Procedure : 2019/2930(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0209/2019

Ingediende teksten :

RC-B9-0209/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/11/2019 - 8.7
CRE 28/11/2019 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0078

<Date>{26/11/2019}26.11.2019</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9‑0209/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0212/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0220/2019</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 143kWORD 45k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, leden 2 en 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9‑0209/2019 (Renew)

B9‑0212/2019 (S&D)

B9‑0220/2019 (GUE/NGL)</TablingGroups>


<Titre>over de noodsituatie op het gebied van klimaat en milieu</Titre>

<DocRef>(2019/2930(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Miriam Dalli, Jytte Guteland</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Pascal Canfin, Nils Torvalds</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew­Fractie</Commission>

<Depute>Manuel Bompard, Mick Wallace, Idoia Villanueva Ruiz, Petros Kokkalis, Nikolaj Villumsen, Anja Hazekamp, Marisa Matias, José Gusmão, Clare Daly, Manon Aubry, Leila Chaibi, Anne‑Sophie Pelletier, Stelios Kouloglou, Malin Björk, Silvia Modig, Pernando Barrena Arza, Marc Botenga, Dimitrios Papadimoulis, Elena Kountoura, Sira Rego, Manu Pineda, Martin Schirdewan, Miguel Urbán Crespo, Eugenia Rodríguez Palop</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


Resolutie van het Europees Parlement over de noodsituatie op het gebied van klimaat en milieu

(2019/2930(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) en het bijbehorend Protocol van Kyoto,

 gezien de Overeenkomst van Parijs, goedgekeurd op 12 december 2015 tijdens de 21e Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC (COP21) te Parijs,

 gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit,

 gezien het meest recente en meest volledige wetenschappelijke bewijs van de schadelijke effecten van klimaatverandering, dat wordt gepresenteerd in het speciaal verslag van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) getiteld “Global Warming of 1.5 °C” (de opwarming van de aarde met 1,5 °C), het vijfde evaluatierapport (AR5) van de werkgroep en het bijbehorende samenvattend verslag, het speciaal verslag van de IPCC over de klimaatverandering en de bodem, en het speciaal verslag van de IPCC over de oceanen en de cryosfeer in een veranderend klimaat,

 gezien de enorme bedreiging van het verlies aan biodiversiteit die wordt beschreven in de samenvatting voor beleidsmakers van het mondiaal evaluatieverslag over biodiversiteit en ecosysteemdiensten van het intergouvernementeel platform voor wetenschap en beleid inzake biodiversiteit en ecosysteemdiensten van 29 mei 2019,

 gezien de 25e Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC (COP25), die van 2 t/m 13 december 2019 in Madrid, Spanje, plaatsvindt,

 gezien de 26e Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC die in december 2020 zal plaatsvinden, en het feit dat alle partijen bij het UNFCCC hun nationaal bepaalde bijdragen moeten verhogen, in overeenstemming met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs,

 gezien de 15e Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (COP15) die in oktober 2020 zal plaatsvinden in Kunming, China, gedurende welke de partijen het eens moeten worden over een mondiaal kader voor de periode na 2020 om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen,

 gezien zijn resolutie van 14 maart 2019 over klimaatverandering – een Europese strategische langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs[1],

 gezien zijn resolutie van 28 november 2019 over de VN-klimaatconferentie van 2019 in Madrid, Spanje (COP25)[2],

 gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat onmiddellijke en ambitieuze actie cruciaal is om de opwarming van de aarde onder 1,5 °C te houden en een enorm verlies aan biodiversiteit te vermijden;

B. overwegende dat burgers en alle sectoren van de samenleving en de economie, waaronder de industrie, op een sociaal evenwichtige en duurzame manier moeten worden betrokken bij deze actie; overwegende dat dit gepaard moet gaan met sterke sociale en inclusieve maatregelen om een eerlijke en rechtvaardige transitie te waarborgen zonder netto banenverlies, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van een hoge welzijnsstandaard en hoogwaardige banen en opleidingen;

C. overwegende dat deze noodsituatie niet mag worden gebruikt om democratische instellingen uit te hollen of grondrechten te ondermijnen; overwegende dat alle maatregelen steeds via democratische weg moeten worden aangenomen;

1. kondigt een noodsituatie op het gebied van klimaat en milieu af; dringt er bij de Commissie, de lidstaten en alle mondiale actoren op aan met spoed de concrete maatregelen te nemen die nodig zijn om deze dreiging te bestrijden en in te dammen voordat het te laat is, en zegt toe zich hiervoor zelf in te zetten;

2. dringt er bij de nieuwe Commissie op aan de impact van alle relevante wetgevings- en begrotingsvoorstellen op het klimaat en het milieu uitvoerig te beoordelen en te waarborgen dat ze allemaal volledig in overeenstemming zijn met de doelstelling om de opwarming van de aarde onder 1,5 °C te houden, en dat ze niet bijdragen aan het verlies aan biodiversiteit;

3. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

 

[1] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0217.

[2] Aangenomen teksten, P9_TA-PROV(2019)0000.

Laatst bijgewerkt op: 27 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid