Procedure : 2009/2560(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B6-0152/2009

Ingediende teksten :

RC-B6-0152/2009

Debatten :

PV 24/03/2009 - 11
CRE 24/03/2009 - 11

Stemmingen :

PV 25/03/2009 - 3.20
CRE 25/03/2009 - 3.20
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0186

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 107kWORD 61k
23.3.2009
PE420.438
PE420.440
PE423.011
PE423.012
 
B6‑0152/2009}
B6‑0153/2009}
B6‑0154/2009}
B6‑0155/2009} RC1
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 4 van het Reglement door
   Werner Langen, Giles Chichester, Stefano Zappalà, Amalia Sartori en Ivo Belet, namens de PPE-DE-Fractie
   Martin Schulz en Robert Goebbels, namens de PSE-Fractie
   Jorgo Chatzimarkakis, Lena Ek, Patrizia Toia en Anne Laperrouze, namens de ALDE-Fractie
   Ewa Tomaszewska, Adam Bielan, Cristiana Muscardini, Roberta Angelilli, Mario Borghezio, Antonio Mussa en Mieczysław Edmund Janowski, namens de UEN-Fractie
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:
   UEN (B6‑0152/2009)
   PPE-DE (B6‑0153/2009)
   ALDE (B6‑0154/2009)
   PSE (B6‑0155/2009)
over de toekomst van de automobielindustrie

Resolutie van het Europees Parlement over de toekomst van de automobielindustrie 

Het Europees Parlement,

–  gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 februari 2005 aan de Europese Voorjaarsraad “Samen werken aan werkgelegenheid en groei – Een nieuwe start voor de Lissabon-strategie” (COM(2005)24),

–  gezien de conclusies van de groep op hoog niveau CARS 21 van 12 december 2005 en de conclusies van de conferentie op hoog niveau met een tussentijdse evaluatie van 29 oktober 2008,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 januari 2008 over CARS 21: een concurrerend regelgevingskader voor de automobielindustrie (2007/2120(INI)),

–  gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel van 15 en 16 oktober 2008,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 29 oktober 2008 “Van financiële crisis naar herstel: een Europees actiekader” (COM(2008) 706),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan de Europese Raad van 26 november 2008 “Een Europees economisch herstelplan” (COM(2008) 800),

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 17 december 2008 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto’s, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (COM(2007)0856 – C6-0022/2008 – 2007/0297(COD)),

–  gezien zijn op 17 december 2008 in eerste lezing aangenomen standpunt met het oog op de goedkeuring van Verordening (EG) nr. .../2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto’s, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken,

–  gezien de verklaringen van de Raad en de Commissie van 4 februari 2009 over de gevolgen van de financiële crisis voor de automobielindustrie,

–  gezien de conclusies van de Raad Mededinging van 5 en 6 maart 2009 over de automobielindustrie,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 februari 2009 “Aanpak van de crisis in de Europese automobielindustrie” (COM(2009) 104),

–  gezien de conclusies van de op 16 januari 2009 in Brussel gehouden bijeenkomst van de Europese ministers van Industrie met de vicevoorzitter van de Commissie, de heer Günter Verheugen, over de situatie in de automobielsector,

–   gezien de op 29 januari 2009 door de Vereniging van Europese autofabrikanten gepubliceerde statistieken over de verkoop van auto’s in 2008,

–  gelet op artikel 103, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Europa wordt geconfronteerd met een uitzonderlijke en diepe financiële en economische crisis,

B.  overwegende dat de Europese financiële markt momenteel niet naar behoren werkt, met name wat leningactiviteiten betreft,

C.   overwegende dat de Europese automobielindustrie en haar toeleveranciers bijzonder worden getroffen door de gevolgen van de huidige crisis, terwijl zij een sector zijn van de Europese economie die in aanzienlijke mate bijdraagt tot de werkgelegenheid, innovatie en concurrentie van de gehele economie,

D.   overwegende dat de automobielsector in de EU een structurele overcapaciteit heeft en dat 2009 naar verwachting opnieuw een aanzienlijke afname van de vraag naar auto’s zal laten zien en dientengevolge een daling van de productie, waardoor de druk op de werkgelegenheid en de investeringsniveaus in de EU onvermijdelijk zal toenemen,

E.   overwegende dat de Europese automobielindustrie de grootste particuliere investeerder in O&O in de Europese Unie is en dat de Europese fabrikanten van personenwagens en bedrijfswagens hoge investeringsniveaus moeten handhaven in het licht van regelgevings- en marktvereisten, met name met het oog op overgang naar een wagenpark met lage emissies,

F.   overwegende dat het in december van vorig jaar goedgekeurde wetgevingspakket inzake hernieuwbare energie en klimaatverandering een essentiële rol zal spelen bij het stimuleren van groene investeringen met het oog op energiebesparingen in de automobielindustrie,

G.  overwegende dat de Europese automobielindustrie direct en indirect werk geeft aan 12 miljoen werknemers, wat overeenkomt met 6% van de werkende bevolking in de Europese Unie, en dat momenteel miljoenen banen op de tocht staan, waaronder veel hooggekwalificeerde banen, die niet verloren mogen gaan,

H.   overwegende dat er een aanzienlijk potentieel is voor het scheppen van arbeidsplaatsen door de invoering van groenere technologieën in de automobielsector,

I.   overwegende dat de Europese automobielindustrie van essentieel belang is voor de Europese economie vanwege het multiplicatoreffect voor overige sectoren en industrieën, met name het bestaan van honderdduizenden kleine en middelgrote ondernemingen,

J.  overwegende dat sommige lidstaten zijn begonnen met de goedkeuring van nationale maatregelen om de automobielindustrie te ondersteunen,

K.   overwegende dat de hoofdverantwoordelijkheid voor de aanpak van de crisis bij de industrie ligt,

L.   overwegende dat de Commissie momenteel onderhandelt over verdere liberalisering van de handel in het kader van de Doharonde en een vrijhandelsakkoord met Zuid-Korea,

1.  erkent dat de automobielindustrie onder zware druk is komen te staan door de huidige economische en financiële crisis, met name door een sterke afname van de vraag naar motorvoertuigen maar ook door haar productieovercapaciteit, problemen om toegang te krijgen tot kredietfinanciering en structurele problemen van voor de crisis;

2.   onderstreept dat het om een crisis op Europees niveau gaat; wijst er daarom op dat het van belang is dat de EU-lidstaten onderling samenhangende en gecoördineerde initiatieven ten behoeve van de automobielindustrie nemen en dringt aan op een echt Europees actiekader om concrete stappen te nemen zodat zowel op EU-niveau als op het niveau van de lidstaten afdoende maatregelen kunnen worden getroffen;

3.   merkt met toenemende bezorgdheid op dat sommige kortetermijnmaatregelen van lidstaten op nationaal niveau de concurrentie op de interne markt zouden kunnen verstoren waardoor de concurrentiepositie op de lange termijn wordt ondermijnd, en dringt er derhalve bij de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat verdere maatregelen coherent, doelmatig en gecoördineerd zijn;

4.   is in dit verband verheugd over het tijdelijk kader voor de beoordeling van staatssteun dat is vastgesteld als onderdeel van het Europees economisch herstelplan;

5.   waardeert het recente initiatief en de aanpak van de Commissie met betrekking tot de organisatie van de ministersvergadering op 13 maart 2009, waarop de EU-commissarissen, de ministers van economie en industrie en de vertegenwoordigers van de betrokken bedrijven aanwezig zullen zijn en die een efficiënte politieke reactie vormt doordat de inspanningen van de lidstaten en de door de crisis in de automobielindustrie getroffen bedrijven worden gecoördineerd;

6.   verzoekt de Raad en de Commissie de financiële steun voor de automobielindustrie te bespoedigen, te vereenvoudigen en op te trekken, met name via de Europese Investeringsbank en door overheidsgaranties voor leningen tegen een lage rente; dringt er bij de Commissie en de Raad op aan om een vereenvoudiging van de administratieve procedure voor het aanvragen van leningen te vragen; is van mening dat de financiële steun, met name via leningen, de vraag naar nieuwe auto’s zal helpen stimuleren ten voordele van de economische groei, het milieu en de verkeersveiligheid;

7.  dringt erop aan dat de EIB voldoende aandacht besteed aan de mkb’s die verbonden zijn met de automobielsector, zodat ze toegang kunnen blijven hebben tot kredieten, en verzoekt de lidstaten de kredietverleningscapaciteit van de EIB op te trekken zodat deze groot genoeg is om te kunnen voorzien in de financiële behoeften op middellange termijn van de automobielindustrie;

8.  onderstreept dat alle financiële of fiscale maatregelen, waaronder sloopregelingen, de noodzakelijke technologische omvorming van de sector moeten ondersteunen en versnellen, met name op het gebied van energie-efficiëntie en de verlaging van emissies, in volledige overeenstemming met de recent vastgestelde wetgeving;

9.  herbevestigt dat het beleid, zowel op EU- als op nationaal niveau, moet bijdragen aan het aanpakken van de herstructurerings- en omschakelingsfase waarmee de automobielindustrie en haar toeleveranciers worden geconfronteerd ten gevolge van een zeer concurrerend ondernemingsklimaat, en verzoekt de sector om een samenhangende ondernemingsstrategie te ontwikkelen en deze aanpassingen op een maatschappelijk verantwoorde manier en in nauw overleg met de vakbonden door te voeren;

10.  onderstreept dat de vakbonden ten volle bij de aan de gang zijnde discussies moeten worden betrokken en verzoekt de Commissie een echt Europese sociaal overleg over deze sector te ondersteunen, met name in de context van de huidige crises;

11.  verzoekt de Commissie toe te zien op een optimale aanwending van de beschikbare Europese fondsen ter ondersteuning van de werkgelegenheid (Cohesiefonds, Structuurfonds, Sociaal Fonds of Fonds voor aanpassing aan de globalisering) in het kader van een evenwichtige implementatie van alle “prioriteiten van Lissabon”, en de toegang tot deze fondsen te versoepelen, te verbeteren en te bespoedigen; is van mening dat deze fondsen moeten bijdragen tot programma’s om werknemers in een vroeg stadium bij- en om te scholen, waar en wanneer werktijdverkorting moet worden toegepast;

12.  herbevestigt dat de automobielindustrie behoefte heeft aan voortdurende investeringen in O&O-programma’s die de best mogelijke oplossingen inzake kwaliteits-, veiligheids- en milieuprestaties opleveren met het oog op een duurzaam concurrerend kader, en verzoekt de Commissie daarom in dat verband de toegang tot EU-steuninstrumenten voor O&O en innovatie, zoals het zevende kaderprogramma, te versoepelen, te verbeteren en te bespoedigen;

13.  verzoekt de Commissie richtsnoeren en aanbevelingen op te stellen voor maatregelen ter bevordering van een gecoördineerde aanpak van de vernieuwing van het wagenpark, zoals sloopregelingen en andere marktstimulansen, die op korte termijn een positief effect op de vraag van de consumenten naar nieuwe motorvoertuigen hebben en die de leasingmarkt voor motorvoertuigen nieuw leven moeten inblazen; verzoekt de Commissie toezicht uit te oefenen op de nationale maatregelen die in dit verband reeds worden toegepast, teneinde verstoring van de interne markt te voorkomen;

14.  bevestigt dat de dialoog en de aan de gang zijnde besprekingen met derde landen en met de voornaamste handelspartners van de EU over de toekomst van de automobielsector moeten worden geïntensiveerd, en verzoekt de Commissie daarom de ontwikkelingen in niet-EU-landen, en met name in de Verenigde Staten en Azië, op de voet te volgen teneinde gelijke concurrentievoorwaarden op internationaal niveau te garanderen, zonder protectionisme of discriminerende maatregelen op de wereldmarkt voor auto’s;

15.  verzoekt de Commissie voor een evenwichtige en billijke overeenkomst tussen de Europese Unie en Zuid-Korea te zorgen alvorens het vrijhandelsakkoord wordt gesloten;

16.  verwelkomt het CARS 21-proces, waarbij een industrieel beleid op lange termijn op Europees niveau wordt ontwikkeld; verzoekt de Commissie dit strategisch plan op lange termijn constant te implementeren, te monitoren en te herzien teneinde het toekomstige concurrentievermogen van en duurzame werkgelegenheid in de Europese automobielindustrie te garanderen;

17.  verzoekt de Commissie de beginselen van betere regelgeving volledig toe te passen en dus, overeenkomstig de aanbevelingen van CARS 21, een grondige effectbeoordeling van toekomstige EU-motorvoertuigenwetgeving te verrichten teneinde voor rechtszekerheid en voorspelbaarheid in de automobielsector te zorgen;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

Juridische mededeling - Privacybeleid