Procedure : 2017/2727(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0407/2017

Ingediende teksten :

RC-B8-0407/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/06/2017 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0273

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 286kWORD 52k
14.6.2017
PE605.520v01-00}
PE605.521v01-00}
PE605.522v01-00}
PE605.523v01-00}
PE605.524v01-00}
PE605.525v01-00}
PE605.526v01-00} RC1
 
B8-0407/2017}
B8-0408/2017}
B8-0409/2017}
B8-0410/2017}
B8-0411/2017}
B8-0412/2017}
B8-0413/2017} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ECR (B8‑0407/2017)

EFDD (B8‑0408/2017)

ALDE (B8‑0409/2017)

GUE/NGL (B8‑0410/2017)

S&D (B8‑0411/2017)

PPE (B8‑0412/2017)

Verts/ALE (B8‑0413/2017)


over de humanitaire situatie in Jemen (2017/2727(RSP))


Cristian Dan Preda, Laima Liucija Andrikienė, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Sandra Kalniete, David McAllister namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Victor Boştinaru, Pier Antonio Panzeri namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Arne Gericke, Ruža Tomašić namens de ECR-Fractie
Marietje Schaake, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Gérard Deprez, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Valentinas Mazuronis, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Robert Rochefort, Jasenko Selimovic, Hannu Takkula, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie
Ángela Vallina, Merja Kyllönen, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Marie-Christine Vergiat, Kostas Chrysogonos, Lola Sánchez Caldentey, Xabier Benito Ziluaga, Tania González Peñas, Estefanía Torres Martínez, Miguel Urbán Crespo namens de GUE/NGL-Fractie
Barbara Lochbihler namens de Verts/ALE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Isabella Adinolfi, Rolandas Paksas namens de EFDD-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire situatie in Jemen (2017/2727(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Jemen, met name die van 25 februari 2016(1) over de humanitaire situatie in Jemen en van 9 juli 2015(2) over de situatie in Jemen,

–  gezien de conclusies van de Raad van 3 april 2017 over Jemen,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 8 oktober 2016 over de aanval in Jemen en van 19 oktober 2016 over het staakt-het-vuren in Jemen,

–  gezien de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over Jemen, meer bepaald resoluties 2216 (2015), 2201 (2015) en 2140 (2014),

–  gezien de op 25 april 2017 in Genève gehouden donorconferentie op hoog niveau voor de humanitaire crisis in Jemen,

–  gezien de oproep die de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechten en internationale sancties, Idriss Jazairy, op 12 april 2017 heeft gedaan om de zeeblokkade tegen Jemen op te heffen,

–  gezien de verklaringen van de Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens, Zeid Ra'ad Al Hussein, van 10 oktober 2016 over de schandalige aanval op een begrafenis in Jemen, van 10 februari 2017 over burgers in Jemen die ingesloten werden door strijdende partijen, en van 24 maart 2017 over de meer dan honderd burgerdoden in één maand tijd, waaronder vissers en vluchtelingen, terwijl het conflict in Jemen bijna twee jaar aansleept,

–  gezien de verklaringen van de speciale gezant van de VN voor Jemen, Ismaïl Ould Cheikh Ahmed, van 21 oktober en 19 november 2016 en van 30 januari 2017,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de humanitaire situatie in Jemen rampzalig is; overwegende dat de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) de situatie in Jemen in februari 2017 "de ergste noodtoestand op het vlak van voedselzekerheid ter wereld" heeft genoemd; overwegende dat het Bureau van de Verenigde Naties voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) in mei 2017 heeft verklaard dat 17 miljoen mensen in Jemen dringend voedselhulp nodig hebben, en dat bij 7 miljoen onder hen sprake is van een "noodtoestand op het vlak van voedselzekerheid"; overwegende dat 2,2 miljoen kinderen aan ernstige acute ondervoeding lijden en er elke tien minuten een kind sterft door oorzaken die te voorkomen zijn; overwegende dat er 2 miljoen intern ontheemden en 1 miljoen terugkeerders zijn;

B.  overwegende dat het aanhoudende conflict desastreuze gevolgen heeft voor het land en zijn bevolking; overwegende dat de bij het conflict betrokken partijen er ondanks de internationale roep om een politieke oplossing voor de crisis niet in geslaagd zijn om tot een vergelijk te komen en dat de gevechten blijven voortduren; overwegende dat geen enkele partij in het conflict een militaire overwinning heeft behaald en dat het onwaarschijnlijk is dat dit in de toekomst wel gebeurt;

C.  overwegende dat er volgens de VN sinds maart 2015 naar schatting 10 000 doden zijn gevallen en meer dan 40 000 gewonden als gevolg van het geweld; overwegende dat het door de gevechten, zowel op de grond als in de lucht, onmogelijk is geworden voor de toezichthouders ter plaatse van het VN-bureau voor de mensenrechten (OHCHR) om toegang te krijgen tot het gebied om het aantal burgerslachtoffers vast te stellen, wat betekent dat deze cijfers enkel de doden en gewonden omvatten die het OHCHR onomstotelijk heeft kunnen vaststellen en bevestigen; overwegende dat de civiele infrastructuur en de instellingen van Jemen zwaar getroffen zijn door de oorlog en steeds minder in staat zijn basisdiensten te leveren; overwegende dat het gezondheidsstelsel dreigt in te storten en dat essentieel eerstelijns medisch personeel al maandenlang geen loon heeft ontvangen;

D.  overwegende dat Jemen te kampen heeft met een tweede uitbraak van cholera en acute waterige diarree (AWD), hetgeen tussen 27 april en 8 juni 2017 meer dan 100 000 vermoedelijke gevallen van cholera en bijna 800 dodelijke slachtoffers in het hele land tot gevolg heeft gehad;

E.  overwegende dat met name kwetsbare groepen, vrouwen en kinderen worden getroffen door de aanhoudende vijandelijkheden en de humanitaire crisis, en overwegende dat de veiligheid en het welzijn van vrouwen en meisjes bijzondere aandacht verdient; overwegende dat vooral kinderen kwetsbaar zijn voor het toegenomen geweld in Jemen, en dat volgens gegevens van de VN 1 540 kinderen de dood hebben gevonden en 2 450 kinderen gewond zijn geraakt;

F.  overwegende dat meer dan 350 000 kinderen hun schoolloopbaan het afgelopen schooljaar niet hebben kunnen hervatten als gevolg van geweld, waardoor het totale aantal kinderen dat niet naar school gaat in Jemen volgens UNICEF de grens van 2 miljoen heeft overschreden; overwegende dat kinderen die niet naar school gaan het risico lopen te worden ingelijfd om te gaan vechten;

G.  overwegende dat bijna 90 % van de basisvoedingsmiddelen van het land wordt ingevoerd; overwegende dat de speciale rapporteur van de VN voor de mensenrechten en internationale sancties heeft benadrukt dat de lucht- en zeeblokkade die de coalitietroepen sedert maart 2015 aan Jemen hebben opgelegd een van de voornaamste oorzaken is van de humanitaire ramp, en dat de interne netwerken voor de distributie van voedsel verstoord zijn geraakt door geweld binnen de landsgrenzen en wijdverspreide brandstoftekorten;

H.  overwegende dat een stabiel en veilig Jemen met een goed functionerende regering van cruciaal belang is voor de internationale inspanningen ter bestrijding van extremisme en geweld in de regio en daarbuiten, alsook voor vrede en stabiliteit binnen Jemen zelf;

I.  overwegende dat de situatie in Jemen ernstige risico's inhoudt voor de stabiliteit in de regio, met name in de Hoorn van Afrika, het gebied rond de Rode Zee en het Midden-Oosten in ruimere zin; overwegende dat Al Qaida op het Arabische Schiereiland (AQAP) heeft kunnen profiteren van de verslechtering van de politieke en veiligheidssituatie in Jemen om zijn aanwezigheid op te voeren en het aantal en de omvang van zijn terroristische aanslagen te vergroten; overwegende dat AQAP en de zogenaamde Islamitische Staat (ISIS)/Da'esh) voet aan de grond hebben gekregen in Jemen en terroristische aanslagen hebben uitgevoerd waarbij honderden mensen zijn omgekomen;

J.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 25 februari 2016 heeft aangedrongen op een initiatief voor het opleggen van een EU-wapenembargo tegen Saudi-Arabië, in overeenstemming met Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008;

K.  overwegende dat Houthi-troepen en geallieerde strijdkrachten beide zijn beschuldigd van ernstige schendingen van het oorlogsrecht, door verboden antipersoneelsmijnen te plaatsen, gevangenen te mishandelen en lukraak raketten af te vuren op bewoonde gebieden in Jemen en het zuiden van Saudi-Arabië;

L.  overwegende dat het totaalbedrag aan humanitaire middelen van de EU voor Jemen in 2015 en 2016 120 miljoen EUR bedroeg; overwegende dat in 2017 een bedrag van 46 miljoen EUR is toegewezen voor hulp; overwegende dat verschillende landen en organisaties op de donorconferentie op hoog niveau voor de humanitaire crisis in Jemen in Genève in april 2017 weliswaar toezeggingen hebben gedaan voor een totaalbedrag van 1,1 miljard USD, maar dat de middelen die de donoren op 9 mei 2017 hadden gestort goed waren voor amper 28 % van de 2,1 miljard USD aan humanitaire hulp voor Jemen waartoe de VN had opgeroepen voor 2017; overwegende dat er in 2017 naar verwachting een bijkomende 70 miljoen EUR aan ontwikkelingshulp zal worden gemobiliseerd;

