Procedure : 2013/2691(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0344/2013

Ingediende teksten :

RC-B7-0344/2013

Debatten :

PV 04/07/2013 - 17.2
CRE 04/07/2013 - 17.2

Stemmingen :

PV 04/07/2013 - 18.2
CRE 04/07/2013 - 18.2

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0335

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 148kWORD 74k
3.7.2013
PE515.888v01-00}
PE515.889v01-00}
PE515.890v01-00}
PE515.894v01-00}
PE515.897v01-00} RC1
 
B7-0344/2013}
B7-0345/2013}
B7-0346/2013}
B7-0350/2013}
B7-0353/2013} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 122, lid 5, en artikel 110, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B7‑0344/2013)

ECR (B7‑0345/2013)

PPE (B7‑0346/2013)

ALDE (B7‑0350/2013)

S&D (B7‑0353/2013)


over de situatie in Nigeria (2013/2691(RSP))


José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Filip Kaczmarek, Gay Mitchell, Elmar Brok, Cristian Dan Preda, Bernd Posselt, Tunne Kelam, Roberta Angelilli, Eija-Riitta Korhola, Elena Băsescu, Monica Luisa Macovei, Philippe Boulland, Jean Roatta, Mariya Gabriel, Sergio Paolo Francesco Silvestris, Giovanni La Via, Eduard Kukan, Sari Essayah, Petri Sarvamaa, Jarosław Leszek Wałęsa, Zuzana Roithová, Krzysztof Lisek, Tadeusz Zwiefka, Bogusław Sonik, Martin Kastler namens de PPE-Fractie
Véronique De Keyser, Michael Cashman, Ricardo Cortés Lastra, Norbert Neuser, Ana Gomes, Joanna Senyszyn, Corina Creţu, Liisa Jaakonsaari, Mitro Repo, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Marc Tarabella, Pino Arlacchi, Antigoni Papadopoulou, Mojca Kleva Kekuš namens de S&D-Fractie
Marietje Schaake, Louis Michel, Robert Rochefort, Ramon Tremosa i Balcells, Izaskun Bilbao Barandica, Marielle de Sarnez, Charles Goerens, Sarah Ludford, Hannu Takkula, Johannes Cornelis van Baalen, Angelika Werthmann, Nathalie Griesbeck, Kristiina Ojuland namens de ALDE-Fractie
Judith Sargentini, Barbara Lochbihler, Ulrike Lunacek, Nicole Kiil-Nielsen, Jean Lambert, Raül Romeva i Rueda namens de Verts/ALE-Fractie
Charles Tannock namens de ECR-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nigeria (2013/2691(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn resoluties van 13 juni 2013 over de vrijheid van pers en media in de wereld(1), van 11 december 2012 over een strategie voor digitale vrijheid in het buitenlandbeleid van de EU(2), van 5 juli 2012 over geweld tegen lesbiennes, homo- en biseksuelen, transgenders en interseksen in Afrika(3), en van 15 maart 2012 over de situatie in Nigeria(4),

–   gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Catherine Ashton, van 22 januari 2012 over de bomaanslagen in Kano, van 11 maart 2013 over vermoorde gijzelaars, van 2 juni 2013 over de Nigeriaanse wet die huwelijken of relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht strafbaar stelt, en van 25 juni 2013 over terechtstellingen in Nigeria,

–   gezien de mensenrechtendialoog tussen de EU en Nigeria van maart 2013 in Abuja, en gezien de ministeriële bijeenkomst Nigeria-EU van 16 mei 2013 in Brussel, waarin erop werd gewezen dat het nodig is om enerzijds antiterrorismemaatregelen en anderzijds burgerslachtoffers en de vernietiging van openbare infrastructuur tegen elkaar af te wegen,

–   gezien de resolutie van de in mei 2013 in Horsens (Denemarken) bijeengekomen Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU over de situatie in Nigeria,

–   gezien de richtsnoeren van de Raad van de Europese Unie voor de bevordering en bescherming van alle mensenrechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksen (LGBTI),

–   gezien de Overeenkomst van Cotonou van 2000 en de herzieningen ervan in 2005 en 2010 (waarbij die laatste herziening door Nigeria werd bekrachtigd op 27 september 2010), en met name de artikelen 8 en 9, die betrekking hebben op de politieke dialoog en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat,

–   gezien de verklaringen van VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon van 16 mei 2013 over het aanhoudende geweld en de verslechterende veiligheidssituatie in het noordoosten van Nigeria, en van 22 april 2013 over het grote aantal burgerslachtoffers en vernielde huizen in Nigeria als gevolg van gevechten tussen het leger en de rebellengroep Boko Haram,

–   gezien de verklaringen van de hoge commissaris van de VN voor de mensenrechten, Navi Pillay, van 3 mei 2013 naar aanleiding van de gevechten van april 2013, waarin zij veiligheidsfunctionarissen in Nigeria opnieuw verzocht de mensenrechten te eerbiedigen en buitensporig geweld tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden te vermijden, en van 17 mei 2013 over de mogelijkheid dat leden van Boko Haram worden aangeklaagd voor oorlogsmisdaden,

–   gezien de verklaring van de VN-Veiligheidsraad van 27 december 2011 over aanslagen van de terroristische groep Boko Haram in Nigeria,

–   gezien de VN-Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie en overtuiging van 1981,

–   gezien de verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van de G8 van 12 april 2012 over het aanhoudende geweld in Nigeria,

–   gezien het Verdrag van de Afrikaanse Unie voor de preventie en bestrijding van terrorisme, dat op 16 mei 2003 door Nigeria werd geratificeerd, en het aanvullende protocol daarbij, dat op 22 december 2008 door Nigeria werd geratificeerd,

–   gezien de verklaring van de commissaris voor vrede en veiligheid van de Afrikaanse Unie, Lamamra Ramtane, van 14 juli 2012, waarin hij de acties en de schendingen van de mensenrechten van Boko Haram veroordeelt, de internationale gemeenschap verzoekt Nigeria te helpen om de terroristische groep af te stoppen, en het gevaar van deze groep voor de regionale en internationale veiligheid onderstreept,

–   gezien de op 24 juni 2013 in Yaoundé (Kameroen) gehouden top van de staatshoofden en regeringsleiders van de Golf van Guinee over beveiliging en veiligheid op zee,

–   gezien de op 29 mei 1999 aangenomen grondwet van de Federale Republiek Nigeria, en met name de bepalingen in hoofdstuk IV inzake de bescherming van de grondrechten, waaronder het recht op leven, op een eerlijk proces en op menselijke waardigheid, en inzake de bescherming van de vrijheid van meningsuiting, media, gedachte, geweten en godsdienst,

–   gezien artikel 3 van de Verdragen van Genève, die op 20 juni 1961 door Nigeria werden geratificeerd, en het protocol II daarbij, dat op 10 oktober 1988 door Nigeria werd geratificeerd, waarin internationaal recht tot stand wordt gebracht ten aanzien van niet-internationale gewapende conflicten,

–   gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981, dat op 22 juni 1983 door Nigeria werd geratificeerd,

–   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, dat op 29 oktober 1993 door Nigeria werd geratificeerd,

–   gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens uit 1948,

–   gezien artikel 122, lid 5, en artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Nigeriaanse president Goodluck Jonathan op 14 en 15 mei 2013 in de deelstaten Borno, Yobe en Adamawa de noodtoestand heeft afgekondigd als reactie op de acties van Boko Haram, en dat hij daarvoor bijkomende troepen heeft gemobiliseerd;

B.  overwegende dat de stad Baga in april 2013 werd vernield door gevechten tussen het Nigeriaanse leger en militanten van Boko Haram, waardoor volgens plaatselijke leiders duizenden huizen tot puin werden herleid en honderden burgers het leven lieten; overwegende dat een onafhankelijk onderzoek van de Nigeriaanse mensenrechtencommissie naar de moorden in Baga voor het einde van juli zal worden afgerond;

C. overwegende dat de federale regering heeft besloten dat Boko Haram onder de Akte voor terrorismepreventie van 211 valt, waardoor ieder lid of iedere aanhanger van de groepering kan worden vervolgd;

D. overwegende dat Boko Haram sinds 2009 verantwoordelijk is voor de dood van 4 000 mensen; overwegende dat dit jaar al 700 Nigerianen werden gedood in meer dan 80 aan Boko Haram toegeschreven aanslagen, waardoor de terroristische groep volgens een rapport van de Verenigde Naties de op één na dodelijkste in de wereld is; overwegende dat de connectie tussen Boko Haram en Al Qaida in de Islamitische Maghreb (AQIM) een ernstige bedreiging inhoudt voor de vrede en de veiligheid in de ruimere Sahelregio en West-Afrika in het algemeen; overwegende dat Boko Haram onverminderd overheids- en beveiligingsfunctionarissen viseert, wat onder meer blijkt uit hun aanval van 7 mei 2013 op een gevangeniscomplex in Bama, waarbij ongeveer 55 mensen werden gedood en zowat 105 gedetineerden konden ontsnappen;

E.  overwegende dat Human Rights Watch, Amnesty International, Freedom House en andere mensenrechtenorganisaties bewijzen hebben verzameld over de betrokkenheid van Boko Haram bij aanslagen op politiekantoren, militaire infrastructuur, kerken, scholen, boerderijen en banken; overwegende dat Boko Haram ook steeds meer burgers probeert te treffen, en dat de groep onder meer op 16 en 17 juni 2013 aanslagen pleegde op twee secundaire scholen in de deelstaten Borno en Yobe, waarbij zestien leerlingen en twee leerkrachten werden vermoord; overwegende dat deze aanslagen ervoor hebben gezorgd dat duizenden schoolkinderen geen formeel onderwijs meer kunnen volgen; overwegende dat bedreigingen aan het adres van burgers ertoe hebben geleid dat 19 000 landbouwers hun boerderijen zijn ontvlucht en hun gewassen hebben opgegeven, met een verlies aan landbouwproductiviteit en bijkomende voedseltekorten tot gevolg;

F.  zich bijzonder ongerust tonend over het feit dat Boko Haram nu ook besloten heeft om als onderdeel van zijn gewelddadige guerrillastrijd vrouwen en kinderen te ontvoeren; overwegende dat rebellen ook buitenlandse werknemers in Nigeria hebben ontvoerd, aangevallen en vermoord;

G. overwegende dat het Bureau van de hoge commissaris van de VN voor vluchtelingen heeft gewaarschuwd voor een vluchtelingencrisis; overwegende dat er in de afgelopen weken zowat 6 000 Nigerianen in Niger zijn aangekomen, en dat er tussen 11 en 13 juni 2013 ongeveer 3 000 Nigerianen de grens met Kameroen zijn overgestoken; overwegende dat vluchtelingen ook de grens met Tsjaad oversteken; overwegende dat dergelijke volksverplaatsingen de schaarse plaatselijke voedsel- en waterbronnen nog meer onder druk zetten, vooral in Niger, dat zelf kampt met voedselonzekerheid als gevolg van jarenlange droogte; overwegende dat geen enkel buurland van Nigeria de capaciteit heeft om de groepen ontheemden die kunnen ontstaan in geval van een totale humanitaire ramp als gevolg van grootschalig geweld op te vangen;

H. overwegende dat Boko Haram onverminderd aanvallen uitvoert op christenen, gematigde moslims en andere religieuze groepen, die zo uit het overwegende islamitische noorden van het land worden verdreven;

I.   overwegende dat de Nigeriaanse politie en het Nigeriaanse leger naar aanleiding van het geweld van Boko Haram zijn overgegaan tot buitengerechtelijke terechtstellingen van tal van vermeende leden van de groep, met name door jonge mannen uit noordelijke dorpen op te pakken; overwegende dat veel gedetineerden van de buitenwereld werden afgesloten, zonder aanklacht of proces, soms in onmenselijke omstandigheden, en overwegende dat sommige van hen fysiek werden misbruikt terwijl anderen tijdens hun gevangenschap zijn verdwenen of gestorven; overwegende dat de Nigeriaanse regering en legerofficieren onbetrouwbare ramingen van het aantal burgerdoden en van de schade aan woningen hebben gegeven; overwegende dat Human Rights Watch, Freedom House en andere mensenrechtenorganisaties beweren dat de Nigeriaanse troepen de afgelopen maanden steeds wreder en willekeuriger te werk gaan, waardoor burgers geconfronteerd worden met buitensporig geweld aan beide kanten;

