Procedure : 2015/2968(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-1258/2015

Ingediende teksten :

RC-B8-1258/2015

Debatten :

PV 26/11/2015 - 4.1

Stemmingen :

PV 26/11/2015 - 11.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0412

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 154kWORD 79k
25.11.2015
PE571.082v01-00}
PE571.085v01-00}
PE571.088v01-00}
PE571.089v01-00}
PE571.094v01-00}
PE571.096v01-00} RC1
 
B8-1258/2015}
B8-1261/2015}
B8-1264/2015}
B8-1265/2015}
B8-1270/2015}
B8-1272/2015} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B8-1258/2015)

EFDD (B8-1261/2015)

ECR (B8-1264/2015)

PPE (B8-1265/2015)

ALDE (B8-1270/2015)

S&D (B8-1272/2015)


over Afghanistan - met name de moorden in de provincie Zabul  (2015/2968(RSP))


Cristian Dan Preda, Tomáš Zdechovský, Elmar Brok, Arnaud Danjean, Andrzej Grzyb, Davor Ivo Stier, Andrej Plenković, Patricija Šulin, József Nagy, Eduard Kukan, Bogdan Brunon Wenta, Milan Zver, Jarosław Wałęsa, Giovanni La Via, Jiří Pospíšil, Joachim Zeller, Ivan Štefanec, Pavel Svoboda, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Ildikó Gáll-Pelcz, Andrey Kovatchev, Tunne Kelam, Michaela Šojdrová, Tadeusz Zwiefka, Jaromír Štětina, Lefteris Christoforou, Jeroen Lenaers, Luděk Niedermayer, Marijana Petir, Dubravka Šuica, Adam Szejnfeld, Therese Comodini Cachia, Inese Vaidere, Brian Hayes, Stanislav Polčák, Claude Rolin, Ivana Maletić, Ramón Luis Valcárcel Siso, László Tőkés, Roberta Metsola, Thomas Mann namens de PPE-Fractie
Pier Antonio Panzeri, Victor Boştinaru, Knut Fleckenstein, Richard Howitt, Elena Valenciano, Maria Arena, Eric Andrieu, Hugues Bayet, Brando Benifei, Goffredo Maria Bettini, José Blanco López, Biljana Borzan, Nicola Caputo, Caterina Chinnici, Miriam Dalli, Viorica Dăncilă, Isabella De Monte, Damian Drăghici, Monika Flašíková Beňová, Doru-Claudian Frunzulică, Enrico Gasbarra, Neena Gill, Maria Grapini, Cătălin Sorin Ivan, Liisa Jaakonsaari, Afzal Khan, Jeppe Kofod, Miapetra Kumpula-Natri, Javi López, Krystyna Łybacka, Andrejs Mamikins, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Victor Negrescu, Momchil Nekov, Norbert Neuser, Vincent Peillon, Tonino Picula, Miroslav Poche, Liliana Rodrigues, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Daciana Octavia Sârbu, Monika Smolková, Renato Soru, Tibor Szanyi, Claudia Tapardel, Marc Tarabella, Patrizia Toia, István Ujhelyi, Julie Ward, Pina Picierno namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Mark Demesmaeker, Raffaele Fitto, Beatrix von Storch, Angel Dzhambazki, Karol Karski, Ryszard Antoni Legutko, Anna Elżbieta Fotyga, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba, Geoffrey Van Orden, Branislav Škripek, Jana Žitňanská namens de ECR-Fractie
Petras Auštrevičius, Marietje Schaake, Dita Charanzová, Izaskun Bilbao Barandica, Filiz Hyusmenova, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Ramon Tremosa i Balcells, Juan Carlos Girauta Vidal, Ilhan Kyuchyuk, Beatriz Becerra Basterrechea, Nedzhmi Ali, Philippe De Backer, Marielle de Sarnez, Martina Dlabajová, Fredrick Federley, Nathalie Griesbeck, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Pavel Telička, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Cecilia Wikström, Valentinas Mazuronis namens de ALDE-Fractie
Bodil Valero, Eva Joly, Heidi Hautala, Maria Heubuch, Igor Šoltes, Davor Škrlec, Jean Lambert namens de Verts/ALE-Fractie
Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo, Piernicola Pedicini namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Afghanistan - met name de moorden in de provincie Zabul  (2015/2968(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 15 december 2011 over de situatie van vrouwen in Afghanistan en Pakistan(1)en zijn resolutie van 13 juni 2013 over de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Afghanistan(2),

–  gezien de lokale EU-strategie inzake mensenrechtenverdedigers in Afghanistan in 2014,

–  gezien resolutie 2210 (2015) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en het mandaat van de VN-bijstandmissie in Afghanistan (UNAMA),

–  gezien de conclusies van de Raad over Afghanistan van 20 juli 2015,

–  gezien de Conferentie van 20 september 2015 over de tenuitvoerlegging en ondersteuning van het Nationale Actieplan (UNSCR 1325) betreffende vrouwen, vrede en veiligheid,

–  gezien het verslag van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN (OHCHR) - UNAMA van augustus 2015 over de bescherming van burgers bij het gewapend conflict in Afghanistan voor 2015,

–  gezien de conclusies van de Raad over Afghanistan van 26 oktober 2015,

–  gezien de verklaring van de VN-missie van 11 november 2015 waarin de "zinloze moord" op zeven civiele gijzelaars in Zabul wordt veroordeeld;

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat er steeds meer bezorgdheid heerst over etnische en sektarische vervolging in Afghanistan, aangezien er al maandenlang ontvoeringen en aanslagen plaatsvinden tegen de Hazara's, die worden beschouwd als de op twee na grootste etnische groepering in het land, die als enige overwegend sjiitisch is;

B.  overwegende dat er in oktober 2015 zeven burgers ontvoerd werden en tussen 6 en 8 november terecht werden gesteld in het district Arghandab, en dat daar gewapende conflicten zijn gemeld tussen twee rivaliserende groepen van regeringsvijandige elementen;

C.  overwegende dat het overwegend sjiitische Hazaravolk een van de etnische minderheden is die in de nieuwe grondwet van Afghanistan worden erkend;

D.  overwegende dat een groep van circa 30 Hazara's op 21 november 2015 werd beschoten toen zij op een autoweg in het zuiden reisden; dat ten minste vijf Hazara's die in een bus naar Kaboel zaten, gered werden door andere reizigers, die hun identiteit verborgen hielden toen de bus door militanten werd gestopt;

E.  overwegende dat uit de moorden in Zabul blijkt dat de Hazara's bijzonder veel gevaar lopen; dat bij een aantal incidenten in de afgelopen twee jaar Hazara's die met de bus reisden werden gescheiden van de overige reizigers en ontvoerd en in sommige gevallen vermoord werden;

F.  overwegende dat de moorden duidelijk maken dat burgers voortdurend aan terroristische bedreigingen blootstaan van de zijde van de Taliban en hun splintergroepen, waarvan sommige naar verluidt trouw hebben gezworen aan Da'esh/ISIL;

G.  overwegende dat de Europese Unie de wederopbouw en ontwikkeling van Afghanistan sinds 2002 onafgebroken steunt en dat zij hecht aan een vreedzaam, stabiel en veilig Afghanistan;

H.  overwegende dat de EUPOL-missie die in 2007 gestart werd om de training van de Afghaanse politie te ondersteunen bijdraagt tot het opbouwen van een strafrechtelijk / gerechtelijk stelsel onder Afghaans bestuur; dat de Raad in december 2014 heeft besloten de missie tot 31 december 2016 te verlengen;

I.  overwegende dat de missie van de Internationale strijdmacht voor bijstand aan de veiligheid (ISAF) eind 2014 werd beëindigd; dat de nieuwe missie "Resolute Support" in januari 2015 werd gestart om door te gaan met het opleiden, adviseren en bijstaan van de Afghaanse veiligheidsdiensten en de instellingen;

J.  overwegende dat het vermoorden en gijzelen van burgers ernstige schendingen vormen van het internationaal humanitair recht dat door alle bij het gewapende conflict betrokken partijen, inclusief alle regeringsvijandige elementen, moet worden nageleefd;

K.  overwegende dat de veiligheid in heel Afghanistan ernstig zorgen blijft baren vanwege de terroristische activiteiten van de Taliban;

L.  overwegende dat er steeds weer "collaterale schade" optreedt en er dramatisch hoge aantallen onschuldige slachtoffers vallen onder burgers en medewerkers van humanitaire missies en zelfs van vredestroepen;

M.  overwegende dat de recente oproep van Al-Qaeda-leider al-Zawahiri tot de ISIL-strijders om oorlog te voeren met de internationale coalitie een nieuwe bedreiging betekent voor de NAVO-strijdkrachten in Afghanistan en voor de veiligheid van het land;

1.   veroordeelt met kracht de barbaarse moord en onthoofding van zeven Hazara's (twee vrouwen, vier mannen en een klein meisje) in Zabul, een provincie in het zuidoosten van Afghanistan op de grens met Pakistan;

2.  veroordeelt de aanslagen van de Taliban, Al Qaeda, ISIL en andere terroristische groeperingen op Afghaanse burgers, leden van de Afghaanse strijdkrachten en veiligheidsdiensten, democratische instellingen en maatschappelijke organisaties, waarbij een recordaantal slachtoffers vallen; benadrukt dat de bescherming van de Hazara-gemeenschap, die bijzonder zwaar te lijden heeft onder het terroristisch geweld van de Taliban en Da'esh-ISIL, voor de Afghaanse regering een prioriteit moet zijn;

3.  betuigt zijn medeleven met de nabestaanden, met name die van de recente slachtoffers van de gruwelijke moorden in de Hazara-gemeenschap;

4.  roept op tot steun aan de Afghaanse autoriteiten, zodat zij snel passende maatregelen kunnen nemen om ervoor te zorgen dat de moordenaars van onschuldige burgers berecht worden en de rechtsstaat in het land wordt bekrachtigd;

5.  verzoekt de Afghaanse autoriteiten ervoor te zorgen dat er een geloofwaardig en onpartijdig onderzoek wordt ingesteld naar leden van veiligheidsdiensten die betrokken zijn bij ernstige mensenrechtenschendingen, met inbegrip van degenen die het bevel voeren over strijdkrachten die zich misdragen, en dat de schuldigen naar behoren bestraft of vervolgd worden;

6.  is van mening dat moorden op gegijzelde burgers, waaronder vrouwen en kinderen, als oorlogsmisdaden moeten worden behandeld; herinnert eraan dat het Internationaal humanitair recht het doden van onschuldige burgers verbiedt; herinnert eraan dat alle bij het conflict betrokken partijen, en dus ook splintergroepen, dat recht moeten naleven;

7.  geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over de ernstige veiligheidssituatie, de voortdurende toename van het geweld, de terreuracties die steeds meer slachtoffers eisen en de constante dreiging waaraan de bevolking, die in een klimaat van toenemende angst en intimidatie moet leven, is blootgesteld;

8.  is van mening dat nationale veiligheid een essentiële basis vormt voor sociale en economische ontwikkeling, politieke stabiliteit en de toekomst van Afghanistan;

9.  verzoekt de regering van Afghanistan intensiever samen te werken met de regering van Pakistan; benadrukt dat nauwere samenwerking op het gebied van veiligheid en bestuur in het belang van beide landen zou zijn en zou bijdragen tot de bevordering van vrede en stabiliteit in de regio;

10.  verzoekt de lidstaten en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) zich ten volle te blijven inzetten en de regering van Afghanistan te steunen in haar strijd tegen de opstandelingen;

11.  verklaart nogmaals dat het alle inspanningen om Afghanistan te bevrijden van terrorisme en extremisme steunt, en is van mening dat die inspanningen van vitaal belang zijn voor de regionale en wereldwijde veiligheid en voor het opbouwen van een inclusief, stabiel, democratisch en welvarender land;

12.  zal de Afghaanse regering blijven steunen bij haar pogingen belangrijke hervormingen door te voeren, het bestuur en de rechtsstaat verder te verbeteren, de eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de vrouwenrechten, te bevorderen, de corruptie te bestrijden, een eind te maken aan de productie van verdovende middelen, een duurzamer begrotingsbeleid te voeren en inclusieve economische groei te stimuleren; neemt nota van het voornemen van president Ashraf Ghani om van de strijd tegen corruptie een van zijn prioriteiten te maken;

13.  betuigt nogmaals zijn steun aan de Afghaanse regering en bevolking in deze kritieke fase; herinnert aan de doden die er onder de Afghaanse strijdkrachten en veiligheidsdiensten zijn gevallen sinds de ISAF-missie eind 2014 werd beëindigd; moedigt de regering ertoe aan te blijven streven naar meer doelmatigheid en operationele doeltreffendheid van leger en politie, zodat zij de hele bevolking veiligheid en stabiliteit kunnen bieden;

14.  blijft zich ernstig zorgen maken over de verslechtering van de mensenrechten- en veiligheidssituatie in Afghanistan, en met name over de gevolgen die dat kan hebben voor de rechten van vrouwen, religieuze en etnische minderheden, mensenrechtenactivisten en journalisten;

15.  herinnert aan de historische wet op de uitbanning van geweld tegen vrouwen van 2009 en verzoekt de autoriteiten meer aandacht te schenken aan en middelen uit te trekken voor de bescherming van mensenrechtenactivisten die bedreigd of aangevallen worden;

16.  verzoekt de regering van Afghanistan een uitvoeringsplan vast te stellen voor Nationaal Actieplan 1325, waarin onder meer wordt bepaald dat vrouwen ten volle deelnemen aan alle fasen van de vredesonderhandelingen;

17.  herinnert aan de toezeggingen die de Afghaanse regering aan de internationale gemeenschap heeft gedaan met betrekking tot de rechten en de bescherming van etnische, taalkundige, religieuze en andere minderheden;

18.  veroordeelt met kracht de aanslagen die de Taliban onlangs in Kunduz hebben gepleegd en die slachtoffers hebben geëist onder de burgerbevolking en het leger en de politie van Afghanistan; is voorstander van een onafhankelijk onderzoek naar de aanslag op het ziekenhuis van Médecins Sans Frontières in Kunduz, en roept op tot eerbiediging van de neutraliteit van ziekenhuizen en medische faciliteiten;

19.  herhaalt dat het van het grootste belang is dat de Afghaanse regering en alle partners in de regio zich op geloofwaardige wijze inzetten voor de beëindiging van het conflict en voor een veilige omgeving zorgen; herhaalt dat een door Afghanen geleid en beheerst vredesproces de conditio qua non voor een duurzame en langdurige oplossing blijft;

20.  is ingenomen met het besluit om in 2016 in Brussel een alomvattende ministeriële conferentie over Afghanistan te houden, als blijk van de internationale gemeenschap dat zij zich wil blijven inzetten voor de stabilisering en ontwikkeling van het land; verwacht dat die Conferentie het kader voor de regering van Afghanistan en de donoren tot 2020 vaststelt, dat geschraagd wordt door concrete toezeggingen van zowel de regering van Afghanistan als de internationale gemeenschap;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van Afghanistan.

 

(1)

PB C 168E van 14.6.2013, blz. 119.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0282.

Juridische mededeling - Privacybeleid