Procedure : 2019/2978(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0251/2019

Ingediende teksten :

RC-B9-0251/2019

Debatten :

PV 18/12/2019 - 21
CRE 18/12/2019 - 21

Stemmingen :

PV 19/12/2019 - 6.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0111

<Date>{17/12/2019}17.12.2019</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9‑0251/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0252/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0253/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0254/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0255/2019</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 147kWORD 51k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, leden 2 en 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9‑0251/2019 (S&D)

B9‑0252/2019 (Verts/ALE)

B9‑0253/2019 (PPE)

B9‑0254/2019 (Renew)

B9‑0255/2019 (ECR)</TablingGroups>


<Titre>over de situatie van mensenrechten en democratie in Nicaragua</Titre>

<DocRef>(2019/2978(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Leopoldo López Gil, Michael Gahler, Željana Zovko, Juan Ignacio Zoido Álvarez, Javier Zarzalejos, Vladimír Bilčík, David Lega</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Kati Piri, Maria Manuel Leitão Marques</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Javier Nart, Abir Al‑Sahlani, Petras Auštrevičius, Malik Azmani, José Ramón Bauzá Díaz, Phil Bennion, Izaskun Bilbao Barandica, Gilles Boyer, Sylvie Brunet, Olivier Chastel, Katalin Cseh, Jérémy Decerle, Anna Júlia Donáth, Engin Eroglu, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Bernard Guetta, Antony Hook, Ivars Ijabs, Moritz Körner, Ondřej Kovařík, Ilhan Kyuchyuk, Nathalie Loiseau, Karen Melchior, Jan‑Christoph Oetjen, Dragoş Pîslaru, Samira Rafaela, Frédérique Ries, María Soraya Rodríguez Ramos, Monica Semedo, Susana Solís Pérez, Ramona Strugariu, Irène Tolleret, Hilde Vautmans, Marie‑Pierre Vedrenne, Chrysoula Zacharopoulou</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Tilly Metz</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Anna Fotyga, Karol Karski, Hermann Tertsch, Assita Kanko</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

<Depute>Fabio Massimo Castaldo</Depute>

</RepeatBlock-By>


Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van mensenrechten en democratie in Nicaragua

(2019/2978(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Nicaragua, met name die van 18 december 2008[1], 26 november 2009[2], 16 februari 2017[3], 31 mei 2018[4] en 14 maart 2019[5],

 gezien de associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika van 2012,

 gezien het landenstrategiedocument en het indicatief meerjarenprogramma 2014-2020 van de EU voor Nicaragua,

 gezien de conclusies van de Raad over Nicaragua, met name die van 14 oktober 2019, waarin een kader voor gerichte sancties is vastgesteld,

 gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de EU over de situatie in Nicaragua, met name die van 20 november 2019,

 gezien de verklaring van de woordvoerder van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten (OHCHR), Rupert Colville, van 19 november 2019,

 gezien het rapport van de commissie op hoog niveau van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) inzake Nicaragua van 19 november 2019,

 gezien de nieuwsbrieven die worden gepubliceerd door het speciaal toezichtsmechanisme voor Nicaragua (MESENI) dat is opgericht door de Inter-Amerikaanse Commissie voor de mensenrechten,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) van 1966,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers van juni 2004,

 gezien de grondwet van Nicaragua,

 gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat mensenrechtenverdedigers en andere critici van de staat van dienst van de Nicaraguaanse overheid op het gebied van de mensenrechten steeds vaker het doelwit zijn van doodsbedreigingen, intimidatie, lastercampagnes op het internet, pesterijen, observatie, geweld en gerechtelijke vervolging; overwegende dat volgens meldingen van internationale mensenrechtenorganisaties meer dan 80 000 mensen Nicaragua gedwongen hebben verlaten als gevolg van de huidige crisis, en dat de repressie in het land is toegenomen;

B. overwegende dat volgens de recentste cijfers van MESENI 328 mensen zijn omgekomen, honderden personen gewond zijn geraakt, meer dan 150 politieke gevangenen louter wegens de uitoefening van hun rechten willekeurig gevangen worden gehouden, en 144 studenten van universiteiten zijn gestuurd omdat ze hebben deelgenomen aan demonstraties voor democratie, meer vrijheid en eerbiediging van de mensenrechten; overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten (OHCHR) heeft gemeld dat meer dan honderd journalisten en mediawerkers het land hebben moeten verlaten; overwegende dat de Nicaraguaanse regering de invoer van krantenpapier heeft geblokkeerd, waardoor diverse kranten opgedoekt moesten worden, zo ook het iconische Nuevo Diario;

C. overwegende dat eerbiediging van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, politiek pluralisme en de vrijheid van vergadering en meningsuiting grondrechten en essentiële pijlers van de democratie en de rechtsstaat zijn;

D. overwegende dat op 14 november 2019 in de San Miguelkerk in Masaya onder meer acht familieleden van gedetineerde politieke tegenstanders in hongerstaking zijn gegaan om de vrijlating te eisen van 130 mensen die in het kader van de protesten zouden zijn opgepakt; overwegende dat de politie de kerk omsingelde en de water- en elektriciteitstoevoer afsneed; overwegende dat de politie niemand de kerk binnenliet en niemand toestond humanitaire en medische bijstand te verlenen;

E. overwegende dat diezelfde nacht, nadat ze de door de politie omsingelde mensen wat water hadden gebracht, ten minste dertien oppositieleden werden opgepakt, onder wie Amaya Eva Coppens, een Belgisch-Nicaraguaanse mensenrechtenactiviste die in het kader van de protesten acht maanden lang werd vastgehouden en op 11 juni 2019 samen met ruim honderd politieke gevangenen op grond van de amnestiewet werd vrijgelaten; overwegende dat deze wet niet in overeenstemming is met internationale normen en daarnaast de straffeloosheid laat voortduren door geen toestemming te geven voor onderzoek naar vermeende misdrijven tegen demonstranten;

F. overwegende dat het Openbaar Ministerie van Nicaragua deze groep ten onrechte heeft beschuldigd van verscheidene strafbare feiten, waaronder ontvoering, illegaal wapenbezit en terrorisme, wat een duidelijke schending vormt van de garantie van een eerlijke rechtsgang en hun recht op een onpartijdig proces; overwegende dat ook de omstandigheden in Nicaraguaanse gevangenissen niet aan de internationale normen voldoen; overwegende dat Nicaraguaanse oppositieleden uitdrukkelijk hebben gemeld dat er in de gevangenis foltering en seksueel geweld plaatsvinden;

G. overwegende dat de Nicaraguaanse regering volgens MESENI de familie van de slachtoffers van de democratische, institutionele en politieke crisis steeds intensiever vervolgt via intimidatie en observatie om te voorkomen dat zij acties in de privésfeer en in het openbaar op touw zetten ter herdenking van hun geliefden en in het kader van hun streven naar gerechtigheid;

H. overwegende dat de Nicaraguaanse regering volgens de VN-Raad voor de mensenrechten represailles neemt tegen mensen die vrijuit spreken over de mensenrechtensituatie in Nicaragua en die een beroep doen op internationale functionarissen en mechanismen, waaronder die van de VN;

I. overwegende dat de regering van Nicaragua internationale organisaties, zoals de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR) en het regionale Bureau voor Midden-Amerika van de OHCHR, die ertoe opriepen de mensenrechten in het land te eerbiedigen en naar een vreedzame oplossing voor het conflict en naar nationale verzoening streefden, het land uit heeft gezet; overwegende dat de terugkeer van dergelijke organisaties een garantie zou vormen voor de uitvoering van hangende overeenkomsten met de oppositie; overwegende dat de onderdrukking van maatschappelijke organisaties is toegenomen doordat zij van hun rechtspositie zijn ontdaan in een land met een gebrekkig institutioneel kader, waardoor de slachtoffers van onderdrukking dubbel worden gestraft;

J. overwegende dat hooggeplaatste functionarissen van sommige EU-lidstaten meermaals de toegang tot Nicaragua is ontzegd; overwegende dat de regering van Nicaragua de commissie op hoog niveau van de OAS inzake Nicaragua, die streefde naar een hervorming van het kiesstelsel, de toegang tot het land heeft ontzegd; overwegende dat de hervorming van het kiesstelsel een cruciale factor is op weg naar de rechtmatige oprichting van democratische instellingen;

K. overwegende dat de Nicaraguaanse regering geen belangstelling heeft getoond in de hervatting van een geloofwaardige en inclusieve dialoog met de Alianza Cívica in de volledige uitvoering van de akkoorden van maart 2019; overwegende dat de onderhandelingen tussen de regering en de Alianza Cívica in februari 2019 waren hervat; overwegende dat er op 27 maart 2019 een akkoord is bereikt over de vrijlating van personen die werden vastgehouden in het kader van de protesten van 2018; overwegende dat er op 29 maart 2019 een andere overeenkomst is gesloten over de versterking van de rechten en waarborgen van de burgers; overwegende dat de Alianza Cívica op 20 mei 2019 de onderhandelingstafel heeft verlaten omdat beide overeenkomsten slechts ten dele werden uitgevoerd; overwegende dat de regering tot 11 juni 2019 492 mensen had vrijgelaten die gevangen waren gezet in het kader van de protesten van 2018; overwegende dat de onderhandelingen nog steeds vastzitten ondanks pogingen om ze te hervatten;

