Procedure : 2016/2807(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0897/2016

Ingediende teksten :

RC-B8-0897/2016

Debatten :

PV 07/07/2016 - 7.1
CRE 07/07/2016 - 7.1

Stemmingen :

PV 07/07/2016 - 9.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0314

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 292kWORD 84k
6.7.2016
PE585.338v01-00}
PE585.339v01-00}
PE585.340v01-00}
PE585.342v01-00}
PE585.345v01-00}
PE585.349v01-00}
PE585.352v01-00} RC1
 
B8-0897/2016}
B8-0898/2016}
B8-0899/2016}
B8-0901/2016}
B8-0904/2016}
B8-0908/2016}
B8-0911/2016} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ECR (B8-0897/2016)

Verts/ALE (B8-0898/2016)

EFDD (B8-0899/2016)

PPE (B8-0901/2016)

S&D (B8-0904/2016)

ALDE (B8-0908/2016)

GUE/NGL (B8-0911/2016)


over de situatie van personen met albinisme in Afrika, met name in Malawi (2016/2807(RSP))


Cristian Dan Preda, Santiago Fisas Ayxelà, Davor Ivo Stier, Tomáš Zdechovský, Andrey Kovatchev, Luděk Niedermayer, Lefteris Christoforou, Patricija Šulin, Pavel Svoboda, Michaela Šojdrová, Claude Rolin, Marijana Petir, Jarosław Wałęsa, Bogdan Brunon Wenta, Milan Zver, Ivana Maletić, Jaromír Štětina, Ildikó Gáll-Pelcz, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Roberta Metsola, David McAllister, Sven Schulze, Therese Comodini Cachia, Maurice Ponga, Csaba Sógor, Tunne Kelam, József Nagy, Dubravka Šuica, Jiří Pospíšil, Francesc Gambús, Adam Szejnfeld, Giovanni La Via, Eva Paunova, Ivan Štefanec, Eduard Kukan, Mariya Gabriel, Brian Hayes, Deirdre Clune, Inese Vaidere namens de PPE-Fractie
Pier Antonio Panzeri, Victor Boştinaru, Knut Fleckenstein, Richard Howitt, Josef Weidenholzer, Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Nikos Androulakis, Francisco Assis, Hugues Bayet, Brando Benifei, José Blanco López, Vilija Blinkevičiūtė, Simona Bonafè, Nicola Caputo, Andi Cristea, Miriam Dalli, Viorica Dăncilă, Nicola Danti, Isabella De Monte, Doru-Claudian Frunzulică, Enrico Gasbarra, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Cătălin Sorin Ivan, Liisa Jaakonsaari, Eva Kaili, Afzal Khan, Jude Kirton-Darling, Miapetra Kumpula-Natri, Cécile Kashetu Kyenge, Krystyna Łybacka, David Martin, Marlene Mizzi, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Victor Negrescu, Emilian Pavel, Daciana Octavia Sârbu, Tibor Szanyi, Claudia Țapardel, Marc Tarabella, Elena Valenciano, Flavio Zanonato, Damiano Zoffoli namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Mark Demesmaeker, Raffaele Fitto, Ruža Tomašić, Branislav Škripek, Notis Marias, Anna Elżbieta Fotyga, Ryszard Antoni Legutko, Tomasz Piotr Poręba, Karol Karski, Ryszard Czarnecki, Angel Dzhambazki, Arne Gericke namens de ECR-Fractie
Hilde Vautmans, Marietje Schaake, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Ilhan Kyuchyuk, Filiz Hyusmenova, Javier Nart, Valentinas Mazuronis, Nedzhmi Ali, Petras Auštrevičius, Marielle de Sarnez, Gérard Deprez, Martina Dlabajová, José Inácio Faria, María Teresa Giménez Barbat, Nathalie Griesbeck, Antanas Guoga, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Robert Rochefort, Jasenko Selimovic, Hannu Takkula, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Johannes Cornelis van Baalen, Paavo Väyrynen, Ivo Vajgl, Angelika Mlinar, Dita Charanzová namens de ALDE-Fractie
Lola Sánchez Caldentey, Estefanía Torres Martínez, Miguel Urbán Crespo, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga, Merja Kyllönen, Patrick Le Hyaric, Marie-Christine Vergiat, Jiří Maštálka, Barbara Spinelli, Kostas Chrysogonos, Stelios Kouloglou namens de GUE/NGL-Fractie
Maria Heubuch, Heidi Hautala, Jordi Sebastià, Judith Sargentini, Bart Staes, Michèle Rivasi, Barbara Lochbihler, Ernest Urtasun, Bodil Valero, Igor Šoltes, Davor Škrlec, Bronis Ropė namens de Verts/ALE-Fractie
Ignazio Corrao, Fabio Massimo Castaldo, Isabella Adinolfi, Piernicola Pedicini, Laura Agea namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van personen met albinisme in Afrika, met name in Malawi (2016/2807(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 4 september 2008 over het vermoorden van albino's in Tanzania(1),

–  gezien het verslag van de onafhankelijke VN-deskundige van 18 januari 2016 over de eerbiediging van de mensenrechten van personen met albinisme,

–  gezien de persmededeling van de EU van 13 juni 2015 over de internationale dag voor de sensibilisatie rond albinisme,

–  gezien resolutie 69/170 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 18 december 2014 over de internationale dag voor de sensibilisatie rond albinisme,

–  gezien resolutie 263 van de Afrikaanse Commissie voor de rechten van de mens en van de volkeren over de preventie van aanvallen op en discriminatie ten aanzien van personen met albinisme,

–  gezien resolutie 23/13 van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties van 13 juni 2013 over aanvallen op en discriminatie ten aanzien van personen met albinisme,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind,

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie,

–  gezien de Verklaring van de Verenigde Naties van 18 december 1992 over de rechten van personen behorende tot nationale, etnische, godsdienstige of taalkundige minderheden,

–  gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren,

–  gezien de Partnerschapsovereenkomst van Cotonou,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat albinisme een aangeboren ziekte is, die wereldwijd ongeveer 1 op 20 000 personen treft; overwegende dat albinisme in de landen ten zuiden van de Sahara veel vaker voorkomt, en dat Tanzania, Malawi en Burundi behoren tot de landen met procentueel het grootste aantal personen met albinisme;

B.  overwegende dat personen met albinisme te maken krijgen met zeer extreme vormen van vervolging en schendingen van de mensenrechten, gaande van maatschappelijke discriminatie op grote schaal, verbale agressie en geen toegang tot overheidsdiensten, tot moord, ontvoering, verkrachting en verminking; overwegende dat mensenrechtenwaarnemers in 2015 alleen al melding maakten van 448 aanvallen op personen met albinisme in 25 Afrikaanse landen; overwegende dat deze cijfers waarschijnlijk nog een onderschatting zijn, omdat de autoriteiten niet systematisch deze misdaden onderzoeken en documenteren, of de capaciteit en de middelen niet hebben om een grondig onderzoek te voeren;

C.  overwegende dat personen met albinisme in Afrika nog het meest bedreigd worden door het wijdverspreide bijgeloof en de onjuiste overtuigingen met betrekking tot de ziekte, waaronder de mythe dat personen met albinisme magische krachten hebben, wat tot gevolg heeft dat criminele bendes en smokkelaars regelmatig personen met albinisme vermoorden voor hun lichaamsdelen, omdat geloofd wordt dat deze geluk, gezondheid en rijkdom brengen; overwegende dat in verschillende landen de graven van personen met albinisme geschonden werden om lichaamsdelen of beenderen te stelen;

D.  overwegende dat de politie in Malawi, waar ongeveer 10 000 personen met albinisme wonen, sinds november 2014 69 aanvallen heeft gerapporteerd, waarvan 18 moorden; overwegende dat in april 2016 vier personen met albinisme vermoord werden, waaronder een kind van twee jaar oud, wat ertoe leidde dat de autoriteiten verklaarden dat personen met albinisme een "bedreigde soort" waren;

E.  overwegende dat de president van Malawi, Peter Mutharika, de recente golf van aanvallen openlijk veroordeeld heeft;

F.  overwegende dat naast Malawi ook in verschillende andere Oost-Afrikaanse landen aanvallen op personen met albinisme werden gerapporteerd, met name in Tanzania, Burundi, Kenia en Mozambique;

G.  overwegende dat vrouwen en kinderen met albinisme bijzonder kwetsbaar zijn voor maatschappelijke uitsluiting; overwegende dat vrouwen met albinisme vaak het slachtoffer zijn van seksueel geweld, vanwege de wijdverspreide overtuiging dat seksuele betrekkingen met een vrouw met albinisme zorgen voor de genezing van HIV/AIDS, en overwegende dat vrouwen die een kind met albinisme krijgen op hun werk gediscrimineerd en uitgestoten worden; overwegende dat kinderen een groot deel uitmaken van de slachtoffers van rituele aanvallen, en dat zij veel risico lopen om achtergelaten te worden; overwegende dat de angst op aanvallen tot gevolg heeft dat kinderen van schoolgaande leeftijd hun recht op onderwijs niet kunnen uitoefenen;

H.  overwegende dat de regering van Tanzania ernstige, concrete maatregelen heeft ingevoerd om hekserij in het land tegen te gaan, waaronder de schorsing van de licenties van traditionele genezers en verschillende arrestaties van medicijnmannen; overwegende dat de president van Tanzania in 2008 het eerste parlementslid met albinisme heeft benoemd, en in december 2015 de eerste viceminister;

I.  overwegende dat, ondanks de toenemende internationale zichtbaarheid en de invoering van nieuwe wetgeving in de getroffen landen, het aantal vervolgingen en veroordelingen zeer laag blijft en in vele Afrikaanse landen de misdaden en folteringen nog straffeloos doorgaan;

J.  overwegende dat een woedende menigte in Zuid-Malawi op 1 maart 2016 zeven zogenaamde "albinojagers" gelyncht en in brand gestoken heeft; overwegende dat de inspecteur-generaal van de politie van Malawi zijn mensen heeft opgedragen met scherp te schieten wanneer zij iemand betrappen op de ontvoering van een persoon met albinisme;

K.  overwegende dat discriminatie, intimidatie en stigmatisering van personen met albinisme ertoe geleid hebben dat honderden gevlucht zijn en een tijdelijke schuilplaats hebben gezocht; overwegende dat personen met albinisme zich hierdoor in een nog meer precaire en onzekere situatie bevinden, waarbij hun toegang tot basisdiensten zoals gezondheidszorg en onderwijs, hun kansen op een baan, en hun deelname aan de maatschappij beperkt worden;

L.  overwegende dat deze discriminatie kan leiden tot levenslang trauma en psychosociale problemen en zorgt voor grote spanning en angst in de albinogemeenschap; overwegende dat personen met albinisme moeilijker toegang vinden tot passende medische zorg, zoals medicatie ter preventie van huidkanker;

M.  overwegende dat de VN in maart 2015 zijn eerste onafhankelijke deskundige voor de mensenrechten van personen met albinisme heeft benoemd, en 13 juni tot internationale dag voor de sensibilisatie rond albinisme heeft uitgeroepen;

N.  overwegende dat in juni 2016 dankzij sponsoring van de VN het allereerste regionaal forum voor actie inzake albinisme in Afrika plaatsvond, en dat daarbij een routekaart werd opgesteld met specifieke, eenvoudige en effectieve maatregelen om de schendingen van de mensenrechten ten aanzien van personen met albinisme te bestrijden;

O.  overwegende dat de EU voorlichtingscampagnes heeft gevoerd om meer bewustzijn over het onderwerp te creëren, en voor ondersteuning heeft gezorgd bij het betrekken van maatschappelijke organisaties en het opbouwen van capaciteit binnen de plaatselijke autoriteiten in de strijd tegen de moorden op personen met albinisme;

1.  wijst erop dat personen met albinisme net zoals iedereen recht op leven hebben, zonder enige vorm van angst, zoals bepaald in de artikelen 2 en 3 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948;

2.  uit zijn grote bezorgdheid over de aanhoudende en wijdverspreide discriminatie en vervolging van personen met albinisme in Afrika, met name naar aanleiding van het recent oplaaiende geweld in Malawi; veroordeelt met klem alle moorden, ontvoeringen, verminkingen en andere onmenselijke en vernederende behandelingen die personen met albinisme worden aangedaan, en betuigt zijn medeleven en solidariteit aan de families van de slachtoffers; veroordeelt eveneens de speculatieve handel in lichaamsdelen van personen met albinisme;

3.  betreurt de stilte en de daadloosheid met betrekking tot deze gebeurtenissen; brengt in herinnering dat het de primaire verantwoordelijkheid van een staat is zijn burgers te beschermen, ook de kwetsbare groepen, en spoort de regering van Malawi en de autoriteiten van alle getroffen landen aan om alle nodige maatregelen te treffen teneinde alle vormen van geweld en discriminatie ten opzichte van personen met albinisme uit te bannen, en hun waardigheid, mensenrechten en welzijn te beschermen, evenals de waardigheid, de mensenrechten en het welzijn van hun familieleden;

4.  spoort de autoriteiten van Malawi aan om een einde te maken aan de straffeloosheid, en om dringend internationale steun te zoeken opdat een onpartijdig en effectief onderzoek gevoerd kan worden naar alle gerapporteerde aanvallen op personen met albinisme, zodat de verantwoordelijken voor het gerecht kunnen worden gebracht en aansprakelijk kunnen worden gesteld;

5.  neemt met instemming kennis van de verklaring van president Mutharika, die de aanvallen veroordeelde en de veiligheidsdiensten opriep om personen met albinisme maximaal te beschermen; waarschuwt echter voor escalatie en brengt in herinnering dat het aanzetten tot haat en geweld niet het antwoord kan zijn op de huidige discriminatie van personen met albinisme; veroordeelt in het bijzonder alle pogingen van mensen om het recht in eigen handen te nemen;

6.  roept de regering van Malawi op om beter te voorzien in de medische, psychosociale en sociale behoeften van personen met albinisme, door gelijke toegang tot gezondheidszorg en onderwijs te waarborgen, als onderdeel van het beleid voor sociale inclusie;

7.  neemt met instemming kennis van het nationaal reactieplan van Malawi van maart 2015, dat tot doel heeft het bewustzijn te vergroten, de interne veiligheid te verbeteren, het toezicht op de mensenrechten, de administratie van justitie en de wetgeving te verbeteren, en de positie van personen met albinisme te versterken; roept de regering van Malawi op om de vijf punten van het actieplan te handhaven, en eist dat dit project meer middelen toegewezen krijgt;

8.  neemt met instemming kennis van de inspanningen die de regering van Tanzania geleverd heeft in de strijd tegen discriminatie ten aanzien van personen met albinisme en haar beslissing om de praktijken van medicijnmannen te verbieden, teneinde de moorden op personen met albinisme te stoppen, maar wijst erop dat maar weinig zaken voor het gerecht werden gebracht; roept de regering van Malawi op om eveneens de bestaande wetgeving te wijzigen, om de ernst van de misdaden tegen personen met albinisme beter te weerspiegelen;

9.  is van mening dat meer inspanningen nodig zijn om de grondoorzaken van deze discriminatie en dit geweld te bestrijden, door middel van bewustmakingscampagnes; wijst nadrukkelijk op de cruciale rol van de lokale autoriteiten en de maatschappelijke organisaties bij het bevorderen van de rechten van personen met albinisme, het informeren en opleiden van de bevolking en het komaf maken met de mythen en vooroordelen over albinisme;

10.  uit zijn bezorgdheid over de specifieke uitdagingen waarmee vrouwen en kinderen geconfronteerd worden, waardoor zij meer met armoede, onzekerheid en isolement te kampen hebben; dringt erop aan dat alle slachtoffers toegang krijgen tot behoorlijke medische en psychologische zorg, en dat toereikende beleidsmaatregelen ingevoerd worden om hun herintegratie in de gemeenschap mogelijk te maken;

11.  roept de autoriteiten van de getroffen landen op om, in samenwerking met hun internationale en regionale partners, alle nodige maatregelen te treffen om de illegale handel in lichaamsdelen van personen met albinisme te voorkomen en te bestrijden, om gevallen waarin grafroof vermoed wordt, opnieuw te onderzoeken, om te identificeren vanwaar de vraag naar deze lichaamsdelen komt, en om de "albinojagers" voor het gerecht te brengen;

12.  is van oordeel dat openbaar aanklagers, onderzoekers en politiemensen speciale opleidingen moeten krijgen, zodat zij de nodige kennis hebben over het aanpakken van gevallen waarbij personen met albinisme betrokken zijn;

13.  benadrukt dat het algemene gebrek aan begrip en aan gezondheidsinformatie over albinisme slecht is voor de gezondheid van personen met albinisme; wijst erop dat hun toegang tot gezondheidszorg verzekerd moet zijn, met name in landelijke en afgelegen gebieden; meent dat gezondheidswerkers sensitiviteitstraining over albinisme moeten krijgen;

14.  roept op tot betere opleidingen voor leerkrachten en schoolbesturen over albinisme, en vraagt dat de autoriteiten in Malawi de toegang tot onderwijs voor personen met albinisme mogelijk maken;

15.  verneemt met instemming dat de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in 2015 de functie van onafhankelijk deskundige voor de mensenrechten van personen met albinisme heeft gecreëerd, en daarna de aanzet heeft gegeven voor het allereerste regionale forum voor actie inzake albinisme in Afrika, in Dar El Salaam van 17 tot 19 juni 2016;

16.  roept de EU en haar lidstaten op om de dialoog met de getroffen landen gaande te houden en om deze landen effectief ondersteuning te bieden bij hun inspanningen om beleidsmaatregelen te formuleren die afgestemd zijn op de specifieke behoeften en rechten van personen met albinisme, op basis van het beginsel van non-discriminatie en sociale inclusie, door de nodige financiële en technische ondersteuning te verstrekken;

17.  roept alle getroffen staten op tot het delen van beste praktijken voor de bescherming en bevordering van de rechten van personen met albinisme;

18.  roept de EU op om nauw toezicht te houden op de mensenrechtensituatie van personen met albinisme in Afrika, met name via regelmatige rapportering en opvolging van haar delegaties, en om aanzienlijke verbeteringen in de bescherming en maatschappelijke integratie van deze personen te blijven promoten;

19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van Malawi en Tanzania, de Afrikaanse Unie en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

 

(1)

PB C 295 E van 4.12.2009, blz. 94.

Juridische mededeling - Privacybeleid