Procedure : 2013/2995(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0015/2014

Ingediende teksten :

RC-B7-0015/2014

Debatten :

PV 15/01/2014 - 17
CRE 15/01/2014 - 17

Stemmingen :

PV 16/01/2014 - 8.6

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0038

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 129kWORD 55k
14.1.2014
PE527.205v01-00}
PE527.207v01-00}
PE527.219v01-00}
PE527.221v01-00} RC1
 
B7-0015/2014}
B7-0017/2014}
B7-0029/2014}
B7-0031/2014} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 110, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B7‑0015/2014)

ALDE (B7‑0017/2014)

PPE (B7‑0029/2014)

S&D (B7‑0031/2014)


over het te koop aanbieden van het EU-burgerschap (2013/2995(RSP))


Manfred Weber, Véronique Mathieu Houillon, Salvatore Iacolino, Wim van de Camp, Marco Scurria namens de PPE-Fractie
Kinga Göncz, Sylvie Guillaume namens de S&D-Fractie
Jan Mulder, Renate Weber, Graham Watson, Sonia Alfano, Marielle de Sarnez, Ramon Tremosa i Balcells namens de ALDE-Fractie
Judith Sargentini, Ulrike Lunacek, Jean Lambert namens de Verts/ALE-Fractie
Roberts Zīle, Janusz Wojciechowski, Peter van Dalen, Susy De Martini

Resolutie van het Europees Parlement over het te koop aanbieden van het EU-burgerschap (2013/2995(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien de artikelen 4, 5, 9 en 10 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–   gezien artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien artikel 110, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat elke lidstaat geacht wordt zich verantwoordelijk te gedragen en de gemeenschappelijke waarden en verworvenheden van de Unie te beschermen, en dat deze waarden en verworvenheden van onschatbare waarde en niet in geld uit te drukken zijn;

B.  overwegende dat bepaalde lidstaten regelingen hebben ingevoerd die direct of indirect neerkomen op de verkoop van het EU-burgerschap aan onderdanen van derde landen;

C. overwegende dat steeds meer lidstaten tijdelijke of permanente verblijfsvergunningen afgeven aan burgers van derde landen die in de betrokken lidstaat investeren;

D. overwegende dat in sommige lidstaten een permanente verblijfsstatus met toegang tot het gehele Schengengebied kan worden verkregen; overwegende dat in bepaalde lidstaten voorbereidingen gaande zijn voor de feitelijke verkoop van het staatsburgerschap;

E.  overwegende dat deze investeringsprogramma's in bepaalde gevallen negatieve neveneffecten kunnen hebben, zoals verstoring van de lokale woningmarkt;

F.  overwegende dat in het bijzonder de Maltese regering bezig is met een regeling voor rechtstreekse verkoop van het Maltese staatsburgerschap, waarmee ook het EU-burgerschap zonder enige voorwaarde wat betreft verblijfsstatus gewoonweg te koop wordt aangeboden;

G. overwegende dat een dergelijke rechtstreekse verkoop van het EU-burgerschap een ondermijning betekent van het wederzijds vertrouwen waarop de Unie berust;

H. overwegende dat EU-burgers in het bijzonder binnen de EU vrij kunnen reizen en zich vrij kunnen vestigen, dat zij actief en passief kiesrecht hebben bij gemeenteraadsverkiezingen en Europese verkiezingen, ongeacht het EU-land waar zij wonen, en zulks onder dezelfde voorwaarden als de burgers van dat land, en dat zij buiten de EU recht hebben op bijstand van de ambassade of het consulaat van een ander EU-land, en dit onder dezelfde voor waarden als de burgers van die lidstaat, indien hun eigen land geen vertegenwoordiging heeft;

I.   overwegende dat de EU gestoeld is op wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten, dat door de jaren heen stap voor stap is opgebouwd door de inzet en bereidwilligheid van de lidstaten en van de Unie als geheel;

J.   overwegende dat er ook bezorgdheid naar voren is gebracht over misbruik van dit soort investeringsprogramma's door criminelen, bijvoorbeeld witwaspraktijken;

K. overwegende dat er sprake is van bezorgdheid over mogelijke discriminatie, aangezien door deze praktijken van de lidstaten alleen de rijkste onderdanen van derde landen het EU-burgerschap kunnen verkrijgen, zonder dat andere criteria in overweging worden genomen;

L.  overwegende dat het niet duidelijk is of de Maltezers werkelijk van dit nieuwe beleid zullen profiteren, bijvoorbeeld via het heffen van belasting, aangezien de betrokken investeerders uit het buitenland geen belasting hoeven te betalen; overwegende dat het staatsburgerschap niet alleen rechten, maar ook verantwoordelijkheden inhoudt;

M. overwegende dat het EU-burgerschap een van de voornaamste verworvenheden van de EU vormt en dat verblijfsrecht en burgerschap onderwerpen zijn die volgens de EU-Verdragen onder de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten vallen;

1.  vreest dat deze manier om het burgerschap op Malta te verwerven, en elke andere nationale regeling die op het zonder meer direct of indirect verkopen van het EU-burgerschap kan neerkomen, het wezen van het Europese burgerschap ondermijnen;

2.  dringt er bij de lidstaten op aan dat ze hun verantwoordelijkheid voor de bescherming van de waarden en doelstellingen van de Unie erkennen en nakomen;

3.  verzoekt de Commissie als hoedster van de Verdragen een duidelijke uitspraak te doen over de vraag of deze regelingen verenigbaar zijn met de letter en de geest van de Verdragen en de Schengengrenscode, alsook met de antidiscriminatiewetgeving van de EU;

4.  wijst er andermaal op dat in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie het "beginsel van loyale samenwerking" tussen de Unie en de lidstaten verankerd is, op grond waarvan ze elkaar ten volle respecteren en elkaar steunen bij de vervulling van de taken die uit de Verdragen voortvloeien;

5.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de gevolgen van sommige regelingen inzake investeerders en burgerschap die onlangs door diverse lidstaten van de EU zijn ingesteld;

6.  erkent dat verblijfsrecht en burgerschap onderwerpen zijn die onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen; verzoekt de lidstaten niettemin voorzichtigheid te betrachten bij de uitoefening van hun bevoegdheden op dit vlak en rekening te houden met mogelijke neveneffecten;

7.  merkt op dat het EU-burgerschap inhoudt dat betrokkene een belang heeft in de Unie, en dat het afhankelijk is van iemands banden met Europa en de lidstaten of van persoonlijke banden met EU-burgers; benadrukt dat het EU-burgerschap nooit handelswaar mag worden;

8.  onderstreept dat de door het EU-burgerschap verleende rechten gebaseerd zijn op de menselijke waardigheid en tegen geen enkele prijs mogen worden gekocht of verkocht;

9.  benadrukt dat de toegang tot fondsen niet het belangrijkste criterium mag zijn voor het verlenen van het EU-burgerschap aan onderdanen van derde landen; verzoekt de lidstaten rekening te houden met de bezorgdheid inzake fraudemisdrijven, zoals het witwassen van geld;

10. merkt op dat aanhoudende concurrentie om aantrekkelijker investeringsvoorwaarden of financiële middelen kan leiden tot een verlaging van de normen en vereisten voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning in het Schengengebied en het EU-burgerschap;

11. verzoekt de Commissie de verschillende burgerschapsregelingen te beoordelen in het licht van de Europese waarden en te toetsen aan de letter en de geest van de wetgeving en de praktijk van de EU, aanbevelingen te doen om te voorkomen dat dergelijke regelingen het vertrouwen ondergraven waarop de EU berust, en richtsnoeren te publiceren inzake de toegang tot het EU-burgerschap via nationale regelingen;

12. verzoekt Malta zijn huidige regeling voor het staatsburgerschap in overeenstemming te brengen met de waarden van de EU;

13. verzoekt de lidstaten die nationale regelingen hebben goedgekeurd waarmee het EU-burgerschap rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden verkocht aan onderdanen van derde landen, deze regelingen in overeenstemming te brengen met de waarden van de EU;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid