Procedure : 2009/2504(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B6-0051/2009

Ingediende teksten :

RC-B6-0051/2009

Debatten :

PV 14/01/2009 - 8
CRE 14/01/2009 - 8

Stemmingen :

PV 15/01/2009 - 6.3
CRE 15/01/2009 - 6.3

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0025

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 101kWORD 61k
14.1.2009
PE416.176
PE416.179
PE416.181
PE416.182
PE416.183
PE416.184
 
B6‑0028/2009}
B6‑0029/2009}
B6‑0030/2009}
B6‑0031/2009}
B6‑0032/2009} RC1
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 4 van het Reglement door
   Joseph Daul, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Elmar Brok, Charles Tannock, Jana Hybášková, Ioannis Kasoulides, Gunnar Hökmark, Tokia Saïfi en Vito Bonsignore, namens de PPE-DE-Fractie
   Martin Schulz, Pasqualina Napoletano, Hannes Swoboda, Kristian Vigenin, Richard Howitt en Proinsias De Rossa, namens de PSE-Fractie
   Annemie Neyts-Uyttebroeck, namens de ALDE-Fractie
   Roberta Angelilli, Hanna Foltyn-Kubicka, Ryszard Czarnecki, Eugenijus Maldeikis, Inese Vaidere, Eoin Ryan, Mirosław Mariusz Piotrowski en Adam Bielan, namens de UEN-Fractie
   Daniel Cohn-Bendit en Monica Frassoni, namens de Verts/ALE-Fractie
   Francis Wurtz, Luisa Morgantini en Miguel Portas namens de GUE/NGL-Fractie
   Kathy Sinnott
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:
   PSE (B6‑0051/2009)
   Verts/ALE (B6‑0054/2009)
   PPE-DE (B6‑0056/2009)
   GUE/NGL (B6‑0057/2009)
   ALDE (B6‑0058/2009)
   UEN (B6‑0059/2009)
over de situatie in de Gazastrook

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in de Gazastrook 

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over het Midden-Oosten, met name die van 16 november 2006 over de situatie in de Gazastrook(1), 12 juli 2007 over het Midden-Oosten(2), 11 oktober 2007 over de humanitaire situatie in Gaza(3) en 21 februari 2008 over de situatie in de Gazastrook(4),

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad nrs. 242 (1967), 338 (1973) en 1860 van 8 januari 2009,

–  gelet op de vierde Conventie van Genève (1949),

–  gezien het feit dat de stemming over de instemming met verdere deelname van Israël aan EG-programma's is uitgesteld;

–  gezien de verklaring van de Europese Unie van 30 december 2008 over de situatie in het Midden-Oosten,

–  gelet op artikel 103, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Israël op 27 december jl. is begonnen met een militair offensief in de Gazastrook als reactie op raketaanvallen van Hamas op het zuiden van Israël, sinds Hamas in Gaza de controle heeft verworven en na de beëindiging van het staakt-het-vuren en de weigering om de staakt-het-vurenovereenkomst te verlengen,

B.  overwegende dat de Israëlische operatie volgens de laatste berichten tot nu toe ongeveer duizend mensen in Gaza het leven heeft gekost, van wie de meesten kinderen en vrouwen waren, dat er daarnaast duizenden slachtoffers zijn gevallen en dat er huizen, scholen en andere belangrijke civiele infrastructuurvoorzieningen zijn vernield als gevolg van het gebruik van geweld door het Israëlische leger,

C.  overwegende dat de grensovergangen van en naar de Gazastrook nu al achttien maanden zijn gesloten en dat de blokkade van het personen- en goederenverkeer een negatieve invloed heeft gehad op het dagelijkse leven van de inwoners, de economie in de Gazastrook nog verder heeft verlamd, en een wezenlijke verbetering van de situatie op de Westelijke Jordaanoever heeft verhinderd; overwegende dat het embargo tegen de Gazastrook neerkomt op een collectieve straf, hetgeen in strijd is met het internationale humanitaire recht;

D.  overwegende dat verbetering van de levensomstandigheden van de Palestijnen die in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever wonen, in combinatie met het opnieuw op gang brengen van het vredesproces en het opzetten van functionerende Palestijnse instellingen in Gaza, een sleutelelement is in het streven naar totstandbrenging van een rechtvaardige en duurzame vrede tussen Israëliërs en Palestijnen,

E.  overwegende dat de omvangrijke financiële steun van de Europese Unie aan de Palestijnen in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de inspanningen om een humanitaire ramp in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever te voorkomen, overwegende dat de Europese Unie, mede via UNWRA, humanitaire bijstand blijft verlenen in de Gazastrook,

1.  verwelkomt de aanneming van resolutie 1860 van de VN-Veiligheidsraad van 8 januari 2009 en betreurt het dat noch Israël noch de Hamas tot dusver gevolg hebben gegeven aan de oproep van de VN om de vijandelijkheden te staken; roept op tot een onmiddellijk en permanent staakt-het-vuren, dat de stopzetting van de raketaanvallen door Hamas op Israël en van de militaire actie van Israël moet inhouden;

2.  sluit zich aan bij de oproep in resolutie 1860 van de VN-Veiligheidsraad om met spoed regelingen te treffen en waarborgen te geven zodat in Gaza een duurzaam staakt-het-vuren afgekondigd kan worden, dat zich moet uitstrekken tot de terugtrekking van de Israëlische troepen, de blijvende heropening van de grensovergangen, de opheffing van het embargo en het voorkomen van smokkel en illegale invoer van wapens en munitie;

3.  roept op tot de sluiting van een wapenstilstand die moet worden gewaarborgd door een mechanisme dat door de internationale gemeenschap in overleg met het Kwartet en de Arabische Liga moet worden ingesteld en dat zou kunnen voorzien in het sturen van een multinationale troepenmacht, in het kader van een duidelijk mandaat met het oog op het herstel van de veiligheid en de eerbiediging van het staakt-het-vuren voor de inwoners van Israël en Gaza, met een bijzondere verwijzing naar het toezicht op de grens tussen Gaza en Egypte, wat een bijzondere verantwoordelijkheid voor Egypte inhoudt; verzoekt de Raad extra druk uit te oefenen om een einde te maken aan de voortdurende gewelddadigheden; moedigt de diplomatieke inspanningen aan die tot nu toe zijn ondernomen door de internationale gemeenschap, met name Egypte en de EU;

4.  is ontzet over het lijden van de burgerbevolking in Gaza; betreurt met name dat bij de aanvallen burgerdoelen en VN-gebouwen zijn getroffen en spreekt zijn medeleven uit met de burgerbevolking die te lijden heeft onder het geweld in Gaza en Zuid-Israël;

5.  dringt er bij de Israëlische autoriteiten met klem op aan een onbelemmerde toegang tot humanitaire hulp aan de Gazastrook toe te staan en een gestage en toereikende aanvoer van hulp via de humanitaire corridor in Rafah te garanderen; verzoekt de Israëlische autoriteiten met klem de internationale pers toe te laten om de gebeurtenissen ter plaatse te blijven volgen;

6.  roept Israël op zijn uit het internationale recht en het internationale humanitaire recht voortvloeiende verplichtingen na te komen; roept Hamas op een eind te maken aan de raketaanvallen en zijn verantwoordelijkheid te nemen door mee te werken aan een politieke oplossing gericht op hervatting van de dialoog tussen Palestijnen onderling en het op gang brengen van onderhandelingen;

7.  pleit voor een sterkere en meer eensgezinde politieke rol van de Europese Unie en verzoekt de Raad van de gelegenheid gebruik te maken om met de nieuwe Amerikaanse regering samen te werken om een einde te maken aan het conflict via een overeenkomst op basis van de tweestatenoplossing, met als doel een nieuwe vreedzame regionale veiligheidsstructuur in het Midden-Oosten op te bouwen;

8.  benadrukt het grote belang van een hervatting van de inspanningen om een verzoening tot stand te brengen tussen de Palestijnen met alle componenten van de Palestijnse maatschappij, gebaseerd op de overeenkomst van Mekka van februari 2007, die voorziet in de aanvaarding van de vroegere overeenkomsten onder meer inzake het bestaansrecht van Israël; onderstreept in dit verband de noodzaak van een permanente geografische verbinding tussen, en de vreedzame en duurzame politieke hereniging van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever;

9.  benadrukt dat alleen daadwerkelijke vooruitgang op de weg naar vrede en aanzienlijke verbetering van de situatie ter plaatse op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, de legitimiteit van de Palestijnse Autoriteit kan versterken;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de VN, de gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten, de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit, de Palestijnse Wetgevende Raad, de Israëlische regering, de Knesset, de regering en het parlement van Egypte en de secretaris-generaal van de Arabische Liga.

(1) Aangenomen teksten: P6-TA(2006)0492.
(2) Aangenomen teksten: P6-TA(2007)0350.
(3) Aangenomen teksten: P6-TA(2007)0430.
(4) Aangenomen teksten: P6-TA(2008)0064.

Juridische mededeling - Privacybeleid