Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B7-0052/2012Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B7-0052/2012

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE            over de komende presidentsverkiezingen in Rusland

14.2.2012

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 4, van het Reglement
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:
S&D (B7‑0052/2012)
PPE (B7‑0056/2012)
ECR (B7‑0057/2012)
ALDE (B7‑0058/2012)
Verts/ALE (B7‑0060/2012)

José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ria Oomen-Ruijten, Elmar Brok, Ioannis Kasoulides, Mario Mauro, Tokia Saïfi, Traian Ungureanu, Cristian Dan Preda, Arnaud Danjean, Jacek Saryusz-Wolski, Jacek Protasiewicz, Krzysztof Lisek, Inese Vaidere, Francisco José Millán Mon, Vytautas Landsbergis, Elena Băsescu, Laima Liucija Andrikienė, Nadezhda Neynsky, Paweł Zalewski, Alojz Peterle, Filip Kaczmarek, Lena Kolarska-Bobińska, Joachim Zeller, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė namens de PPE-Fractie
Hannes Swoboda, Libor Rouček, Knut Fleckenstein, Ana Gomes, Pavel Poc, Kristian Vigenin, Mitro Repo, Pino Arlacchi, Justas Vincas Paleckis namens de S&D-Fractie
Kristiina Ojuland, Alexander Graf Lambsdorff, Graham Watson, Edward McMillan-Scott, Annemie Neyts-Uyttebroeck namens de ALDE-Fractie
Martin Schulz, Barbara Lochbihler, Rebecca Harms namens de Verts/ALE-Fractie
Charles Tannock, Geoffrey Van Orden, Ryszard Antoni Legutko, Marek Henryk Migalski, Konrad Szymański, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba, Roberts Zīle namens de ECR-Fractie  


Procedure : 2012/2505(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
RC-B7-0052/2012
Ingediende teksten :
RC-B7-0052/2012
Debatten :
Aangenomen teksten :

Resolutie van het Europees Parlement over de komende presidentsverkiezingen in Rusland

Het Europees Parlement,

–   gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Unie en de Russische Federatie, die in 1997 in werking is getreden en waarvan de looptijd verlengd is in afwachting van een nieuwe overeenkomst,

–   gezien de lopende onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst, die een nieuw, breed opgezet kader moet bieden voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland, en gezien het "moderniseringspartnerschap", dat in 2010 van start is gegaan,

–   gezien zijn eerdere verslagen en resoluties over Rusland, met name de resolutie van 14 december 2011 over de komende top EU-Rusland op 15 december 2011 en de uitslag van de verkiezingen voor de Doema van 4 december 2011[1] en de resolutie van 7 juli 2011 over de voorbereidingen voor de verkiezingen voor de Doema in december 2011[2],

–   gezien het Final Observation Report van de OVSE/ODIHR van 12 januari over de verkiezingen voor de Doema van 4 december 2011,

–   gezien het Final Observation Report van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) van 23 januari 2012 over de Russische parlementsverkiezingen en de verklaring van de delegatie die Rusland na de verkiezingen heeft bezocht van 21 januari 2012,

–   gezien het tussen de EU en Rusland gevoerde mensenrechtenoverleg, en met name de laatste bijeenkomst daaromtrent, die op 29 november 2011 heeft plaatsgevonden,

–   gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de EU, Catherine Ashton, van 6 december 2011 over de parlementsverkiezingen in de Russische Federatie, en haar toespraken van 14 december 2011 in Straatsburg over de top EU-Rusland en van 1 februari 2012 over de politieke situatie in Rusland,

–   gezien de verklaring van de voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, van 15 december 2011 na afloop van de top EU-Rusland,

–   gezien artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat nauwere samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de EU en Rusland van cruciaal belang zijn voor de stabiliteit, veiligheid en welvaart van Europa; overwegende dat een strategisch partnerschap tussen de EU en de Russische Federatie alleen kan worden ontwikkeld op basis van gedeelde waarden;

B.  overwegende dat er bezorgdheid blijft bestaan over de ontwikkelingen in de Russische Federatie ten aanzien van de eerbiediging en de bescherming van de rechten van de mens en de naleving van algemeen aanvaarde democratische beginselen, verkiezingsregels en procedures; overwegende dat de Russische Federatie volwaardig lid is van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en zich daarmee heeft verplicht tot naleving van de beginselen van democratie en mensenrechten;

C. overwegende dat het Europees Hof voor de rechten van de mens op 12 april 2011 zijn veroordeling heeft uitgesproken over de omslachtige procedure voor de registratie van politieke partijen in Rusland, die niet voldoet aan de verkiezingsnormen die de Raad van Europa en de OVSE hebben vastgesteld; overwegende dat het hanteren van beperkingen voor de registratie van politieke partijen en kandidaten de politieke concurrentie en diversiteit in Rusland niet ten goede komt;

D. overwegende dat de verkiezingswetgeving onlangs in beperkte mate verbeterd is, maar dat de regels in het algemeen nog altijd veel te ingewikkeld zijn, en overwegende dat de inconsistente toepassing van de regels de oppositie discrimineert;

E.  overwegende dat president Medvedev op 22 december in een toespraak tot het parlement een aantal veranderingen heeft aangekondigd in het politieke systeem, waaronder de oprichting van een nieuwe, onafhankelijke publieke televisieomroep, vereenvoudigde procedures voor partijen en presidentskandidaten, de wederinstelling van de rechtstreekse verkiezing van regionale gouverneurs en een onderzoek naar verkiezingsfraude;

F.  overwegende dat volgens het Final Observation Report van de OVSE/ODIHR bij de parlementsverkiezingen van 4 december 2011 de normen inzake vrije en eerlijke verkiezingen niet volledig zijn gerespecteerd en dat er sprake was van convergentie van de staat en de regerende partij, alsook een in onvoldoende mate onafhankelijke verkiezingsadministratie, partijdige media en staatsinmenging op verschillende niveaus; overwegende dat uit het rapport verder blijkt dat de parlementsverkiezingen werden gekenmerkt door een groot aantal procedurele fouten, gevallen van duidelijke manipulatie en ernstige gevallen van het vullen van stembussen met valse stembiljetten;

G. overwegende dat de Russische verkiezingswaarnemingsorganisatie Golos in haar eindrapport stelt dat "de verkiezingen […] noch vrij, noch eerlijk waren en evenmin voldeden noch aan de vereisten van het Russische kieswetboek, noch aan de internationale normen op het gebied van verkiezingen" en dat "de basisprincipes van verkiezingen, namelijk waarachtige mededinging en gelijke rechten voor alle betrokken partijen, een neutrale administratie, onafhankelijke kiescommissies, stemming overeenkomstig de wet en een correct proces voor de telling van de stemmen, niet zijn geëerbiedigd";

H. overwegende dat de Russische bevolking – en in het bijzonder de "wittelintenbeweging" – na de parlementsverkiezingen van 4 december 2011 in een aantal massale demonstraties uiting heeft gegeven aan haar verlangen naar meer democratie, vrije en eerlijke verkiezingen en een alomvattende hervorming van het verkiezingssysteem;

I.   overwegende dat politiek pluralisme een van de hoekstenen van de democratie en van een moderne samenleving is, en een bron van politieke legitimiteit vormt; overwegende dat er bij de voorbereidingen van de presidentsverkiezingen voor moet worden gezorgd dat deze vrij en eerlijk verlopen en dat alle kandidaten dezelfde kansen hebben; overwegende dat de registratieprocedures wederom een aantal kandidaten hebben verhinderd om deel te nemen aan de verkiezingen;

J.   overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland zich de afgelopen decennia hebben ontwikkeld, hetgeen heeft geleid tot een vergaande, velerlei aspecten omvattende wederzijdse afhankelijkheid, die in de toekomst ongetwijfeld nog groter zal worden; overwegende dat de sluiting van een strategische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de Russische Federatie nog altijd van het allergrootste belang is voor de verdere ontwikkeling en intensivering van de samenwerking tussen de beide partners;

K. overwegende dat Rusland de VN-Veiligheidsraad tweemaal heeft verhinderd een resolutie goed te keuren over de Syrische crisis waarin wordt opgeroepen tot steun voor het plan van de Arabische Liga, dat ook wordt gesteund door de EU;

1.  neemt nota van de rapporten van de OVSE/ODIHR en de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over de parlmentsverkiezingen, waarin staat dat de verkiezingen niet aan de door de OVSE vastgestelde normen hebben voldaan en dat ze zijn gekenmerkt door convergentie van de staat en de regerende partij, procedurele fouten, gevallen van manipulatie en een in onvoldoende mate onafhankelijke verkiezingsadministratie;

2.  vreest dat de verkiezingsuitslag (de samenstelling van het parlement) geen verbeteringen mogelijk zal maken wat de rol en de invloed van het parlement in het Russische politieke systeem betreft;

3.  vraagt zijn delegatie in de parlementaire samenwerkingscommissie EU-Rusland de democratie, de grondrechten en de rechtsstaat consequent met hun Russische tegenhangers te bespreken; vraagt voorts dat de activiteiten van de parlementaire samenwerkingscommissie EU-Rusland worden geëvalueerd en dat de dialoog met de niet-parlementaire oppositie en het maatschappelijk middenveld wordt geïntensiveerd;

4.  neemt kennis van de recente roep om ongeldigverklaring van de parlementsverkiezingen en vraagt de Russische autoriteiten door te gaan met het diepgaand en op transparante wijze onderzoeken van alle meldingen van fraude en intimidatie, teneinde de verantwoordelijken te straffen en de stemming daar waar onregelmatigheden zijn aangetoond over te doen; onderstreept dat de Russische verkiezingswetgeving in een klachten- en rectificatieprocedure voorziet; wijst er evenwel op dat de behandeling van klachten door de centrale verkiezingscommissie niet altijd doorzichtig was en dat niet altijd alle klachten serieus en binnen een redelijke termijn zijn afgewikkeld; betreurt het feit dat bijna 3 000 aanvechtingen met betrekking tot gevallen van verkiezingsmisdrijf, fraude en schending in afzonderlijke districten door de bevoegde rechtbanken zijn verworpen, terwijl een aantal nog in behandeling is;

5.  is verheugd over de mededeling van president Medvedev dat het politieke systeem grondig zal worden gewijzigd, waarbij onder andere voor een absoluut noodzakelijke vereenvoudiging van de regels voor de registratie van politieke partijen zal worden gezorgd; dringt er daarnaast op aan nu echt werk te maken van de problemen op het gebied van de persvrijheid en de vrijheid van vergadering en van meningsuiting; herhaalt dat de EU bereid is met Rusland samen te werken, onder meer in het kader van het "moderniseringspartnerschap", teneinde te komen tot een betere eerbiediging van de mensenrechten en de grondrechten, en tot een doeltreffender en onafhankelijker opererende rechtsstaat in Rusland;

6.  verzoekt de Russische regering overeenkomstig de aanbevelingen van de OVSE een pakket wetgevingsvoorstellen in te dienen om een echt democratisch politiek systeem te ontwikkelen, met hervormingen om de registratie van politieke partijen en presidentskandidaten te vergemakkelijken en iets te doen aan de restrictieve toepassing van de registratieregels, teneinde zo spoedig mogelijk echte vrije en eerlijke verkiezingen mogelijk te maken;

7.  benadrukt dat de vreedzame demonstraties in Rusland aantonen dat de Russische bevolking vrije en eerlijke verkiezingen wil; verzoekt de Russische autoriteiten de recente demonstraties te beschouwen als een gelegenheid om de nodige hervormingen door te voeren ten behoeve van meer democratie, politieke inspraak en de rechtsstaat, waaronder een hervorming van de verkiezingswetgeving overeenkomstig de normen van de Raad van Europa en de OVSE; vraagt de Russische autoriteiten in de praktijk aan deze normen te voldoen om in maart vrije en democratische presidentsverkiezingen met gelijke kansen voor alle kandidaten te garanderen;

8.  veroordeelt het harde politieoptreden bij vreedzame betogingen tegen de verkiezingsonregelmatigheden en -fraude die door internationale waarnemers zijn gemeld en met video-opnamen van gewone burgers zijn gestaafd; verzoekt de Russische autoriteiten de vrijheid van vergadering en de vrijheid van meningsuiting onvoorwaardelijk te eerbiedigen, overeenkomstig de grondwet van de Russische Federatie;

9.  brengt in herinnering dat de voorbereiding van de parlementsverkiezingen vooral heeft geleden onder een gebrek aan politiek pluralisme; maakt zich zorgen over het feit dat oppositiekandidaten niet in de gelegenheid worden gesteld aan de presidentsverkiezingen op 4 maart 2012 deel te nemen, hetgeen neerkomt op een zoveelste ondermijning van de politieke concurrentie en diversiteit;

10. spoort de Russische autoriteiten aan de dialoog met de oppositie aan te gaan, en betreurt het besluit om oppositieleider Grigory Yavlinsky te verbieden zich te registreren voor de presidentsverkiezingen, waardoor zijn partij ook geen waarnemers kan uitsturen;

11. verzoekt de OVSE, de Raad van Europa en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid voor een follow-up van de onderzoeken naar onregelmatigheden te zorgen en de voorbereiding van de presidentsverkiezingen en de handhaving van de verkiezingsregels nauwkeurig te volgen, zoals reeds met de Russische autoriteiten is overeengekomen;

12. wijst erop dat naar verwachting ongeveer 600 internationale waarnemers de Russische presidentsverkiezingen zullen volgen (van de OVSE/ODIHR, de PACE, de Shanghai Cooperation Organization en het GOS); onderstreept dat de internationale en nationale verkiezingswaarnemers ditmaal overal hun werk moeten kunnen doen om een doeltreffend toezicht op het verkiezingsproces overeenkomstig de normen van de OVSE/ODIHR en de Raad van Europa te garanderen; vraagt de Russische autoriteiten zich te onthouden van de inmenging en obstructie waarvan bij de parlementsverkiezingen sprake was;

13. maakt zich zorgen over de vertraging bij het strafrechtelijke onderzoek en de rechtszaak over de dood van Sergei Magnitsky; vindt dat er nu snel duidelijkheid moet komen over de omstandigheden van zijn tragische dood en dat de schuldigen moeten worden gestraft;

14. spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het feit dat de wetgeving ter beteugeling van extremisme, waarmee een illegale invulling is gegeven aan de strafwet, wordt misbruikt tegen maatschappelijke organisaties als Memorial en religieuze minderheden als Jehova's getuigen en Falun Dafa, en over het onjuiste verbod op hun materiaal op grond van extremisme;

15. veroordeelt krachtig de goedkeuring door het parlement van Sint-Petersburg van een wet tegen propaganda over seksuele gerichtheid; veroordeelt ook soortgelijke wetten die zijn goedgekeurd in de regio's Rjazan, Arkhangelsk en Kostroma; verzoekt alle Russische autoriteiten, overeenkomstig het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, een einde te maken aan de beperking van de vrijheid van meningsuiting met betrekking tot seksuele gerichtheid en genderidentiteit; verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger de boodschap over te brengen dat de Europese Unie zich tegen deze wetten verzet;

16. verzoekt Rusland met klem zich aan te sluiten bij de internationale consensus en de Veiligheidsraad in de gelegenheid te stellen op basis van de voorstellen van de Arabische Liga te werken aan een oplossing van de crisis in Syrië; onderstreept dat Rusland, als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad, serieus invulling moet geven aan zijn verantwoordelijkheid voor internationale vrede en veiligheid; verzoekt Rusland onmiddellijk een einde te maken aan alle verkoop van wapens en militaire uitrusting aan de Syrische regering;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa.