden gezien als een bedreiging voor vrede en stabiliteit op het Europese continent;

    26.  dringt er bij de Russische regering op aan om samen met de Europese Unie en de andere leden van de Contactgroep voor Kosovo een positieve bijdrage te leveren aan het vinden van een duurzame politieke oplossing voor de toekomstige status van Kosovo en voor de verdere versterking van de stabiliteit in de Westelijke Balkan;

    27.  dringt er bij Rusland op aan zich niet te verzetten tegen het inzetten van de EULEX-missie, de OVSE ten volle te steunen en haar taakomschrijving te bevestigen om te zorgen voor de volledige uitvoering van alle, in de grondwet van Kosovo geformuleerde garanties en van de toezeggingen van de Kosovaarse autoriteiten op het gebied van institutionele decentralisatie en bescherming van minderheidsgemeenschappen en van het cultureel en architectonisch erfgoed;

    28.  doet een beroep op de Commissie en de Raad gemeenschappelijke initiatieven te ontplooien met de Russische regering die een versterking van veiligheid en stabiliteit in de gemeenschappelijke omgeving tot doel hebben, met name door een intensievere dialoog over de invoering van de democratie in Wit-Rusland en gezamenlijke inspanningen te leveren om eindelijk een oplossing te vinden voor de conflicten in Abchazië, Zuid-Ossetië, Nagorno-Karabach en Transnistrië;

    29.  is ernstig bezorgd over het besluit van Rusland om nauwere betrekkingen met de Georgische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië aan te gaan en verklaart andermaal dat het de territoriale integriteit van Georgië ten volle steunt; verzoekt Rusland zich te onthouden van alle maatregelen die de spanning zouden kunnen doen oplopen en om maatregelen te nemen om de betrekkingen met Georgië te verbeteren; spreekt de hoop uit dat de recente ontmoeting tussen president Medvedev en president Saakashvili in St. Petersburg zal leiden tot een verbetering van de betrekkingen tussen Rusland en Georgië;

    30.  verzoekt het fungerend voorzitterschap tijdens de Top EU-Rusland aandacht te schenken aan het neerschieten van een Georgisch onbemand vliegtuig door een Russisch vliegtuig en de recente aanzienlijke uitbreiding van de Russische troepen in Abchazië, en aan te bieden dat de EU een grotere rol gaat spelen bij de oplossing van het conflict;

    31.  doet een beroep op de EU en op Rusland als lid van de VN-Veiligheidsraad en van het Kwartet, om hun inspanningen om vooruitgang te boeken in het Midden-Oosten voort te zetten; erkent de noodzaak van verdere samenwerking met Rusland om de proliferatie van massavernietigingswapens te voorkomen en roept beide zijden op om hun verantwoordelijkheid te nemen, met name in verband met de nucleaire activiteiten van Noord-Korea en Iran;

    32.  verzoekt Rusland zijn eenzijdige opschorting van de naleving van het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa (CFE) te heroverwegen, zijn wettige belangen via onderhandelingen te beschermen en uitholling van het CFE-Verdrag te voorkomen; roept de NAVO-lidstaten op om de gewijzigde versie van het verdrag van 1999 te ratificeren;

    33.  begroet het Russische besluit om de EU bij te staan bij de uitvoering van haar vredesmissie in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek en steunt de verklaringen van de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov en de Hoge Vertegenwoordiger van de EU Javier Solana dat de samenwerking tussen Rusland en de EU bij crisisbeheersing niet beperkt moet blijven tot Russische deelname aan EUFOR Tsjaad/RCA en dat beide partijen bereid zijn een kaderovereenkomst over dit onderwerp te ondertekenen op basis van een "gelijkwaardig partnerschap en samenwerking";

    33.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.