Procedure : 2010/2963(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0073/2011

Ingediende teksten :

RC-B7-0073/2011

Debatten :

Stemmingen :

PV 03/02/2011 - 8.16
CRE 03/02/2011 - 8.16
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0041

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 162kWORD 92k
31.1.2011
PE455.901v01}
PE455.911v01}
PE455.913v01}
PE455.914v01} RC1
 
B7-0073/2011}
B7-0082/2011}
B7-0084/2011}
B7-0085/2011} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:

S&D (B7‑0084/2011)

ALDE (B7‑0073/2011)

GUE/NGL (B7‑0082/2011)

Verts/ALE (B7‑0085/2011)


over de afvalcrisis in Campanië


Judith A. Merkies, Victor Boştinaru, David-Maria Sassoli, Andrea Cozzolino, Mario Pirillo namens de S&D-Fractie
Luigi de Magistris, Sonia Alfano, Niccolò Rinaldi, Giommaria Uggias, Adina-Ioana Vălean namens de ALDE-Fractie
Bairbre de Brún, Willy Meyer, Marisa Matias, Nikolaos Chountis, Søren Bo Søndergaard, Patrick Le Hyaric, Sabine Wils namens de GUE/NGL-Fractie
Margrete Auken, Eva Lichtenberger namens de Verts/ALE-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de afvalcrisis in Campanië  

Het Europees Parlement,

- gelet op Richtlijn 75/42/EEG over afvalstoffen, in het bijzonder artikel 4,

 

- gelet op Richtlijn 91/689/EEG over gevaarlijke afvalstoffen, in het bijzonder artikel 2,

 

- gelet op Richtlijn 99/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen, in het bijzonder artikel 11 en bijlage II,

 

- gelet op de herziene kaderrichtlijn betreffende afvalstoffen (2008/98/EG), in het bijzonder de artikelen 17 en 18,

 

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 19 november 2003 over de kaderrichtlijn betreffende afvalstoffen(1),

 

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 september 1998 over de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van de richtlijnen betreffende het beheer van afvalstoffen(2),

 

- gezien het werkdocument over de fact-findingmissie van de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement naar Campanië van 28 t/m 30 april 2010(3),

 

- gelet op wet 123/2008 van de Italiaanse Republiek van 14 juli 2008,

 

- gelet op Richtlijn 2008/99 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht,

 

- gezien de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in zaak C-135/05 van 26 april 2007,

 

- gezien de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in zaak C-297/08 van 4 maart 2010,

 

- gelet op de artikelen 191 en 260 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 

- gelet op Richtlijn 2003/35/EG tot voorziening in inspraak van de burgers in de opstelling van bepaalde plannen en programma's betreffende het milieu, in het bijzonder artikel 2,

 

- gelet op het Verdrag van Aarhus,

 

-       gelet op artikel 115, lid 5, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de afvalstoffencrisis in de provincie Campanië het meest complexe hoofdstuk is in een geschiedenis van slecht beheer van afvalstoffen in een groot aantal regio's van Italië, waaronder Lazio, Calabrië en Sicilië en dat in de jaren 90 een afvalstoffencrisis is geconstateerd en regeringscommissarissen met speciale bevoegdheden en fondsen zijn aangesteld,

 

B. overwegende dat met het Italiaanse wetsbesluit nr. 195 van 31 december 2009 de crisissituatie voor beëindigd werd verklaard en het beheer van afvalstoffen is gedelegeerd aan de provinciale autoriteiten;

 

C. overwegende dat de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement op 5 oktober 2010 goedkeuring heeft gehecht aan een werkdocument over de fact-findingmissie naar Campanië van 28 t/m 30 april 2010, die tot stand kwam nadat door de jaren heen een groot aantal verzoekschriften met betrekking tot problemen bij het beheer van afvalstoffen in die regio waren ingediend,

 

D. overwegende dat de crisis van de zomer van 2007 kort na de goedkeuring van het verslag over de fact-findingmissie door de Commissie verzoekschriften gevolgd werd door een nieuwe crisis en dat opnieuw de noodtoestand werd afgekondigd; overwegende dat de daaropvolgende aankondiging van buitengewone maatregelen, zoals de aanleg van nieuwe stortplaatsen, gevolgd werd door grootschalige protesten,

 

E. overwegende dat de aanvankelijke oplossing van het produceren van ecobalen en organisch afval uiteindelijk op niet correcte wijze plaatsvond, waardoor een situatie ontstond waarbij de balen afval niet konden worden verwijderd; overwegende dat zich ten gevolg van het feit dat de afvalstoffen niet worden gefilterd of gesorteerd nu naar schatting meer dan zeven miljoen ton ecobalen van inferieure kwaliteit hebben opgehoopt,

 

F. overwegende dat de eerste verbrandingsoven in Acerra pas in maart 2010 in gebruik werd genomen en dat de werking ervan bovendien moeilijk verloopt vanwege het ontbreken van adequate infrastructuur voor het scheiden en verwerken van afvalstoffen en dat er onverminderd zorgen bestaan in verband met de toxische as die bij de verbranding vrijkomt;

 

G. overwegende dat bij het reduceren van de totale hoeveelheid afval en het recycleren van huishoudelijk afval nauwelijks vooruitgang is geboekt, en dat huishoudelijk en ander afval nog altijd ongesorteerd wordt gestort, waarbij het soms gemengd wordt met verschillende soorten industrieel afval,

 

H. overwegende dat veel stortplaatsen tot gebieden van strategisch belang zijn uitgeroepen en er voor burgers, hun burgemeesters en lokale autoriteiten met inbegrip van de politie derhalve geen mogelijkheid bestaat om na te gaan wat er precies wordt gestort;

 

I. overwegende dat het hoofdkenmerk van het omgaan met de afvalcrisis bestaat uit afwijking van verordeningen en controles, o.m. bij voorbeeld vrijstelling van milieueffectrapportage en wetgeving inzake openbare aanbestedingen, overwegende dat er opdracht is gegeven tot instelling van een stelsel van commissarissen met de bevoegdheid te bepalen waar de fabrieken, stortplaatsen en verbrandingsinstallaties moeten komen en welke bedrijven worden gecontracteerd, zonder de verplichting de plaatselijke autoriteiten en bewoners van de genomen beslissingen op de hoogte te stellen; overwegende dat het beheer van afval door crisiscommissarissen zwaar onder kritiek ligt en dat er vervolgens juridische procedures op gang zijn gebracht en dat het momenteel door een groot deel van de bevolking veeleer als deel van het probleem dan als oplossing wordt ervaren door zijn gebrek aan doorzichtigheid en het ontbreken van institutionele controles,

 

J. overwegende dat burgers volgens het Verdrag van Aarhus het recht hebben te worden geïnformeerd over de stand van zaken op hun eigen grondgebied en dat de autoriteiten verplicht zijn informatie te verschaffen en de burgers te stimuleren zich verantwoordelijk te gaan gedragen; overwegende dat de lidstaten er krachtens richtlijn 2003/35/EG voor moeten zorgen dat de burger in een vroeg stadium daadwerkelijk in de gelegenheid wordt gesteld te participeren in de opstelling en wijziging of herziening van de te ontwikkelen plannen of programma's,

 

K. overwegende dat burgers die tegen deze situatie protest aantekenden of alternatieve benaderingen trachtten voor te stellen, onvoldoende aandacht kregen; overwegende dat nationale politieke instanties afvallocaties en de verbrandingsinstallatie te Acerra onder strikt beheer van het leger plaatsen; overwegende dat er onlangs bij demonstraties hiertegen enkele aanhoudingen zijn verricht;. de verhoudingen tussen burgers en instanties zijn kennelijk aangetast naarmate de ontevredenheid onder de burgers mettertijd groeit;

 

L. overwegende dat de Commissie in 2007 heeft besloten de betaling van 135 miljoen EUR als bijdrage uit de financieringsperiode 2006-2013 voor afvalgerelateerde projecten en van een verder bedrag van 10,5 miljoen EUR uit de financieringsperiode 2000-2006 op te schorten totdat de commissarissenstructuur wordt afgeschaft,

 

M. overwegende dat in de meeste steden nauwelijks vooruitgang is geboekt op het gebied van afvalbeperking en hergebruik van huishoudelijk afval, merkwaardig genoeg is in sommige steden aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de scheiding en inzameling van huishoudelijk afval, overwegende dat de afvalstoffencyclus thans nog in grote mate op storting en verbranding berust, wat niet strookt met de richtsnoeren van de nieuwe kaderrichtlijn betreffende afvalstoffen (2008/98/EG); overwegende dat momenteel een afvalbeheerprogramma wordt geanalyseerd op naleving van de beginselen van de afvalwetgeving van de EU, eerbiediging van de behandelingshiërarchie en het veilig gebruik van stortplaatsen of verbranding,

 

N. overwegende dat de kwaliteit van het huishoudafval en het storten van gevaarlijk afval op illegale stortplaatsen niet worden gecontroleerd en overwegende dat het feit dat gevaarlijke afvalstoffen worden vermengd en/of samen met huishoudafval of organisch afval worden verwijderd en de omstandigheid dat er niet voldoende aandacht is besteed aan geologische en hydrologische factoren toen een besluit over de locatie van stortplaatsen op plaatsen als Chiaiano werd genomen, heeft geleid tot een groot risico van vervuiling van de nabijgelegen grond en grondwaterbronnen; overwegende dat dit een schending betekent van de artikelen 17 en 18 van de kaderrichtlijn betreffende afvalstoffen, evenals van de richtlijn betreffende stortplaatsen,

 

O. overwegende dat het Hof van Justitie in zijn arrest van 26 april 2007 in zaak C-135/05 heeft verklaard dat de Italiaanse republiek niet heeft voldaan aan haar verplichtingen overeenkomstig de Gemeenschapswetgeving, doordat zij heeft nagelaten alle maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om er met name voor te zorgen dat afval wordt gerecycleerd of opgeruimd zonder dat dit gevaren oplevert voor de menselijke gezondheid en zonder dat gebruik wordt gemaakt van processen of methoden die het milieu schade kunnen toebrengen en door o.m. het achterlaten, storten of ongestuurd opruimen van afval te verbieden, overwegende dat het Hof van Justitie in zijn recente uitspraak van 4 maart 2010 in zaak C-297/08 heeft bepaald dat de Italiaanse Republiek, doordat zij heeft verzuimd alle noodzakelijke maatregelen voor de regio Campanië te nemen, zich niet heeft gehouden aan de verplichtingen uit hoofde van de artikelen 4 en 5 van richtlijn 2006/12/EG,

 

P. overwegende dat de Commissie met betrekking tot het arrest van het Hof van Justitie geen definitieve versie heeft ontvangen van het afvalbeheerprogramma van de regio Campanië, het Parlement heeft echter kennis genomen van een na de uiterste datum van 31 december 2010 ingediend conceptprogramma voor afvalbeheer,

 

Q. overwegende dat dit Parlement in zijn resolutie van 16 september 1998 over de toepassing van richtlijnen inzake afvalbeheer reeds heeft aangedrongen op het stelselmatig starten van inbreukprocedures tegen lidstaten die niet voldoen aan alle bepalingen in deze richtlijnen en op het aanbieden aan het Hof van Justitie van een driemaandelijkse lijst van lidstaten die in gebreke blijven, met inbegrip van een lijst van zaken waarin het Hof reeds arrest heeft gewezen en een lijst van door het Hof opgelegde boetes, en dat het in zijn resolutie van 19 november 2003 over een verslag naar aanleiding van de kaderrichtlijn afval heeft verzocht om gedegen en consequente controle en coördinatie van de tenuitvoerlegging van de vigerende afvalwetgeving,

 

1. dringt erop aan dat met spoed een duurzame oplossing wordt gevonden die aan de criteria van de EU voldoet, namelijk de uitvoering van een afvalstoffenbeheerplan waarbij, overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG, de eerbiediging van de afvalstoffencyclus het hoofdfundament vormt; verzoekt de Commissie het Parlement op de hoogte te houden van de stand van zaken, o.m. een programma voor afvalbeheer en naleving van het arrest van het Hof van 4 maart 2010 en EU-regelgeving;

 

2. wijst erop dat in Campanië alleen aan de EU-wetgeving betreffende afvalstoffen kan worden voldaan indien hard wordt gewerkt aan het reduceren van de totale hoeveelheid afvalstoffen en middels de terbeschikkingstelling van de geëigende infrastructuur de nadruk wordt gelegd op preventie, reductie, hergebruik en recyclage van afvalstoffen, en is van oordeel dat in deze overwegend agrarische regio meer de nadruk moet worden gelegd op hergebruik van organische afvalstoffen; beveelt aan dat de gegevens worden geverifieerd en dat een systeem van uitwisseling van optimale werkmethoden wordt verwezenlijkt;

 

3. is van oordeel dat de vaststelling door de Italiaanse autoriteiten van langlopende uitzonderingsmaatregelen, waaronder de benoeming van speciale commissarissen en de uitroeping van stortplaatsen tot gebieden van strategisch belang en de plaatsing ervan onder controle van het leger, contraproductief is geweest en vreest dat het gebrek aan transparantie bij het beheer van afvalstoffen van de kant van de overheden de toegenomen betrokkenheid van georganiseerde criminele groepen bij zowel het officiële beheer van afvalstoffen in de regio, als het illegaal storten van industrieel afval eerder heeft vergroot dan verkleind; verzoekt de verschillende bevoegde autoriteiten dan ook veel meer openheid aan de dag te leggen;

 

4. onderstreept dat het belangrijk is te werken aan het herwinnen van vertrouwen door middel van een gestructureerde dialoog tussen de burgers en de verschillende overheden, alsmede tussen de verschillende bestuurslagen onderling, in een gestructureerd kader; betreurt het feit dat een aantal burgers dat op vreedzame wijze tegen de aanleg van nieuwe stortplaatsen heeft geprotesteerd door de autoriteiten in staat van beschuldiging zijn gesteld en het geweld dat veiligheidskrachten tegen hen hebben gebruikt; is ervan overtuigd dat een duurzame oplossing voor de afvalproblemen waarmee de regio wordt geconfronteerd in de loop van de tijd alleen zal worden gevonden door de burgers actief bij het gehele proces te betrekken en door hen voor te lichten;

 

5. wijst er nogmaals op dat de Commissie momenteel structuurfondsen achterhoudt die voor Campanië bestemd zijn, en dat deze fondsen pas worden vrijgegeven als het afvalbeheerprogramma daadwerkelijk overeenstemt met de EU-wetgeving;

 

6. vestigt de aandacht op het feit dat op een aantal locaties, in het bijzonder Taverna del Ré, zeven miljoen ton ecobalen liggen opgeslagen, waarvan de inhoud momenteel wordt gecontroleerd, en onderstreept nog eens hoe belangrijk het is dat voorrang wordt gegeven aan verwijdering en opruiming hiervan nadat eerst de exacte inhoud is vastgesteld; dringt erop aan dat bij de verwijdering van de ecobalen de meest geschikte methode(4) wordt gevolgd en dat deze verwijdering moet plaatsvinden in het kader van het afvalstoffenbeheersplan, waarbij voor iedere behandeling duidelijke locaties worden aangewezen en waarbij legale praktijken worden toegepast;

 

7. constateert dat met spoed aandacht moet worden besteed aan het openlijk en illegaal storten van gemengd en ongeïdentificeerd afval vlak bij de Ferandelle-locatie en dringt erop aan dat het afvalbeheer aan strikte controles wordt onderworpen; herinnert de bevoegde autoriteiten eraan dat zij, in volledige overeenstemming met de GPBV-richtlijn(5) (2010/75), de behandeling van de specifieke soorten industrieafval ongeacht de herkomst aan strikte controles moeten onderwerpen; wijst er ook op dat er speciale locaties dienen te worden aangewezen die voldoen aan de bepalingen van de EU-richtlijnen, zodat een passende infrastructuur voor industrieel, speciaal en giftig afval wordt ontwikkeld; verzoekt om een verklaring waarom de geplande locatie voor storting van organisch afval zo weinig wordt gebruikt en wenst dat deze operationeel wordt mits zij voldoet aan de criteria in de richtlijn betreffende afvalbeheer; en dringt derhalve aan op toezicht op stortplaatsen die zonder de juiste vergunning door particulieren worden beheerd en op de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de EU-regelgeving wordt nageleefd;

 

8. betreurt het feit dat in natuurbeschermingsgebieden in het nationale park Vesuvio stortplaatsen zijn geopend, zoals in Terzigno; is sterk gekant tegen alle plannen tot uitbreiding van deze stortplaatsen en verwelkomt het besluit om geen tweede stortplaats in Terzigno (Cava Vitiello) te openen;

 

9. wijst erop dat de Commissie heeft verklaard dat het openen van stortplaatsen in Natura 2000-gebieden als zodanig geen schending van het EU-recht inhoudt en wijst er tevens op dat dergelijke plaatsen reeds zijn aangewezen of in gebruik zijn in nationale natuurgebieden, Natura 2000-gebieden, alsmede in UNESCO-erfgoedlocaties, een en ander in volledige overeenstemming met het EU-recht; betwijfelt of dit milieu- of gezondheidsrisico's met zich meebrengt; is van mening dat stortplaatsen in natuurgebieden of culturele locaties onverenigbaar zijn met het milieurecht; verzoekt de Commissie het afvalrecht van de EU zodanig aan te passen dat stortplaatsen in Natura 2000-gebieden categorisch worden verboden; stelt de Commissie voor het Hof van Justitie om een gerechtelijk bevel te vragen als de bestaande stortplaatsen in natuurgebieden worden uitgebreid of als nieuwe stortplaatsen in Natura 2000-gebieden worden geopend;

 

10. dringt er bij de Italiaanse regering op aan in deze kwestie overeenkomstig de EU-wetgeving te handelen en meer in het bijzonder te voldoen aan de twee meest recente arresten van het Europese Hof van Justitie, de hand te houden aan de door de Commissie bepaalde termijnen voor naleving, en alle beschreven schendingen van de EU-wetgeving te corrigeren, waarbij opnieuw wordt herinnerd aan de verplichting om maatregelen te nemen die moeten waarborgen dat op alle niveaus aan de EU-regelgeving wordt voldaan;

 

11. verzoekt de Commissie alles te doen wat in haar vermogen ligt om er – bij voorbeeld door middel van stelselmatige inspecties - op toe te zien dat de bevoegde autoriteiten in Italië er daadwerkelijk voor zorgen dat afvalstoffen op de juiste wijze worden verzameld, gescheiden en behandeld en dat de regionale autoriteiten een geloofwaardig plan voorleggen; verzoekt de Commissie een delegatie van het Europees Parlement te betrekken bij de inspecties;

 

12. benadrukt dat het de taak van de Italiaanse autoriteiten is om een afvalcyclus op te zetten en toe te passen; is van oordeel dat de lasten van het schoonmaken van de stortplaatsen in Campanië, die als gevolg van het storten van verschillende soorten afval zijn verontreinigd, niet door de belastingbetaler moeten worden gedragen, maar - overeenkomstig het beginsel "de vervuiler betaalt" - door degenen die voor de verontreiniging verantwoordelijk zijn;

 

13. stelt vast dat Italië vóór de uiterste datum van 26 december 2010 geen kennis heeft gegeven van de omzetting van richtlijn 2008/99 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht, maar verwacht van Italië dat het zich volledig aan de richtlijn zal houden en sancties zal toepassen naar aanleiding van de met afvalstoffen verband houdende misdrijven die in de richtlijn zijn opgenomen, ook tegen rechtspersonen, wanneer aan de voorwaarden daarvoor is voldaan;

 

14. verzoekt de Commissie toezicht te houden en gebruik te maken van de haar toegekende bevoegdheden, o.m. door vervolgmaatregelen te nemen met het oog op geldboetes (Artikel 260 VWEU) om ervoor te zorgen dat de instanties in Campanië zich onverwijld houden aan het arrest van het Hof, in lijn met de uitspraak van het Hof in zaak C304/02 van 12 juli 2005, Commissie vs. Frankrijk [2005] ECR I-6263, door er met name op toe te zien dat de bestaande stortplaatsen voldoen aan de EU-wetgeving;

 

15. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regering en de kamers van het Parlement van Italië.

 

(1)

               Aangenomen teksten, P5_TA(2003)0508.

(2)

               PB C 313 van 12.10.1998, blz. 0053-0099.

(3)

               PETI_DT(2010)442870.

(4)

              Voor de nieuwste ecobalen lijkt verbranding in speciale installaties vooralsnog de enige praktische oplossing aangezien de bestaande stortlocatie nog niet is gemoderniseerd; voor de 'gemummificeerde' oude ecobalen is verbranding niet mogelijk en deze moeten dan ook worden gestort op officieel goedgekeurde stortplaatsen, overeenkomstig de EU-richtlijn betreffende stortplaatsen.

(5)

PB L 024, 29.1.2008, en PB L 334, 17.12 2010.

Juridische mededeling - Privacybeleid