Procedure : 2019/2896(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0187/2019

Ingediende teksten :

RC-B9-0187/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/11/2019 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0077

<Date>{26/11/2019}26.11.2019</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9‑0187/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0189/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0191/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0192/2019</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 155kWORD 49k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, leden 2 en 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9‑0187/2019 (PPE)

B9‑0189/2019 (ECR)

B9‑0191/2019 (Renew)

B9‑0192/2019 (S&D)</TablingGroups>


<Titre>over de situatie in Bolivia</Titre>

<DocRef>(2019/2896(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Antonio Tajani, Michael Gahler, Leopoldo López Gil, Željana Zovko, David McAllister, Esteban González Pons, Pilar del Castillo Vera, Francisco José Millán Mon, Antonio López‑Istúriz White, Isabel Wiseler‑Lima, Javier Zarzalejos, Ivan Štefanec, Vladimír Bilčík, Daniel Caspary, Paulo Rangel</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Javi López, Kati Piri</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Izaskun Bilbao Barandica, Atidzhe Alieva‑Veli, Abir Al‑Sahlani, Petras Auštrevičius, Malik Azmani, Phil Bennion, Gilles Boyer, Jane Brophy, Sylvie Brunet, Jordi Cañas, Dita Charanzová, Olivier Chastel, Anna Júlia Donáth, Fredrick Federley, Barbara Ann Gibson, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Antony Hook, Ivars Ijabs, Moritz Körner, Ondřej Kovařík, Ilhan Kyuchyuk, Nathalie Loiseau, Javier Nart, Urmas Paet, Stéphane Séjourné, Michal Šimečka, Susana Solís Pérez, Ramona Strugariu, Yana Toom, Hilde Vautmans, Marie‑Pierre Vedrenne</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Veronika Vrecionová, Ryszard Czarnecki, Adam Bielan, Jan Zahradil, Ruža Tomašić, Alexandr Vondra, Assita Kanko, Anna Fotyga, Hermann Tertsch, Carlo Fidanza, Angel Dzhambazki, Raffaele Fitto</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Bolivia

(2019/2896(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid (VV/HV) over het verkiezingsproces in Bolivia (van 22 oktober 2019) en de situatie in Bolivia (van 15 november 2019),

 gezien de verklaring van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) in Bolivia van 21 oktober 2019,

 gezien de verklaring van de groep van controleurs van het verkiezingsproces in Bolivia van 10 november 2019,

 gezien de verklaring van Michelle Bachelet, Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, van 16 november 2019,

 gezien het op 21 februari 2016 in Bolivia gehouden constitutioneel referendum,

 gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Bolivia,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

 gezien de recentste persmededelingen van de Inter-American Commission on Human Rights over Bolivia, in het bijzonder die van 23 oktober, 12 november en 19 november (2019),

 gezien de grondwet van Bolivia,

 gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat op 20 oktober 2019 in Bolivia presidents- en parlementsverkiezingen hebben plaatsgevonden in een zeer gepolariseerde sfeer, aangezien president Evo Morales een omstreden figuur is en er onenigheid bestond over de aanvaarding van zijn kandidatuur;

B. overwegende dat Evo Morales, nadat hij er in 2016 niet in was geslaagd een referendum te winnen voor het wijzigen van de Boliviaanse grondwet, met goedkeuring van het Constitutioneel Hof heeft gekandideerd voor een vierde ambtstermijn, een beslissing die getuigt van het gebrek aan onafhankelijkheid van justitie in Bolivia;

C. overwegende dat nadat meer dan 80 % van de stemmen middels het snelle en beveiligde systeem voor de transmissie van voorlopige resultaten (TREP) waren geteld de hoge kiesraad de bekendmaking van de voorlopige resultaten heeft stopgezet; overwegende dat het op dat moment op basis van de percentages duidelijk was dat er een tweede stemronde nodig zou zijn; overwegende dat de OAS heeft gerapporteerd dat de hoge kiesraad een etmaal later gegevens heeft gepresenteerd met een onverklaarbare verandering in het stemgedrag, die de uitkomst van de verkiezing drastisch heeft gewijzigd en in een verlies aan vertrouwen in het verkiezingsproces heeft geresulteerd; overwegende dat het Constitutioneel Hof de mogelijkheid van een tweede stemronde heeft afgewezen op grond van het feit dat het vereiste procentuele verschil van 10 % tussen de eerste twee kandidaten was bereikt;

D. overwegende dat de handelwijze van de hoge kiesraad tot onenigheid en het vermoeden van fraude heeft geleid, niet alleen onder aanhangers van de oppositiekandidaten, maar ook onder de nationale en internationale verkiezingswaarnemers en de meerderheid van de internationale gemeenschap;

E. overwegende dat president Morales zichzelf publiekelijk tot winnaar van de verkiezing heeft uitgeroepen, en dát zelfs nog voordat alle officiële uitslagen waren doorgegeven en bekendgemaakt;

F. overwegende dat uit verklaringen van de OAS, de EU en de internationale gemeenschap grote bezorgdheid bleek over de ongerechtvaardigde onderbreking van het tellen van de stemmen, en dat hierin op een mogelijke vooringenomen benadering van de waarnemers van de kiescommissie werd gewezen; overwegende dat binnenlandse en internationale partners hebben aanbevolen een tweede verkiezingsronde te organiseren als uitweg uit de politieke crisis;

G. overwegende dat de onverwachte onderbreking van het tellen van de stemmen en het claimen van de overwinning door president Morales tot massale protesten en mobilisatie door aanhangers van de oppositie, alsook door aanhangers van president Morales zelf, hebben geleid; overwegende dat deze demonstraties tot grote bezorgdheid bij de hele internationale gemeenschap hebben geleid, en tot dusverre in ten minste 32 doden, honderden gewonden en meer dan 600 arrestaties hebben geresulteerd; overwegende dat het land kampt met een schaarste aan levensmiddelen en brandstof, en dat dit ernstige gevolgen heeft voor de burgerbevolking als gevolg van de wegblokkades door aanhangers van Morales; overwegende dat er bezorgdheid bestaat over het geweld, de claims van het gebruik van onnodig en buitensporig geweld door de veiligheidstroepen, en de verdeeldheid van de samenleving;

H. overwegende dat de instantie die belast was met de organisatie van de verkiezing elke geloofwaardigheid mist, en dat een van haar leden tijdens het tellen van de stemmen is teruggetreden; overwegende dat de oppositie de uitslag van de verkiezingen, gehouden onder de hierboven omstandigheden, niet heeft erkend en de vermeende verkiezingsfraude heeft veroordeeld;

I. overwegende dat de EU geen volwaardige verkiezingswaarnemingsmissie heeft gestuurd, maar enkel werd vertegenwoordigd door een klein technisch team van drie lagere ambtenaren;

J. overwegende dat zowel de regering als de verkiezingsautoriteiten, met het oog op het herstel van het vertrouwen, een technisch bindende controle van een professioneel team van de OAS hebben geaccepteerd; overwegende dat deze controle de steun kreeg van de secretaris-generaal van de VN;

K. overwegende dat in het OAS-controlerapport van 10 november 2019 significante onregelmatigheden en manipulatie tijdens de verkiezingen worden geconstateerd, tot annulering van de verkiezingsuitslag wordt opgeroepen en het uitschrijven van nieuwe verkiezingen wordt aanbevolen, met nieuwe verkiezingsautoriteiten, teneinde te komen tot geloofwaardige verkiezingen;

L. overwegende dat na de presentatie van het controlerapport van de OAS op 10 november 2019, waarin op het annuleren van het verkiezingsproces en op nieuwe verkiezingen werd aangedrongen, veel hooggeplaatste ambtenaren, waaronder de president, de vicepresident, de voorzitter van de senaat en vertegenwoordigers van verkiezingsorganen, hun ontslag hebben ingediend; overwegende dat Evo Morales en enkele andere leden van zijn regering moesten aftreden, het land hebben moeten verlaten en gedwongen waren hun functies neer te leggen; overwegende dat hoge militairen hebben gesuggereerd dat voormalig president Evo Morales moest aftreden; overwegende dat het leger en de politie zich ver zouden moeten houden van het beïnvloeden van politieke processen en verantwoording verschuldigd zijn aan de civiele autoriteiten;

M. overwegende dat Jeanine Áñez een controversieel decreet heeft ondertekend dat het leger immuniteit verleent tegen vervolging voor daden die het heeft gepleegd in naam van het herstellen van de openbare orde;

N. overwegende dat meerdere ontslagnemingen tweede vicevoorzitter Jeanine Áñez ertoe hebben gebracht het interim-presidentschap op zich te nemen, teneinde op korte termijn nieuwe presidentsverkiezingen uit te schrijven, als de enige democratische en grondwettelijke manier om de huidige crisis op te lossen;

O. overwegende dat beide kamers van het Boliviaanse parlement op 23 november 2019 unaniem goedkeuring hebben gehecht aan wetgeving die de weg vrijmaakt voor nieuwe presidentsverkiezingen, en dat deze wetgeving vervolgens is ondertekend door interim-president Áñez; overwegende dat deze wetgeving bepaalt dat diegenen die twee achtereenvolgende termijnen president zijn geweest, uitgesloten zijn van deelname aan de verkiezingen, hetgeen inhoudt dat Evo Morales niet kan meedoen;

1. juicht het toe dat beide kamers van het parlement goedkeuring hebben gehecht aan wetgeving gericht op het organiseren van nieuwe presidentsverkiezingen, maar is van oordeel dat een terugkeer naar stabiliteit in Bolivia alleen mogelijk is indien deze nieuwe verkiezingen snel plaatsvinden, en steunt dan ook de doelstelling van het benoemen van een nieuwe onafhankelijke kiesraad voor het garanderen van transparante verkiezingen; doet een beroep op de interim-autoriteiten de verantwoording voor de geloofwaardigheid van de procedure te nemen door behoorlijk verlopende en inclusieve verkiezingen te organiseren die alle politieke actoren de mogelijkheid geeft om volgens de Boliviaanse wetgeving en grondwettelijke orde in het strijdperk te treden;

2. laakt het gebrek aan transparantie en geloofwaardigheid van de Boliviaanse autoriteiten, en hun pogingen om fraude te plegen, waardoor het recht van de Boliviaanse burgers om vrij en democratisch hun president te kiezen, wordt ondermijnd; is van oordeel dat de poging tot het plegen van verkiezingsfraude een ernstig misdrijf vormt; merkt op dat volgens de Boliviaanse wetgeving de verkiezingen ongeldig moeten worden verklaard en personen en organisaties die bij dergelijke illegale activiteiten betrokken zijn automatisch van verkiezingsorganen moeten worden uitgesloten;

3. verwerpt met klem het geweld en de vernielingen die volgden op de verkiezingen van 20 oktober 2019, betuigt zijn medeleven met alle familieleden van de slachtoffers en dringt erop aan dat de verantwoordelijken gerechtelijk worden vervolgd;

4. betuigt zijn volledige steun aan en erkenning van het werk van de verkiezingswaarnemers van de OAS, die onder buitengewoon moeilijke omstandigheden in Bolivia hun werk hebben gedaan;

5. verwelkomt het besluit om het leger terug te trekken van plaatsen waar wordt gedemonstreerd, en om een wet te herroepen die het leger een ruim mandaat geeft om geweld te gebruiken; roept de veiligheidstroepen op bij het handhaven van de veiligheid en de openbare orde de beginselen van evenredigheid en terughoudendheid in acht te nemen; dringt aan op een snel, onpartijdig, transparant en alomvattend onderzoek naar het geweld, en op het ter verantwoording roepen van de verantwoordelijken;

6. doet een beroep op de nieuwe interim-autoriteiten de nodige stappen te ondernemen om de situatie te veranderen, het vertrouwen te herstellen, en - het allerbelangrijkste - het verkiezingsproces te organiseren; dringt aan op het organiseren van een dialoog met als doel onverwijld nieuwe, democratische, inclusieve, transparante en eerlijke verkiezingen te organiseren, met een nieuw samengesteld kiesorgaan, als een manier om een eind te maken aan de huidige crisis, en op het vermijden van politieke represailles; verzoekt de interim-regering geen destabiliserende maatregelen te nemen, die de situatie verder zouden kunnen verslechteren;

7. verwelkomt de bemiddelende rol van de EU en de katholieke kerk bij het tot stand brengen van overeenstemming tussen de partijen over het houden van vrije, inclusieve en transparante verkiezingen in overeenstemming met de Boliviaanse grondwet en het daarin vastgestelde tijdschema;

8. herhaalt dat eerbiediging van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, politiek pluralisme, en de vrijheid van vergadering en meningsuiting voor alle Bolivianen, waaronder de agrarische inheemse stammen en volkeren, grondrechten en essentiële pijlers van de democratie en de rechtsstaat zijn;

9. dringt erop aan dat het nieuwe verkiezingsproces plaatsvindt in aanwezigheid van geloofwaardige en transparante internationale waarnemers, die vrijelijk kunnen opereren en hun onafhankelijke waarnemingen kunnen delen;

10. toont zich bereid een dergelijk verkiezingsproces te steunen en verzoekt de VV/HV om een volwaardige verkiezingswaarnemingscommissie van de EU te sturen;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regering van Bolivia, het Andesparlement en de Eurolat-Vergadering.

 

 

Laatst bijgewerkt op: 27 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid