Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B7-0571/2010Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B7-0571/2010

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE over Oekraine

19.10.2010

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 4, van het Reglement
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:
ALDE (B7‑0571/2010)
Verts/ALE (B7‑0575/2010)
ECR (B7‑0577/2010)
PPE (B7‑0578/2010)

Elmar Brok, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Michael Gahler, Ioannis Kasoulides, György Schöpflin, Lena Kolarska-Bobińska, Joachim Zeller, Vytautas Landsbergis, Cristian Dan Preda, Traian Ungureanu, Jacek Protasiewicz, Inese Vaidere namens de PPE-Fractie
Johannes Cornelis van Baalen, Adina-Ioana Vălean, Ramon Tremosa i Balcells namens de ALDE-Fractie
Werner Schulz, Rebecca Harms namens de Verts/ALE-Fractie
Charles Tannock namens de ECR-Fractie


Procedure : 2010/2934(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
RC-B7-0571/2010
Ingediende teksten :
RC-B7-0571/2010
Aangenomen teksten :

Resolutie van het Europees Parlement over Oekraine

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Oekraïne,

–   onder verwijzing naar Resolutie 1755 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over de werking van de democratische instellingen in Oekraïne, die op 5 oktober 2010 is goedgekeurd,

–   gezien het verslag van het comité van toezicht van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, dat op 9 september 2010 is goedgekeurd,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad over Oekraïne van 16 september 2010,

–   gezien de verklaring en de aanbevelingen die naar buiten zijn gebracht na afloop van de veertiende bijeenkomst van het parlementair samenwerkingscomité EU‑Oekraïne op 22 en 23 maart 2010 in Brussel,

–   gezien de ultieme wijzigingen in de Oekraïnse kieswet die in juni 2010, kort vóór de gemeenteraadsverkiezingen, door het Oekraïnse parlement zijn aangenomen,

–   gezien de gezamenlijke verklaring die op 4 december 2009 is aangenomen op de top EU‑Oekraïne in Kiev,

–   gezien de gezamenlijke verklaring over het Oostelijk partnerschap, dat op 7 mei 2009 in Praag gelanceerd werd,

–   gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Unie en Oekraïne, die op 1 maart 1998 in werking is getreden, en de lopende onderhandelingen over een associatieovereenkomst, die in de plaats moet komen van de PSO,

–   gezien het nationaal indicatief programma 2011‑2013 voor Oekraïne,

–   gelet op artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Oekraïne voor de EU een Europees land van strategisch belang is; overwegende dat Oekraïne, door zijn grootte, hulpbronnen, bevolking en geografische ligging, een onderscheidende positie in Europa inneemt en een bepalende regionale speler is,

B.  overwegende dat zowel de nieuwgekozen president van Oekraïne, Viktor Janoekovitsj, als het parlement van Oekraïne (de Verchovna Rada) de wil van Oekraïne om toe te treden tot de EU hebben bevestigd,

C. overwegende dat beweerd wordt dat democratische vrijheden, zoals de vrijheid van vergadering, de vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid, de afgelopen maanden in gevaar zijn gekomen,

D. overwegende dat er sinds de presidentsverkiezingen steeds zorgwekkender aanwijzingen zijn voor een uitholling van democratie en pluralisme, zoals met name blijkt uit de behandeling van sommige NGO's en individuele klachten van journalisten over pressie van uitgevers of eigenaars van mediakanalen om over bepaalde feiten al dan niet verslag uit te brengen, alsook de toegenomen en politiek geïnspireerde activiteiten van de Oekraïnse veiligheidsdienst en het misbruik van administratieve en gerechtelijke middelen voor politieke doeleinden,

E.  overwegende dat het presidentieel regeringsstelsel door de uitspraak van het Oekraïnse Constitutioneel Hof van 1 oktober 2010 in ere is hersteld; overwegende dat het tot stand brengen van een democratisch, doelmatig en duurzaam stelsel van wederzijdse controles en tegenwichten een prioriteit moet blijven en dat het proces om dit te verwezenlijken open, inclusief en toegankelijk moet zijn voor alle politieke partijen en actoren in Oekraïne,

F.  overwegende dat op 31 oktober 2010 regionale en gemeenteraadsverkiezingen in Oekraïne plaatsvinden; overwegende dat er kritiek is geuit op bepaalde aspecten van de organisatie van deze verkiezingen;

G. overwegende dat de OVSE-vertegenwoordiger voor mediavrijheid op 13 oktober 2010 heeft verklaard dat Oekraïne een grote mate van mediavrijheid heeft bereikt, maar dat het land op korte termijn maatregelen moet nemen om deze vrijheid te waarborgen, en de Oekraïnse regering heeft opgeroepen af te zien van pogingen om media-inhoud te beïnvloeden of te censureren, overeenkomstig de internationale normen inzake mediavrijheid en de beloften betreffende mediavrijheid in het kader van de OVSE,

1.  onderstreept dat Oekraïne sterke historische, culturele en economische banden heeft met de Europese Unie, dat het een van de belangrijkste partners van de Unie is in haar oostelijke nabuurschapsomgeving, en dat het een aanzienlijke invloed uitoefent op de veiligheid, de stabiliteit en de welvaart van het gehele continent;

2.  spreekt zijn bezorgdheid uit over het toenemende aantal beschuldigingen en geloofwaardige meldingen dat democratische vrijheden en rechten, zoals de vrijheid van vergadering, de vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid, de afgelopen maanden in gevaar zijn gekomen;

3.  dringt er bij de autoriteiten op aan alle meldingen van inbreuken op rechten en vrijheden diepgaand te onderzoeken en vastgestelde overtredingen aan te pakken, alsmede de rol van de Oekraïnse veiligheidsdienst te onderzoeken met betrekking tot inmenging in het democratische proces;

4.  maakt zich zorgen over recente ontwikkelingen die de mediavrijheid en het mediapluralisme zouden kunnen ondermijnen; verzoekt de autoriteiten met klem al het nodige te doen om deze essentiële aspecten van een democratische samenleving te verdedigen en af te zien van pogingen om direct of indirect invloed uit te oefenen op de inhoud van de berichtgeving in de nationale media; onderstreept dat een herziening van de wetgeving inzake de mediasector dringend noodzakelijk is, en is daarom verheugd over een recent voorstel voor de invoering van een publiek omroepbestel in Oekraïne; is ingenomen met de publiek gedane toezegging van de Oekraïnse autoriteiten dat het wettelijke kader dat voor de oprichting van een publieke omroep nodig is, aan het eind van het jaar voltooid is; dringt er bij de autoriteiten op aan ervoor te zorgen dat rechtszaken niet resulteren in de selectieve intrekking van uitzendfrequenties en alle besluiten of benoemingen die tot belangenverstrengelingen zouden kunnen leiden, opnieuw tegen het licht te houden;

5.  verzoekt de regering van Oekraïne de wetgeving inzake mediavrijheid aan te passen aan de OVSE-normen;

6.  uit zijn bezorgdheid over het gewelddadig neerslaan van de vreedzame betogingen afgelopen mei en juni tegen de vermeende illegale aanleg van een weg door het Gorki-park in Charkiv in het kader van de voorbereiding van het Europees voetbalkampioenschap in 2012, wat ertoe heeft geleid dat activisten door de veiligheidskrachten en andere ordehandhavingsdiensten werden lastiggevallen en gearresteerd;

7.  betreurt het dat de regels voor de verkiezingen nog steeds ter discussie staan, en wijst erop dat de bestaande kieswet, die in augustus 2010 is gewijzigd, door OVSE/ODIHR wordt gezien als stap terug vergeleken bij eerdere wetgeving en resulteert in een onduidelijk en onvolledig wettelijk kader; roept de autoriteiten op te zorgen voor een evenwichtige samenstelling van de verkiezingsadministraties op alle niveaus, met inbegrip van de hoogste posities; verzoekt de autoriteiten met klem aanvullende maatregelen te overwegen voor het vergroten van het vertrouwen van kandidaten en kiezers in het verkiezingsproces, zoals de toelating tot de verkiezingen van gevestigde politieke bewegingen onder hun eigen naam en het aanbrengen van een duidelijk onderscheid tussen de kandidatenlijsten; vindt het daarom verheugend dat de Oekraïnse autoriteiten de stap hebben gezet om internationale waarnemers uit te nodigen die de verkiezingen zullen volgen en de feitelijke gebeurtenissen ter plaatse nauwgezet zullen onderzoeken;

8.  onderstreept de noodzaak van versterking van de geloofwaardigheid, de stabiliteit, de onafhankelijkheid en de doeltreffendheid van de instellingen, om zo de democratie en de rechtstaat te waarborgen en een consensueel constitutioneel hervormingsproces te bevorderen, gebaseerd op een duidelijke scheiding der machten en doeltreffende wederzijdse controles en tegenwichten tussen de overheidsinstellingen; beklemtoont dat samenwerking met de Europese Commissie voor democratie door middel van het recht (Venetië-commissie) van cruciaal belang is om ervoor te zorgen dat de wetgevingshervormingen die op dit moment worden voorbereid volledig in overeenstemming zijn met de Europese normen en waarden; verzoekt alle relevante politieke belanghebbenden, waaronder regering en oppositie, aan dit proces mee te werken, en verzoekt de Oekraïnse autoriteiten de Venetië-commissie om advies te vragen over de definitieve versie van wetsontwerpen;

9.  verzoekt de Raad en de Commissie met klem een routekaart vast te stellen voor de invoering van visumvrij reizen voor Oekraïners, met als tussentijdse doelstelling de afschaffing van de bestaande visumleges; onderstreept evenwel dat moet worden voldaan aan de bepalingen die in een dergelijke overeenkomst worden opgenomen; is vol vertrouwen dat dit proces zal worden vergemakkelijkt door een consolidering van de democratische ontwikkelingen in Oekraïne;

10. benadrukt het centrale belang van de Europese integratie van Oekraïne voor de totstandkoming van economische, sociale en politieke hervormingen in Oekraïne; hoopt daarom dat er op de volgende top EU‑Oekraïne op 22 november 2010 in Brussel aanzienlijke vooruitgang wordt geboekt met het oog op de spoedige totstandkoming van een associatieovereenkomst; verzoekt daarom de Commissie en Oekraïne hun inspanningen ten behoeve van de uitvoering van de associatieagenda EU‑Oekraïne te vergroten;

11. maakt zich zorgen over de gevallen van geweld tegen en intimidatie van journalisten, en de verdwijning van verslaggever Vasyl Klymentiev van Novy Styl op 11 augustus 2010; vertrouwt erop dat de Oekraïnse autoriteiten al het nodige zullen doen om het onderzoek naar zijn verdwijning af te ronden;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de president, de regering en het parlement van Oekraïne en de parlementaire vergaderingen van de Raad van Europa en de OVSE.