Procedure : 2014/2997(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0123/2015

Ingediende teksten :

RC-B8-0123/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/02/2015 - 9.17
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 133kWORD 192k
9.2.2015
PE547.527v01-00}
PE549.926v01-00} RC1
 
B8-0123/2015}
B8-0133/2015} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ECR (B8‑0123/2015)

PPE (B8‑0133/2015)


over het rapport van de Amerikaanse Senaat over het gebruik van foltering door de CIA (2014/2997(RSP))


Elmar Brok, Cristian Dan Preda, Andrej Plenković, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Eduard Kukan, Michael Gahler, Gunnar Hökmark, Daniel Caspary, Monica Macovei, Dubravka Šuica, Barbara Matera, Monika Hohlmeier, József Nagy namens de PPE-Fractie
Timothy Kirkhope, Charles Tannock namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het rapport van de Amerikaanse Senaat over het gebruik van foltering door de CIA (2014/2997(RSP))  

Het Europees Parlement,

–   gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name de artikelen 2, 3, 4, 6, en 21,

–   gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–   gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de protocollen daarbij,

–   gezien de relevante VN-mensenrechtenverdragen, met name het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966, het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 10 december 1984 en de relevante protocollen daarbij, en het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning van 20 december 2006,

–   gezien de richtsnoeren voor een EU-beleid ten aanzien van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en de EU-richtsnoeren inzake de doodstraf,

–   gezien het verslag van de VN-Raad voor de mensenrechten door de speciale rapporteur voor foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing dat ingaat op onderzoekscommissies als reactie op systematische of sporadische gevallen van foltering of andere vormen van mishandeling(1),

–   gezien de gezamenlijke verklaring van de VS en de EU van 15 juni 2009 over sluiting van Guantánamo Bay en toekomstige samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding,

–   gezien Resolutie 2178 van de VN-Veiligheidsraad van 24 september 2014 over de bedreiging van de internationale vrede en veiligheid als gevolg van terroristische daden,

–   gezien Uitvoeringsbevel (Executive Order) 13491 van president Obama betreffende wettelijke grenzen die bij het verhoor van personen in acht moeten worden genomen, dat op 22 januari 2009 is ondertekend,

–   gezien de State of the Union-toespraak van president Obama op 20 januari 2015,

–   gezien zijn plenaire debat van 17 december 2014 over het rapport van de Amerikaanse Senaat over het gebruik van foltering door de CIA,

–   gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de EU is gegrondvest op de beginselen van democratie, de rechtsstaat, mensenrechten en fundamentele vrijheden, eerbiediging van de menselijke waardigheid en het internationale recht, en de EU-Verdragen;

B.  overwegende dat de EU een intern beleid voor veiligheid en terrorismebestrijding heeft ontwikkeld dat gebaseerd is op politiële en justitiële samenwerking en bevordering van informatie-uitwisseling; overwegende dat de eerbiediging van de grondrechten en de rechtsstaat en een effectief democratisch parlementair toezicht op de veiligheidsdiensten belangrijke elementen van deze samenwerking zijn;

C. overwegende dat een degelijk verantwoordingsproces van cruciaal belang is om het vertrouwen van de burgers in de democratische instellingen te behouden en om de mensenrechten in het interne en externe beleid van de EU doeltreffend te beschermen en te bevorderen;

D. overwegende dat het Parlement het door de VS geleide uitleverings- en geheime ondervragingsprogramma van de CIA reeds eerder heeft veroordeeld;

E.  overwegende dat in verschillende lidstaten onderzoeken zijn of worden uitgevoerd naar beschuldigingen van betrokkenheid bij het vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen in Europese landen door de CIA;

F.  overwegende dat de Verenigde Staten op 11 september 2001 op nooit eerder vertoonde wijze door terroristen van al‑Qaeda werden aangevallen, waarbij meer dan 3 000 mensen om het leven kwamen toen vliegtuigen de twin towers van het World Trade Centre, het Pentagon en een veld in Pennsylvania werden ingevlogen;

G. overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en de VS gebaseerd zijn op een sterk partnerschap en samenwerking op velerlei gebied, op basis van gemeenschappelijke waarden als democratie, de rechtsstaat en grondrechten; overwegende dat de EU en de VS hun inzet op het gebied van terrorismebestrijding sinds de terroristische aanslagen van 11 september 2001 hebben geïntensiveerd;

H. overwegende dat de Europese Unie en haar lidstaten en de Verenigde Staten op 15 juni 2009 een gezamenlijke verklaring hebben ondertekend betreffende de sluiting van de detentiefaciliteit van Guantánamo Bay en de toekomstige samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden, het internationaal recht en de eerbiediging van de rechtsstaat en de rechten van de mens; overwegende dat de hulp van EU-lidstaten bij de hervestiging van enkele van de gedetineerden van Guantánamo Bay traag en beperkt is geweest;

I.   overwegende dat de opkomst van IS, en met name de aanwezigheid van talloze Europese onderdanen in de gelederen van deze organisatie en hun daaropvolgende terugkeer naar hun thuisland, een volledig nieuwe veiligheidssituatie voor de EU creëert;

J.   overwegende dat de "Select Committee on Intelligence" (SSCI) van de Amerikaanse senaat op 3 december 2014 na zes jaar onderzoek een samenvatting openbaar heeft gemaakt van haar onderzoek naar het detentie- en ondervragingsprogramma van de CIA;

K. overwegende dat het rapport van de senaatscommissie meer dan 6 000 pagina's telt, maar vertrouwelijk blijft en dat een samenvatting van het verslag van 525 pagina's is vrijgegeven waarin wordt bevestigd dat zes dagen na de aanslagen van 11 september 2001 een "Memorandum of Notification" werd ondertekend waarmee de Directeur centrale inlichtingen (DCI) werd gemachtigd om "operaties in gang te zetten om personen gevangen te nemen en in detentie te plaatsen die een voortdurende, ernstige gewelds- of doodsbedreiging vormen voor burgers of belangen van de VS of die terroristische activiteiten beramen";

L.  overwegende dat in het rapport wordt geconstateerd dat de CIA "verbeterde ondervragingstechnieken" heeft gehanteerd die volgens de VS en volgens internationale verdragen ter bestrijding van het gebruik van foltering waarbij de VS partij zijn, onwettig zijn;

1.  benadrukt dat doeltreffende terrorismebestrijding en eerbiediging van de mensenrechten elkaar in wezen niet uitsluiten, maar complementaire en elkaar versterkende doelstellingen moeten zijn; benadrukt evenwel dat de eerbiediging van de grondrechten van essentieel belang is voor een geslaagd terrorismebestrijdingsbeleid; benadrukt bovendien dat trans-Atlantische samenwerking op basis van deze gemeenschappelijke waarden een belangrijke prioriteit van de buitenlandse betrekkingen van de EU moet zijn;

2.  wijst nogmaals op zijn standpunt dat de internationale strijd tegen het terrorisme en de bilaterale en multilaterale internationale samenwerking op dat vlak, bijvoorbeeld in NAVO-verband of tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten, onder volledige eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden en onder passend democratisch en gerechtelijk toezicht moeten verlopen;

3.  onderstreept dat nauwe samenwerking tussen de lidstaten en tussen de EU en de VS bij het bestrijden en tegengaan van terrorisme in de huidige veiligheidssituatie van essentieel belang is;

4.  verwelkomt het rapport van de senaatscommissie als een positieve stap in de openbare en kritische behandeling van het detentie- en ondervragingsprogramma van de CIA, die de bereidheid van de Amerikaanse politieke orde toont om, met steun van de twee politieke partijen in het Congres, op een eerlijke manier publieke verantwoording af te leggen over het CIA-programma;

5.  herinnert eraan dat de EU vastberaden is om met de VS samen te werken in de mondiale strijd tegen het terrorisme en dat terrorismebestrijding een multilaterale benadering vereist, en pleit daarom actief voor een mondiale alliantie tegen terrorisme binnen de Verenigde Naties, waarbij alle internationale actoren betrokken worden;

6.  herhaalt zijn krachtige veroordeling van de praktijken van "verbeterde ondervragingstechnieken", die door het internationale recht worden verboden en die onder meer een inbreuk vormen op de rechten op vrijheid, veiligheid, een humane behandeling, vrijwaring van foltering, het vermoeden van onschuld, een eerlijk proces, rechtsbijstand en gelijke rechtsbescherming;

7.  is ingenomen met de uitvoeringsbevelen van president Obama waarmee foltering wordt verboden, de humane behandeling van gedetineerden wordt bevorderd en wordt gewaarborgd dat de VS binnenlandse en internationale wetgeving die foltering en wrede, onmenselijke en vernederende behandeling verbiedt, eerbiedigen;

8.  is verheugd over de positieve stappen die president Obama recentelijk heeft gezet in zijn voortdurende inspanningen om de detentiefaciliteit op de Amerikaanse militaire basis in Guantánamo Bay (Cuba) te sluiten en te zorgen voor de vrijlating van de gedetineerden die niet in staat van beschuldiging zijn gesteld; benadrukt dat president Obama in zijn State of the Union-toespraak van 20 januari 2015 opnieuw heeft benadrukt dat hij vastberaden is om zijn verkiezingsbelofte uit 2008 om de gevangenis van Guantánamo Bay te sluiten, na te komen;

9.  neemt in overweging dat de lidstaten zich bereid hebben verklaard het internationaal recht te eerbiedigen; benadrukt bijgevolg dat lidstaten die onafhankelijke en doeltreffende onderzoeken uitvoeren naar mensenrechtenschendingen in verband met het CIA-programma, hun onderzoeken moeten baseren op sluitend juridisch bewijsmateriaal en op eerbiediging van de nationale rechtsstelsels, het EU- en het internationaal recht, het grote belang van nationale veiligheid en de gevoeligheid van eventueel lopende strafrechtelijke onderzoeken;

10. verzoekt de lidstaten om in het licht van de toenemende samenwerking en informatie-uitwisseling tussen hun inlichtingen- en veiligheidsdiensten te zorgen voor volwaardige democratische controle op deze diensten en hun activiteiten door middel van passend intern, uitvoerend, gerechtelijk en onafhankelijk parlementair toezicht, waarbij de bevoegdheid en de soevereiniteit van de lidstaten op het gebied van nationale veiligheid worden geëerbiedigd;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de NAVO, de Verenigde Naties en de regering en beide huizen van het Congres van de Verenigde Staten.

 

(1)

A/HRC/19/61, 18.1.2012.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid