Procedure : 2019/2883(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0156/2019

Ingediende teksten :

RC-B9-0156/2019

Debatten :

PV 23/10/2019 - 21
CRE 23/10/2019 - 21

Stemmingen :

PV 24/10/2019 - 8.10
CRE 24/10/2019 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0050

<Date>{23/10/2019}23.10.2019</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9‑0156/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0157/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0158/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0159/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0160/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0161/2019</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 162kWORD 50k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, leden 2 en 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9‑0156/2019 (ECR)

B9‑0157/2019 (Verts/ALE)

B9‑0158/2019 (GUE/NGL)

B9‑0159/2019 (S&D)

B9‑0160/2019 (Renew)

B9‑0161/2019 (PPE)</TablingGroups>


<Titre>over de opening van toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië</Titre>

<DocRef>(2019/2883(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michael Gahler, Željana Zovko, David McAllister, Sandra Kalniete, Kinga Gál, David Lega, László Trócsányi, Andor Deli, Edina Tóth, Ivan Štefanec</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Kati Piri, Tonino Picula, Isabel Santos, Andreas Schieder, Tanja Fajon</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Ilhan Kyuchyuk, Dita Charanzová, Klemen Grošelj, Irena Joveva, Radka Maxová, Michal Šimečka, Ramona Strugariu</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Reinhard Bütikofer, Catherine Rowett, Caroline Roose, David Cormand, Monika Vana, Tineke Strik, Michael Bloss, Niklas Nienaß, Salima Yenbou, Erik Marquardt, Ernest Urtasun, Viola Von Cramon‑Taubadel</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Ryszard Czarnecki, Zdzisław Krasnodębski, Karol Karski, Angel Dzhambazki, Anna Fotyga, Adam Bielan, Witold Jan Waszczykowski</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

<Depute>Stelios Kouloglou, Dimitrios Papadimoulis, Elena Kountoura, Petros Kokkalis, Konstantinos Arvanitis, Alexis Georgoulis</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

<Depute>Fabio Massimo Castaldo</Depute>

</RepeatBlock-By>


Resolutie van het Europees Parlement over de opening van toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië

(2019/2883(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de conclusies van de Europese Raad van 28 juni 2018, waarin de conclusies van de Raad van 26 juni 2018 over uitbreiding en het stabilisatie- en associatieproces zijn onderschreven en waarmee de weg werd vrijgemaakt voor de opening van toetredingsonderhandelingen in juni 2019,

 gezien de conclusies van de Raad van 18 juni 2019, waarin de Raad heeft besloten om uiterlijk in oktober 2019 terug te komen op de kwestie van de aanbevelingen van de Commissie om toetredingsonderhandelingen te openen met Noord-Macedonië en Albanië,

 gezien de conclusies van de Europese Raad van 17 en 18 oktober 2019, waarin de Raad heeft besloten om vóór de top EU-Westelijke Balkan in mei 2020 te Zagreb op de uitbreidingskwestie terug te komen,

 gezien de mededeling van de Commissie van 29 mei 2019 over het EU-uitbreidingsbeleid (COM(2019)0260) en de bijbehorende werkdocumenten van de diensten van de Commissie getiteld “Albania 2019 Report” (SWD(2019)0215) en “North Macedonia 2019 Report” (SWD(2019)0218),

 gezien zijn eerdere resoluties over Albanië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, met name die van 15 februari 2017[1] en 29 november 2018[2] over de verslagen van de Commissie over Albanië uit 2016 en 2018, en van 14 juni 2017[3] en 29 november 2018[4] over de verslagen van de Commissie over de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië/Noord-Macedonië uit 2016 en 2018,

 gezien de mededeling van de Commissie van 6 februari 2018 getiteld “Een geloofwaardig vooruitzicht op toetreding en een grotere EU-betrokkenheid bij de Westelijke Balkan” (COM(2018)0065),

 gezien de toetreding van Albanië tot de NAVO in 2009 en het feit dat Noord-Macedonië momenteel op weg is het dertigste lid van de NAVO te worden,

 gezien de verklaring van Sofia van de top EU-Westelijke Balkan van 17 mei 2018 en de hieraan gehechte prioriteitenagenda van Sofia,

 gezien de gezamenlijke brief d.d. 3 oktober 2019 van voorzitters Tusk, Sassoli en Juncker en nieuwgekozen voorzitter von der Leyen over het openen van toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië,

 gezien de mededeling van de Commissie van 16 oktober 2013 met als titel “Uitbreidingsstrategie en voornaamste uitdagingen 2013-2014” (COM(2013)0700),

 gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Thessaloniki van 19 en 20 juni 2003 over het vooruitzicht van de landen van de Westelijke Balkan op toetreding tot de Europese Unie,

 gezien het proces van Berlijn, dat op 28 augustus 2014 is gestart,

 gezien de definitieve overeenkomst van 17 juni 2018 voor de regeling van geschillen als beschreven in Resoluties 817 (1993) en 845 (1993) van de VN-Veiligheidsraad, de beëindiging van het interim‑akkoord van 1995 en de oprichting van een strategisch partnerschap tussen Griekenland en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, de zogenoemde Overeenkomst van Prespa,

 gezien het besluit van de Europese Raad van 16 december 2005 om Noord-Macedonië de status van kandidaat voor EU-lidmaatschap toe te kennen, en gezien de conclusies van de Europese Raad van 26-27 juni 2014 om Albanië de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen,

 gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomsten (SAO’s) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de twee landen in kwestie, Albanië en Noord-Macedonië, anderzijds,

 gezien de politieke overeenkomst (de zogenoemde “Pržino-overeenkomst”) die op 2 juni en 15 juli 2015 in Skopje werd gesloten tussen de vier belangrijkste politieke partijen, evenals de vierpartijenovereenkomst over de tenuitvoerlegging ervan van 20 juli en 31 augustus 2016,

 gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Europese Raad van Thessaloniki in 2003 zijn steun uitsprak voor de toekomstige integratie van de landen van de Westelijke Balkan in de Europese structuren, en verklaarde dat hun uiteindelijke lidmaatschap van de Unie hoog op de agenda staat voor de EU en dat de Balkan integraal deel zal uitmaken van een verenigd Europa;

B. overwegende dat de EU tijdens de top tussen de EU en de Westelijke Balkan op 17 mei 2017 haar ondubbelzinnige steun bevestigde voor het vooruitzicht van EU-lidmaatschap voor de Westelijke Balkan;

C. overwegende dat het vooruitzicht van het EU-lidmaatschap een cruciale stimulans is geweest voor hervormingen in de landen van de Westelijke Balkan; overwegende dat het uitbreidingsproces een beslissende rol heeft gespeeld bij de stabilisering van de Westelijke Balkan, een regio die van strategisch belang is voor de EU;

D. overwegende dat in zowel Noord-Macedonië als Albanië politieke consensus over en een breed draagvlak voor het EU-toetredingsproces bestaan;

E. overwegende dat regionale samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen van essentieel belang zijn voor de vorderingen van de landen op weg naar EU-toetreding;

F. overwegende dat elke kandidaat-lidstaat afzonderlijk op zijn eigen verdiensten wordt beoordeeld en dat de snelheid en kwaliteit van de hervormingen het tijdspad voor de toetreding en het ritme van de onderhandelingen moeten bepalen;

G. overwegende dat Albanië in 2009 een verzoek tot EU-lidmaatschap heeft ingediend en in 2014 de status van kandidaat-lidstaat heeft gekregen; overwegende dat de Commissie in 2016 heeft aanbevolen de toetredingsonderhandelingen met Albanië te openen; overwegende dat Noord-Macedonië in 2004 het EU-lidmaatschap heeft aangevraagd en in 2005 de status van kandidaat-lidstaat heeft gekregen; overwegende dat de Commissie sinds 2009 meermaals heeft aanbevolen om de formele toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië te openen;

H. overwegende dat dit de derde keer is, na de toppen van juni 2018 en juni 2019, dat de Europese Raad niet in staat is gebleken een positief besluit over de uitbreiding te nemen; overwegende dat de Europese Raad heeft besloten om vóór de top tussen de EU en de Westelijke Balkan in mei 2020 te Zagreb op de uitbreidingskwestie terug te komen;

I. overwegende dat Noord-Macedonië onder zijn vroegere naam in augustus 2017 het zogenoemde Vriendschapsverdrag met Bulgarije heeft ondertekend, waarmee een einde kwam aan de conflicten tussen de twee landen en ze nader tot elkaar kwamen dankzij een op de EU gericht partnerschap, gevolgd door de Overeenkomst van Prespa met Griekenland;

J. overwegende dat een grote vooruitgang is geboekt met de hervorming van het gerechtelijke apparaat in Albanië, waarmee wordt beoogd de onafhankelijkheid, verantwoordingsplicht, professionaliteit en doeltreffendheid van de gerechtelijke instanties van het land te vergroten en het vertrouwen van de bevolking in de rechterlijke instanties aan te wakkeren; overwegende dat de hervormingen moeten worden gezien als de meest alomvattende inspanningen op dit gebied, ook ten opzichte van wat alle andere landen in de regio zullen moeten verwezenlijken op hun weg naar EU-lidmaatschap;

K. overwegende dat Noord-Macedonië vervroegde verkiezingen heeft aangekondigd vanwege het uitgestelde besluit om de onderhandelingen met het land te openen;

1. is diep teleurgesteld dat de EU vanwege het verzet van Frankrijk, Denemarken en Nederland niet heeft ingestemd met het openen van toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië, aangezien beide landen aanzienlijke inspanningen hebben geleverd en voldoen aan de eisen van de EU voor het openen van toetredingsonderhandelingen;

2. prijst Noord-Macedonië voor de historische en bevredigende regeling van de moeilijke, onopgeloste bilaterale kwesties en de bevordering van goede nabuurschapsbetrekkingen, met name door de Overeenkomst van Prespa met Griekenland en het Verdrag inzake vriendschap, goed nabuurschap en samenwerking met Bulgarije; verzoekt de Raad rekening te houden met de positieve boodschappen van deze overeenkomsten en de negatieve gevolgen van zijn besluit voor de politieke stabiliteit, de regionale samenwerking en de vreedzame co-existentie; prijst de Republiek Noord-Macedonië voorts voor zijn bijdrage aan de vrede in de Balkan en ziet het land als lichtend voorbeeld voor het vinden van een vreedzame oplossing voor langlopende geschillen; dringt erop aan dat de Jean Monnetdialoog met het parlement van Noord-Macedonië wordt voortgezet, aangezien deze een belangrijk steuninstrument is;

3. is verheugd dat Albanië blijk heeft gegeven van vastberadenheid om vooruitgang te boeken met de hervormingsagenda van de EU, en dat het tastbare en duurzame resultaten heeft behaald, en is eveneens ingenomen met de door Albanië uitgevoerde hervormingen van de rechterlijke macht; staat volledig achter de aanbeveling van de Commissie over Albanië, bij wijze van erkenning van deze bemoedigende hervormingsinspanningen; is van mening dat een spoedige start van het doorlichtingsproces en de toetredingsonderhandelingen de hervormingsdynamiek op peil zal houden en zelfs zal aanwakkeren; is van mening dat de opening van de onderhandelingen een extra impuls zal geven aan de uitvoering van hervormingen en de consolidatie van democratische instellingen, en zal helpen om het toezicht door de EU, de verantwoordingsplicht en de volledige eerbiediging van de rechten van minderheden in zowel Albanië als Noord-Macedonië te versterken;

4. benadrukt dat het besluit om niet te beginnen met de toetredingsonderhandelingen een strategische fout is en de geloofwaardigheid van de EU aantast, aangezien de integratie van landen die voldoen aan de toetredingsvoorwaarden de EU helpt haar internationale rol te handhaven en haar belangen te beschermen, terwijl de weg naar toetreding tot de EU ook een transformerend effect heeft op de kandidaat-lidstaten zelf; stelt daarnaast dat het uitbreidingsbeleid van de EU het meest doeltreffende instrument van het buitenlands beleid van de Unie is geweest en dat de verdere ontmanteling ervan kan leiden tot een steeds onstabielere situatie in de onmiddellijke nabijheid van de EU;

5. merkt op dat een mogelijke hervorming van het uitbreidingsproces geen belemmering mag vormen voor de landen die reeds voldoen aan de vereisten voor het openen van toetredingsonderhandelingen; merkt verder op dat de kandidaat-lidstaten moeten worden beoordeeld op basis van hun eigen verdiensten en van objectieve criteria in plaats van op overwegingen van binnenlands beleid in de afzonderlijke lidstaten, en dat de snelheid en de kwaliteit van de hervormingen het tijdspad voor de toetreding bepalen;

6. brengt de nieuwe consensus over uitbreiding in herinnering, die door de Europese Raad in december 2006 is goedgekeurd en daarna in de conclusies van de Europese Raad van juni 2016 werd onderschreven;

7. benadrukt dat het verzuim van de EU om de toetredingsonderhandelingen te openen ertoe heeft geleid dat er vervroegde verkiezingen zijn uitgeschreven in Noord-Macedonië met als gevolg dat de partijen die compromissen hebben gesloten niet meer geloofwaardig zijn; is van oordeel dat dit, wat goede nabuurschapsbetrekkingen betreft, een negatief signaal geeft aan potentiële kandidaat-lidstaten; stelt met bezorgdheid vast dat dit andere buitenlandse actoren, waarvan de activiteiten mogelijk niet in overeenstemming zijn met de waarden en belangen van de EU, de gelegenheid kan geven de banden met zowel Noord-Macedonië als Albanië aan te halen;

8. prijst de conclusies van de bijeenkomst die de leiders van Noord-Macedonië op 20 oktober 2019 hebben gehouden, waarin opnieuw wordt bevestigd dat het land naar toetreding tot de EU blijft streven en wordt benadrukt dat er geen alternatieve optie bestaat voor Noord-Macedonië;

9. benadrukt dat dit besluit een waarschuwingssignaal vormt voor andere kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten in de Westelijke Balkan en de deur openzet voor andere invloeden, en de uitvoering van pro-Europese hervormingen in andere toetredingslanden kan vertragen of zelfs volledig kan stopzetten;

10. wijst erop dat de jongeren in de regio hoge verwachtingen hebben van de toetreding tot de EU en is van mening dat een toekomst zonder een duidelijk perspectief kan leiden tot migratie uit de regio;

11. betreurt het dat dit besluit de inspanningen van het Europees Parlement in het uitbreidingsproces en de strategie voor de Westelijke Balkan ondermijnt;

12. betreurt het dat de lidstaten niet in staat zijn gebleken om tot een unaniem besluit over de opening van de onderhandelingen te komen; verzoekt de lidstaten verantwoordelijkheid te tonen jegens Albanië en Noord-Macedonië en een unaniem positief besluit te nemen over het openen van de onderhandelingen tijdens hun volgende bijeenkomst, waarbij zij de gevolgen van niets doen in het achterhoofd moeten houden;

13. is van mening dat de nieuwe Commissie onmiddellijk de balans van het uitbreidingsbeleid moet opmaken, daarbij rekening houdend met de gevolgen van het recente besluit van de Raad, en de nadruk moet leggen op de voordelen van de uitbreiding, zowel voor de kandidaat-lidstaten als voor de lidstaten; vindt bovendien dat de Commissie de strategie voor de Westelijke Balkan van februari 2018 moet herevalueren en wijzigen;

14. wijst er nogmaals op dat artikel 49 VEU bepaalt dat elke Europese staat kan verzoeken lid te worden van de Europese Unie, op voorwaarde dat deze staat de criteria van Kopenhagen en de democratische beginselen in acht neemt, de fundamentele vrijheden, mensenrechten en rechten van minderheden eerbiedigt, en het functioneren van de rechtsstaat garandeert;

15. verzoekt het Parlement zijn activiteiten voor democratieondersteuning (Jean Monnetdialogen en capaciteitsopbouw) in de regio op te voeren om ervoor te zorgen dat de parlementen ten volle hun rol spelen als motor van democratische hervormingen en bijdragen tot de verwezenlijking van de Europese aspiraties van de burgers in de regio;

16. verzoekt het Parlement in dit verband en naar aanleiding van de impasse in de Europese Raad om met de leiders van de parlementen van de Westelijke Balkan een regionale parlementaire dialoog tot stand te brengen teneinde een strategie te ontwikkelen inzake de rol van de parlementen om vooruitgang te boeken met de hervormingsagenda van de EU en om concrete maatregelen te treffen voor de verwezenlijking van de Europese aspiraties van de burgers in de regio;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten, en de regering en het parlement van Noord-Macedonië en Albanië en alle andere toetredingslanden.

 

[1] PB C 252 van 18.7.2018, blz. 122.

[2] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0481.

[3] PB C 331 van 18.9.2018, blz. 88.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0480.

Laatst bijgewerkt op: 23 oktober 2019Juridische mededeling - Privacybeleid