Procedure : 2012/2789(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0427/2012

Ingediende teksten :

RC-B7-0427/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/09/2012 - 11.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0352

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 143kWORD 78k
12.9.2012
PE493.588v01-00}
PE493.591v01-00}
PE493.592v01-00}
PE493.597v01-00}
PE493.598v01-00} RC1
 
B7-0427/2012}
B7-0430/2012}
B7-0431/2012}
B7-0436/2012}
B7-0437/2012} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 110, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

S&D (B7‑0427/2012)

Verts/ALE (B7‑0430/2012)

PPE (B7‑0431/2012)

ECR (B7‑0436/2012)

ALDE (B7‑0437/2012)


over het gebruik van justitie voor politieke doeleinden in Rusland (2012/2789(RSP))


José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ria Oomen-Ruijten, Elmar Brok, Mario Mauro, Cristian Dan Preda, Arnaud Danjean, Michael Gahler, Jacek Saryusz-Wolski, Jacek Protasiewicz, Bernd Posselt, Vytautas Landsbergis, Elena Băsescu, Laima Liucija Andrikienė, Alojz Peterle, Roberta Angelilli, Nadezhda Neynsky namens de PPE-Fractie
Hannes Swoboda, Libor Rouček, Véronique De Keyser, Ana Gomes, Knut Fleckenstein, Justas Vincas Paleckis, Mitro Repo namens de S&D-Fractie
Guy Verhofstadt, Kristiina Ojuland, Leonidas Donskis, Marielle de Sarnez, Robert Rochefort, Sonia Alfano, Sarah Ludford, Edward McMillan-Scott, Marietje Schaake, Graham Watson, Jelko Kacin namens de ALDE-Fractie
Werner Schulz, Tarja Cronberg namens de Verts/ALE-Fractie
Charles Tannock, Marek Henryk Migalski, Paweł Robert Kowal, Ryszard Antoni Legutko, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Czarnecki, Roberts Zīle namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het gebruik van justitie voor politieke doeleinden in Rusland (2012/2789(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere verslagen en resoluties over Rusland, met name de resolutie van 15 maart 2012(1) over het resultaat van de presidentsverkiezingen in Rusland, de resolutie van 16 februari 2012(2) over de komende presidentsverkiezingen in Rusland, de resolutie van 14 december 2011(3) over de verkiezingen voor de Doema en de resolutie van 7 juli 2011(4) over de voorbereidingen voor de verkiezingen voor de Russische Doema in december 2011,

–   gezien de lopende onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst, die een nieuw algemeen kader moet bieden voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland, en gezien het partnerschap voor modernisering, dat van start is gegaan in 2010,

–   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, waarin wordt bepaald dat iedereen recht heeft op een eerlijk en openbaar proces voor een bevoegde, onafhankelijke, onpartijdige en bij de wet ingestelde rechtbank,

–    gezien de Russische grondwet, en met name artikel 118 ervan, dat stipuleert dat in de Russische Federatie uitsluitend recht wordt gesproken door rechtbanken, en artikel 120 ervan, dat stipuleert dat rechters onafhankelijk zijn en uitsluitend ondergeschikt aan de Russische grondwet en de federale wetten,

–   gezien de verklaring van 17 augustus 2012 van de hoge vertegenwoordiger van de EU, Catherine Ashton, over de veroordeling van de leden van de punkband "Pussy Riot" in Rusland,

–   gezien het verzoek van de Russische openbare aanklager om op 12 september 2012 te stemmen over verwijdering van Eerlijk Rusland-lid Gennadi Goedkov uit de Doema,

–   gezien artikel 110, lid 2 en lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Russische Federatie een volwaardig lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa is en zich heeft verplicht tot naleving van de democratische beginselen, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten; overwegende dat er vanwege verschillende ernstige schendingen van de rechtsstaat en de goedkeuring van restrictieve wetten in de afgelopen maanden steeds meer bezorgdheid is ontstaan over de mate waarin Rusland zich houdt aan zijn internationale en nationale verplichtingen;

B.  overwegende dat de Europese Unie zich zal blijven inzetten voor verdere intensivering en ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Rusland, hetgeen blijkt uit de toezegging van de Unie zich ten volle in te zetten voor de onderhandelingen over een nieuwe kaderovereenkomst ter verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Rusland, en overwegende dat de Europese Unie en Rusland nauwe en omvattende betrekkingen tot stand hebben gebracht, met name op het gebied van energie, economie en handel, en dat zij in de wereldeconomie onderling afhankelijk zijn geworden;

C. overwegende dat de mensenrechtensituatie in Rusland in de afgelopen maanden drastisch is verslechterd en dat de Russische autoriteiten recentelijk een reeks wetten hebben aangenomen die twijfelachtige bepalingen bevatten en die gebruikt kunnen worden om de oppositie en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld verder aan banden te leggen en die de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering belemmeren; overwegende dat deze elementen op korte termijn prioritair aan de orde moet worden gesteld, met name tijdens de bilaterale bijeenkomsten en onderhandelingen tussen de EU en Rusland;

D. overwegende dat er nog steeds niemand verantwoordelijk is gesteld voor de dood van Anna Politkovskaja, Natalja Estemirova, Anastasia Barboerova, Stanislav Markelov en Sergej Magnitski;

E.  overwegende dat Michail Chodorkovski en zijn zakenpartner Platon Lebedev schuldig aan verduistering zijn bevonden door het districtgerecht Chamovnitsjeski in Moskou op 30 december 2010; overwegende dat de gerechtelijke vervolging, de rechtszaak en het vonnis in de internationale berichtgeving als politiek gemotiveerd worden gezien;

F.  overwegende dat de zaak-Magnitski slechts een van de vele zaken van machtsmisbruik door de Russische wetshandhavingsautoriteiten is, waardoor de rechtsstaat ernstig is geschonden en de schuldigen van zijn dood nog steeds niet zijn bestraft; overwegende dat er tal van andere rechtszaken zijn waarbij politiek geconstrueerde motieven worden gebruikt om af te rekenen met politieke tegenstanders en het maatschappelijk middenveld te bedreigen;

G. overwegende dat de veroordeling van de leden van de Russische punkband "Pussy Riot" tot twee jaar gevangenisstraf wegens een protestoptreden tegen president Vladimir Poetin in een kathedraal van de Russisch-orthodoxe kerk in Moskou disproportioneel is;

H. overwegende dat de Doema van plan is op 12 september 2012 te stemmen over de beëindiging van het mandaat van Gennadi Goedkov wegens zakelijke activiteiten tijdens zijn mandaat, zonder de vereiste democratische procedures te volgen; overwegende dat de parlementaire regels omwille van de rechtsstaat op gelijke en onpartijdige wijze moeten gelden voor alle leden van de Doema; overwegende dat andere leden van de Eerlijk Rusland-fractie zoals Dmitri Goedkov en Ilja Ponomarjov gelijkaardige beschuldigingen te wachten staan;

I.   overwegende dat de nieuwe wetten inzake ngo's en inzake het recht van vergadering kunnen worden ingezet om het maatschappelijk middenveld te onderdrukken, afwijkende politieke meningen te doen verstommen en ngo's, democratische oppositie en de media te intimideren; overwegende dat het Russische parlement in juli 2012 een wet heeft aangenomen waarin wordt bepaald dat Russische ngo's die steun ontvangen uit het buitenland en die zich bezighouden met politieke activiteiten zich als "buitenlands agent" moeten registreren;

J.   overwegende dat ondanks de verklaringen en toezeggingen van president Poetin en premier Medvedev de druk op politieke vrijheden van Russische burgers toeneemt; overwegende dat president Poetin heeft verklaard dat de enorme corruptie in Rusland dringend moet worden overwonnen, dat hij zich er publiekelijk toe heeft verplicht de rechtsstaat in Rusland te versterken en dat hij zijn bezorgdheid heeft uitgesproken over de onafhankelijkheid van het gerecht en het rechtsstelsel in Rusland;

1.  merkt op dat zinvolle, constructieve betrekkingen tussen de EU en Rusland afhangen van inspanningen ter versterking van de democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de grondrechten; onderstreept het feit dat de politieke en economische stabiliteit van Rusland op middellange en lange termijn afhangt van het functioneren van de rechtsstaat en het aanbod aan echte democratische keuze;

2.  is van mening dat Rusland als lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa moet voldoen aan de verplichtingen die het is aangegaan; wijst erop dat de recente ontwikkelingen indruisen tegen de hervormingen die noodzakelijk zijn voor verbetering van de democratische normen, de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht;

3.  is verheugd over het besluit van het hooggerechtshof van 25 juli 2012 om de zaken van Chodorkovski en Lebedev te herzien, overeenkomstig de aanbeveling van de presidentiële mensenrechtenraad van december 2011; neemt kennis van het feit dat de straf van Lebedev met drie jaar is ingekort; dringt aan op voortzetting van de volledige herziening van deze zaken omdat Rusland zich internationaal gecommitteerd heeft aan een eerlijke en transparante rechtsgang en om de bevindingen en aanbevelingen van de presidentiële mensenrechtenraad met betrekking tot de zaak-Chodorkovski volledig te respecteren en uit te voeren;

4.  verzoekt de Russische autoriteiten de daders te berechten in de moordzaken van Anna Politkovskaja en Natalja Estemirova en dringt er bij hen op aan een geloofwaardig en onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de dood van Magnitski en andere zaken en een einde te maken aan de alomtegenwoordige straffeloosheid en de algemeen verbreide corruptie in het land;

5.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over andere politiek gemotiveerde processen, met name de strafrechtelijke vervolging van wetenschappers die beschuldigd worden van spionage als gevolg van samenwerking met buitenlandse wetenschappelijke instellingen, de veroordeling van oppositieactivist Taisia Osipova tot acht jaar in een strafkamp in het kader van een proces dat politiek gemotiveerd wordt geacht, waarbij gebruik is gemaakt van twijfelachtige en mogelijk vervalste bewijzen en niet is voldaan aan de normen van een eerlijk proces, de detentie en politiek gemotiveerde strafrechtelijke aanklacht tegen meer dan een dozijn deelnemers aan de protestdemonstratie in Moskou van 6 mei, die ten onrechte zijn beschuldigd in verband met de zogenaamde "massarellen", en het strafrechtelijk onderzoek tegen oppositieactivisten, bijvoorbeeld Aleksej Navalny, Boris Nemtsov en Sergey Udalcov;

6.  is zeer teleurgesteld over het vonnis van de districtsrechtbank Chamovnitsjeski in Rusland en de buitensporige straf die deze rechtbank heeft opgelegd in de zaak van Nadezjda Tolokonnikova, Maria Aljochina en Ekaterina Samoetsevitsj, leden van de punkband "Pussy Riot"; stelt bezorgd vast dat deze zaak er een is in een groeiende reeks gevallen van intimidatie en vervolging van oppositielieden in de Russische Federatie in de laatste tijd, een ontwikkeling die de Europese Unie steeds meer zorgen baart; herhaalt dat hij ervan overtuigd is dat dit vonnis zal worden herzien en teruggedraaid, conform de internationale verplichtingen van Rusland;

7.  neemt kennis van het verzoek van de openbare aanklager om te stemmen over de vroegtijdige beëindiging van het mandaat van Gennadi Goedkov als lid van de Doema wegens zakelijke activiteiten tijdens zijn mandaat die in strijd zouden zijn met artikel 289 van het Russische strafwetboek; wijst erop dat het in gang zetten van een parlementaire politieke procedure om Gennadi Goedkov, lid van de oppositiepartij "Rechtvaardig Rusland", zijn parlementair mandaat te ontnemen, breed wordt gezien als intimidatie, gericht tegen legitieme politieke activiteiten van een oppositiepartij die zich schaarde achter verzoeken van de protestbeweging; verzoekt Rusland af te zien van de willekeurige toepassing van wetten om oppositieleden het zwijgen op te leggen;

8.  uit echter zijn bezorgdheid over het verslechterende klimaat voor de opbouw van de burgermaatschappij in Rusland, met name ten aanzien van de recente aanneming van een reeks wetten inzake demonstraties, ngo's, smaad en het internet die twijfelachtige bepalingen bevatten en zouden kunnen leiden tot willekeurige handhaving; herinnert de Russische autoriteiten eraan dat in een moderne en welvarende samenleving de individuele en collectieve rechten van alle burgers moeten worden erkend en beschermd; verzoekt de bevoegde Russische instellingen in dit verband de nieuwe wetten inzake ngo's te wijzigen, zodat middenveldsorganisaties die financiële steun ontvangen uit eerbare buitenlandse fondsen beschermd worden tegen politieke vervolging;

9.  uit ook zijn bezorgdheid over de wet inzake extremisme vanwege de ruime interpretatiemarge voor basisbegrippen als "extremistische acties" en "extremistische organisaties" wat volgens de Venetië-commissie van de Raad van Europa zou kunnen leiden tot willekeur en belemmering van de vrijheid van vergadering, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van geloofsovertuiging; dringt er bij de Russische autoriteiten op aan deze bezorgdheid weg te nemen door de wet te amenderen;

10. herinnert eraan dat voormalig president Medvedev een werkgroep heeft opgericht voor de hervorming van het kiesstelsel en een verbetering van de eerbiediging van de rechtsstaat en de grondrechten in Rusland; herinnert eraan dat het Europees Parlement er bij de Russische autoriteiten op heeft aangedrongen deze hervormingen door te voeren en dat het herhaaldelijk EU-steun heeft aangeboden, onder meer in het kader van het partnerschap voor modernisering;

11. veroordeelt de recent goedgekeurde wetgeving waarbij openbare uitlatingen over seksuele geaardheid en genderidentiteit in diverse Russische regio's strafbaar zijn gesteld en vergelijkbare plannen op federaal niveau; herinnert de Russische autoriteiten aan hun verplichtingen om de vrijheid van meningsuiting en de rechten van LGBT-mensen te eerbiedigen;

12. verzoekt de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter en de Commissie om consequent en ruim steun te verlenen aan de activisten van de civiele maatschappij en de vertegenwoordigers van nieuwe sociale bewegingen aan de basis; verzoekt de EU permanent druk uit te oefenen op de Russische autoriteiten om te voldoen aan de OVSE-normen op het gebied van mensenrechten, democratie, rechtsstaat en een onafhankelijk gerecht;

13. wijst op het belang van een permanente gedachtewisseling met Rusland over de mensenrechten in het kader van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland als manier om de interoperabiliteit op alle samenwerkingsgebieden te consolideren, en dringt aan op een betere opzet van deze overlegbijeenkomsten zodat ze meer effect sorteren, waarbij bijzondere aandacht dient te worden besteed aan gemeenschappelijk optreden tegen racisme en vreemdelingenhaat, en op de openstelling van dit proces voor een wezenlijke inbreng van het Europees Parlement, de Russische Doema en ngo's op het gebied van de mensenrechten, en verwacht dat de dialoog wisselend plaatsheeft in Rusland en in een lidstaat van de EU;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0088.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0054.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0575.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0335.

Juridische mededeling - Privacybeleid