Procedure : 2014/2595(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0219/2014

Ingediende teksten :

RC-B7-0219/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/02/2014 - 10.7
CRE 27/02/2014 - 10.7

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0170

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 146kWORD 71k
26.2.2014
PE529.578v01-00}
PE529.579v01-00}
PE529.581v01-00}
PE529.582v01-00}
PE529.583v01-00} RC1
 
B7-0219/2014}
B7-0220/2014}
B7-0222/2014}
B7-0223/2014}
B7-0224/2014} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 110, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ECR (B7‑0219/2014)

PPE (B7‑0220/2014)

ALDE (B7‑0222/2014)

S&D (B7‑0223/2014)

Verts/ALE (B7‑0224/2014)


over de situatie in Oekraïne (2014/2595(RSP))


José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Elmar Brok, Mairead McGuinness, Jacek Saryusz-Wolski, Laima Liucija Andrikienė, Roberta Angelilli, Sophie Auconie, Elena Băsescu, Ivo Belet, Jerzy Buzek, Mário David, Anne Delvaux, Mariya Gabriel, Michael Gahler, Andrzej Grzyb, Gunnar Hökmark, Anna Ibrisagic, Tunne Kelam, Andrey Kovatchev, Jan Kozłowski, Eduard Kukan, Krzysztof Lisek, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Monica Luisa Macovei, Francisco José Millán Mon, Nadezhda Neynsky, Ria Oomen-Ruijten, Alojz Peterle, Bernd Posselt, Zuzana Roithová, Cristian Dan Preda, Jacek Protasiewicz, György Schöpflin, Salvador Sedó i Alabart, Davor Ivo Stier, Dubravka Šuica, Inese Vaidere, Andrej Plenković namens de PPE-Fractie
Hannes Swoboda, Libor Rouček, Ana Gomes, Marek Siwiec, Tonino Picula, Knut Fleckenstein, Evgeni Kirilov, Maria Eleni Koppa, Liisa Jaakonsaari, Boris Zala, Wolfgang Kreissl-Dörfler namens de S&D-Fractie
Guy Verhofstadt, Johannes Cornelis van Baalen, Marielle de Sarnez, Ramon Tremosa i Balcells, Louis Michel, Marietje Schaake, Phil Bennion, Jelko Kacin, Sarah Ludford, Izaskun Bilbao Barandica, Norica Nicolai, Catherine Bearder, Hannu Takkula, Ivo Vajgl, Eduard-Raul Hellvig, Jan Mulder, Cecilia Wikström, Gerben-Jan Gerbrandy, Graham Watson, Nathalie Griesbeck, Philippe De Backer, Frédérique Ries, Alexander Graf Lambsdorff, Nils Torvalds, Sonia Alfano, Liam Aylward, Robert Rochefort, Pat the Cope Gallagher, Rebecca Taylor, Justina Vitkauskaite Bernard, Anneli Jäätteenmäki, Stanimir Ilchev, Alexandra Thein, Marian Harkin namens de ALDE-Fractie
Rebecca Harms, Mark Demesmaeker, Tarja Cronberg, Bart Staes, Malika Benarab-Attou namens de Verts/ALE-Fractie
Charles Tannock, Paweł Robert Kowal, Ryszard Antoni Legutko, Adam Bielan, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Czarnecki, Marek Henryk Migalski, Valdemar Tomaševski namens de ECR-Fractie
Adrian Severin
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Oekraïne (2014/2595(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over het Europees Nabuurschapsbeleid, het Oostelijk Partnerschap en Oekraïne, en met name zijn resolutie van 6 februari 2014 over de situatie in Oekraïne(1),

–   gezien zijn resolutie van 12 december 2013 over de resultaten van de top van Vilnius en de toekomst van het Oostelijk Partnerschap, in het bijzonder wat Oekraïne(2) betreft,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van 19-20 december 2013,

–   gezien de conclusies van de buitengewone vergadering van de Raad Buitenlandse Zaken over Oekraïne van 20 februari 2014 te Brussel,

–   gezien artikel 110, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat sinds het besluit van de Oekraïense president en de regering om de ondertekening van de associatieovereenkomst op te schorten in het hele land honderdduizenden mensen spontaan de straat opgegaan zijn om te betogen voor toenadering tot Europa; overwegende dat in Kiev de demonstranten in vreedzaam protest het Onafhankelijkheidsplein (Maidan Nezalezjnosti) bezet houden om te pleiten voor grote politieke veranderingen en om de regering ertoe te bewegen haar besluit te herzien;

B.  overwegende dat de autoriteiten van president Janoekovitsj de wet duidelijk hebben geschonden door de veiligheidstroepen toestemming te geven met scherp te schieten op de demonstranten en door sluipschutters te installeren op de daken op en rond het Onafhankelijkheidsplein, dat sinds eind november 2013 het epicentrum is geworden van de anti-regerings- en pro-Europese betogingen; overwegende dat demonstranten en omstanders in de straten van Kiev werden doodgeschoten, wat tot internationale verontwaardiging en veroordeling heeft geleid;

C. overwegende dat tegelijkertijd drie ministers van Buitenlandse Zaken uit de EU naar Kiev zijn gereisd om te proberen te bemiddelen tussen president Janoekovitsj en de oppositie; overwegende dat zij erin geslaagd zijn een overeenstemming te bereiken over een routekaart voor een vreedzame en democratische oplossing van de crisis; overwegende dat ook de Russische speciale gezant betrokken was bij de totstandkoming van de overeenkomst maar deze niet heeft medeondertekend;

D. overwegende dat de EU als gevolg hiervan heeft besloten gerichte sancties op te leggen, inclusief een bevriezing van tegoeden en een visumverbod, aan degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten, geweld en gebruik van buitensporig geweld; overwegende dat de lidstaten hebben besloten uitvoervergunningen voor uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt, op te schorten en de uitvoervergunningen voor uitrusting die onder Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB valt, opnieuw te beoordelen;

E.  overwegende dat de burgers van Lviv en Donetsk het initiatief hebben genomen om de Russische resp. de Oekraïense taal te gebruiken in hun dagelijkse werkzaamheden op 26 februari 2014 als een gebaar van solidariteit en eenheid voor het hele land;

F.  overwegende dat de Verchovna Rada op 21 februari 2014 een resolutie heeft goedgekeurd om de "antiterrorismeoperaties" aan de kaak te stellen en te eisen dat de veiligheidsdiensten zich uit het centrum van Kiev terugtrekken; overwegende dat het parlement hiermee zijn vastberadenheid heeft getoond om een centrale rol te spelen en de situatie in het land onder controle te krijgen; overwegende dat het parlement de dag daarop heeft gestemd over de afzetting van president Janoekovitsj, de herinvoering van de grondwet van 2004, vroegtijdige verkiezingen op 25 mei 2014 en de vrijlating van voormalig premier Joelia Timosjenko;

1.  betuigt zijn respect aan de mensen die vechten en sterven voor Europese waarden, en betuigt zijn oprechte medeleven met de families van de slachtoffers, veroordeelt ten stelligste alle gewelddaden en roept alle Oekraïense burgers alsook de politieke leiders en maatschappelijke leiders op zich uiterst verantwoordelijk op te stellen op dit historische moment voor Oekraïne;

2.  veroordeelt het brute en onevenredig harde optreden van de oproerpolitie, zoals Berkoet, scherpschutters en anderen, dat tot de dramatische escalatie van het geweld hebben geleid, stellig; betreurt het feit dat er bij alle partijen doden en gewonden zijn gevallen, en spreekt zijn oprechte medeleven uit met de families van de slachtoffers; waarschuwt dat een verdere escalatie van het geweld rampzalig zou zijn voor de Oekraïense natie en de eenheid en territoriale integriteit van het land mogelijk zal ondermijnen; benadrukt dat het nu bijzonder belangrijk is dat alle partijen verantwoordelijkheid en terughoudendheid aan de dag leggen en zich inzetten voor een inclusieve politieke dialoog en dat zij buitengerechtelijke vergelding uitsluiten; dringt er bij alle politieke krachten op aan om in deze voor Oekraïne kritieke fase samen te werken en compromisoplossingen mogelijk te maken, waarbij zij duidelijk afstand moeten nemen van extremisten en provocatie en geweld moeten mijden, aangezien dat kan leiden tot separatistische acties;

3.  is verheugd over de verantwoordelijke rol die de Verchovna Rada heeft gespeeld door zijn grondwettelijke taken volledig te vervullen en het politieke en institutionele vacuüm op te vullen dat ontstaan is als gevolg van het aftreden van de regering en het ontslag van de president, die vervolgens was afgezet door het parlement; neemt kennis van de maatregelen die tot dusver door het parlement zijn genomen, met name met betrekking tot de herinvoering van de grondwet van 2004, het besluit om op 25 mei 2014 presidentsverkiezingen te houden, het besluit om politie en veiligheidstroepen terug te trekken en de vrijlating van Joelia Timosjenko; benadrukt hoe belangrijk het is dat het Oekraïense parlement en de leden hiervan de rechtsstaat blijven eerbiedigen;

4.  prijst de bevolking van Oekraïne voor de ordelijk verlopen machtsoverdracht en voor hun burgerlijke standvastigheid in de afgelopen maanden, en benadrukt het feit dat deze burger‑ en volksprotesten tot voorbeeld strekken en een mijlpaal in de geschiedenis van Oekraïne zullen zijn; benadrukt dat deze democratische burgeroverwinning niet bezoedeld mag worden door wraakzucht of vergeldingsdaden jegens tegenstanders, of door politieke stammenstrijd; benadrukt dat degenen die misdrijven hebben gepleegd tegen de burgers van Oekraïne en misbruik hebben gemaakt van de macht van de staat door een onafhankelijke rechtbank berecht moeten worden; dringt aan op de oprichting van een onafhankelijke commissie om, in nauwe samenwerking met het internationaal adviespanel van de Raad van Europa en de OVSE, een onderzoek in te stellen naar de schendingen van de mensenrechten sinds het begin van de demonstraties;

5.  steunt de tweesporenaanpak van de EU, waarbij opgevoerde diplomatieke inspanningen worden gecombineerd met gerichte sancties tegen de personen die verantwoordelijk zijn voor bevelen tot schendingen van de mensenrechten in het kader van politieke onderdrukking; pleit voor de toepassing van de gerichte sancties die overeengekomen zijn door de Raad Buitenlandse Zaken en dringt er bij de lidstaten op aan dat zij hun eigen wetgeving tegen het witwassen van geld ten uitvoer leggen, om de stroom van verduisterd geld uit Oekraïne te stoppen, en dat zij toezien op de teruggave van de gestolen tegoeden die zijn gedeponeerd in de EU; is van mening dat er onmiddellijk een waarlijk onafhankelijk onderzoek moet worden ingesteld naar de begane misdaden en dat de gerichte sancties moeten worden opgeheven zodra de situatie in Oekraïne verbetert en dit onderzoek naar de begane misdaden resultaten begint op te leveren; pleit voor een onderzoek naar de zeer omvangrijke verduistering van overheidsmiddelen en ‑activa door de getrouwen en "familieleden" van de afgezette president Janoekovitsj, en voor de bevriezing van al hun tegoeden, in afwachting van het onderzoek naar de wijze waarop deze zijn verkregen en, indien blijkt dat het gaat om diefstal, tot de teruggave van de tegoeden door de regeringen van EU-lidstaten;

6.  dringt er bij de Commissie, de lidstaten en internationale mensenrechtenorganisaties op aan te zorgen voor snelle, degelijke en directe medische en humanitaire hulp aan alle slachtoffers;

7.  roept alle partijen en derde landen op om de eenheid en territoriale integriteit van Oekraïne te eerbiedigen en te ondersteunen; verzoekt alle politieke krachten in de Oekraïne en alle betrokken internationale actoren om zich in te zetten voor de territoriale integriteit en de nationale eenheid van Oekraïne, waarbij rekening moet worden gehouden met de culturele en taalkundige samenstelling van het land en zijn geschiedenis; verzoekt het Oekraïense parlement en de nieuwe regering de rechten van minderheden in het land en het gebruik van het Russisch en andere minderheidstalen te eerbiedigen; dringt aan op de goedkeuring van nieuwe wetgeving in overeenstemming met de verplichtingen van Oekraïne uit hoofde van het Europees Handvest voor regionale en minderheidstalen;

8.  herinnert eraan dat de huidige grenzen van Oekraïne door de Verenigde Staten van Amerika, de Russische Federatie en het Verenigd Koninkrijk zijn gewaarborgd in het Memorandum van Boedapest betreffende veiligheidsgaranties, toen Oekraïne overging tot nucleaire ontwapening en partij werd bij het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPV); herinnert de Russische Federatie eraan dat zij zich, samen met de twee andere bovengenoemde landen, in het memorandum heeft verbonden tot het achterwege laten van economische dwang om het eigen belang te laten prevaleren boven de uitoefening door Oekraïne van de rechten die voortvloeien uit de soevereiniteit van het land, en zo op enige wijze voordeel te behalen;

9.  benadrukt dat het belangrijk is het elan vol te houden om de fundamentele oorzaken van de crisis aan te pakken, en het vertrouwen van de bevolking in de politiek en de instellingen te herstellen; is voorts van mening dat constitutionele en structurele hervormingen vereist om een effectief systeem van controlemechanismen te creëren, alsmede een nauwere band tussen politiek en maatschappij, de rechtsstaat, verantwoordingsplicht, een waarlijk onafhankelijk en onpartijdig gerechtelijk systeem en geloofwaardige verkiezingen;

10. is verheugd over de conclusies van de buitengewone zitting van de Raad Buitenlandse Zaken van 20 februari 2014, en met name over het besluit om gerichte sancties af te kondigen, waaronder bevriezing van banktegoeden en een visumverbod voor degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten, geweld en het gebruik van buitensporig geweld, en om exportvergunningen voor goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor binnenlandse repressie, op te schorten; wijst op de enorme impact die deze sancties hebben gehad op de publieke opinie in Oekraïne, en is van mening dat deze maatregelen eerder genomen hadden kunnen worden; is echter van mening dat deze sancties in stand moeten worden gehouden als onderdeel van het EU-beleid ten aanzien van Oekraïne gedurende deze overgangsperiode;

11. is ingenomen met de vrijlating van voormalig premier Joelia Timosjenko, en hoopt dat haar vrijlating het einde zal aangeven van een selectief en politiek gemotiveerd rechtsapparaat in Oekraïne; eist de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle betogers en politieke gevangenen die illegaal vastgehouden worden, de intrekking van alle aanklachten tegen hen en hun politieke rehabilitatie;

12. dringt er bij alle politieke krachten op aan om in deze voor Oekraïne kritieke fase samen te werken aan een vreedzame politieke overgang, een ambitieuze en brede hervormingsagenda en een op de Europese normen georiënteerde regering, om de eenheid en de territoriale integriteit van het land te bewaren, en om mee te werken aan compromisoplossingen voor de toekomst van Oekraïne; verzoekt de interim-autoriteiten om de democratische rechten en vrijheden te garanderen voor alle democratische politieke krachten en alle eventuele aanvallen tegen hen af te wenden;

13. herhaalt dat de associatieovereenkomst/de overeenkomst voor een vergaande en alomvattende vrijhandelsruimte (DCFTA) gereed is om zo snel mogelijk te worden ondertekend door de nieuwe regering, zodra de nieuwe regering gereed is;

14. is verheugd over het feit dat van de drie voorwaarden die zijn gesteld door de Raad Buitenlandse Zaken van 2012, de voorwaarde dat er een einde moet worden gemaakt aan de selectieve rechtsbedeling (detentie van Joelia Timosjenko) nu is vervuld, en dat de twee resterende voorwaarden, nl. betreffende het rechtsstelsel en het kiesstelsel, die de eisen van de protestbeweging vormen, nu al onderwerp zijn van diepgaande veranderingen en hervormingen, die hopelijk spoedig door de nieuwe coalitieregering zullen worden doorgevoerd en zullen worden gesteund door de nieuwe parlementaire meerderheid;

15. verzoekt de Commissie om samen met de Oekraïense autoriteiten te onderzoeken hoe tegenwicht kan worden geboden aan de pressiemaatregelen die door Rusland zijn genomen om te voorkomen dat Oekraïne een associatieovereenkomst met de EU tekent, en aan mogelijke nieuwe maatregelen; is verheugd over de bekendmaking door de EU-commissaris voor economische en monetaire zaken en de euro, Olli Rehn, dat de EU bereid is een substantieel en ambitieus financieel hulppakket ter beschikking te stellen, zowel op de korte als de lange termijn, zodra er een politieke oplossing is gevonden op basis van democratische beginselen, de toezegging om hervormingen door te voeren en de benoeming van een legitieme regering; verzoekt Moskou zich positief op te stellen zodat voor Oekraïne de voorwaarden worden geschapen om te profiteren van bilaterale betrekkingen met zowel de EU als Rusland; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan om ten aanzien van Rusland met één stem te spreken ter ondersteuning van de Europese aspiraties van Oekraïne en andere landen van het Oostelijk Partnerschap, die er uit vrije wil voor gekozen hebben om hun banden met de EU aan te halen;

16. verwacht dat de Raad en de Commissie, samen met het IMF en de Wereldbank, zo spoedig mogelijk met financiële bijstand en een betalingsbalansmechanisme voor de korte termijn over de brug komen, aangevuld met een langetermijnpakket, samen met de EBWO en de EIB, van financiële steunmaatregelen om Oekraïne te helpen de steeds slechter wordende economische en maatschappelijke situatie te verbeteren en de economische steun te verschaffen om de noodzakelijke grondige en grootscheepse hervormingen van de Oekraïense economie in gang te zetten; verlangt dat er zo snel mogelijk een internationale donorconferentie wordt gehouden; verzoekt de Commissie en de EDEO optimaal gebruik te maken van de middelen die voor Oekraïne beschikbaar zijn in het kader van de bestaande financiële instrumenten en te overwegen zo snel mogelijk aanvullende middelen beschikbaar te stellen voor Oekraïne;

17. beseft dat de wijdverbreide corruptie op alle regeringsniveaus nog steeds een hinderpaal vormt voor het ontwikkelingspotentiaal van Oekraïne en het vertrouwen van de burgers in hun instellingen ondermijnt; verzoekt de nieuwe regering dan ook met klem corruptiebestrijding tot een van de topprioriteiten van haar programma te verheffen, en verzoekt de EU bij deze inspanningen te helpen;

18. benadrukt de urgente noodzaak om een waarlijk onafhankelijk en onpartijdig rechtssysteem in te stellen;

19. dringt er bij de Raad op aan de Commissie toestemming te verlenen om de visumdialoog met Oekraïne te intensiveren; benadrukt dat de snelle afronding van de visumversoepelingsovereenkomst – naar het voorbeeld van Moldavië – tussen de EU en Oekraïne de beste manier is om de verwachtingen van het Oekraïense maatschappelijke middenveld en de Oekraïense jongeren in te lossen; dringt in de tussentijd aan op de onmiddellijke invoering van tijdelijke, zeer eenvoudige en goedkope visumprocedures op het niveau van de EU en de lidstaten, in combinatie met nauwere samenwerking op onderzoeksgebied, een uitbreiding van uitwisselingsprogramma's voor jongeren en een grotere beschikbaarheid van studiebeurzen;

20. is van mening dat de bepalingen van de overeenkomst voor een vergaande en alomvattende vrijhandelsruimte geen enkele commerciële uitdaging aan het adres van de Russische Federatie inhouden en dat de associatieovereenkomst geen belemmering vormt voor goede betrekkingen tussen Oekraïne en zijn oosterbuur; benadrukt dat instabiliteit in het gemeenschappelijke buurland noch in het belang is van de EU noch in dat van Rusland; benadrukt dat het uitoefenen van politieke, economische of andere druk in strijd is met de Slotakte van Helsinki;

21. neemt kennis van het besluit om op 25 mei 2014 presidentsverkiezingen te houden; benadrukt dat erop moet worden toegezien dat de verkiezingen vrij en eerlijk zullen verlopen; dringt er bij de Verchovna Rada op aan de nodige verkiezingswetgeving goed te keuren overeenkomstig de aanbevelingen van de Commissie van Venetië, inclusief een hervormde wet op de financiering van politieke partijen waarin de door de GRECO en de OVSE/ODIHR aangewezen kwesties worden aangepakt; moedigt internationale waarneming van de komende verkiezingen aan en verklaart zich bereid hiervoor een eigen waarnemingsmissie samen te stellen, via een omvangrijke verkiezingswaarnemingsmissie van het Europees Parlement; is van mening dat er parlementsverkiezingen moeten worden georganiseerd kort na de presidentsverkiezingen, maar vóór het eind van het jaar; verzoekt de Commissie, de Raad van Europa en de OVSE/ODIHR meer steun te verlenen voor de voorbereidingen van de verkiezingen en te zorgen voor een omvangrijke, langdurige verkiezingswaarnemingsmissie, opdat de voor 25 mei 2014 geplande presidentsverkiezingen aan de hoogste normen voldoen en een uitslag opleveren die aanvaardbaar is voor alle deelnemers; pleit voor een detachering van personeel van het Europees Parlement naar de EU-delegatie in Kiev voor een overgangsperiode tot aan de verkiezingen;

22. is tevreden met de recente erkenning door de Raad van het feit dat de associatieovereenkomst, met inbegrip van een overeenkomst voor een vergaande en alomvattende vrijhandelsruimte, niet het einddoel is van de samenwerking tussen de EU en Oekraïne; wijst erop dat de EU klaar staat om de associatieovereenkomst/de overeenkomst voor een vergaande en alomvattende vrijhandelsruimte te ondertekenen zodra de huidige politieke crisis is opgelost en de nieuwe Oekraïense autoriteiten gereed zijn voor een diepgaand Europees perspectief; herinnert er voorts aan dat artikel 49 VEU van toepassing is op Oekraïne, evenals op elk ander Europees land, mits het de democratische beginselen in acht neemt, de fundamentele vrijheden, de mensenrechten en de rechten van minderheden eerbiedigt en het functioneren van de rechtsstaat garandeert;

23. betuigt zijn steun aan het maatschappelijke, niet-partijgebonden initiatief om een "Maidan‑platform" op te zetten voor het uitwerken van een strategie om een einde te maken aan de endemische corruptie in Oekraïne;

24. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de waarnemend president, de regering en het parlement van Oekraïne, de Raad van Europa en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0098.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0595.

Juridische mededeling - Privacybeleid