Procedure : 2017/2699(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0434/2017

Ingediende teksten :

RC-B8-0434/2017

Debatten :

PV 04/07/2017 - 11
CRE 04/07/2017 - 11

Stemmingen :

PV 05/07/2017 - 8.9
CRE 05/07/2017 - 8.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 341kWORD 60k
4.7.2017
PE605.552v01-00}
PE605.553v01-00}
PE605.574v01-00} RC1
 
B8-0434/2017}
B8-0435/2017}
B8-0450/2017} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 37, lid 3, van het Reglement en het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

PPE (B8-0434/2017)

ALDE (B8-0435/2017)

ECR (B8-0450/2017)


over de prioriteiten van het Europees Parlement voor het werkprogramma van de Commissie voor 2018 (2017/2699(RSP))


József Szájer namens de PPE-Fractie
Anthea McIntyre namens de ECR-Fractie
Sophia in 't Veld namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten van het Europees Parlement voor het werkprogramma van de Commissie voor 2018 (2017/2699(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Werkprogramma van de Europese Commissie voor 2017 – Naar een Europa dat ons beschermt, sterker maakt en verdedigt" (COM(2016) 710) en de bijlagen 1 t/m 5 daarbij,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven(1),

–  gezien het eindverslag van de Groep op hoog niveau van onafhankelijke belanghebbenden van 24 juli 2014 inzake administratieve lasten, getiteld "Cutting Red Tape in Europe – Legacy and Outlook" (Vermindering van administratieve rompslomp in Europa – erfenis en vooruitzichten),

–  gezien het samenvattend verslag van de Conferentie van commissievoorzitters van 13 juni 2017,

–  gezien artikel 37, lid 3, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat politieke prioriteiten en financiële middelen op elkaar moeten worden afgestemd;

B.  overwegende dat duurzaamheid en economische groei verenigbaar zijn en elkaar kunnen versterken;

C.  overwegende dat de EU zich in het licht van felle mondiale concurrentie moet inzetten voor het herstel van het concurrentievermogen, om zo het model van de sociale markteconomie in stand te houden en duurzame groei te verwezenlijken met een hoger niveau van productiviteit en innovatie, zodat de volgende generatie jonge burgers banen heeft in plaats van schulden;

D.  overwegende dat de beste economische en sociale ondersteuning die de lidstaten hun burgers kunnen bieden om te zorgen voor een betere levenskwaliteit een groeiende economie is met een lage inflatie, een lage werkeloosheid en stijgende inkomens waardoor de vereiste middelen worden gegenereerd om investeringen in de toekomst, verbeterde infrastructuur en overheidsdiensten te financieren;

E.  overwegende dat de EU wordt geconfronteerd met verschillende en complexe vormen van gevaar die voor instabiliteit zorgen en de Europese burgers opzadelen met een gevoel van onzekerheid;

F.  overwegende dat het de taak van de Commissie is de Verdragen na te leven en het EU-recht te handhaven; maar daarbij tot zijn grote spijt moet constateren dat zowel de tenuitvoerlegging van het EU-beleid als de handhaving van het EU-recht en de EU-regelgeving helaas te wensen overlaten, zoals op verscheidene gebieden gebleken is; overwegende dat de Commissie samen met de lidstaten tenuitvoerlegging en handhaving tot topprioriteit moeten verheffen;

DEEL 1

1.  stelt vast dat de huidige crises, met al hun financiële, economische, sociale en migratiegerelateerde gevolgen, hebben geleid tot toegenomen ontevredenheid onder de Europese burgers, die tot uiting komt in de opkomst van extremisme; benadrukt dat er een gezamenlijk antwoord nodig is van de EU en haar lidstaten om de enorme uitdagingen aan te kunnen; is van mening dat er verregaande beleidsinitiatieven moeten worden ontplooid om deze crises het hoofd te bieden en dat realistische hervormingen moeten worden doorgevoerd om het vertrouwen te herstellen en een einde te maken aan de uitbuiting van deze bezorgdheid waardoor angst en onzekerheid worden aangewakkerd; benadrukt dat demagogische en onrealistische politieke campagnes valse hoop bieden op de korte termijn, maar uiteindelijk schadelijke gevolgen hebben die leiden tot meer verdeeldheid, instabiliteit en conflicten in Europa;

2.  benadrukt dat de EU haar blik naar buiten moet richten en nauwe economische, handels- en strategische betrekkingen moet onderhouden en ontwikkelen met haar naaste buurlanden; is van mening dat er in de toekomst een duidelijk kader nodig is voor de betrekkingen van de EU met niet-lidstaten in haar nabuurschap;

3.  is van mening dat een sterk concurrerende sociale markteconomie een hoeksteen vormt van de Europese samenleving en het fundament is waarop het Europees beleid berust en waarvan burgers in hun dagelijkse leven rechtstreeks profiteren; schaart zich achter de initiatieven om het evenwicht tussen werk en privéleven te verbeteren;

4.  verzoekt de Commissie centrale prioritaire acties vast te stellen, bedoeld om het concurrentievermogen van het bedrijfsleven in de EU te vergroten door ondernemingen in staat te stellen te concurreren op de binnenlandse en mondiale markt en te zorgen voor een groter vermogen van de EU en haar lidstaten om de ontwikkeling van bedrijven te ondersteunen, met bijzondere aandacht voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's); meent dat de Europese industriële modernisering verreikend moet zijn en tevens moet inspelen op het in de handel brengen van innovatieve producten en diensten, technologieën en bedrijfsmodellen op basis van investeringen in onderzoek en ontwikkeling die worden omgezet in verbeterde producten, diensten en processen voor de markt;

5.  benadrukt dat er een alomvattende benadering nodig is om voordelen te behalen en de resterende zwaktes van de gemeenschappelijke munt aan te pakken, waarbij moet worden gewaakt over de duurzaamheid, de weerbaarheid en de voltooiing van de EMU en de verwezenlijking van de doelstellingen inzake groei en volledige werkgelegenheid; is van mening dat de verdere ontwikkeling van de EMU moet worden gebaseerd op de bestaande wetgeving en de uitvoering daarvan, en maatregelen moet omvatten die haar institutionele structuur voorzien van meer legitimiteit en een grotere democratische verantwoordingsplicht;

6.  dringt er bij de Commissie op aan de werkzaamheden inzake de voltooiing van een kapitaalmarktenunie te bespoedigen om bij te dragen tot het vrijmaken van investeringen in de EU voor het creëren van groei en banen; verzoekt de Commissie met voorstellen te komen om het ondernemingsklimaat in de EU te verbeteren en zo meer rechtstreekse buitenlandse investeringen aan te trekken en banen terug te halen;

7.  benadrukt dat er voor een geslaagd Europees migratiebeleid een overeengekomen regeling voor een eerlijke en doeltreffende verdeling van asielzoekers nodig is; benadrukt dat er vooruitgang moet worden geboekt bij de aanpak van de migratiecrisis op een wijze die rekening houdt met de wijdverbreide bezorgdheid in de lidstaten over ongecontroleerde migratie; is verheugd over de resultaten die recentelijk zijn geboekt om het beheer en de doeltreffende controle van de buitengrenzen van de Unie te versterken, hetgeen een absolute voorwaarde is voor de lidstaten om een minimum aan wederzijds vertrouwen terug te winnen;

8.  benadrukt dat het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid moet worden verbeterd om bij te dragen aan het vinden van geloofwaardige oplossingen voor nieuwe bedreigingen en uitdagingen voor de veiligheid, de bestrijding van terrorisme en de totstandbrenging van vrede, stabiliteit en orde voor de haar omringende landen; verzoekt de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid (vv/hv) om nauw samen te blijven werken met de lidstaten en op die manier praktisch beleid en samenwerkingsmethoden te ontwikkelen waarmee deze doelstellingen gehaald kunnen worden;

9.  onderstreept dat vrijhandel een enorme verbetering van de levensstandaard heeft opgeleverd en armoede in de EU en overal ter wereld heeft teruggedrongen, met economische groei en werkgelegenheid en betere politieke en economische betrekkingen met derde landen tot gevolg; is van mening dat de EU zich moet blijven verzetten tegen protectionistische neigingen overal ter wereld en verzoekt de Commissie dan ook om zowel geplande als lopende onderhandelingen snel aan de orde te stellen en af te ronden en voortdurend op zoek te blijven gaan naar mogelijkheden voor nieuwe vrijhandelsovereenkomsten;

10.  dringt er bij de Commissie op aan om in samenwerking met de andere instellingen een breed openbaar debat aan te gaan over de toekomst van de Unie;

11.  onderstreept dat Europa zijn voortrekkersrol zal behouden in de strijd tegen de klimaatverandering en dat de EU zich volledig blijft inzetten voor de uitvoering van de klimaatovereenkomst van Parijs; wijst erop dat een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering cruciaal is voor de modernisering van de Europese industrie en economie;

12.  benadrukt dat de burger waar voor zijn geld moet krijgen en dat wanbeheer en fraude absoluut niet getolereerd mogen worden;

13.  wijst erop dat de EU nog steeds met aanzienlijke uitdagingen kampt wat de tenuitvoerlegging van overeengekomen of aangenomen wetgeving betreft en verzoekt de Commissie dan ook zich te concentreren op de handhaving van het EU-recht in alle lidstaten; benadrukt dat handhaving van het mededingingsbeleid van belang is voor het scheppen van gelijke voorwaarden die bevorderlijk zijn voor innovatie, productiviteit, nieuwe banen en investeringen die teweeggebracht worden door alle actoren op de interne markt en in alle bedrijfsmodellen, waaronder kmo’s;

14.  dringt er opnieuw bij de Commissie op aan een wetgevingsvoorstel te formuleren over het EU-bestuursrecht om te komen tot een open, efficiënt en onafhankelijk Europees ambtenarenapparaat, en terdege rekening te houden met het voorstel van het Parlement voor een EU-verordening dienaangaande;

DEEL 2

1. Jongeren en een leven lang leren

15.  verzoekt de Commissie om:

–  te investeren in steun van de lidstaten in inclusieve en efficiënte onderwijsstelsels;

–  erop toe te zien dat de gemeenschap van deskundigen en betrokken belanghebbenden, inclusief ouderverenigingen, worden geraadpleegd bij kwesties in verband met de beleidsvorming;

–  te zorgen voor toereikende middelen voor Erasmus+ om de doelstellingen van het programma te halen en deze te besteden aan het voornaamste doel van het programma (mobiliteit, onderwijs en opleiding, jeugdbeleid en sport);

–  de lidstaten in de allereerste plaats te ondersteunen bij onderwijsmaatregelen voor alle leeftijden en beroepscategorieën; te investeren in een kader voor een leven lang leren, met een bijzondere nadruk op digitale en ondernemersvaardigheden en op mediageletterdheid, onder andere met programma’s die speciaal zijn ontworpen om de deelname van vrouwen te bevorderen;

–  een analyse van de arbeidsmarkten uit te voeren om het juiste evenwicht te vinden tussen beroepsopleidingen en universitair onderwijs, zodat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar kunnen worden afgestemd;

–  ondernemerschap te bevorderen, verder te werken aan het juiste juridische kader voor kmo's en dit te ondersteunen in overeenstemming met het "denk eerst klein"-principe;

–  aanbevelingen en voorstellen te formuleren over manieren om oudere werknemers langer aan het werk te houden en zo ook te stimuleren dat ervaring wordt overgedragen naar de jongere generaties, en begeleiding op de werkvloer te bevorderen;

–  samen met de lidstaten aanvullende maatregelen te nemen om de aantrekkingskracht en de waarde van vaardigheden op het gebied van wetenschappen, technologie, engineering en wiskunde (STEM) te vergroten en meer vrouwen en meisjes aan te sporen om STEM-vakken te kiezen en te blijven volgen, waarbij vooral ICT nieuwe kansen kan bieden voor deze doelgroep;

16.  is van mening dat het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief van cruciaal belang is voor de aanpak van de jeugdwerkloosheid, die in de EU nog steeds onaanvaardbaar hoog is; verzoekt de Commissie op zoek te gaan naar toereikende financiering voor de bestrijding van de jeugdwerkloosheid en het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief voort te zetten, en tegelijkertijd de werking en uitvoering ervan te verbeteren, een en ander met inachtneming van het speciaal verslag van de Rekenkamer (nr. 5/2017);

17.  dringt er bij de Commissie op aan alle passende mechanismen ter bevordering van de mobiliteit van jongeren, met inbegrip van opleidingsplaatsen, in te voeren, aangezien deze de mogelijkheid bieden om de vraag naar en het aanbod aan vaardigheden op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen en de toegang tot arbeidskansen te verbeteren;

2. Blauwe groei en een circulaire economie

18.  verzoekt de Commissie met voorstellen te komen:

–  voor blauwe groei ter ondersteuning van duurzame groei in de mariene en maritieme sectoren als geheel;

–  om de leemte te vullen die ontstaat door het gebrek aan meerjarenplannen in het kader van het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) voor het beheer van alle belangrijke visbestanden en visserijtakken in EU-wateren;

19.  dringt er bij de Commissie op aan onverwijld de in het actieplan voor de circulaire economie opgesomde initiatieven te ontplooien, en de vooruitgang op weg naar een circulaire economie regelmatig bij te houden;

3. Financieel kader na 2020

20.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat de tenuitvoerlegging van alle EU-programma's uiterlijk volgend jaar op kruissnelheid komt, ter compensatie van de grote vertragingen die aan het begin van de huidige programmeringsperiode zijn opgelopen; maakt zich met name zorgen over de gevolgen van deze vertragingen met betrekking tot een mogelijke opeenstapeling van betalingsaanvragen tegen het einde van dit MFK; is van mening dat alles in het werk moet worden gesteld om een nieuwe betalingscrisis te vermijden, onder meer door tot een besluit te komen over een passend betalingsniveau in de komende jaarbegrotingen;

21.  dringt er bij de Commissie op aan om uiterlijk in juni 2018 met haar wetgevingsvoorstellen te komen over het MFK voor de periode na 2020, zodat er onmiddellijk inhoudelijke interinstitutionele onderhandelingen van start kunnen gaan; stelt zich ten doel om deze onderhandelingen tegen het einde van deze zittingsperiode succesvol af te ronden;

22.  verzoekt de Commissie naar behoren rekening te houden met het standpunt van het Parlement over het toekomstige MFK, dat zal worden vastgesteld voordat de Commissie met haar wetgevingsvoorstellen komt; onderstreept dat er een gestructureerde dialoog moet worden aangeknoopt met betrekking tot het algemene niveau, de politieke en begrotingsprioriteiten, de structuur en de flexibiliteitsbepalingen van het toekomstige MFK, en dat hierbij ook een standpunt moet worden vastgesteld over de duur van het financieel kader; is van mening dat in het volgende MFK de weg geplaveid moet worden naar een moderne EU-begroting; vindt dat de Commissie een uitvoerige evaluatie van de uitgaven moet uitvoeren als onderdeel van haar voorbereidende werkzaamheden;

23.  dringt er bij de Commissie op aan te komen met gedetailleerde plannen om zorgen over de toekomstige inkomstenkant van de begroting en de eigen middelen aan te pakken; benadrukt dat de Commissie die wetgevingsvoorstellen samen met de voorstellen inzake het MFK voor de periode na 2020 moet indienen, zodat er tegelijkertijd onderhandelingen kunnen worden gevoerd over beide onderwerpen; onderstreept dat het Parlement zijn eigen standpunt zal vaststellen voordat de wetgevingsvoorstellen worden ingediend, en verzoekt de Commissie in dit verband naar behoren rekening te houden met het standpunt van het Parlement;

24.  verzoekt de Commissie de volgende teksten in te dienen:

–  voorstellen voor verordeningen betreffende het EU-cohesiebeleid voor de periode na 2020, voortvloeiend uit de op stapel staande presentatie van het volgende MFK, zo vroeg mogelijk in 2018;

–  een uitgebreide herziening van het Financieel Reglement en aanverwante sectorale wetgeving, waaronder de vigerende Verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen ("Omnibus"), met bepalingen voor vereenvoudiging van het cohesiebeleid en de verbeterde combinatie van de structuur- en investeringsfondsen van de EU (ESI-fondsen) en het Europees Fonds voor strategische investeringen, die aan het begin van 2018 zal plaatsvinden;

25.  verzoekt de Commissie om in de context van het debat over het witboek duidelijkheid te scheppen omtrent haar ambities voor het kaderprogramma (KP9), vroeg genoeg in 2018 om het Parlement de kans te geven een standpunt te formuleren over dat programma, alsook over Galileo, Copernicus en Cosme, zodat alle maatregelen met ingang van 2021 operationeel kunnen worden; rekent erop dat het voorstel inzake KP9 wordt gebaseerd op de tussentijdse evaluatie van Horizon 2020 en het uitvoeringsverslag van het Parlement;

26.  benadrukt het belang van toegepast onderzoek, met name van onderzoek dat leidt tot betere kennis, vaardigheden en praktijken, zodat nieuwe technologieën optimaal worden gebruikt; dringt er bij de Commissie op aan de behoefte aan fundamenteel, toegepast en omzettingsgericht („translationeel”) onderzoek en ontwikkeling beter op elkaar af te stemmen om te zorgen voor een efficiënte en snelle omzetting van nieuwe ontdekkingen in feitelijke technologieën en producten;

27.  dringt er bij de Commissie op aan te blijven aansturen op vereenvoudiging, obstakels voor deelname zoveel mogelijk weg te nemen, te zorgen voor een optimaal rendement – zowel op de korte als de lange termijn – voor alle onderdelen van het programma en toe te werken naar een ambitieus voorstel voor het volgende kaderprogramma; onderstreept dat de bestaande synergieën met de ESI-Fondsen moeten worden versterkt om innovatiemogelijkheden in de EU te creëren;

28.  beklemtoont dat er een prestatiekader tot stand moet worden gebracht, en is van mening dat de Commissie een verbeterd systeem voor begrotingscontrole moet ontwikkelen dat in verhouding staat tot de resultaten die worden geboekt met EU-financiering; is van mening dat de verslaglegging een integraal deel van dit systeem moet uitmaken, en dat die voldoende transparant en gedetailleerd moet zijn, inclusief de informatie over de begunstigden van EU-financiering, en ook betrekking moet hebben op de vraag of betalingen op tijd zijn gedaan; is van mening dat de prestaties, kosteneffectiviteit en de resultaten die behaald zijn met EU-financiering altijd moeten worden gecontroleerd om te bepalen of EU-uitgaven op de lange termijn rendabel zijn; pleit voor de voorbereiding van voorstellen om de Rekenkamer te hervormen teneinde zijn functie als controleur van het financieel beheer te versterken zodat deze instelling niet alleen als een controlerende maar ook als een evaluerende autoriteit dient;

4. Strategie voor de digitale interne markt

29.  is bezorgd over de vertragingen die zich bij een aantal wetgevingsvoorstellen in het kader van de strategie voor een digitale interne markt voordoen; is van oordeel dat de EU‑instellingen de dynamiek van de strategie niet mogen verliezen en dat zij alle mogelijke inspanningen moeten richten op het opstellen en aannemen van de desbetreffende voorstellen; verzoekt de drie instellingen zich er bij de tussentijdse evaluatie op het hoogste niveau toe te verbinden dat zij hieraan in het wetgevingsproces prioriteit zullen verlenen, zodat burgers en ondernemingen van de resultaten kunnen profiteren;

30.  verzoekt de Commissie om:

  –  vooruitgang te boeken in verband met de voltooiing van de digitale interne markt en een klimaat dat bevorderlijk is voor kmo's;

  –  voorstellen in te dienen om het algemene beginsel van vrij verkeer van gegevens vast te stellen en om lokalisatiebeperkingen voor gegevens in de EU af te schaffen;

  –  verdere steun te verlenen aan de digitalisering van de Europese vervoerssector via initiatieven zoals C-ITS, E-CRM en andere digitale systemen;

  –  haar plannen voor te stellen met betrekking tot een of meerdere initiatieven inzake cyberveiligheid, ook met betrekking tot het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa); dergelijke initiatieven moeten tot doel hebben de cyberveiligheid voor industriële en andere civiele doeleinden te verbeteren en moeten doeltreffende verhaalmiddelen omvatten;

  –  samen met de lidstaten zo snel mogelijk een overzicht te maken van de systemische oorzaken van de groeiende digitale genderkloof en tot actie op mondiaal niveau over te gaan om de digitale uitsluiting van vrouwen een halt toe te roepen;

5. Strategie voor een energie-unie

31.  verzoekt de Commissie zich na de aanneming van de verschillende wetgevingsvoorstellen en mededelingen inzake de energie-unie, energie-efficiëntie, de opzet van de markt, hernieuwbare energie en andere energiegerelateerde wetgevingsvoorstellen en mededelingen, vooral te bekommeren om de volledige uitvoering ervan door de lidstaten, aangezien het doel is een daadwerkelijke energie-unie tot stand te brengen;

32.  rekent op de aanhoudende nauwe medewerking van de Commissie betreffende de lopende en bij uitstek belangrijke wetgevingsprocedures in het kader van het pakket schone energie, onder meer in het stadium van de trialoog, teneinde de onderhandelingen zo vroeg mogelijk in 2018 met succes te kunnen afronden;

33.  dringt er bij de Commissie op aan nauwlettend toe te zien op de economische gevolgen van de nieuwe opzet van de elektriciteitsmarkt, met name in Midden- en Oost-Europa, waar de kosten voor de energietransitie naar alle waarschijnlijkheid hoog zullen uitvallen;

6. Strategie voor de interne markt

34.  verzoekt de Commissie om:

  –  samen met de lidstaten beter uitvoering te geven aan de dienstenrichtlijn, onder meer door de nog steeds aanwezige regelgevings- en administratieve belemmeringen in de dienstensector weg te nemen en ervoor te zorgen dat overregulering tot het verleden behoort;

  –  de bestaande wetgeving te handhaven door in de eerste plaats de vigerende regels toe te passen en zo voor een gelijk speelveld te zorgen en het mogelijk te maken de voordelen van de interne markt volledig te benutten;

35.  betreurt het dat de Commissie tot dusverre niet is ingegaan op de herhaalde oproepen tot invoering van een sterke internemarktpijler binnen het Europees Semester, met een systeem van regelmatige controle en opsporing van landenspecifieke belemmeringen voor de interne markt;

36.  is van mening dat politieke prioriteit moet worden gegeven aan:

  –  de ontwikkeling van het potentieel van de culturele en creatieve sector aan de hand van een samenhangend EU-beleid waarin rekening wordt gehouden met het feit dat deze sectoren hoofdzakelijk bestaan uit micro-ondernemingen en kmo's en dat ze cruciaal zijn voor duurzame groei en hoogwaardige werkgelegenheid;

  –  de opwaardering en bevordering van maatregelen en acties om cultureel toerisme op de kaart te zetten, met de volledige medewerking van regio's en lokale overheden;

  –  het voorstel voor de herziening van de richtlijn handhaving intellectuele-eigendomsrechten (IPRED) uiterlijk aan het eind van dit jaar;

  –  de herziening van de verordening algemene veiligheid, die wederom is uitgesteld, waarbij het te betreuren valt dat het tijdschema als vastgesteld in Richtlijn (EU) 2015/719 van 29 april 2015(2) is genegeerd en de Commissie eraan herinnerd wordt dat er met betrekking tot deze herziening en wat verkeersveiligheid in het algemeen betreft duidelijk en doortastend moet worden opgetreden;

  –  een tijdige follow-up met concrete voorstellen van de bevindingen en suggesties die zullen worden opgenomen in het volgende strategische initiatiefverslag over kilometerfraude, waarbij in herinnering wordt gebracht dat het hier om een kwestie gaat die de Europese burgers sterk bezighoudt en er in een aantal lidstaten reeds goed functionerende methoden worden ingezet die als model kunnen dienen;

7. Gezondheid

37.  benadrukt dat er dringend maatregelen moeten worden genomen tegen de dreiging van antimicrobiële resistentie, aangezien dit verstrekkende gevolgen kan hebben voor de gezondheid en de productiviteit van de burgers alsook op de begrotingen van de lidstaten op het vlak van gezondheidszorg; roept de Commissie derhalve op met een initiatief te komen voor een EU-actieplan over de wijze waarop het mondiale actieplan inzake antimicrobiële resistentie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ten uitvoer kan worden gelegd in de Unie; doet tevens een beroep op de Commissie om de maatregelen die reeds worden toegepast in het huidige actieplan ter bestrijding van antimicrobiële resistentie, te intensiveren en voor de consistente toepassing ervan door alle partijen te zorgen;

38.  verzoekt de Commissie om:

  –   een wetgevingsvoorstel in te dienen betreffende bijsluiters voor geneesmiddelen om deze duidelijker en patiëntvriendelijker te maken ("kader met informatie over het geneesmiddel");

  –   een dringende herziening uit te voeren van Richtlijn 2004/23/EG van 31 maart 2004 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor gedoneerde menselijke weefsels en cellen(3) (richtlijn over weefsels en cellen) om deze in overeenstemming te brengen met het beginsel van onbetaalde donatie en met Verordening (EG) nr. 1394/2007 van 13 november 2007 betreffende geneesmiddelen voor geavanceerde therapie (verordening voor geavanceerde therapieën)(4), waarvan de toepasbaarheid op kmo's bovendien moet worden verbeterd;

8. Visserij en landbouw

39.  onderstreept de belangrijke rol die de sectoren duurzame landbouw, visserij en bosbouw vervullen bij het waarborgen van de voedselzekerheid in de EU, het creëren van banen en het verbeteren van milieunormen en wijst tevens op het potentieel van de Europese landbouw om bij te dragen tot het klimaatveranderingsbeleid middels innovatie en goedkeuring van beleid waarmee het potentieel voor koolstofvastlegging van de Europese landbouw wordt vergroot;

40.  dringt er bij de Commissie op aan te werken aan bilaterale visserijovereenkomsten met landen buiten de EU wanneer de vervaldatum niet meer veraf is;

41.  herhaalt dat de Commissie, teneinde ervoor te zorgen dat het in 2013 goedgekeurde gemeenschappelijk visserijbeleid tijdig en correct wordt uitgevoerd, wetgevingsvoorstellen moet blijven indienen voor de vaststelling van nieuwe meerjarige beheerplannen voor visbestanden;

42.  verzoekt de Commissie om:

  –   ervoor te zorgen dat het GVB en de aanlandingsverplichting op een degelijke manier worden toegepast;

  –   nauw met vissers en wetenschappers te blijven samenwerken om te kunnen voorspellen waar zich limiterende soorten kunnen voordoen en onderzoeksoplossingen zoals innovatieve vistechnieken te ontwikkelen;

  –   Verordening (EG) nr. 1967/2006 (de Middellandse-Zeeverordening) te herzien, met name het deel dat verwijst naar het verbod op het gebruik van bepaalde traditionele vistuigen en de bepalingen betreffende specifieke kenmerken van vistuig;

  –   een pragmatische oplossing betreffende de industriële visserij te vinden om het gebruik van waardevolle visbestanden voor vismeel te reguleren en te beperken, met name als het gaat om kwetsbare ecosystemen in de Oostzee;

43.  is vastbesloten een constructieve dialoog aan te gaan met de Commissie over haar mededeling betreffende de toekomst van het GLB na 2020, die vóór het einde van 2017 wordt verwacht;

44.  verzoekt de Commissie in dit verband om:

  –   de tenuitvoerlegging van het GLB te vereenvoudigen;

  –   de bureaucratie te beperken om de efficiëntie ervan te vergroten;

  –   de administratieve rompslomp voor agrarische ondernemers te verminderen;

  –   plaats te maken voor innovaties die onontbeerlijk zijn voor een toekomstgerichte, concurrerende Europese landbouwsector;

  –   ervoor te zorgen dat het beginsel van betere regelgeving wordt opgenomen in het komende voorstel voor de hervorming van het GLB, dat meer ruimte en financiële stimulansen zou moeten bieden voor innovatie in de landbouw, welke gericht is op het waarborgen van de voedselzekerheid in de EU op lange termijn, de vermindering van de weerslag van de landbouw op de biodiversiteit en het vergroten van zijn bestendigheid tegen klimaatverandering;

  –   onverwijld een voorstel te presenteren voor kaderwetgeving op EU-niveau ter bestrijding van oneerlijke handelspraktijken in de voedselvoorzieningsketen;

45.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de belastingbetalers waar voor hun geld krijgen voor hun investeringen in de landbouw, waarbij de rechtstreekse betalingen tussen de lidstaten worden gelijkgeschakeld en wordt gewaarborgd dat de EU haar voedselproducerend potentieel kan behouden en vergroten;

9. Eerlijkere belastingheffing

46.  verzoekt de Commissie om:

  –   met voorstellen te komen voor een definitief btw-stelsel en voor btw-tarieven;

  –   duidelijke richtsnoeren uit te werken inzake fiscale staatssteun door de lidstaten;

  –   een evaluatie te verrichten van de toegangsvoorwaarden voor culturele goederen en diensten en oplossingen te formuleren om deze te verbeteren, onder meer wat betreft de bestaande variaties in btw-tarieven voor boeken en e-boeken;

47.  is ingenomen met het werk van de Commissie en de lidstaten om de bestrijding van fiscale fraude, belastingontduiking, agressieve fiscale planning en het gebruik van belastingparadijzen actief te bevorderen onder gebruikmaking van de deskundigheid van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) voor het stimuleren van een verantwoord fiscaal beleid;

10. Financiële diensten en de kapitaalmarktenunie

48.  verzoekt de Commissie een voorstel te presenteren om de EU-benadering en kwesties op het gebied van wetgeving betreffende financiële diensten die verband houden met derde landen op één lijn te brengen;

49.  dringt er bij de Commissie op aan binnen afzienbare tijd met concrete voorstellen inzake financiële retaildiensten te komen, en merkt daarbij op dat retail finance in de EU ten goede moet komen aan de burgers en voor betere producten en een groter marktaanbod moet zorgen;

50.  wijst op het belang van de totstandbrenging van de kapitaalmarktenunie; benadrukt evenwel dat eventuele verdere wetgevingsvoorstellen enkel mogen worden gedaan als de beoogde gevolgen niet zonder wetgevende middelen kunnen worden bereikt;

11. Digitalisering en automatisering: uitdagingen en kansen

51.  benadrukt dat de veranderende werkpatronen onder ogen moeten worden gezien en dat er manieren moeten worden gezocht om hiermee om te gaan en banen te scheppen die gepaard gaan met een behoorlijke sociale zekerheid voor werknemers, en stelt dat moet worden nagegaan wat er mogelijk is in verband met flexibele arbeidsregelingen die een evenwicht tussen werk en privéleven bevorderen;

52.  vraagt de Commissie om samen met de lidstaten tot een EU-strategie te komen over automatisering op de arbeidsmarkt en deze vergezeld te doen gaan van initiatieven inzake de organisatie van interactie tussen werknemers en robots, inzake het maximaliseren van winst die voortkomt uit automatisering voor werkgevers en werknemers, inzake het opvoeren van productiviteit, inzake de effecten op het evenwicht tussen werk en privéleven en inzake gezondheid en veiligheid op het werk;

12. Een ruimte van recht en grondrechten op basis van wederzijds vertrouwen  

53.  verzoekt de Commissie om onmiddellijk de nodige vervolgmaatregelen te nemen en een wetgevingsvoorstel in te dienen over gemeenschappelijke minimumnormen voor burgerlijk procesrecht;

54.  is verheugd dat de Raad heeft getekend voor toetreding van de EU tot het Verdrag van Istanbul;

55.  wijst de Commissie op het cruciale belang van een volledige tenuitvoerlegging van Richtlijn 2012/29/EU van 25 oktober 2012(5) (de richtlijn inzake de rechten van slachtoffers) en Richtlijn 2011/99/EU van 13 december 2011(6) (de richtlijn Europees beschermingsbevel);

13. De totstandbrenging van een doeltreffende en echte veiligheidsunie  

56.  is van mening dat het werk aan nieuwe of geactualiseerde databanken een prioriteit moet zijn, met inbegrip van het inreis-uitreissysteem (EES), het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias), SIS II, Eurodac, het Europees Indexsysteem van politiegegevens (Epris) en het Europees Strafregisterinformatiesysteem (Ecris), en dat er passende middelen beschikbaar moeten worden gesteld om deze operationeel te maken;

57.  verzoekt de Commissie om op basis van de conclusies van de dialoog over interoperabiliteit de nodige aanpassingen aan te brengen in de wetgeving met betrekking tot manieren om bestaande en toekomstige informatiesystemen een rol te laten spelen bij een beter beheer van de buitengrenzen en een grotere interne veiligheid in de EU;

58.  verzoekt de Commissie met concrete initiatieven te komen om de problemen in verband met de strijd tegen grensoverschrijdende cybercriminaliteit aan te pakken, en vraagt dat deze initiatieven worden vastgesteld in de voor de herfst van 2017 geplande evaluatie van de strategie inzake cyberbeveiliging, en vraagt de Commissie om een voorstel in te dienen dat een duidelijk kader instelt voor de betrekkingen tussen particuliere ondernemingen en wetshandhavingsinstanties in de strijd tegen georganiseerde misdaad en online radicalisering, met inachtneming van de veiligheid van de verwerking van persoonsgegevens en het gevaar voor schending van gegevens;

59.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de Europese veiligheidsagenda 2015-2020, alsook de speerpunten ervan op het gebied van de bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en cybercriminaliteit, op een doeltreffende en gecoördineerde wijze ten uitvoer worden gelegd teneinde tot daadwerkelijke resultaten op het gebied van veiligheid te komen; herhaalt zijn verzoek om een diepgaande evaluatie van de operationele doeltreffendheid van de bestaande EU-instrumenten en van de resterende tekortkomingen op dit vlak;

60.  beschouwt de strijd tegen corruptie als een politieke prioriteit;

61.  verzoekt de Commissie zich in te zetten voor de vaststelling van rechtshandelingen tot wijziging of vervanging van wetgeving op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken die is vastgesteld vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, met name Besluit 2005/671/JBZ van de Raad en Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie, met inbegrip van de uitwisseling van informatie over terroristische daden, en met een voorstel te komen voor een wetgevingsinstrument ter verbetering van de uitwisseling van informatie over rechtshandhaving en ter bevordering van de operationele samenwerking tussen de lidstaten en met de EU-agentschappen met het oog op de uitwisseling van informatie om ernstige transnationale misdaad en terrorisme tegen te gaan;

62.  verzoekt de Commissie te zorgen voor een tijdige en conforme inwerkingtreding van het pakket gegevensbescherming;

14. De Europese migratieagenda

63.  verzoekt de Commissie om naar aanleiding van de interoperabiliteitsdialoog de noodzakelijke herziening van Verordening (EG) nr. 767/2008 van 9 juli 2008(7) door te voeren (Visuminformatiesysteem – VIS-verordening);

64.  erkent dat de Commissie op het gebied van wetgeving belangrijke stappen heeft gezet in de richting van een gemeenschappelijk immigratie- en asielbeleid op EU-niveau en benadrukt dat de EU van start is gegaan met het belangrijke proces van de formulering van haar immigratie- en asielbeleid op een moment dat de grenzen van Europa door reële crises, die dringende maatregelen vergen, ernstig onder druk zijn komen te staan;

65.  wijst erop hoe belangrijk het is de onderliggende oorzaken van migratie aan te pakken door het ontwikkelings- en samenwerkingsbeleid van de EU ten aanzien van Afrika en haar rol bij het oplossen van conflicten in buurlanden op te waarderen;

66.  herinnert de Commissie eraan dat er een concreet rapporteringsmechanisme moet worden voorgesteld om regelmatig te kunnen beoordelen of de inspanningen om de onderliggende oorzaken van migratie aan te pakken doeltreffend zijn, en wijst erop dat er nauwgezet moet worden toegezien op de tenuitvoerlegging van het EU-trustfonds voor Afrika en het toekomstige Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling;

67.  spreekt opnieuw zijn steun uit voor innovatieve vormen van financiering voor maatregelen om de huidige migratiecrisis aan te pakken, en is met name verheugd over het versterkte partnerschap met de particuliere sector dat hiermee gepaard gaat; is van mening dat het voor de verwezenlijking van ontwikkelingsdoelstellingen van cruciaal belang is de particuliere sector te betrekken bij projecten en meent dat het inzetten van particuliere middelen essentieel is om de onderliggende oorzaken van irreguliere migratie aan te pakken; hamert erop dat parlementair toezicht op trustfondsen en andere blendingmechanismen onder alle omstandigheden moet worden gewaarborgd;

15. Klimaatverandering

68.  wenst dat de Commissie, met het oog op de faciliterende dialoog van 2018 in het kader van de Overeenkomst van Parijs, met aanvullende EU-brede maatregelen ter bestrijding van de klimaatverandering komt; wenst dat de Commissie in dit verband beoordeelt in hoeverre het huidige EU-beleid strookt met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs;

16. De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's)

69.  benadrukt dat de SDG's universeel van toepassing zijn op alle landen, onderstreept de noodzaak van het stroomlijnen van de SDG's in alle EU-beleidslijnen; vraagt de Commissie om, als een eerste stap, een uitgebreide beoordeling uit te voeren van bestaande EU-beleidslijnen, eventuele beleidslacunes en tegenstrijdigheden in het beleid; wenst dat de Commissie, in samenwerking met de lidstaten en belanghebbenden, een overkoepelend EU-kader voor de tenuitvoerlegging van alle 17 SDG's ontwikkelt; beklemtoont dat, om de SDG's met succes te verwezenlijken, niet alleen beter gebruik moet worden gemaakt van bestaande instrumenten, zoals de agenda voor betere regelgeving en het milieuactieprogramma, maar ook het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling daadwerkelijk ten uitvoer moet worden gelegd;

70.  verzoekt de Commissie om:

  –   nauwgezet toe te zien op de institutionele en beleidswijzigingen die nodig zijn om de Agenda 2030 doeltreffend uit te voeren;

  –  tegelijkertijd uitvoering te geven aan de nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling, die naar verwachting in juni 2017 wordt ondertekend;

71.  roept de Commissie op een duidelijk, gestructureerd en transparant kader vast te stellen dat verantwoording verzekert en de partnerschappen en allianties met de particuliere sector in de ontwikkelingslanden reguleert; pleit voor de oprichting op EU-niveau van sectorale platformen met meerdere belanghebbenden, waarin de particuliere sector, organisaties uit het maatschappelijk middenveld, ngo's, denktanks, regeringen van partnerlanden, donoren en andere belanghebbenden worden samengebracht;

72.  benadrukt dat de bevordering en de eerbiediging van de mensenrechten, het internationaal recht en de fundamentele vrijheden een centrale gemene deler moeten zijn in het EU-beleid; vraagt dat de Commissie het belang van de bescherming van de mensenrechten in de context van de maatregelen ter bestrijding van terrorisme niet verwaarloost; spoort de Commissie aan zich actief te blijven inzetten voor de effectieve implementatie van de mensenrechten via alle door de EU ondertekende overeenkomsten, in het bijzonder de zogenaamde democratieclausule en artikel 8 van de overeenkomst van Cotonou; doet een beroep op de Commissie om de mensenrechtensituatie in de landen waarmee de EU overeenkomsten heeft afgesloten, goed in het oog te houden;

17. De koppeling tussen veiligheid en ontwikkeling

73.  dringt aan op de totstandbrenging van een nieuw innovatief financieringsinstrument voor vrede en gerechtigheid waarin rekening wordt gehouden met de herziene subsidiabiliteitscriteria voor officiële ontwikkelingshulp (ODA) die betrekking hebben op vrede en veiligheid om te beantwoorden aan de groeiende onderlinge samenhang tussen acties voor ontwikkeling en acties voor veiligheid, met name als deze bedoeld zijn om democratie, goed bestuur en de eerbiediging van de mensenrechten te bevorderen;

18. Handel

74.  is van mening dat een evenwichtige handels- en investeringsovereenkomst met de Verenigde Staten in het belang van de EU is en verzoekt de Commissie dan ook de onderhandelingen voort te zetten en tastbare resultaten te leveren;

75.  spreekt zijn steun uit voor een ambitieuze en waardengestuurde handelsagenda die de op regels gebaseerde wereldorde versterkt en bijdraagt aan groei en banen in Europa; is in dit verband ingenomen met de inspanningen van de Commissie om de onderhandelingen met Japan af te ronden en vooruitgang te boeken met andere lopende onderhandelingen, zoals met Mexico, Chili en Mercosur, alsmede met het streven nieuwe onderhandelingen te beginnen met bijvoorbeeld Australië en Nieuw-Zeeland, alsmede met de pogingen om andere onderhandelingen, zoals die met India, vlot te trekken;

76.  verzoekt de Commissie de besprekingen van de WTO na Nairobi nieuw leven in te blazen, aangezien multilaterale handelsbesprekingen van essentieel belang zijn voor de EU, zelfs wanneer ze moeilijk verlopen; acht het tevens nuttig aandacht te besteden aan nieuwe gebieden en kwesties in het kader van de WTO, zoals digitale handel, en is ingenomen met de door de Commissie ontplooide internationale initiatieven inzake de bescherming van investeringen;

77.  wijst erop dat het dringend en uiterst belangrijk is dat de handelsbeschermingsinstrumenten van de Unie gemoderniseerd en versterkt worden, teneinde ze in overeenstemming te brengen met de WTO-regels;

78.  verzoekt de Commissie om een herziening van het huidige handelskader tussen de EU en de ACS, dat wordt geregeld door de Overeenkomst van Cotonou, die in 2020 afloopt; is van mening dat het nieuwe model gericht moet zijn op de ondersteuning van de economische groei in de landen van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) en hun integratie in de wereldeconomie moet bevorderen; verzoekt de Commissie daarom een duidelijk en sterk handelsbeleid te ontwikkelen dat onder meer de ontwikkeling van de particuliere sector, de vergemakkelijking van de handel en wederzijdse liberaliseringsmaatregelen omvat; verzoekt de Commissie dit te doen in overeenstemming met het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling;

19. Extern beleid: prioriteiten

79.  verzoekt de Commissie om:

  –   de tussentijdse evaluatie van de Dienst Instrumenten buitenlands beleid (FPI) te vervroegen;

  –  de trans-Atlantische banden aan te halen;

  –  het engagement van de Unie ten aanzien van de Balkan en het oostelijke en zuidelijke nabuurschap te bekrachtigen;

  –  in het oostelijke en zuidelijke nabuurschap en daarbuiten steun te verlenen aan het maatschappelijk middenveld en aan hun vermogen om ondanks beperkingen en afnemende rechtskaders toegang te krijgen tot geloofwaardige informatie;

–  voorstellen uit te werken ter verbetering van de samenwerking met internationale organisaties, met inbegrip van in het bijzonder: de Verenigde Naties, de NAVO, de Afrikaanse Unie, de Liga van Arabische Staten, de Raad voor Samenwerking van de Arabische Golfstaten (GCC), de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN) en het Gemenebest, op gebieden van gemeenschappelijk belang;

–  de EU-richtsnoeren over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging kracht bij te zetten;

–  de belangrijke mondiale prioriteiten op het gebied van de mensenrechten bevorderen, waaronder religieuze vrijheid, vrijheid van meningsuiting, politieke vrijheid, de rechten van vrouwen, kinderen en personen met een handicap, en de rechten van minderheden, met inbegrip van LGBTI;

–  internationale samenwerkingsverbanden tussen ombudsdiensten en partnerschappen voor mensenrechten op touw te zetten;

80.  beschouwt de NAVO als het fundament van de Europese defensie en merkt op dat de bescherming van Europa een wederzijds versterkende verantwoordelijkheid van de NAVO en de EU zal worden, zoals uiteengezet in de gezamenlijke verklaring die in juli 2016 in Warschau is opgesteld en, in het bijzonder, in het kader van het Europees defensieactieplan;

81.  is voorstander van het behoud van de kaderovereenkomst op basis van drie pijlers (versterkte politieke dialoog, ontwikkelingssamenwerking en handel); is van mening dat moet worden onderzocht of verdere regionalisering aangewezen is om voor elke regio een aanpak te hanteren die is afgestemd op zijn behoeften en specifieke kenmerken, met een bijkomende nadruk op de noodzaak om te beantwoorden aan de nieuwe strategie Afrika-EU die zal worden vastgesteld voor de periode 2018-2020;

82.  verzoekt de Commissie vooruitgang te boeken met het instellen van een Europees Defensiefonds dat toereikende financiële middelen omvat voor zowel onderzoekssamenwerking inzake defensietechnologie als het verwerven van gezamenlijke activa door de lidstaten, als dit aantoonbaar praktisch, gunstig en kosteneffectief zou zijn; moedigt de Commissie aan de handhaving van de twee richtlijnen inzake de interne markt voor defensie te bespoedigen en een initiatief te ontplooien voor de ontwikkeling van gedeelde industrienormen voor uitrusting en goederen;

83.  dringt er bij de Commissie op aan speciale aandacht te besteden aan de toenemende spanning op de westelijke Balkan en manieren te zoeken om de inzet van de EU ten behoeve van verzoening en hervormingen in alle betrokken landen te intensiveren;

84.  prijst de Commissie omdat zij de nadruk legt op zowel het oostelijke als zuidelijke nabuurschapsbeleid, maar onderstreept dat dit beleid moet worden versterkt, met name door middel van een combinatie van verhoogde financiële bijstand, meer steun voor democratische hervormingen, markttoegang en een verbetering van de mobiliteit; onderstreept dat het beleid duidelijk de actiegebieden moet afbakenen teneinde de uitdagingen waarmee de buurlanden te kampen hebben, beter aan te pakken;

20. Een meer strategische aanpak van de handhaving van het EU-recht

85.  vraagt de Commissie de controlesystemen te verbeteren, met name wat foutenpercentages betreft;

86.  dringt er bij de Commissie op aan op het vlak van inhoud en diepgang meer kwaliteit te leveren in haar antwoorden aan de Commissie verzoekschriften van het Parlement, teneinde grondiger in te gaan op wat de Europese burgers bezighoudt;

87.  verzoekt de Commissie alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat in de Raad overeenstemming wordt bereikt over de ratificatie van het Verdrag van Marrakesh, zodat het volledige potentieel van dat verdrag onverwijld kan worden benut;

88.  wijst op de toenemende inspanningen van derde landen en niet-statelijke actoren om langs hybride wegen, waaronder desinformatie, de legitimiteit van de democratische instellingen in de EU te ondermijnen en dringt er bij de Commissie op aan zich beter te wapenen tegen hybride dreigingen en haar vermogen om adequaat te reageren op onjuiste berichtgeving en desinformatie, te vergroten;

21. Beter wetgeven

89.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat:

  –  alle wetgevingsvoorstellen worden onderworpen aan een grondige effectbeoordeling en kosten-batenanalyse;

  –  in alle DG's MKB-tests worden gehanteerd en dat op stelselmatige wijze wordt samengewerkt met de Raad voor regelgevingstoetsing om ervoor te zorgen dat de tests op een meer gestructureerde wijze worden toegepast;

  –  aan het Parlement een beoordeling wordt voorgelegd van de onafhankelijkheid van de Raad voor regelgevingstoetsing bij de uitoefening van zijn rol als toezichthouder die een objectief advies moet geven over effectbeoordelingen;

  –  het jaarlijks lastenoverzicht (ABS) wordt ontwikkeld, als een essentieel instrument om op een duidelijke en transparante manier de resultaten in kaart te brengen en te controleren van de inspanningen van de Unie om overregulering en administratieve lasten die bij de omzetting van wetgeving ("gold-plating") ontstaan, zowel door toedoen van de Unie zelf als door toedoen van de lidstaten, te voorkomen en te verminderen;

  –  aan het Parlement voorstellen worden voorgelegd voor de vaststelling van streefdoelen voor vermindering van de lasten, met als doel om de economische kosten die verband houden met de regelgevingslasten voor bedrijven tegen 2020 met 25% te verminderen en tegen 2030 te halveren;

o

o    o

90.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

 

(1)

PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(2)

PB L 115 van 6.5.2015, blz. 1.

(3)

PB L 102 van 7.4.2004, blz. 48.

(4)

PB L 324 van 10.12.2007, blz. 121.

(5)

PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57.

(6)

PB L 338 van 21.12.2011, blz. 2.

(7)

PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60.

Juridische mededeling - Privacybeleid