Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B7-0223/2012Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B7-0223/2012

    GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE over piraterij op zee

    7.5.2012 - (2011/2962(RSP))

    ingediend overeenkomstig artikel 110, leden 2 en 4, van het Reglement
    ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:
    ALDE (B7‑0223/2012)
    ECR (B7‑0224/2012)
    S&D (B7‑0225/2012)
    PPE (B7‑00226/2012)

    Georgios Koumoutsakos, Mathieu Grosch, Michael Gahler, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Roberta Angelilli, Arnaud Danjean, Carlo Fidanza, Marietta Giannakou, Anna Ibrisagic, Tunne Kelam, Krzysztof Lisek, Mario Mauro, Francisco José Millán Mon, Ria Oomen-Ruijten, Dominique Vlasto namens de PPE-Fractie
    Saïd El Khadraoui, Ana Gomes, Maria Eleni Koppa, Ricardo Cortés Lastra, Ulrike Rodust namens de S&D-Fractie
    Izaskun Bilbao Barandica, Marielle de Sarnez, Robert Rochefort, Gesine Meissner namens de ALDE-Fractie
    Peter van Dalen, Roberts Zīle, Charles Tannock, Paweł Robert Kowal, Jacqueline Foster namens de ECR-Fractie


    Procedure : 2011/2962(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    RC-B7-0223/2012
    Ingediende teksten :
    RC-B7-0223/2012
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    Resolutie van het Europees Parlement over piraterij op zee

    (2011/2962(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –   gezien zijn resolutie van 20 mei 2008 over een geïntegreerd maritiem beleid voor de Europese Unie,

    –   gezien zijn resoluties over piraterij op zee, met name die van 23 oktober 2008 over zeepiraterij en die van 26 november 2009 over een politieke oplossing tegen de piraterij langs de Somalische kusten,

    –   gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS) van 10 december 1982,

    –   gezien het Verdrag van de Verenigde Naties het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart,

    –   gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de situatie in Somalië, en met name Resolutie 2036(2012) van 22 februari 2012,

    –   gezien gemeenschappelijk optreden 2008/749/GBVB van de Raad van 19 september 2008 inzake de militaire coördinatie door de Europese Unie ter ondersteuning van resolutie 1816 (2008) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (EU NAVCO),

    –   gezien gemeenschappelijk optreden 2008/851/GBVB van de Raad van 10 november 2008 inzake de militaire operatie van de Europese Unie teneinde bij te dragen tot het ontmoedigen, het voorkomen en het bestrijden van piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust (EU NAVFOR ATALANTA), alsook Besluit 2010/766/GBVB van de Raad van 23 maart 2008 houdende wijziging van Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB,

    –   gezien het besluit van de Raad van 23 maart 2012 tot verlenging van het mandaat van de EU NAVFOR ATALANTA tot december 2014 en tot uitbreiding van het inzetgebied ervan,

    –   gezien Besluit 2010/96/GBVB van de Raad van 15 februari 2010 en Besluit 2010/197/GBVB van de Raad van 31 maart 2010 betreffende een militaire missie van de Europese Unie om de Somalische veiligheidstroepen te helpen opleiden (EUTM Somalia),

    –   gezien het crisisbeheersingsconcept waarover op 16 december 2011 door de Raad Buitenlandse Zaken overeenstemming is bereikt voor de missie voor de opbouw van regionale maritieme capaciteit (RMCB), een in voorbereiding zijnde civiele GVDB-missie met militaire expertise,

    –   gezien het strategisch kader voor de Hoorn van Afrika, dat de Raad op 14 november 2011 heeft goedgekeurd als leidraad voor het optreden van de EU in de regio,

    –   gezien het akkoord inzake de machtverdeling dat op 9 juni 2008 in Djibouti werd ondertekend met als doel een op een brede basis stoelend nationaal verzoeningsproces op gang te brengen en een krachtige en open politieke alliantie te creëren die vrede kan waarborgen, verzoening in het land tot stand kan brengen en een centraal staatsgezag kan herstellen,

    –   gezien de conclusies van de conferentie over Somalië die op 23 februari 2012 in Londen is gehouden,

    –   gezien artikel 110, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat het zeevervoer door de hele Europese geschiedenis heen een van de hoekstenen van de economische groei en welvaart in ons werelddeel heeft gevormd en dat meer dan 80% van alle handelswaar in de wereld over zee wordt vervoerd; dat piraterij een bedreiging voor de internationale veiligheid en de regionale stabiliteit vormt en dat de EU er dus alle belang bij heeft om van het bijdragen aan de internationale veiligheid op zee en het bestrijden van zeeroverij en de onderliggende oorzaken daarvan een prioriteit van haar optreden te maken;

    B.  overwegende dat piraterij als internationale criminaliteit moet worden beschouwd; dat piraterij en gewapende roofovervallen op zee een gecoördineerde reactie vergen onder het overkoepelende rechtskader dat UNCLOS biedt; dat in artikel 100 van dat Verdrag wordt bepaald dat alle landen de plicht hebben mee te werken aan het onderdrukken van piraterij;

    C. overwegende dat piraterij op volle zee nog steeds een probleem is, hoewel het aantal geslaagde aanvallen het afgelopen jaar voornamelijk dank zij de ATALANTA-activiteiten en de inzet van vaartuigbescherming door militaire en particuliere veiligheidskrachten aanzienlijk gedaald is; dat de piraterij zich snel uitbreidt in de westelijke Indische Oceaan, met name voor de kust van Somalië en de Hoorn van Afrika, maar ook in sommige andere gebieden, waaronder Zuidoost-Azië en West-Afrika, en een toenemende bedreiging vormt voor het leven en de veiligheid van zeevarenden en andere personen, alsook voor de regionale ontwikkeling en stabiliteit, het mariene milieu, de wereldhandel en alle vormen van scheepvaart, inclusief visserij en levering van humanitaire hulp;

    D. overwegende dat de Raad heeft besloten om de EU-operatie ter bestrijding van piraterij (EU NAVFOR ATALANTA) met twee jaar, tot december 2014, te verlengen teneinde bij te dragen aan de bescherming van de vaartuigen van het Wereldvoedselprogramma (WFP) die voedselhulp naar ontheemden in Somalië brengen, de bescherming van schepen van de Somaliëmissie van de Afrikaanse Unie (AMISOM), het ontmoedigen, het voorkomen en het bestrijden van piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust en de bescherming van de kwetsbare scheepvaart voor de Somalische kust van geval tot geval; dat EUNAVFOR-ATALANTA voorts een bijdrage levert aan het toezicht op de visserijactiviteiten voor de kust van Somalië;

    E.  overwegende dat er jaarlijks tienduizend Europese schepen door gevaarlijke zeegebieden varen en dat piraterij dus niet alleen het leven en de veiligheid van mensen in gevaar brengt, maar ook een economisch probleem vormt omdat dergelijke praktijken de internationale zeehandelsroutes bedreigen en ernstige negatieve gevolgen hebben voor de internationale handel;

    F.  overwegende dat het aantal kapingpogingen toeneemt: in 2011 werden er 28 kapingen gemeld, werden 470 zeevarenden gekidnapt en 15 vermoord, en momenteel worden er nog meer dan zeven schepen vastgehouden en worden nog circa 191 zeevarenden gegijzeld in Somalië, vaak onder verschrikkelijke en onmenselijke omstandigheden en gedurende steeds langere periodes;

    G. overwegende dat de piraten hun tactieken en methoden voortdurend aanpassen en dat zij nu hun actieradius hebben vergroot door grotere gekaapte schepen als "moederschip" te gebruiken;

    H. overwegende dat de voortdurende politieke instabiliteit in Somalië een van de oorzaken van piraterij vormt en bijdraagt tot het probleem, en dat piraterij door sommige Somali's nog steeds wordt gezien als een rendabele en levensvatbare bron van inkomsten;

    I.   overwegende dat de strijd tegen piraterij niet alleen met militaire middelen kan worden gewonnen, maar dat het succes ervan hoofdzakelijk afhangt van een succesvolle bevordering van vrede, ontwikkeling en natievorming in Somalië;

    J.   overwegende dat EMSA over instrumenten en gegevens beschikt die EUNAVFOR-ATALANTA kunnen helpen de veiligheid van schepen en zeevarenden in de regio te vergroten;

    K. overwegende dat het piraterijprobleem ook negatieve gevolgen heeft voor de hele regio, waar visserijactiviteiten geregeld zijn bij een aantal bilaterale en multilaterale visserijovereenkomsten en een gevaarlijke onderneming zijn geworden, niet alleen voor EU-vaartuigen die bijvoorbeeld in de wateren van de Seychellen vissen op grond van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de EU en de Republiek der Seychellen, maar ook voor de plaatselijke vissers aan wie de EU sectorale steun verleent en voor wie zij dus een maatschappelijke verantwoordelijkheid draagt; dat plaatselijke vissers niet over dezelfde financiële en personele middelen beschikken om zich te beschermen tegen piraterij;

    L.  overwegende dat de EU mondiaal gezien de grootste verstrekker van ontwikkelingshulp aan Somalië is, waarvoor zij tot nu toe via het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) 215,4 miljoen euro heeft uitgetrokken voor het tijdvak 2008-2013; dat deze financiële steunverlening in de eerste plaats bedoeld is om het volk een uitweg uit de armoede te bieden en te helpen om een autonome duurzame economische groei te bereiken, alsook om een duurzame oplossing voor stabiliteit in het land te bieden door de onderliggende oorzaken van de piraterij aan te pakken dankzij projecten op het vlak van bestuur en rechtsstaat, onderwijs en economische groei en ter ondersteuning van niet-prioritaire sectoren (volksgezondheid, milieu, water en sanitaire voorzieningen); dat in het kader van het EOF een aanvullend bedrag van 175 miljoen euro voor de periode 2011-2013 is toegekend om het voor de EU mogelijk te maken zich sterker te engageren en nieuwe activiteiten op de bovengenoemde gebieden te steunen; dat geen van deze doelen kan worden verwezenlijkt zolang er in Somalië geen doeltreffende bestuurlijke instanties zijn;

    M. overwegende dat een doeltreffende aanpak in de bestrijding van piraterij op zee gepaard moet gaan met een bredere en ruimere strategie om Somalië en de hele regio van de Hoorn van Afrika een uitweg te bieden uit de armoede en het falen van de staat, aangezien tenminste een deel van Somalië financieel beter wordt van piratenacties en van het ontvangen losgeld;

    N. overwegende dat de EU er met haar pogingen de piraterij te bestrijden weliswaar in geslaagd is de verscheepte ladingen van het Wereldvoedselprogramma (WPF) en van de Somaliëmissie van de Afrikaanse Unie (AMISOM) te beschermen, maar dat een verdere inzet nodig is zodat het niveau van de strijdkrachten voldoende is; dat het risico bestaat dat die pogingen in de toekomst worden ondermijnd als gevolg van een gebrek aan marinestrijdkrachten;

    O. overwegende dat vele lidstaten momenteel aan eigen regels werken voor het inzetten van gewapende wachten aan boord van koopvaardijschepen;

    1.  spreekt opnieuw zijn ernstige bezorgdheid uit over het voortdurende en toenemende risico dat piraterij en gewapende overvallen tegen internationale schepen met hulpgoederen voor Somalië en internationale en EU-vissers-, vracht- en passagiersschepen in de Indische Oceaan, met name voor de kust van Somalië en de Hoorn van Afrika, opleveren voor de veiligheid van zeevarenden en andere personen en voor de stabiliteit in de regio;

    2.  doet een beroep op de Hoge Vertegenwoordiger en de lidstaten met spoed na te denken over manieren om de 191 zeevarenden die momenteel gegijzeld worden te bevrijden en zo een einde te maken aan hun langdurige gevangenhouding onder afschuwelijke omstandigheden door hun overvallers, en hen in staat te stellen naar huis terug te keren, en er daarbij tevens voor te zorgen dat de zeven gekaapte vaartuigen worden vrijgegeven;

    3.  is verheugd over de bijdrage die de EUNAVFOR-operatie ATALANTA heeft geleverd aan de veiligheid op zee voor de kust van Somalië door de door het Wereldvoedselprogramma gecharterde vaartuigen die hulpgoederen naar Somalië brengen en andere kwetsbare vaartuigen te beschermen, aan het ontmoedigen, het voorkomen en het bestrijden van piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust, en aan de doeltreffendheid van de reactie van de EU op zeepiraterij;

    4.  is ingenomen met het besluit van de Raad van 23 maart 2012 tot verlenging van het mandaat van de EU NAVFOR ATALANTA tot december 2014 en tot uitbreiding van het inzetgebied ervan;

    5.  betreurt het dat het door de lidstaten geleverde aantal vaartuigen voor EU NAVFOR ATALANTA is gedaald van acht tot slechts twee of drie begin 2012, en doet daarom een beroep op de lidstaten om meer marineschepen beschikbaar te stellen, zodat ATALANTA een succes kan worden;

    6.  verzoekt om een nauwere coördinatie in het kader van het SHADE-mechanisme tussen de EU, de NAVO, de drie grote marinemissies tegen piraterij in de regio (EU NAVFOR, CTF150/151 en TF508 in het kader van de NAVO-operatie Ocean Shield) en de diverse internationale zeestrijdkrachten, om onnodige overlappingen te vermijden, aangezien beide organisaties, de EU en de NAVO, op basis van hun autonome besluitvorming in hetzelfde gebied opereren en tegelijkertijd dezelfde belangen hebben en grotendeels uit dezelfde Europese landen bestaan;

    7.  verzoekt de Hoge Vertegenwoordiger met klem aan te dringen op meer coördinatie en samenwerking tussen alle internationale actoren in Somalië en de Hoorn van Afrika als geheel, te weten de EU, de NAVO, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties en de betrokken staten, om te komen tot een serieuze, krachtdadige en alomvattende aanpak van de zeeroverij en - belangrijker nog - de onderliggende oorzaken en de gevolgen op velerlei niveau;

    8.  onderstreept tegelijkertijd de noodzaak van een sterkere strategische coördinatie tussen EUNAVFOR ATALANTA, EUTM Somalië en andere acties in GVDB-verband (bijv. de RMCB, zodra die gelanceerd is) in de Hoorn van Afrika in ruimere zin; is in dit verband ingenomen met het besluit van de Raad van 23 maart 2012 een EU-operatiecentrum voor de in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) uitgevoerde missies in de Hoorn van Afrika te activeren; roept in dit verband op tot herziening van de bestaande bevelsregelingen voor EU NAVFOR ATALANTA en EUTM Somalië;

    9.  is ingenomen met de Conferentie van Londen van 23 februari 2012, waarmee de internationale gemeenschap heeft laten zien dat zij vastberaden is de piraterij uit te roeien, en verzoekt om uitbreiding van de justitiële capaciteit om degenen die achter de piraterij zitten te vervolgen en achter de tralies te zetten;

    10. benadrukt dat straffeloosheid piraterij aanmoedigt en dus het ontmoedigen ervan belemmert; betreurt het dat ondanks de overdrachtsakkoorden van de EU met derde landen (Kenia, Seychellen en Mauritius), de bilaterale repatriëringsovereenkomsten voor veroordeelde piraten tussen de Seychellen en zowel Puntland als Somaliland en de diverse internationale rechtskaders, veel piraten en andere criminelen nog steeds niet zijn gearresteerd of na hun arrestatie vaak worden vrijgelaten wegens het ontbreken van geldig bewijs dan wel het ontbreken van de politieke wil om tot vervolging over te gaan; stelt ook vast dat sommige EU-lidstaten over onvoldoende strafrechtelijke waarborgen tegen piraterij op volle zee beschikken;

    11. verzoekt in dit verband om onmiddellijke, doeltreffende maatregelen met het oog op de vervolging en bestraffing van verdachten van piraterij; dringt er bij de derde landen en de EU-lidstaten die dit nog niet hebben gedaan, op aan alle bepalingen van UNCLOS en het VN-Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeescheepvaart in hun nationale recht op te nemen om de straffeloosheid van piraten aan te pakken; verzoekt de Raad en de Commissie te blijven kijken naar mogelijkheden voor een berechting in de landen van de regio en te werken aan de inrichting van gespecialiseerde anti-piraterijrechtbanken in Somalië en in andere staten van de regio, bij wijze van een duurzame juridische oplossing voor de vervolging van piraten in Somalië;

    12. neemt kennis van de aanbevelingen van de secretaris-generaal van de VN aan de Veiligheidsraad met het oog op gemakkelijker arrestatie en vervolging van piraterijverdachten; beklemtoont daarbij wel dat de bestaande plaatselijke rechtbanken bij processen eerlijk en doelmatig te werk moeten gaan en dat de regionale detentiecentra humaan en veilig moeten zijn;

    13. dringt er bij de lidstaten op aan dat zij in samenwerking met Europol en Interpol de geldstromen onderzoeken en in kaart brengen en het geld dat als losgeld aan de piraten is betaald confisqueren, omdat er aanwijzingen zijn dat dit geld wordt gestort op bankrekeningen in de hele wereld, ook in Europa, en dat zij de georganiseerde criminele netwerken die de winst van dergelijke praktijken opstrijken, identificeren en ontmantelen; verzoekt de Raad om verdere samenwerking tussen EU NAVFOR enerzijds en Europol en Interpol anderzijds te faciliteren;

    14. spoort EU NAVFOR, de NAVO en de Coalition Maritime Forces (CMF) aan om een doeltreffend op te treden tegen het toenemende gebruik van gekaapte koopvaardijschepen als "moederschip", een ontwikkeling die de operationele mogelijkheden van de piraten aanzienlijk vergroot en hen in staat stelt krachtiger, vastberadener en flexibeler aanvallen uit te voeren in de gehele Indische Oceaan;

    15. onderstreept dat het EMSA de samenwerking met EU NAVFOR ATALANTA moet voortzetten door haar, indien van toepassing en met toestemming van de vlaggenstaat, de gedetailleerde LRIT-gegevens en satellietbeelden te verstrekken van schepen met een EU-vlag die door het gebied varen; spoort de lidstaten er daarom toe aan om het agentschap toestemming te verlenen om deze gegevens en informatie aan de EU NAVFOR-operatie te verstrekken;

    16. is gezien de proliferatie van de piraterij van mening dat zeevarenden die blootstaan aan bedreigingen in verband met piraterij moeten worden getraind om zich beter te kunnen beschermen; wijst er met klem op dat de rederijen zich moeten aansluiten bij en volledig moeten handelen overeenkomstig de "Best Management Practices for protection against Somalia Based Piracy" (BMP4), die alle betrokken partijen voldoende informatie biedt over hoe zij schepen kunnen helpen om aanvallen van piraten voor de kust van Somalië te vermijden, te ontmoedigen of te vertragen; roept alle in het gebied opererende schepen ertoe op zich aan te melden bij de desbetreffende instanties voor de coördinatie van de maritieme veiligheid en gevolg te geven aan de aanbevelingen van EU NAVFOR ATALANTA; verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat al hun schepen zich melden;

    17. verzoekt de Raad en de Commissie om in samenwerking met de VN en de Afrikaanse Unie gevolg te geven aan de herhaalde verzoeken van de Somalische overgangsregering om internationale assistentie bij de bescherming van schepen die humanitaire hulpgoederen vervoeren en de bestrijding van piraterij voor de kust van het land, de overgangsregering samenwerking en steun te blijven bieden in de strijd tegen piraterij en bij de berechting van de daders en Somalië en de regio te helpen bij de versterking van hun capaciteiten;

    18. is verheugd over het besluit van de Raad buitenlandse zaken van 12 december 2011 tot lancering van de "EUCAP Nestor"-missie van de RMCB (regionale maritieme capaciteitsopbouw), die zich zal richten op versterking van de maritieme en justitiële capaciteiten en de opleiding van een kustpolitiemacht en rechters in acht landen van de Hoorn in Afrika en de westelijke Indische Oceaan; dringt er bij de Raad en EDEO op aan dat zij alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat de RMCB de komende zomer in de regio operationeel kan zijn;

    19. erkent dat opleiding slechts een deel vormt van de opbouw van maritieme capaciteiten en vraagt daarom de lidstaten materiële hulp aan de missie of de regio te bieden, in het bijzonder maritieme patrouillevaartuigen;

    20. is groot voorstander van het vredes- en verzoeningsproces van Djibouti; dringt aan op een globale aanpak van de situatie in Somalië, in het kader waarvan veiligheid gekoppeld wordt aan ontwikkeling, rechtsstatelijkheid, eerbiediging van de mensenrechten en naleving van het internationaal humanitair recht;

    21. is ingenomen met het besluit van de Commissie om nog eens een bedrag van 100 miljoen euro aan financiële steun van de EU in het kader van de Afrikaanse vredesfaciliteit aan de Somaliëmissie van de Afrikaanse Unie (AMISOM) voor te stellen en vraagt de lidstaten en de internationale gemeenschap hulp te bieden bij het bevorderen van vrede en economische ontwikkeling en bij de opbouw van een stabiel democratisch regime in Somalië dat op de lange termijn de veiligheid en de bestrijding van de piraterij zal faciliteren; verwelkomt de benoeming van een speciale vertegenwoordiger van de EU voor de Hoorn van Afrika;

    22. is bezorgd over de steeds slechter wordende humanitaire situatie in de Hoorn van Afrika en roept de internationale gemeenschap, en met name de EU, ertoe op meer humanitaire bijstand te verlenen aan mensen in nood, opdat in de toenemende humanitaire behoeften kan worden voorzien en verdere verslechtering van de situatie wordt voorkomen;

    23. herhaalt dat er in elke strategie tegen zeeroverij rekening mee moet worden gehouden dat deze praktijken illegale economische belangen dienen en dat bij alle sterke prikkels voor de Somalische bevolking om met piraterij te stoppen, de werkgelegenheid voor de jeugd centraal moet staan en ernaar moet worden gestreefd de plaatselijke bevolking alternatieve bestaansmiddelen aan te bieden waarmee zij op passende wijze in hun bestaan kunnen voorzien;

    24. verwelkomt het Marsic-project van de EU in het kader van het "Programma kritieke zeeroutes" van het Stabiliteitsinstrument, dat tot doel heeft de veiligheid in de westelijke Indische Oceaan en de Golf van Aden te vergroten door middel van informatie-uitwisseling en capaciteitsopbouw, aangezien bij dat project de nadruk ligt op de regionale samenwerking tussen de landen van de regio; verwacht dat dit project ook na 2013 wordt voortgezet;

    25. moedigt piraterijbestrijdingsinitiatieven aan van landen van oostelijk en zuidelijk Afrika en van de Indische-oceaanregio, zoals het nieuwe anti-piraterijproject MASE (Maritime and Security Programme), waaraan de EU een startsubsidie van 2 miljoen euro verleende; is er verheugd over dat naar complementariteit wordt gestreefd van door de Commissie gefinancierde projecten en de GVDB-missie inzake RMCB;

    26. herhaalt dat de piraterij voor de kust van Somalië in het verlengde ligt van het ontbreken van recht en orde in dit land en dat de internationale gemeenschap daarom de noodzakelijke technische en financiële steun moet bieden om de Somalische federale overgangsregering te steunen bij de ontwikkeling van haar vermogen om de territoriale wateren en, met inachtneming van het internationaal recht, de exclusieve economische zone van het land te controleren;

    27. is ingenomen met de werkzaamheden van de VN-Contactgroep piraterij voor de kust van Somalië, een uniek forum voor de verbetering van het niveau en de kwaliteit van de internationale samenwerking op dit gebied, de samenwerking tussen staten onderling en die met alle betrokken vooraanstaande internationale organisaties;

    28. is verheugd over de nauwe samenwerking met de IMO op het gebied van de opbouw van maritieme capaciteit, evenals over de werkzaamheden die moeten leiden tot de sluiting van een strategisch partnerschap tussen de EU en de IMO voor de bestrijding van de piraterij in de Hoorn van Afrika in ruimere zin;

    29. onderstreept dat het inzetten van particuliere gewapende beveiligers aan boord van schepen een maatregel is die niet in de plaats kan komen van de noodzakelijke allesomvattende oplossing van de bedreiging door piraten in al haar facetten; neemt in aanmerking dat sommige lidstaten met wetgeving ter zake zijn gekomen; verzoekt in dit verband de lidstaten de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen aan boord te nemen als dit mogelijk is en verzoekt de Commissie en de Raad toe te werken naar een EU-aanpak met betrekking tot het inzetten van gecertificeerd gewapend personeel aan boord van schepen om een goede uitvoering van de desbetreffende IMO-richtsnoeren te waarborgen;

    30. herinnert eraan dat op volle zee, overeenkomstig het internationaal recht, in alle gevallen, dus ook bij maatregelen ter bestrijding van piraterij, de nationale jurisdictie van de vlaggenstaat op het schip in kwestie van toepassing is, evenals op de militairen die aan boord werkzaam zijn; wijst er bovendien op dat geen andere autoriteiten dan die van de vlaggenstaat kunnen gelasten tot aanhouding of detentie van een schip, zelfs als het een onderzoeksmaatregel betreft;

    31. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de lidstaten, de secretarissen-generaal van de Afrikaanse Unie, de Verenigde Naties en de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD), alsmede aan de president van de federale overgangsregering van Somalië en het Pan-Afrikaanse parlement.