Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B8-0083/2016Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B8-0083/2016

    GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE over Noord-Korea

    20.1.2016 - (2016/2521(RSP))

    ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement
    ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:
    Verts/ALE (B8-0083/2016)
    EFDD (B8-0088/2016)
    ECR (B8-0089/2016)
    PPE (B8-0092/2016)
    ALDE (B8-0094/2016)
    S&D (B8-0098/2016)

    Cristian Dan Preda, Elmar Brok, Davor Ivo Stier, Andrej Plenković, Lara Comi, Tunne Kelam, Patricija Šulin, Jarosław Wałęsa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Eduard Kukan, Brian Hayes, Bogdan Brunon Wenta, Thomas Mann, Csaba Sógor, Claude Rolin, Andrey Kovatchev, Eva Paunova, Milan Zver, Ildikó Gáll-Pelcz, Pavel Svoboda, Ivan Štefanec, Michaela Šojdrová, Tomáš Zdechovský, Sven Schulze, Jaromír Štětina, Andrey Novakov, Lefteris Christoforou, József Nagy, Dubravka Šuica, Marijana Petir, Anna Záborská, Roberta Metsola, Joachim Zeller, Luděk Niedermayer, Paul Rübig, Kinga Gál, David McAllister, Ivana Maletić, László Tőkés, Elisabetta Gardini, Romana Tomc, Inese Vaidere namens de PPE-Fractie
    Nikos Androulakis, Zigmantas Balčytis, Hugues Bayet, Brando Benifei, Goffredo Maria Bettini, José Blanco López, Vilija Blinkevičiūtė, Simona Bonafè, Biljana Borzan, Victor Boştinaru, Nicola Caputo, Andrea Cozzolino, Andi Cristea, Isabella De Monte, Monika Flašíková Beňová, Knut Fleckenstein, Doru-Claudian Frunzulică, Eider Gardiazabal Rubial, Enrico Gasbarra, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Michela Giuffrida, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Cătălin Sorin Ivan, Liisa Jaakonsaari, Afzal Khan, Miapetra Kumpula-Natri, Kashetu Kyenge, Juan Fernando López Aguilar, Andrejs Mamikins, Costas Mavrides, Marlene Mizzi, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Momchil Nekov, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Pina Picierno, Tonino Picula, Miroslav Poche, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Siôn Simon, Monika Smolková, Tibor Szanyi, Marc Tarabella, Julie Ward, Josef Weidenholzer, Flavio Zanonato, Damiano Zoffoli namens de S&D-Fractie
    Charles Tannock, Mark Demesmaeker, Raffaele Fitto, Anna Elżbieta Fotyga, Ryszard Antoni Legutko, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba, Karol Karski, Angel Dzhambazki, Jana Žitňanská, Branislav Škripek, Monica Macovei namens de ECR-Fractie
    Hilde Vautmans, Marielle de Sarnez, Urmas Paet, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Petras Auštrevičius, Dita Charanzová, Pavel Telička, Ilhan Kyuchyuk, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová, José Inácio Faria, Fredrick Federley, Nathalie Griesbeck, Marian Harkin, Filiz Hyusmenova, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Kaja Kallas, Louis Michel, Javier Nart, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Johannes Cornelis van Baalen, Paavo Väyrynen, Valentinas Mazuronis, Norica Nicolai, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic namens de ALDE-Fractie
    Klaus Buchner, Barbara Lochbihler, Igor Šoltes, Bodil Valero, Davor Škrlec, Ernest Urtasun, Heidi Hautala namens de Verts/ALE-Fractie
    Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo, Marco Zanni namens de EFDD-Fractie
    Helmut Scholz

    Procedure : 2016/2521(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    RC-B8-0083/2016
    Ingediende teksten :
    RC-B8-0083/2016
    Aangenomen teksten :

    Resolutie van het Europees Parlement over Noord-Korea

    (2016/2521(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –  gezien zijn eerdere resoluties over Noord-Korea,

    –  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, van 6 januari 2016 over de vermeende kernproef in de Democratische Volksrepubliek Korea,

    –  gezien de verklaring van de VN-secretaris-generaal van 6 januari 2016 over de kernproef die was bekendgemaakt door de Democratische Volksrepubliek Korea,

    –  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad nrs. 1718(2006), 1874(2009), 2087(2013) en 2094(2013), waarin kernproeven van de Democratische Volksrepubliek Korea uitdrukkelijk worden verboden,

    –  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 17 december 2015 over de mensenrechtensituatie in de Democratische Volksrepubliek Korea,

    –  gezien het VN-rapport "Democratische Volksrepubliek Korea 2015: behoeften en prioriteiten" van april 2015,

    –  gezien de resolutie van de VN-Mensenrechtenraad van 27 maart 2015 over de mensenrechtensituatie in de Democratische Volksrepubliek Korea,

