Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B7-0396/2011Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B7-0396/2011

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE over de voorbereidingen voor de verkiezingen voor de Russische Doema in december

5.7.2011

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 4, van het Reglement
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:
Verts/ALE (B7‑0396/2011)
PPE (B7‑0448/2011)
ALDE (B7‑0450/2011)
ECR (B7‑0451/2011)
S&D (B7‑0452/2011)

Elmar Brok, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ria Oomen-Ruijten, Ioannis Kasoulides, Alojz Peterle, Jacek Saryusz-Wolski, Cristian Dan Preda, Michael Gahler, Vytautas Landsbergis, Krzysztof Lisek, Traian Ungureanu, Laima Liucija Andrikienė, Inese Vaidere, Jacek Protasiewicz, Zuzana Roithová, Giovanni La Via, Andrey Kovatchev, Joachim Zeller, Monica Luisa Macovei namens de PPE-Fractie
Hannes Swoboda, Véronique De Keyser, Knut Fleckenstein, Kristian Vigenin, Pino Arlacchi namens de S&D-Fractie
Kristiina Ojuland, Marielle De Sarnez, Leonidas Donskis, Marietje Schaake, Graham Watson, Guy Verhofstadt, Fiona Hall, Alexander Graf Lambsdorff, Edward McMillan-Scott, Johannes Cornelis van Baalen, Jelko Kacin namens de ALDE-Fractie
Werner Schulz, Rebecca Harms, Raül Romeva i Rueda, Bart Staes namens de Verts/ALE-Fractie
Charles Tannock, Konrad Szymański, Jacek Olgierd Kurski, Jacek Włosowicz, Zbigniew Ziobro, Tadeusz Cymański, Ryszard Antoni Legutko, Paweł Robert Kowal, Tomasz Piotr Poręba, Marek Henryk Migalski, Janusz Wojciechowski namens de ECR-Fractie
Helmut Scholz namens de GUE/NGL-Fractie

Procedure : 2011/2752(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
RC-B7-0396/2011

Resolutie van het Europees Parlement over de voorbereidingen voor de verkiezingen voor de Russische Doema in december

Het Europees Parlement,

–   gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Unie en de Russische Federatie, die in 1997 in werking is getreden en waarvan de looptijd verlengd is zolang er geen nieuwe overeenkomst is,

–   gezien de lopende onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst, die een nieuw, breed opgezet kader moet bieden voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland, en gezien het Partnerschap voor modernisering, dat in 2010 van start is gegaan,

–   gezien zijn voorgaande verslagen en resoluties over Rusland en de betrekkingen tussen de EU en Rusland, met name zijn resoluties van 9 juni 2011 over de top EU-Rusland[1], van 17 februari 2011 over de rechtsstaat in Rusland[2], van 17 juni 2010 over de conclusies van de top EU-Rusland[3], van 12 november 2009 over de voorbereidingen van de top EU-Rusland in Stockholm op 18 november 2009[4], en die van 17 september 2009 over de moord op mensenrechtenactivisten in Rusland[5] en over externe aspecten van de energiezekerheid[6],

–   gezien het tussen de EU en Rusland gevoerde mensenrechtenoverleg, en met name de laatste bijeenkomst daaromtrent, die op 4 mei 2011 heeft plaatsgevonden,

–   gezien het feit dat het Russische Ministerie van Justitie op 22 juni 2011 de aanvraag voor de officiële registratie van de Partij voor de Volksvrijheid (Parnas) heeft afgewezen, en eerdere vergelijkbare gevallen, waardoor deze partijen niet aan de verkiezingen zullen kunnen deelnemen,

–   gezien de verklaring van 22 juni 2011 over registratie van partijen in Rusland van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Commissie, Catherine Ashton,

–   gezien de verplichting tot naleving van de democratische beginselen die voortvloeit uit het lidmaatschap van Rusland van de Raad van Europa en uit het feit dat Rusland het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens heeft ondertekend,

–   gezien de resultaten van de op 9 en 10 juni 2011 in Nizjni Novgorod gehouden top EU-Rusland,

–   gezien artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat politiek pluralisme een van de hoekstenen van de democratie en van een moderne samenleving is, en een bron van politieke legitimiteit,

B.  overwegende dat het Europees Hof voor de rechten van de mens op 12 april 2011 zijn bezorgdheid heeft uitgesproken over de omslachtige procedure voor de registratie van politieke partijen in Rusland, die niet aan het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens voldoet,

C. overwegende dat waarnemers van ODIHR Rusland tijdens de parlementsverkiezingen van 2003 hebben bezocht en de aanbeveling hebben gedaan dat een standaard OVSE-missie, bestaande uit 60 langetermijn- en 400 kortetermijnwaarnemers, zes maanden vóór de verkiezingen met haar werkzaamheden begint,

D. overwegende dat er bezorgdheid blijft bestaan over de ontwikkelingen in de Russische Federatie ten aanzien van de eerbiediging en bescherming van de mensenrechten en de naleving van algemeen aanvaarde democratische beginselen, regels en procedures; overwegende dat de Russische Federatie volwaardig lid is van de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en de VN en zich daarmee heeft verplicht tot naleving van de democratische beginselen en eerbiediging van de mensenrechten, waaraan deze organisaties verknocht zijn,

1.  bekrachtigt zijn overtuiging dat Rusland bij de totstandbrenging van strategische samenwerking een van de belangrijkste partners van de Europese Unie is, aangezien het met de EU niet alleen economische en handelsbelangen deelt, maar tevens de doelstelling om op mondiaal niveau en in de gemeenschappelijke buurregio nauw samen te werken;

2.  bekrachtigt zijn resolutie over de top EU-Rusland in Nizjni Novgorod,

3.  betreurt het besluit van de Russische autoriteiten om de registratie van Parnas voor de Doemaverkiezingen in december 2011 af te wijzen; dringt er bij de Russische autoriteiten op aan dat zij voor vrije en eerlijke verkiezingen zorgen, en alle besluiten en regels die in strijd zijn met dit beginsel ongedaan maken;

4.  spreekt andermaal zijn bezorgdheid uit over de problemen die politieke partijen ondervinden om zich voor de verkiezingen te laten registreren, waardoor de politieke concurrentie in Rusland wordt ingeperkt en de keuzemogelijkheden voor de kiezers kleiner worden, en waaruit blijkt dat er nog steeds reële belemmeringen zijn die politiek pluralisme in Rusland in de weg staan;

5.  onderstreept dat de verkiezingen voor de Doema moeten stoelen op de implementatie van de verkiezingsnormen van de Raad van Europa en de OVSE; dringt er bij de Russische autoriteiten op dat zij toestemming geven voor een langdurige verkiezingswaarnemingsmissie van de OVSE/Raad van Europa en daaraan van meet af aan hun medewerking verlenen, en verzoekt de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter aan te dringen op de instelling van een missie voor dat doel; dringt aan op nauwe samenwerking tussen de genoemde missie en maatschappelijke organisaties en monitoringgroepen;

6.  geeft in dit verband uiting aan zijn verontrusting over het thans bij de Doema in behandeling zijnde wetsvoorstel dat het Russische rechtbanken mogelijk zou maken om op bepaalde gebieden de uitspraken van het Europees Hof voor de rechten van de mens te negeren, hetgeen in strijd is met de grondbeginselen van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Commissie, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de OVSE, de Raad van Europa en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.