J.   overwegende dat de vrijheid van meningsuiting en van media onder druk staan doordat wie op een kritische manier bericht over de Nigeriaanse autoriteiten aanhouding, intimidatie, geweld en zelfs moord moet vrezen; overwegende dat Boko Haram er al meermaals mee gedreigd heeft mediabedrijven aan te vallen die op een negatieve manier over de groep berichten;

K. overwegende dat sinds de afkondiging van de noodtoestand grote delen van de noordoostelijke deelstaten niet langer toegankelijk zijn voor hulporganisaties, journalisten en verslaggevers; overwegende dat de regering de mobiele telefoondiensten in verschillende gebieden heeft afgesloten opdat de milities niet meer zouden kunnen communiceren;

L.  overwegende dat de Nigeriaanse regering onlangs het zevenjarig moratorium op de doodstraf heeft verbroken door in de deelstaat Edo vier gevangenen terecht te stellen die waren veroordeeld toen Nigeria nog een militaire dictatuur was; overwegende dat de speciale gezant van de VN inzake buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies, Christof Heyns, de Nigeriaanse autoriteiten op 26 juni 2013 heeft verzocht de nakende terechtstelling van een vijfde gevangene op te schorten; overwegende dat Nigeria volgens berichten van mensenrechtenorganisaties in 2012 56 mensen ter dood veroordeelde, en dat zowat 1 000 mensen in het land in dodencellen zouden zitten;

M. overwegende dat het Nigeriaanse parlement op 30 mei 2013 de wet (het verbod) op huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht heeft aangenomen, waardoor al wie trouwt of getrouwd is met een persoon van hetzelfde geslacht een gevangenisstraf van veertien jaar kan krijgen, een wet die niet alleen voor Nigerianen maar ook voor toeristen, buitenlandse werknemers en diplomaten geldt, en waardoor sociale organisaties of ngo's die de mensenrechten van LGBTI verdedigen een gevangenisstraf van tien jaar kunnen krijgen;

N. overwegende dat de problemen in Nigeria het gevolg zijn van een gebrek aan economische ontwikkeling en dat de spanningen voortkomen uit al tientallen jaren voortwoekerende rancuneuze gevoelens tussen verschillende autochtone bevolkingsgroepen, voornamelijk christenen en animisten, die met migranten en bewoners uit het Hausa-sprekende moslimnoorden rivaliseren om de controle van het vruchtbare akkerland; overwegende dat de conflicten nog verergerd worden door de klimaatverandering en woestijnvorming; overwegende dat het escalerende gewapende conflict en de aanhoudende sociale en economische uitdagingen dreigen te leiden tot verdere radicalisering, wat de manipulatie door en de aanhang van fundamentalistische islamitische groepen als Boko Haram versterkt;

O. overwegende dat de EU de grootste financiële donor aan Nigeria is; overwegende dat de Commissie en de federale regering van Nigeria op 12 november 2009 het landenstrategiedocument Europese Gemeenschap-Nigeria en het nationale indicatieve programma voor 2008-2013 hebben ondertekend, in het kader waarvan de EU projecten financiert op het gebied van vrede, veiligheid en mensenrechten; overwegende dat de EU-steun aan Nigeria voor deze periode in totaal 700 miljoen EUR bedraagt, waarvan een deel bestemd is om de steeds problematischere veiligheidssituatie in het noorden van Nigeria aan te pakken;

P.  overwegende dat de EU uit hoofde van de artikelen 8 en 9 van de herziene Overeenkomst van Cotonou een regelmatige politieke dialoog met Nigeria aangaat over mensenrechten en democratische beginselen, en dus ook over etnische, religieuze en raciale discriminatie;

Q. overwegende dat de hoge commissaris van de VN voor de mensenrechten, Navi Pillay, ervoor heeft gewaarschuwd dat de aanslagen van Boko Haram misdaden tegen de mensheid kunnen vormen; overwegende dat de aanklager van het Internationaal Strafhof, Fatou Bensouda, in juli 2012 een bezoek heeft gebracht aan Abuja, en overwegende dat haar departement in november 2012 een verslag heeft gepubliceerd waarin staat dat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat Boko Haram misdaden tegen de mensheid heeft begaan;

R.  overwegende dat Nigeria een van de grootste olieproducenten ter wereld is, maar dat bijna 60% van de bevolking moet rondkomen met minder dan een dollar per dag; overwegende dat een vreedzame oplossing van conflicten ook een eerlijke toegang tot hulpbronnen en een eerlijke inkomensherverdeling door de overheid veronderstelt;

1.  veroordeelt de escalatie van het geweld van de zijde van Boko Haram en de tragische dood van onschuldige burgers in de getroffen regio's van Nigeria stellig en betuigt zijn medeleven met de nabestaanden en de gewonden; uit zijn bezorgdheid over de aanhoudende spanningen waarbij gemeenschappen zowel dader als slachtoffer zijn geweest;

2.  dringt er bij de regering van Nigeria op aan de veiligheid en bescherming te waarborgen van de bevolking tegen het geweld van Boko Haram en zich te onthouden van verdere aanvallen en moordpartijen als represaille alsmede haar verplichtingen krachtens internationaal erkende mensenrechtennormen na te komen en in overeenstemming met de rechtsstaat te handelen;

3.  veroordeelt het Nigeriaanse leger voor het gebruik van buitensporig geweld bij de gevechten met Boko Haram, in het bijzonder de aanval op Baga op 16 en 17 april 2013;

4.  verzoekt zowel de regering als de subnationale actoren met klem terughoudendheid aan de dag te leggen en vreedzame manieren te zoeken om de geschillen tussen religieuze en etnische groepen in Nigeria op te lossen; benadrukt in dit verband het belang van een functionerend, onafhankelijk, onpartijdig en toegankelijk gerechtelijk apparaat, vooral tijdens gewapende conflicten, om een eind te maken aan de straffeloosheid, de eerbiediging van de rechtsstaat te verbeteren en de grondrechten van de bevolking te beschermen;

5.  verzoekt de Nigeriaanse regering een verdere escalatie van het conflict te voorkomen, met speciale aandacht voor de veiligheid en het welzijn van de burgers, en herinnert eraan dat de vernielingen en de tijdens het conflict veroorzaakte schade aan huisvesting, openbare infrastructuur en landbouwgrond een nadelige impact heeft op de bevolking;

6.  dringt er bij zowel de Nigeriaanse regering als Boko Haram op aan de vrijheid van pers en media te erkennen en te eerbiedigen en journalisten en verslaggevers toe te laten tot de frontlinies, aangezien de pers en de media een belangrijke rol kunnen spelen voor de versterking van de verantwoordingsplicht en het documenteren van mensenrechtenschendingen;

7.  veroordeelt de executie van Daniel Nsofor door de Nigeriaanse autoriteiten voor misdaden die hij heeft begaan toen hij nog geen achttien jaar oud was; beveelt de autoriteiten aan de nodige stappen te ondernemen om het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind en de slotopmerkingen over Nigeria van 2010 ten uitvoer te leggen, in het bijzonder door ervoor te zorgen dat de definitie van het kind in de nationale wetgeving en op staatsniveau overeenstemt met die in het Verdrag inzake de rechten van het kind, de dossiers te herzien van alle gevangenen in dodencellen voor misdaden die zij hebben begaan toen zij nog geen achttien jaar oud waren en in de nationale wetgeving de doodstraf af te schaffen voor alle personen die nog geen achttien jaar oud zijn;

8.  veroordeelt de executie van vier gevangenen in Nigeria in juni 2013 stellig; roept de Nigeriaanse autoriteiten op hun recente, in het kader van de mensenrechtendialoog tussen de EU en Nigeria gedane toezeggingen na te komen, om het de facto moratorium op executies in stand te houden en dringt erop aan dat het land zijn wetgeving aanpast om de doodstraf af te schaffen;

9.  verzoekt de Nigeriaanse autoriteiten hun hervormingsinspanningen overeenkomstig het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind met de steun van de Commissie en Unicef te bespoedigen, in het bijzonder wat het jeugdrecht en geboorteregistratiesystemen betreft; beveelt Nigeria aan zijn inspanningen voort te zetten en te versterken om voor alle kinderen de gratis en verplichte geboorteregistratie te garanderen en de bevolking bewust te maken van het belang van geboorteregistratie en de huidige wetgeving;

10. erkent dat mobiele telefoons een belangrijk communicatiemiddel vormen voor rebellen, maar dringt er bij de Nigeriaanse regering op aan niet het hele netwerk te blokkeren, aangezien het hierdoor ook voor burgers onmogelijk wordt om te communiceren;

11. onderstreept het belang van regionale samenwerking voor het aanpakken van de dreiging die uitgaat van een connectie tussen Boko Haram en AQIM; moedigt de landen in de regio aan hun samenwerking te verdiepen, ook met de Sahellanden, om verdere synergieën tussen Boko Haram, AQIM en de Beweging voor eenheid en jihad in West-Afrika (MUJAO) te voorkomen; vraagt de EU-instellingen en -lidstaten, alsook de VN, de Afrikaanse Unie en de Economische gemeenschap van West-Afrikaanse staten (ECOWAS) hun steun te verlenen aan dergelijke regionale inspanningen en dreigingen uitgaande van het terrorisme, de verspreiding van lichte wapens en grensoverschrijdende misdaad aan te pakken;

12. neemt met bezorgdheid kennis van de toenemende dreiging van piraterij in de Golf van Guinee en de behoefte aan meer gecoördineerde actie; is in dit verband verheugd over de regionale inspanningen om de uitdagingen van piraterij aan te pakken, waarover overeenstemming is bereikt op de top van de staatshoofden en regeringsleiders van de Golf van Guinee over beveiliging en veiligheid op zee, die in Yaoundé (Kameroen) op 24 juni 2013 werd gehouden;

13. dringt aan op vollediger onderzoek naar de onderliggende oorzaken van het conflict, zoals sociale, economische en etnische spanningen, in plaats van te volstaan met vage en simplistische verklaringen op grond van alleen religie, die geen basis kunnen bieden voor een duurzame langetermijnoplossing voor de problemen in deze regio; roept de Nigeriaanse regering ertoe op zich in te zetten voor een vreedzame oplossing en de onderliggende oorzaken van het conflict aan te pakken door te zorgen voor een eerlijke toegang tot hulpbronnen, een duurzame ontwikkeling op regionaal niveau en een herverdeling van de rijkdom;

14. dringt aan op een onafhankelijk onderzoek naar de mensenrechtenschendingen en staat erop dat de schuldigen worden berecht volgens de internationale normen voor een eerlijke rechtsgang;

15. uit zijn bezorgdheid over het feit dat een escalatie van het conflict in Nigeria zal leiden tot een verdere intensivering van de vluchtelingencrisis in buurlanden Niger en Kameroen; moedigt ambtenaren van de Nigeriaanse regering ertoe aan in dialoog te treden met de leiders van de buurlanden om de reacties op de instroom van vluchtelingen te coördineren;

16. verzoekt vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton de Nigeriaanse regering ertoe aan te zetten om bij terrorismebestrijdingsacties de mensenrechten te eerbiedigen; toont zich bereid om de evolutie van de situatie in Nigeria op de voet te volgen en stelt beperkende maatregelen voor als de Overeenkomst van Cotonou, en met name artikelen 8 en 9 daarvan, niet wordt nageleefd; vraagt de Commissie de situatie eveneens te monitoren;

17. veroordeelt stellig de goedkeuring van het wettelijk verbod op het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht, dat het strafbaar maakt om een relatie met iemand van hetzelfde geslacht te onderhouden, de rechten van LGBTI te ondersteunen, een homovriendelijke ontmoetingsplaats te beheren of affectie te tonen voor een persoon van hetzelfde geslacht; roept de president van Nigeria daarom op de door het parlement goedgekeurde wet niet te ondertekenen, aangezien deze LGBTI – zowel Nigerianen als buitenlanders – zou blootstellen aan een ernstig risico op geweld en arrestatie;

18. feliciteert in dit verband de Raad voor de recente vaststelling van de richtsnoeren voor de bevordering en bescherming van alle mensenrechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksen (LGBTI), en vraagt de Europese Dienst voor extern optreden en de EU-delegatie in Nigeria deze aanbevelingen ten volle te benutten, vooral om de Nigeriaanse autoriteiten aan te sporen om homoseksualiteit te decriminaliseren en LGBT en de verdedigers van hun mensenrechten te beschermen;

19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de federale regering van Nigeria, de instellingen van de Afrikaanse Unie en van ECOWAS, de secretaris-generaal van de VN, de Algemene Vergadering van de VN, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement.

 

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0274.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0470.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0299.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0090.

Juridische mededeling - Privacybeleid