    –  gezien het verslag van de onderzoekscommissie voor de mensenrechten in de Democratische Volksrepubliek Korea van 7 februari 2014,

    –  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, het Verdrag inzake de rechten van het kind en het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen, die alle door de Democratische Volksrepubliek Korea zijn ondertekend,

    –  gezien het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984,

    –  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

    A.  overwegende dat de Raad van de Europese Unie en de VN-Veiligheidsraad de "succesvolle kernproef met een waterstofbom", aldus de DVK, hebben veroordeeld omdat het een flagrante schending is van de internationale verplichtingen uit hoofde van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad

    B.  overwegende dat de verspreiding van nucleaire, chemische en biologische wapens en hun lanceerinrichtingen een bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid is; overwegende dat de DVK zich in 2003 heeft teruggetrokken uit het Non-proliferatieverdrag en sinds 2006 kernproeven doet en in 2009 officieel verklaarde dat het een atoomwapen heeft ontwikkeld wat inhoudt dat de dreiging van haar geavanceerde nucleaire capaciteit duidelijk is toegenomen; overwegende dat de voortzetting van onwettige nucleaire en ballistische programma's een bedreiging vormt voor het internationale non-proliferatiestelsel, en regionale spanningen dreigt te vergroten;

    C.  overwegende dat de DVK met haar militair georiënteerde economie ver verwijderd is gebleven van de verklaarde doelstelling van een sterke en welvarende natie, en de bevolking integendeel met haar drang om over massavernietigingswapens en hun lanceerinrichtingen te beschikken, steeds meer in isolement en armoede heeft gedreven;

    D.  overwegende dat de EU sterk voorstander is van het idee van een kernvrij Koreaans schiereiland en de hervatting van het zespartijenoverleg van essentieel belang acht voor vrede, veiligheid en stabiliteit in de regio;

    E.  overwegende dat de focus van de DVK op militaire investeringen beschouwd kan worden als misdadige verwaarlozing van de basisbehoeften van haar burgers gezien het feit dat ca. 70% van de 24,6 miljoen mensen tellende bevolking van het land kampt met voedselonzekerheid en dat 30% van de kinderen onder de 5 ernstig ondervoed is;

    F.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in de DVK al jaren uiterst problematisch is; overwegende dat het regime van de DVK amper heeft samengewerkt met de VN en alle resoluties van de VN-Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties inzake de mensenrechten in Noord-Korea heeft verworpen; overwegende dat het regime evenmin heeft samengewerkt met de bijzondere rapporteur van de VN voor de mensenrechtensituatie in het land, en alle hulp van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN volgens de bijzondere procedures heeft afgewezen;

    G.  overwegende dat er na de resolutie van de VN-Mensenrechtenraad van 27 maart 2015 een bijeenkomst heeft plaatsgevonden van Noord-Koreaanse diplomaten en Marzuki Darusman, de bijzondere rapporteur van de VN-mensenrechtenraad inzake mensenrechten in Noord-Korea;

    H.  overwegende dat de Europese Unie de naleving van mensenrechten en democratie wereldwijd verdedigt en bevordert; overwegende dat de mensenrechtendialoog tussen de EU en de DVK sinds 2013 door de DVK is opgeschort; overwegende dat er in juni 2015 een politieke dialoogronde EU-DVK heeft plaatsgevonden;

    I.  overwegende dat de onderzoekscommissie van de VN onderzoek heeft gedaan naar "de systematische, wijdverspreide en ernstige schendingen van de mensenrechten" in Noord‑Korea en op 7 februari 2014 een verslag heeft uitgebracht; overwegende dat de onderzoekscommissie in haar verslag concludeerde dat de schendingen van de mensenrechten door Pyongyang "zonder enig precedent zijn in de huidige wereld" en "een bijna volledige ontzegging van de vrijheid van denken, geweten, en de vrijheid van godsdienst, alsmede van de vrijheid van mening, meningsuiting, informatie en vereniging" constateerde; overwegende dat de onderzoekscommissie in vele gevallen constateerde dat de schendingen van de mensenrechten misdrijven tegen de menselijkheid vormen; overwegende dat de mensenrechtensituatie in de DVK sinds 2014 is verslechterd;

    J.  overwegende dat de regering van de DVK geen politieke oppositie, vrije en eerlijke verkiezingen, vrije media, vrijheid van godsdienst, van vereniging of van beweging en collectieve arbeidsovereenkomsten toestaat;

    K.  overwegende dat de DVK een uitgebreid en goed-gestructureerd veiligheidssysteem heeft dat bijna elke burger nauwlettend controleert en geen enkele vorm van basale vrijheid in het land toestaat;

    L.  overwegende dat de overheidsautoriteiten stelselmatig overgaan tot buitengerechtelijke executies en willekeurige opsluiting en het doen verdwijnen van mensen – inclusief het ontvoeren van buitenlanders – en meer dan 100 000 mensen vasthouden in gevangenissen en zogenaamde heropvoedingskampen;

    M.  overwegende dat de bevolking van de DVK sinds decennia wordt geconfronteerd met een ontwikkelingsachterstand, een gebrekkige gezondheidszorg en ernstige ondervoeding van moeders en kinderen, in een context van politiek en economisch isolement, terugkerende natuurrampen en stijgingen van internationale voedsel- en olieprijzen; overwegende dat de DVK het recht op voedsel van haar bevolking schendt;

    1.  veroordeelt de vierde kernproef van 6 januari 2016 ten zeerste als een onnodige en gevaarlijke provocatie, alsmede als een schending van de relevante resoluties van de VN‑Veiligheidsraad en als een ernstige bedreiging van de vrede en de veiligheid op het Koreaanse schiereiland en de Noordoost-Aziatische regio; steunt stevige en effectieve sancties na de recente kernproef die moeten worden opgelegd door de internationale gemeenschap;

    2.  dringt er bij de DVK op aan af te zien van verdere provocerende acties door haar nucleaire en ballistische programma's op een volledige, verifieerbare en onherroepelijke wijze te staken, alle gerelateerde activiteiten te staken en onmiddellijk te voldoen aan al haar internationale verplichtingen, inclusief de resoluties van de VN-Veiligheidsraad en de Raad van Bestuur van de IAEA, alsmede aan overige internationale normen voor ontwapening en non-proliferatie; verzoekt de DVK om het Verdrag inzake een volledig verbod op kernproeven onverwijld te ondertekenen en te ratificeren en zich te houden aan de afspraken die zijn gemaakt in de Gezamenlijke Verklaring na het zespartijenoverleg van 19 september 2005;

    3.  pleit uitdrukkelijk voor een diplomatieke en politieke oplossing voor de Noord-Koreaanse nucleaire kwestie; verklaart andermaal het zespartijenoverleg te steunen en verlangt dat dit overleg wordt hervat; dringt bij alle deelnemers aan het zespartijenoverleg aan op méér inspanningen; roept de DVK ertoe op opnieuw op constructieve wijze met de internationale gemeenschap te gaan praten, en in het bijzonder met de leden van het zespartijenoverleg, en wel met het oog op duurzame vrede en veiligheid op een kernwapenvrij Koreaans schiereiland, als de beste wijze om een welvarender en stabielere toekomst voor de DVK te verzekeren;

    4.  is ervan overtuigd dat het nu tijd is dat de internationale gemeenschap concrete maatregelen treft om de straffeloosheid van de daders te beëindigen; eist dat degenen met de meeste verantwoordelijkheid voor de in de DVK gepleegde misdrijven tegen de menselijkheid ter verantwoording worden geroepen, voor het Internationaal Strafhof worden gebracht en aan gerichte sancties worden onderworpen;

    5.  benadrukt het feit dat de schendingen die beschreven staan in het verslag van de onderzoekscommissie, waarvan er vele misdrijven tegen de menselijkheid vormen, te lang hebben plaatsgevonden onder het toeziend oog van de internationale gemeenschap;

    6.  dringt er bij de regering van de DVK op aan onverwijld gevolg te geven aan de aanbevelingen van de onderzoekscommissie;

    7.  dringt er bij de regering van de Volksrepubliek China op aan haar toenemende invloed aan te wenden, alsmede haar politieke en economische invloed op de DVK om ervoor te zorgen dat de situatie niet nog verder escaleert; dringt er bij de Volksrepubliek China op aan alle noodzakelijke stappen te ondernemen, in samenwerking met de internationale gemeenschap, om de vrede en veiligheid op het Koreaanse schiereiland te herstellen; neemt kennis van de steun van de Volksrepubliek China voor resolutie 2094(2013) van de VN-Veiligheidsraad; neemt kennis van de consensus tussen de leden van de VN‑Veiligheidsraad in hun reactie op de recente kernproef van de DVK;

    8.  dringt er bij de Chinese regering, als partij bij het VN-vluchtelingenverdrag, op aan Noord-Koreaanse vluchtelingen die de Chinese grens oversteken het recht om asiel aan te vragen niet te ontzeggen en hen niet gedwongen terug te sturen naar Noord-Korea, maar hun fundamentele mensenrechten te beschermen; verzoekt de EU daartoe diplomatieke druk uit te oefenen; herhaalt zijn verzoek aan alle landen die vluchtelingen uit de DVK hebben opgenomen het Verdrag van Genève van 1951, alsmede het Protocol bij dit Verdrag uit 1967 na te leven en geen Noord-Koreaanse vluchtelingen terug te sturen naar de DVK;

    9.  is verheugd over de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 17 december 2015 over de situatie op het gebied van de mensenrechten in de Democratische Volksrepubliek Korea, die door alle EU-lidstaten is gesteund; vraagt de EU en haar lidstaten de ernstige mensenrechtensituatie in de DVK te blijven aankaarten;

    10.  verzoekt VV/HV Federica Mogherini om gebruik te maken van de expertisecapaciteit van de Republiek Korea om de EU-strategie voor de DVK te formuleren; verzoekt VV/HV Federica Mogherini om de verdere ontwikkelingen in de DVK nauwlettend in het oog te houden en verslag uit te brengen aan het Europees Parlement zodat de mensenrechtensituatie in de DVK hoog op de politieke agenda van de EU blijft staan; is van mening dat de EU een constructieve rol moet spelen door haar kritische betrokkenheid bij de regering van de DVK;

    11.  geeft uitdrukking aan zijn diepe bezorgdheid over de aanhoudende verslechtering van de mensenrechtensituatie in de DVK; verzoekt de regering van de DVK haar verplichtingen uit hoofde van de mensenrechteninstrumenten waarbij het land partij is na te komen en erop toe te zien dat humanitaire organisaties, onafhankelijke mensenrechtenwaarnemers en de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie van de DVK toegang hebben tot het land en de noodzakelijke medewerking krijgen;

    12.  verzoekt de regering van de DVK het gebruik van stelselmatige onderdrukking van mensenrechten als een politiek instrument om haar eigen bevolking te controleren en door te lichten, onmiddellijk te staken;

    13.  veroordeelt het stelselmatig en grootschalig gebruik van de doodstraf in de DVK ten zeerste; vraagt de regering van de DVK om een moratorium in te stellen op alle terechtstellingen, met het oog op afschaffing van de doodstraf in de nabije komst; verzoekt de DVK een einde te maken aan buitengerechtelijke executies en onvrijwillige verdwijningen, politieke gevangenen vrij te laten en haar burgers toe te staan vrij te reizen, zowel in Noord-Korea zelf als naar het buitenland; verzoekt de DVK vrije meningsuiting en persvrijheid voor nationale en internationale media toe te staan en haar burgers ongecensureerde toegang tot het internet te verlenen;

    14.  dringt er bij de regering van de DVK op aan onmiddellijk een einde te maken aan haar van staatswege gesteunde programma van dwangarbeid in het kader waarvan buitenlandse landen tienduizenden Noord-Koreaanse arbeiders onder illegale voorwaarden hebben ingehuurd, met name voor de uitvoering van mijnbouw-, bosbouw-, textiel- en bouwprojecten, wat harde valuta heeft opgeleverd die het regime in staat heeft gesteld zich te handhaven; wijst er in dit geval op dat de verantwoordelijkheid om arbeidsrechten te beschermen zich uitstrekt tot de gastlanden die moeten zorgen voor de naleving van arbeids- en mensenrechtennormen;

    15.  veroordeelt de ernstige beperkingen van de vrijheid van denken, geweten, godsdienst of levensovertuiging, vreedzame vergadering en vereniging, de discriminatie op basis van het songbun-systeem, dat de mensen indeelt in door de staat toegekende sociale rangen en standen, en ook rekening houdt met politieke opvattingen en godsdienst;

    16.  spreekt zijn bijzondere bezorgdheid uit over de ernst van de voedselsituatie in het land en de gevolgen daarvan voor de economische, sociale en culturele rechten van de bevolking; verzoekt de Europese Commissie de huidige humanitaire hulpprogramma's en de communicatiekanalen met de DVK in stand te houden en erop toe te zien dat de goederen veilig aankomen bij het beoogde deel van de bevolking; verzoekt de autoriteiten van de DVK ervoor te zorgen dat alle burgers conform de humanitaire beginselen al naargelang hun behoefte toegang krijgen tot voedsel- en humanitaire hulp;

    17.  dringt er bij de autoriteiten van de DVK op aan het probleem van de stelselmatige ontvoeringen van mensen met spoed op te lossen en alle informatie over onderdanen van derde landen, inclusief Japan en de Republiek Korea, van wie vermoed wordt dat zij in de afgelopen decennia door Noord-Koreaanse staatsagenten zijn ontvoerd, vrij te geven, en de ontvoerden onmiddellijk naar hun land van herkomst te laten terugkeren;

    18.  dringt er bij de DVK op aan zich constructief te blijven opstellen bij hun internationale gesprekspartners om concrete verbeteringen aan te brengen in de mensenrechtensituatie ter plaatse, o.a. door dialoog, officiële bezoeken aan het land en meer intermenselijk contact;

    19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regering en het parlement van de Democratische Volksrepubliek Korea, de regering en het parlement van de Republiek Korea, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China, de regering en het parlement van de Verenigde Staten, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de regering en het parlement van Japan, de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de DVK, en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.