Procedure : 2008/2623(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B6-0386/2008

Ingediende teksten :

RC-B6-0386/2008

Debatten :

PV 04/09/2008 - 12.1
CRE 04/09/2008 - 12.1

Stemmingen :

PV 04/09/2008 - 13.1
CRE 04/09/2008 - 13.1

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0411

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 101kWORD 64k
3.9.2008
PE410.788
PE410.794
PE410.799
PE410.800
PE410.810
PE410.811
 
B6‑0386/2008}
B6‑0392/2008}
B6‑0397/2008}
B6‑0398/2008}
B6‑0408/2008}
B6‑0409/2008} RC1
ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5 van het Reglement door
   Colm Burke, Charles Tannock, Urszula Gacek, Bernd Posselt, Eija-Riitta Korhola, Tunne Kelam, Carlos José Iturgaiz Angulo, Laima Liucija Andrikienė, Iles Braghetto, Jean-Pierre Audy, namens de PPE-DE-Fractie
   Pasqualina Napoletano, Marie-Arlette Carlotti, Alain Hutchinson, namens de PSE-Fractie
   Marios Matsakis, Thierry Cornillet, namens de ALDE-Fractie
   Ģirts Valdis Kristovskis, Ryszard Czarnecki, Konrad Szymański, Ewa Tomaszewska, Hanna Foltyn-Kubicka, Adam Bielan, namens de UEN-Fractie
   Marie Anne Isler Béguin, Hélène Flautre, namens de Verts/ALE-Fractie
   Luisa Morgantini, namens de GUE/NGL-Fractie
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:
   PSE (B6‑0386/2008)
   PPE-DE (B6‑0392/2008)
   ALDE (B6‑0397/2008)
   GUE/NGL (B6‑0398/2008)
   Verts/ALE (B6‑0408/2008)
   UEN (B6‑0409/2008)
over de staatsgreep in Mauritanië

Resolutie van het Europees Parlement over de staatsgreep in Mauritanië 

Het Europees Parlement,

-  gezien de verklaringen van zijn Voorzitter, het Voorzitterschap van de Europese Unie, de Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB, de Europese Commissie, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie (AU), de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) en de Organisation internationale de la Francophonie (OIF) naar aanleiding van de staatsgreep,

–  gezien het tweede bezoek van de Speciale Vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor West-Afrika, Said Djinit, aan Mauritanië sinds de staatsgreep,

–  gezien het oprichtingsverdrag van de AU, waarin elke poging tot gewelddadige machtsgreep wordt veroordeeld,

–  gelet op artikel 115, lid 5, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat op 6 augustus 2008 in Mauritanië een staatsgreep heeft plaatsgevonden, waarbij de Mauritaanse president Sidi Mohamed Ould Cheikh Abdallahi werd afgezet door een groep hogere generaals die hij eerder die dag had ontslagen,

B.  overwegende dat de wetgevende verkiezingen van november en december 2006, de senaatsverkiezingen van januari 2007 en de verkiezing van president Sidi Mohamed Ould Cheikh Abdallahi in maart 2007 als eerlijk en transparant zijn bestempeld door de internationale waarnemers, inclusief de waarnemers van de Europese Unie, in het bijzonder de waarnemingsmissies op initiatief van het Europees Parlement, dat zich op die manier garant heeft willen stellen voor de wettelijkheid van deze verkiezingen,

C.  overwegende dat meer dan twee derde van de leden van het Mauritaanse parlement een verklaring hebben ondertekend, waarin zij hun steun betuigen aan de aanvoerder van de coup, Mohamed Ould Abdel Aziz, en zijn medestanders, dat het parlement in juni in een motie van wantrouwen president Abdallahi ertoe had opgeroepen zijn regering te herschikken, en dat 49 parlementsleden ontslag hebben genomen nadat president Abdallahi 12 ministers had aangesteld die deel hadden uitgemaakt van het zeer onpopulaire vroegere regime,

D.  overwegende dat de beslissingen over de politieke, economische en maatschappelijke toekomst van Mauritanië enkel en alleen mogen worden genomen door de verkozen vertegenwoordigers van het volk en dat democratie een bevoegdheidsevenwicht impliceert tussen de uitvoerende en de wetgevende macht, die beide door de kiezer gelegitimeerd zijn,

E.  overwegende dat de staatsgreep plaats heeft gehad in een bedenkelijke economische en sociale context en dat de ontwikkeling de beste garantie biedt voor het welslagen van de democratie,

F.  zijn voldoening uitsprekend over de voortgang die is geboekt op het vlak van de terugkeer van de vluchtelingen en de goedkeuring van de wet tot strafbaarstelling van de slavernij in het land,

G.  gezien de steun van de EU aan de overgang naar democratie en het steunprogramma voor een bedrag van 156 miljoen euro voor de periode 2008/2013 in het kader van het tiende EOF, ter aanvulling van de bestaande hulp en de 335 miljoen euro aan steun die sinds 1985 zijn toegekend,

H.  overwegende dat de Wereldbank voor 175 miljoen dollar aan steun voor Mauritanië heeft geblokkeerd en dat deze opschorting gevolgen zal hebben voor zowat 17 nationale projecten in Mauritanië en de deelneming van het land aan regionale projecten van de Wereldbank, onder meer betreffende plattelandsontwikkeling, gezondheid, onderwijs, infrastructuur en wegenaanleg,

I.  overwegende dat een democratisch Mauritanië een stabiliteitspool zou zijn in een uitermate kwetsbare subregio, met enerzijds de aanwezigheid, in de Sahara, aan de noord-oostelijke grens met Algerije en Mali, van de "Groupe Salafiste pour la Prédication et le Combat" (GSPC), nu uitgegroeid tot Al Qaida in de grote Islamitische Maghreb, en anderzijds de Touareg-rebellen,

J.  overwegende dat het "constitutionele besluit" waarin de junta haar bevoegdheden omschrijft en waarop zij zich beroept om per decreet te regeren, geen enkele rechtsgrondslag heeft,

1.  veroordeelt de militaire staatsgreep door de Mauritaanse generaals, de tweede in dat land in drie jaar tijd, die volstrekt haaks staat op de grondwettelijkheid en de internationaal erkende resultaten van de democratische verkiezingen; betreurt deze tegenslag, vooral gezien de merkbare vooruitgang die de jongste jaren in Mauritanië was geboekt in de totstandbrenging van de democratie en de rechtsstaat; dringt erop aan dat een eind wordt gemaakt aan de huidige politieke spanningen in Mauritanië, binnen het institutionele kader dat het resultaat is van de overgang naar democratie, en dat de grondwettelijke orde en het burgerlijk bewind zo spoedig mogelijk worden hersteld;

2.  dringt aan op onmiddellijke vrijlating van president Sidi Mohamed Ould Cheikh Abdallahi, premier Yahya Ahmed el-Waghef en de andere regeringsleden die nog steeds op verschillende plaatsen onder huisarrest staan;

3.  verlangt volstrekte eerbied voor de grondwettelijkheid van de bevoegdheden van de president en het parlement, hetgeen impliceert dat de mechanismen die het samenspel regelen tussen de president en het parlement, alsook het evenwicht tussen de uitvoerende en de wetgevende macht tot stand komen met inachtneming en in het kader van het grondwet; onderstreept dat de grondwetswijzigingen, die voor meer stabiliteit moeten zorgen, ook volstrekt grondwettelijk moeten zijn en het onderwerp moeten uitmaken van een breed debat tussen alle politieke formaties;

4.  is van mening dat een vrijmoedig en oprecht debat tussen de voornaamste politieke geledingen de routes en de grondwettelijke middelen moet bepalen om een eind te maken aan de crisis;

5.  spreekt zijn voldoening uit over de terugkeer van de vluchtelingen, de goedkeuring van een wet tot strafbaarstelling van de slavernij en het wetsontwerp betreffende de liberalisering van de media; betreurt het achterwege blijven van een democratische regeling voor het "humanitaire tekort" en het geweld in de loop van 1990 tegen de zwarte Mauritaanse gemeenschap, ondanks de beloftes van de president om een onderzoekscommissie in te stellen;

6.  dringt erop aan dat de vluchtelingen die naar Mauritanië zijn teruggekeerd in hun rechten worden hersteld en dat zij de goederen die hun waren ontnomen terugkrijgen;

7.  dringt erop aan dat het Mauritaanse volk, dat al zwaar gebukt gaat onder de economische crisis en de hongersnood, niet nog wordt gegijzeld door de huidige crisis, en verzoekt de Europese Commissie projecten op te starten ter ondersteuning van het maatschappelijke middenveld in het kader van het Europees Instrument voor democratie en mensenrechten;

8.  neemt er kennis van dat de militaire junta nieuwe presidentsverkiezingen heeft aangekondigd, maar betreurt dat zij er geen tijdschema voor heeft vastgesteld en dat zij, in tegenstelling tot de junta die tussen 2005 en 2007 aan de macht is geweest, geen enkele verbintenis is aangegaan om neutrale verkiezingen te garanderen; dringt er bij de militaire machthebbers op aan dat zij zich onverwijld vastleggen op een tijdschema voor het herstel van de democratische instellingen en op de vorming van een overgangsregering in overleg met alle politieke geledingen;

9.  zegt zijn steun toe aan de inspanningen van de AU om door het gezond verstand tot een oplossing van de crisis te komen;

10.  verzoekt de Commissie een politieke dialoog op gang te brengen, overeenkomstig artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou, met als doel de grondwettelijkheid te herstellen, en wenst door de Commissie op de hoogte te worden gehouden van de resultaten van deze dialoog; verlangt dat, indien deze dialoog met een sisser afloopt, artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou opnieuw wordt geactiveerd, hetgeen kan leiden tot het bevriezen van de steun, met uitzondering van de humanitaire en de voedselhulp;

11.  dringt er op aan dat het Voorzitterschap van de Raad van de EU, in nauwe samenwerking met de Afrikaanse Unie, de politieke situatie in het land nauwkeurig blijft volgen en de veiligheid van de EU-ingezetenen waarborgt;

12.  dringt erop aan dat zo spoedig mogelijk een parlementaire delegatie naar Mauritanië wordt gestuurd om er de Mauritaanse collega's te ontmoeten en hun steun te betuigen om uit de crisis te geraken;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, de instellingen van de Afrikaanse Unie, de ECOWAS, de OIF en de VN-Veiligheidsraad.

Juridische mededeling - Privacybeleid