1.  is ernstig bezorgd over de alarmerende verslechtering van de humanitaire situatie in Jemen, die gekenmerkt wordt door wijdverbreide voedselonzekerheid en ernstige ondervoeding, willekeurige aanvallen op burgers, medisch personeel en hulpverleners, de vernietiging van civiele en medische infrastructuur, de aanhoudende luchtaanvallen, grondgevechten en beschietingen, ondanks herhaalde oproepen om de vijandelijkheden opnieuw te staken;

2.  betreurt ten zeerste dat het conflict levens heeft geëist en leed berokkent aan al wie bij de gevechten betrokken is geraakt, en betuigt zijn medeleven aan de families van de slachtoffers; bevestigt opnieuw dat het Jemen en de Jemenitische bevolking zal blijven steunen; dringt bij alle partijen aan op een onmiddellijk staakt-het-vuren en op een terugkeer naar de onderhandelingstafel; uit nogmaals zijn steun voor de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Jemen;

3.  is ernstig bezorgd over het feit dat de aanhoudende luchtaanvallen en grondgevechten duizenden burgerdoden hebben veroorzaakt, tot ontheemding en verlies van bestaansmiddelen hebben geleid waardoor nog meer levens worden bedreigd, Jemen verder hebben gedestabiliseerd, de fysieke infrastructuur van het land hebben verwoest, instabiliteit hebben gecreëerd waar terroristische en extremistische organisaties als ISIS/Da'esh en AQAP garen bij hebben kunnen spinnen, en de toch al kritieke humanitaire situatie nog hebben verergerd;

4.  veroordeelt alle terroristische aanslagen op burgers in de meest krachtige bewoordingen, met inbegrip van bombardementen, het gebruik van clustermunitie, aanvallen met raketten, granaten, scherpschuttersvuur en projectielen, het gemelde gebruik van antipersoneelsmijnen, alsmede aanvallen waarbij civiele infrastructuur – waaronder scholen, medische voorzieningen, woonwijken, markten, watersystemen, havens en luchthavens – wordt vernietigd;

5.  dringt er bij de regering van Jemen op aan om haar verantwoordelijkheden op te nemen in de strijd tegen ISIS/Da'esh en AQAP, die profiteren van de huidige instabiliteit; wijst erop dat alle daden van terrorisme misdadig en niet te rechtvaardigen zijn, ongeacht de beweegredenen ervoor of waar, wanneer en door wie zij worden begaan; benadrukt dat alle partijen in het conflict resoluut moeten optreden tegen dergelijke groepen, die met hun acties een ernstige bedreiging vormen voor een via onderhandelingen bereikte oplossing en voor de veiligheid in de regio en daarbuiten;

6.  herhaalt zijn oproep aan alle partijen en hun regionale en internationale medestanders om het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten te eerbiedigen, de bescherming van burgers te waarborgen en zich te onthouden van rechtstreekse aanvallen op civiele infrastructuur, met name medische voorzieningen en watersystemen; herinnert eraan dat het bewust tot doelwit maken van burgers en civiele infrastructuur, met inbegrip van ziekenhuizen en medisch personeel, een zware schending van het internationaal humanitair recht is; spoort de internationale gemeenschap aan om voorzieningen te treffen voor de internationale strafrechtelijke vervolging van al wie verantwoordelijk is voor schendingen van het internationaal recht in Jemen; steunt in dit verband de oproep van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al Hussein, om een internationaal onafhankelijk orgaan in het leven te roepen dat een grondig onderzoek moet instellen naar de misdaden die in het conflict in Jemen zijn begaan; wijst erop dat het met het oog op een duurzame oplossing van het conflict van cruciaal belang is ervoor te zorgen dat voor schendingen verantwoording wordt afgelegd;

7.  herinnert eraan dat het conflict in Jemen niet met militaire middelen kan worden opgelost en dat er alleen een uitweg uit de crisis kan worden gevonden via een inclusief, door Jemenieten geleid onderhandelingsproces waarbij alle belanghebbende partijen worden betrokken, met de volledige en betekenisvolle deelname van vrouwen, en dat tot een inclusieve politieke oplossing leidt; herhaalt zijn steun voor de inspanningen van de VN-secretaris-generaal, de speciaal gezant van de VN voor Jemen en de Europese Dienst voor extern optreden om een hervatting van de onderhandelingen te faciliteren en dringt er bij alle partijen bij het conflict op aan op constructieve wijze te reageren, zonder voorafgaande voorwaarden aan deze inspanningen te verbinden; benadrukt dat de uitvoering van vertrouwenwekkende maatregelen, zoals onmiddellijke stappen in de richting van een duurzaam staakt-het-vuren, een mechanisme voor terugtrekking van troepen onder toezicht van de VN, het faciliteren van humanitaire en commerciële toegang en de vrijlating van politieke gevangenen, van essentieel belang is om weer op het spoor van een politieke oplossing te komen;

8.  dringt er bij Saudi-Arabië en Iran op aan zich in te zetten om de bilaterale betrekkingen te verbeteren en te proberen samenwerken om een einde te maken aan de gevechten in Jemen;

9.  steunt de oproep van de EU aan alle partijen in het conflict om al het nodige te doen om in situaties van gewapend conflict alle vormen van geweld, waaronder seksueel en gendergerelateerd geweld, te voorkomen en ertegen op te treden; veroordeelt de schendingen van de kinderrechten in krachtige bewoordingen en is bezorgd over de beperkte toegang van kinderen tot basisgezondheidszorg en onderwijs; veroordeelt het inlijven en inzetten van kindsoldaten bij de vijandelijkheden; dringt er bij de EU en de internationale gemeenschap op aan om de rehabilitatie en herintegratie van gedemobiliseerde kinderen in de gemeenschap te ondersteunen;

10.  verzoekt alle partijen bij het conflict zich in te spannen voor het wegwerken van alle logistieke en financiële obstakels die de invoer en de distributie van voeding en geneesmiddelen aan de noodlijdende burgerbevolking hinderen; dringt er met name bij de partijen op aan dat zij zorgen voor de volledige en doeltreffende werking van de voornaamste commerciële toegangspunten, zoals de havens van Hodeida en Aden; onderstreept het belang van deze havens als een reddingslijn voor humanitaire steun en essentiële bevoorrading; dringt aan op de heropenstelling van de luchthaven van Sanaa voor commerciële vluchten, zodat dringend noodzakelijke geneesmiddelen en goederen kunnen worden ingevlogen en Jemenieten die een medische behandeling nodig hebben per vliegtuig kunnen worden weggebracht;

11.  verzoekt de Raad op doeltreffende wijze te ijveren voor naleving van het internationaal humanitair recht, zoals bepaald in de desbetreffende EU-richtsnoeren; herhaalt met name dat alle EU-lidstaten de regels die zijn neergelegd in Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad inzake wapenuitvoer strikt moeten toepassen; wijst in dit verband op zijn resolutie van 25 februari 2016;

12.  benadrukt hoe belangrijk het is plaatselijke autoriteiten te versterken in hun positie en hen in staat te stellen hun vermogen tot het leveren van diensten uit te bouwen, alsook om de Jemenitische diaspora en internationale ngo's te betrekken bij de ondersteuning van essentiële dienstensectoren; onderstreept met name dat het dringend noodzakelijk is dat de EU en andere internationale actoren de cholera-uitbraak aanpakken en het gezondheidssysteem ondersteunen om te voorkomen dat dit instort, onder meer door het faciliteren van de bevoorrading en de uitbetaling van salarissen aan eerstelijns medisch personeel, dat een essentiële rol vervult in de humanitaire hulp;

13.  is ingenomen met het feit dat de EU en haar lidstaten bereid zijn meer humanitaire bijstand aan de bevolking in het hele land te verlenen om aan de toenemende behoeften te voldoen, en hun ontwikkelingssteun in te zetten voor de financiering van projecten in cruciale sectoren; is verheugd over de toezeggingen die zijn gedaan tijdens de donorconferentie op hoog niveau voor de humanitaire crisis in Jemen en benadrukt dat er een gecoördineerd humanitair optreden nodig is onder leiding van de VN om het lijden van de Jemenitische bevolking te verlichten; dringt er bovendien bij alle landen op aan de tijdens de donorconferentie gedane toezeggingen na te komen om in de humanitaire behoeften te helpen voorzien;

14.  roept de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) op om dringend een geïntegreerde EU-strategie voor Jemen voor te stellen en om een hernieuwde aanzet te geven tot een initiatief voor vrede in Jemen onder auspiciën van de VN; dringt er in dit verband op aan een speciale vertegenwoordiger van de EU voor Jemen aan te stellen;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Golf, de secretaris-generaal van de Liga van Arabische Staten en de regering van Jemen.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0066.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0270.

Juridische mededeling - Privacybeleid