Procedure : 2012/2784(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0426/2012

Ingediende teksten :

RC-B7-0426/2012

Debatten :

PV 13/09/2012 - 17.2

Stemmingen :

PV 13/09/2012 - 18.2

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0355

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 135kWORD 76k
12.9.2012
PE493.587v01-00}
PE493.610v01-00}
PE493.613v01-00}
PE493.614v01-00}
PE493.615v01-00}
PE493.616v01-00} RC1
 
B7-0426/2012}
B7-0449/2012}
B7-0452/2012}
B7-0453/2012}
B7-0454/2012}
B7-0455/2012} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 122, lid 5, en artikel 110, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ECR (B7‑0426/2012)

S&D (B7‑0449/2012)

GUE/NGL (B7‑0452/2012)

PPE (B7‑0453/2012)

Verts/ALE (B7‑0454/2012)

ALDE (B7‑0455/2012)


over de vervolging van Rohingya-moslims in Birma (2012/2784(RSP))


José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ivo Belet, Elmar Brok, Cristian Dan Preda, Bernd Posselt, Roberta Angelilli, Filip Kaczmarek, Mario Mauro, Tunne Kelam, Eija-Riitta Korhola, Sergio Paolo Francesco Silvestris, Zuzana Roithová, Monica Luisa Macovei, Sari Essayah, Giovanni La Via, Csaba Sógor, Elena Băsescu, László Tőkés, Bogusław Sonik namens de PPE-Fractie
Véronique De Keyser, Ana Gomes, Marc Tarabella, Liisa Jaakonsaari, Mitro Repo namens de S&D-Fractie
Marietje Schaake, Graham Watson, Louis Michel, Edward McMillan-Scott, Leonidas Donskis, Robert Rochefort, Fiona Hall, Sonia Alfano, Marielle de Sarnez, Sarah Ludford, Kristiina Ojuland, Johannes Cornelis van Baalen, Jelko Kacin, Anneli Jäätteenmäki, Izaskun Bilbao Barandica namens de ALDE-Fractie
Jean Lambert, Barbara Lochbihler, Nicole Kiil-Nielsen, Raül Romeva i Rueda namens de Verts/ALE-Fractie
Charles Tannock, Ryszard Antoni Legutko, Adam Bielan, Sajjad Karim, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Czarnecki namens de ECR-Fractie
Helmut Scholz, Marie-Christine Vergiat namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de vervolging van Rohingya-moslims in Birma (2012/2784(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over Birma/Myanmar, in het bijzonder die van 20 april 2012,

–   gezien het voortgangsverslag van 7 maart 2012 van de speciale rapporteur van de VN over de mensenrechtensituatie in Myanmar,

–   gezien de conclusies van de Raad over Birma/Myanmar van 23 april 2012,

–   gezien de verklaring van 13 juni 2012 door de woordvoerder van hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton over de crisis in de noordelijke staat Rakhine in Birma/Myanmar,

–   gezien de gedachtewisseling over de Rohingya-kwestie in de Subcommissie mensenrechten op 11 juli 2012,

–   gezien de verklaring van 9 augustus 2012 door commissaris Georgieva over humanitaire toegang tot de Rohingya en andere getroffen gemeenschappen,

–   gezien de verklaring van 17 augustus 2012 door de ASEAN-ministers van Buitenlandse Zaken over de recente ontwikkelingen in Rakhine,

–   gezien het VN-verdrag van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het aanvullende protocol van 1967,

–   gezien de artikelen 18 tot en met 21 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–   gezien artikel 25 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–   gezien de besluiten op grond waarvan Myanmar het gastland kan zijn voor de Zuidoost-Aziatische Spelen in 2013 en het voorzitterschap van de ASEAN zal overnemen in 2014,

–   gezien artikel 122 en artikel 5, lid 110, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de nieuwe regering van president Thein Sein sinds haar aantreden in maart 2011 talrijke stappen heeft gezet om de burgerlijke vrijheden in het land uit te breiden, dat de meeste politieke gevangenen zijn vrijgelaten, waarvan een aantal bij tussentijdse verkiezingen is verkozen in het parlement, dat voorlopige wapenstilstanden met de meeste gewapende etnische groepen in werking zijn getreden, en dat veel politieke dissidenten zijn teruggekeerd uit ballingschap in de hoop op verzoening;

B.  overwegende dat evenwel de discriminatie van de Rohingya-minderheid erger is geworden;

C. overwegende dat op 28 mei 2012 naar aanleiding van de verkrachting van en moord op een boeddhistische vrouw een spiraal van gewelddadige botsingen tussen de Rakhine boeddhistische meerderheid en de Rohingya-moslimminderheid in de staat Rakhine is ontketend;

D. overwegende dat in de dagen erna het sektarisch geweld zich verspreid heeft tussen de twee gemeenschappen, waarbij buitengewoon veel Rakhine relschoppers betrokken waren en de veiligheidstroepen het voorzien hadden op de Rohingya, geweld waardoor tientallen mensen zijn gedood, duizenden huizen verwoest en meer dan 70 000 mensen ontheemd; overwegende dat op 10 juni 2012 de noodtoestand is afgekondigd in zes steden in de staat Rakhine;

E.  overwegende dat president Thein Sein in eerste instantie had verkondigd dat de enige oplossing was de Rohingya naar vluchtelingenkampen met het UNHCR-ondersteuning te sturen of om ze te herhuisvesten in andere landen;

F.  overwegende dat de Rohingya, van wie velen al eeuwen in de staat Rakhine zijn gevestigd, niet als een van de 135 nationale groepen van Birma/Myanmar zijn erkend, en hen dus op grond van de Burgerschapswet van 1982 de burgerschapsrechten worden ontzegd, dat zij door vele Birmezen worden gezien als illegale immigranten uit Bangladesh, en het slachtoffer zijn van systematische en ernstige discriminatie, zoals beperkingen op het gebied van vrijheid van verkeer, huwelijk, onderwijs, gezondheidszorg en werkgelegenheid, alsmede inbeslagneming van land, dwangarbeid, willekeurige arrestatie en intimidatie door de autoriteiten;

G. overwegende dat vanwege de aanhoudende vervolging naar schatting 1 miljoen Rohingya door de jaren heen naar buurlanden zijn gevlucht; overwegende dat 300 000 Rohingya alleen al naar Bangladesh zijn gevlucht, waar hun situatie op de lange termijn onopgelost blijft en de autoriteiten van Bangladesh onlangs de internationale humanitaire organisaties die basisdiensten op medisch en voedingsgebied verstrekken aan niet-geregistreerde vluchtelingen en de lokale bevolking in het Cox's Bazar district, hebben gemaand hun werkzaamheden op te schorten, en nu volgens de berichtgeving de Rohingya asielzoekers terugdrijven;

H. overwegende dat de Commissie voor humanitaire hulp en civiele bescherming (ECHO) in 2012 EUR 10 miljoen heeft toegewezen voor hulp van Rohingya-vluchtelingen en de lokale gastbevolking in Bangladesh;

I.   overwegende dat de Birmese regering op 17 augustus 2012 een onafhankelijke onderzoekscommissie heeft benoemd, bestaande uit 27 vertegenwoordigers van maatschappelijk, politieke en religieuze organisaties, om onderzoek te doen naar de oorzaken van het uitbreken van sektarisch geweld en voorstellen te formuleren;

1.   is zeer verontrust over het aanhoudende etnische geweld in West-Birma, dat heeft geleid tot een groot aantal doden en gewonden, vernieling van eigendommen en ontheemding van de lokale bevolking, en vreest dat deze botsingen tussen gemeenschappen de overgang naar de democratie in Birma/Myanmar in gevaar kunnen brengen;

2.  doet een beroep op alle partijen om terughoudendheid te betrachten, en dringt er bij de Birmese autoriteiten op aan te stoppen met willekeurige arrestaties van Rohingya, informatie te verstrekken over de verblijfplaats van de honderden mensen die sinds de start van de veiligheidsoperaties in de staat Rakhine in juni 2012 zijn vastgezet, en degenen die willekeurig gearresteerd zijn onmiddellijk vrij te laten;

3.  vraagt de regering van Birma/Myanmar dringend de VN-agentschappen en humanitaire ngo's, maar ook journalisten en diplomaten, ongehinderde toegang te verlenen tot alle gebieden van de staat Rakhine, onbeperkte toegang tot humanitaire hulp te garanderen voor alle getroffen bevolkingsgroepen en ervoor te zorgen dat ontheemde Rohingya zich vrij kunnen verplaatsen en terug mogen keren naar hun woonplaats als het daar eenmaal veilig voor hen is;

4.  is ingenomen met de instelling van de onafhankelijke onderzoekscommissie, maar betreurt het dat er geen Rohingya-vertegenwoordiger in zit;

5.  dringt er bij de regering van Birma/Myanmar op aan de aanstichters van de gewelddadige botsingen en ander gerelateerd geweld in de staat Rakhine voor het gerecht te brengen, en de extremistische groepen die aanzetten tot haat tussen gemeenschappen, humanitaire en internationale agentschappen bedreigen, en pleiten voor uitzetting of permanente scheiding van de twee gemeenschappen, in toom te houden;

6.  verzoekt de EDEO om de Birmese regering met alle mogelijke middelen te steunen in haar inspanningen om de situatie te stabiliseren, programma's voor verzoening uit te voeren, een breder plan voor de sociaal-economische ontwikkeling van de staat Rakhine op te zetten, en de vorderingen van Birma/Myanmar op weg naar democratie voort te zetten;

7.  spreekt zijn waardering uit voor de Birmese burgers die hun steun hebben betuigd aan de islamitische minderheid en voor een pluralistische samenleving, en dringt er bij de politieke krachten op aan een duidelijk standpunt in die zin in te nemen; is ervan overtuigd dat een inclusieve dialoog met de lokale gemeenschappen een belangrijk element kan zijn om de talrijke etnische problemen in Birma/Myanmar te verminderen;

8.  wijst erop dat de Rohingya-minderheid niet buiten de nieuwe ontwikkelingen naar een multiculturele Birma/Myanmar kunnen worden gelaten, en roept de regering op om de staatsburgerschapwet van 1982 te wijzigen en in overeenstemming brengen met de internationale normen inzake mensenrechten en haar verplichtingen uit hoofde van artikel 7 van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, met het oog op de toekenning van de burgerrechten aan de Rohingya en andere staatloze minderheden, alsmede de waarborging van gelijke behandeling van alle Birmaanse burgers, om zo een einde te maken aan discriminerende praktijken;

9.  is bezorgd over de arrestatie van 14 internationale hulpverleners tijdens de onlusten, en dringt aan op onmiddellijke vrijlating van de vijf die nog in de gevangenis zitten;

10. dringt er bij de Birmese regering op aan de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten tot het land toe te laten om een ​​onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de misstanden in de staat Rakhine; dringt er bij het Bureau van de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens op aan een ​​kantoor in Birma/Myanmar te vestigen met een volledig mandaat tot bescherming, bevordering en technische bijstand mandaat, alsmede subkantoren in deelstaten in het hele land, met inbegrip van de staat Rakhine;

11. spoort de Birmese regering aan de uitvoering van de democratische hervormingen voort te zetten, de rechtsstaat in te stellen, en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, met name de vrijheid van meningsuiting en vergadering (ook op internet) te waarborgen;

12. dringt er bij alle landen in de regio op aan hulp te verlenen aan vluchtelingen uit Birma/Myanmar en de Birmese regering te steunen bij het vinden van billijke oplossingen voor de onderliggende oorzaken;

13. dringt er met name bij Bangladesh op aan de huidige donorsteun en eventuele aanvullende ondersteunende maatregelen te blijven aanvaarden, en de humanitaire hulporganisaties in de gelegenheid te stellen hun werk in het land voort te zetten, vooral in het licht van de gebeurtenissen in de staat Rakhine en de daardoor groeiende stroom vluchtelingen, die dringend behoefte hebben aan basiszorg;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de regeringen en parlementen van Birma/Myanmar en Bangladesh, de hoge vertegenwoordiger van de EU, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de ASEAN, de intergouvernementele commissie voor de mensenrechten van de ASEAN, de speciale vertegenwoordiger van de VN voor de mensenrechten in Myanmar, het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN en de VN-Raad voor de mensenrechten.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid