Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B7-0040/2010Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B7-0040/2010

    GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE over schendingen van de mensenrechten in China, met name de zaak van Liu Xiaobo

    20.1.2010

    ingediend overeenkomstig artikel 122, lid 5, van het Reglement
    ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:
    PPE (B7‑0040/2010)
    ALDE (B7‑0041/2010)
    Verts/ALE (B7‑0051/2010)
    ECR (B7‑0053/2010)
    GUE/NGL (B7‑0054/2010)
    EFD (B7‑0055/2010)

    Tunne Kelam, Mario Mauro, Laima Liucija Andrikienė, Cristian Dan Preda, Bernd Posselt, Filip Kaczmarek, Eija-Riitta Korhola, Monica Luisa Macovei, Jean-Pierre Audy, László Tőkés, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska namens de PPE-Fractie
    Renate Weber, Frédérique Ries, Ramon Tremosa i Balcells, Marielle De Sarnez namens de ALDE-Fractie
    Heidi Hautala, Barbara Lochbihler, Helga Trüpel, Philippe Lamberts, Daniel Cohn-Bendit namens de Verts/ALE-Fractie
    Charles Tannock namens de ECR-Fractie
    Marie-Christine Vergiat, Gabriele Zimmer namens de GUE/NGL-Fractie
    Fiorello Provera namens de EFD-Fractie
    Edward McMillan-Scott namens de Niet-ingeschrevenen


    Procedure : 2010/2513(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    RC-B7-0040/2010
    Ingediende teksten :
    RC-B7-0040/2010
    Aangenomen teksten :

    Resolutie van het Europees Parlement over schendingen van de mensenrechten in China, met name de zaak van Liu Xiaobo

    Het Europees Parlement,

    –    onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over China, in het bijzonder die van 13 december 2007 over de EU-China-top - De mensenrechtendialoog tussen de EU en China, en van 26 november 2009 over de rechten van minderheden en de toepassing van de doodstraf,

    –    onder verwijzing naar zijn resolutie van 6 september 2007 over het functioneren van de mensenrechtendialogen en het mensenrechtenoverleg met derde landen,

    –    gezien de verklaring die het Voorzitterschap op 19 december 2008 namens de Europese Unie heeft afgelegd over Charta 08 en de arrestatie van strijders voor de mensenrechten,

    –    gezien de EU-China-top in mei 2009 in Praag,

    –    gezien de verklaringen van het Voorzitterschap namens de Europese Unie over de vervolging van Liu Xiaobo van 26 juni 2009 en 14 december 2009,

    –    gezien het EU-China-seminar van 18-19 november 2009 en de mensenrechtendialoog tussen de EU en China van 20 november 2009,

    –    gezien de verklaring van het Voorzitterschap namens de Europese Unie van 29 december 2009 over de terechtstelling van Akmal Shaikh,

    –    gelet op artikel 122, lid 5 van zijn Reglement,

    A.  overwegende dat Liu Xiaobo, een prominent mensenrechtenactivist en wetenschapper, en medeopsteller van "Charta 08", op 8 december 2008 onder "huisarrest" is geplaatst op een onbekende locatie in Beijing, een vorm van voorarrest die wel zes maanden kan duren zonder dat betrokkene formeel in staat van beschuldiging is gesteld,

    B.  overwegende dat Liu Xiaobo op 23 juni 2009 is gearresteerd en op 24 juni 2009 is beschuldigd van het "aanzetten tot ondermijning van de staatsmacht" krachtens artikel 105 van het Wetboek van strafrecht,

    C.  overwegende dat Liu Xiaobo een van de 303 ondertekenaars is van Charta 08, een petitie waarin wordt opgeroepen tot een hervorming van de grondwet, democratisering en bescherming van de mensenrechten, die vervolgens is ondertekend door meer dan 10.000 Chinese burgers,

    D.  overwegende dat de gewone volksrechtbank nr. 1 van de gemeente Beijing op 25 december 2009 Liu Xiaobo schuldig bevond aan het "aanzetten tot ondermijning van de staatsmacht" en hem tot 11 jaar gevangenisstraf veroordeelde; overwegende dat de regering de veroordeling van Liu baseert op zijn rol bij het opstellen en organiseren van de ondertekening van Charta 08 en op zes door hem tussen 2005 en 2007 gepubliceerde essays waarin hij kritiek uitoefent op de Chinese regering,

    E.  overwegende dat Liu's vrouw en personeel van een dozijn buitenlandse ambassades in Beijing de wens hebben geuit het proces bij te wonen, maar dat hun de toegang tot de rechtszaal werd ontzegd,

    F.  overwegende dat op dit vonnis veel kritiek is geuit door binnenlandse internetbloggers, internationale middenveldorganisaties en buitenlandse regeringen en dat Liu Xiaobo beroep heeft aangetekend tegen de uitspraak van de rechtbank,

    G.  overwegende dat de voormalige Tsjechische president Vaclav Havel, die een verzoek om de invrijheidstelling van Liu Xiaobo wilde overhandigen, de toegang tot de ambassade van de Volksrepubliek China in Praag is ontzegd,

    H.  overwegende dat de Chinese autoriteiten geen gehoor hebben gegeven aan de herhaalde oproepen van de EU en een van haar lidstaten om het doodvonnis dat is uitgesproken tegen Akmal Shaikh om te zetten in een andere straf,

    I.  overwegende dat een Chinese ambtenaar enkele dagen geleden voor het eerst heeft toegegeven dat Gao Zhiseng, een christelijke mensenrechtenactivist die is bekroond met de Nobelprijs voor de vrede, verdwenen is,

    J.  overwegende dat in december ook andere gevallen van schending van de mensenrechten in China hebben plaatsgevonden, zoals de intimidatie van leden van het Mensenrechtenforum van Guizhou om te verhinderen dat zij zoals gepland de Dag van de mensenrechten zouden vieren, alsook de mishandeling in zijn cel van Qi Choghuai, een verslaggever en voormalig hoofd van het Bureau van de Fazhi Morning Post in Shandong,

    K.  overwegende dat de Chinese autoriteiten vóór de viering van 60 jaar Volksrepubliek op 1 oktober het toezicht op en de intimidatie en inhechtenisneming van activisten hebben opgevoerd om te voorkomen dat zij de mensenrechtensituatie aan de kaak zouden stellen; overwegende dat bij die gelegenheid volgens Amnesty International enkele honderden activisten en dissidenten onder verschillende vormen van toezicht en huisarrest zijn geplaatst,

    L.  overwegende dat de Volksrepubliek in april 2009 om haar kandidatuur voor het lidmaatschap van de Raad voor de rechten van de mens te ondersteunen een document heeft voorgelegd aan de Verenigde Naties, waarin zij aanvoert dat de Volksrepubliek China "zich inzet voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden van het Chinese volk",

    M.  overwegende dat Google op 13 januari 2010 heeft bekendgemaakt van plan te zijn niet langer met de Chinese internetcensuur samen te werken en dit in verband bracht met goed georganiseerde cyberaanvallen op zijn computersystemen, die naar wordt vermoed hun oorsprong in China hebben en voor een deel waren gericht tegen Gmail user accounts van mensenrechtenactivisten,

    N.  overwegende dat de EU de belangrijkste handelspartner van en de grootste investeerder in China is en dat China de op een na grootste handelspartner van de EU is; tevens overwegende dat de kwestie van democratische hervormingen, eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat op de achtergrond is geraakt door de handel en de economische betrekkingen,

    O.  overwegende dat de in 2000 ingestelde mensenrechtendialoog tussen de EU en China tot dusver nauwelijks resultaten heeft opgeleverd; overwegende dat dit gebrek aan resultaten mede het gevolg is van een ongecoördineerd en ondoelmatig buitenlands beleid van de EU tegenover China,

    1.  roept op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke invrijheidstelling van Liu Xiaobo en verklaart zich solidair met zijn vreedzame acties en initiatieven voor democratische hervormingen en de bescherming van de mensenrechten; veroordeelt de gerechtelijke intimidatie waarvan hij het slachtoffer is ten sterkste;

     

    2.  uit tegelijk zijn sympathie voor de Chinezen die openlijk uiting hebben gegeven aan hun onvrede over de veroordeling van Liu Xiaobo;

     

    3.  roept de autoriteiten van de Volksrepubliek China op om de toezeggingen die tegenover de Raad voor de rechten van de mens zijn gedaan gestand te doen en zich te houden aan de bepalingen van de Verklaring van de Verenigde Naties over de verdedigers van de mensenrechten, die door de Algemene Vergadering van de VN op 9 december 1998 is aangenomen;

     

    4.  dringt er met klem bij de Volksrepubliek China op aan ervoor te zorgen dat de mensenrechten en fundamentele vrijheden worden geëerbiedigd en roept haar op het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten te ratificeren;

     

    5.  betreurt het dat China in het kader van hun universele periodieke evaluatie van juni 2009 alle aanbevelingen van de VN-lidstaten betreffende de vrijheid van meningsuiting en van vereniging, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, waarborgen voor juridische beroepsbeoefenaars, bescherming van verdedigers van de mensenrechten, rechten van etnische minderheden, afschaffing van de doodstraf, afschaffing van heropvoeding door arbeid, verbod op foltering, vrijheid van de media en daadwerkelijke bestrijding van discriminatie van de hand heeft gewezen;

     

    6.  veroordeelt de terechtstelling van Akmal Shaikh ten scherpste en herhaalt absoluut en voor altijd tegen de toepassing van de doodstraf te zijn, wat de omstandigheden ook zijn; is ervan overtuigd dat de afschaffing van de doodstraf een integraal onderdeel van de eerbiediging van de mensenrechten en de bescherming van de menselijke waardigheid is, en wel in alle landen;

     

     

    7.  verwelkomt het voornemen van Google om niet langer met de Chinese autoriteiten samen te werken bij het filteren en censureren van het internet en dringt er met klem bij alle andere bedrijven op aan dezelfde stap te zetten; roept de Volksrepubliek China op de vrijheid van meningsuiting op het internet te eerbiedigen; verklaart zich solidair met China's internetgebruikers die het meest te lijden zullen hebben onder het voorgenomen vertrek van Google;

     

    8.  wijst erop dat de Chinese regering in april 2009 haar eerste Nationale actieplan voor de mensenrechten (2009-2010) heeft gepubliceerd, dat ten doel heeft een betere bescherming van de burgerrechten, het beëindigen van willekeurige arrestaties, het verbieden van foltering als middel om bekentenissen los te krijgen en het waarborgen van eerlijke en openbare processen;

     

    9.  benadrukt dat de situatie van de mensenrechten in China aanleiding blijft geven tot ernstige bezorgdheid en roept de Raad en de Commissie op om het geval van Liu Xiaobo aan de orde te stellen op de eerstvolgende EU-China-top; neemt kennis van de vorige ronden van de mensenrechtendialoog met China en van de mensenrechtendialoog tussen de EU en China van 20 november; onderstreept de noodzaak om in de perioden tussen alle dialogen strikt toe te zien op de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen;

     

    10.  onderstreept de noodzaak een begin te maken met een volledige evaluatie en versterking van de EU-China mensenrechtendialoog; wenst dat de zaak van verdedigers van de mensenrechten tijdens deze dialogen systematisch aan de orde wordt gesteld en herinnert aan de gevangenzetting van de Sacharov-prijswinnaar 2008 Hu Jia en de intimidatie van zijn vrouw Zeng Jinyan;

     

    11.  is van mening dat de ontwikkeling van de economische betrekkingen met China samen moet gaan met een daadwerkelijke politieke dialoog en wenst dat de eerbiediging van de mensenrechten integraal deel uitmaakt van de nieuwe kaderovereenkomst waarover momenteel met China wordt onderhandeld;

     

    12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, de Voorzitter van de Raad van de Europese Unie, de Commissie en de president, de premier en het Nationaal Volkscongres van de Volksrepubliek China.