L. overwegende dat de commissie op hoog niveau van de OAS inzake Nicaragua van mening is dat de maatregelen die de Nicaraguaanse regering sinds april 2018 heeft genomen of toestaat, niet stroken met de rechten en waarborgen die worden beschermd door de Nicaraguaanse grondwet van 1987, en dat deze maatregelen leiden tot een wijziging van het grondwettelijke regime waaronder de democratische orde in Nicaragua danig te lijden heeft, zoals uiteengezet in artikel 20 van het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest;

M. overwegende dat de ontwikkeling en bestendiging van de democratie en de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden integraal deel moeten uitmaken van het externe beleid van de EU, met inbegrip van de associatieovereenkomst tussen de EU en de landen van Midden-Amerika van 2012; overwegende dat deze overeenkomst een democratieclausule bevat die een essentieel onderdeel van de overeenkomst vormt; overwegende dat de democratieclausule gezien de huidige omstandigheden in werking moet worden gesteld door Nicaragua tijdelijk uit te sluiten van de overeenkomst;

1. betuigt zijn solidariteit met het Nicaraguaanse volk en veroordeelt alle repressieve acties van de Nicaraguaanse regering, in het bijzonder de moorden, de algemene beperking van de vrijheid van meningsuiting, vergadering en demonstratie, het buiten de wet stellen van niet-gouvernementele organisaties en het maatschappelijk middenveld, de uitwijzing van internationale organisaties uit het land, de sluiting van en de aanvallen op de media, de beperkingen van het recht op informatie en de schorsing van studenten van universiteiten;

2. roept de Nicaraguaanse regering ertoe op om een einde te maken aan de voortdurende onderdrukking van afwijkende meningen en het patroon van willekeurige arrestaties, foltering en seksueel geweld, om mensenrechtenverdedigers, politieke tegenstanders, familieleden van slachtoffers en anderen met een afwijkende mening niet te criminaliseren, te vervolgen of aan te vallen en om de paramilitaire eenheden die in het land actief zijn onmiddellijk te ontmantelen; dringt aan op acuut, onpartijdig, transparant en grondig onderzoek naar het geweld;

3. dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van iedereen die willekeurig gevangen is gezet, onder wie Amaya Eva Coppens, de intrekking van alle aanklachten tegen deze personen en de eerbiediging van hun fundamentele juridische waarborgen; dringt erop aan dat degenen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en het ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat ter verantwoording worden geroepen; benadrukt dat de Nicaraguaanse autoriteiten de veiligheid en het fysieke en psychologische welzijn van alle gedetineerden moeten garanderen en hun passende medische zorg moeten verstrekken;

4. pleit voor een onafhankelijke toetsing van veroordelingen en vonnissen met het oog op de hervorming van de rechterlijke macht, waaronder benoemingen die in overeenstemming zijn met internationale normen, zoals de basisbeginselen inzake de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de richtsnoeren inzake de rol van openbare aanklagers;

5. roept ertoe op de amnestiewet en de wet inzake de algemene zorg voor slachtoffers te herzien om het recht van slachtoffers op waarheid, gerechtigheid en adequate schadeloosstelling te waarborgen;

6. dringt aan op de teruggave van in beslag genomen eigendommen en het herstel van opgeschorte vergunningen aan nieuwskanalen, en dringt erop aan dat deze kanalen hun werkzaamheden zonder enige belemmering of vergeldingsactie kunnen uitvoeren;

7. is ingenomen met het besluit van de Raad om een kader voor gerichte beperkende maatregelen vast te stellen voor degenen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen, misbruik en de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie in Nicaragua; verzoekt de lidstaten snel overeenstemming te bereiken over de specifieke lijst van personen en entiteiten tegen wie sancties moeten worden getroffen, met inbegrip van de president en de vicepresident;

8. veroordeelt het gebrek aan bereidheid bij de Nicaraguaanse regering om weer een zinvolle interne dialoog op gang te brengen; roept de autoriteiten ertoe op de dialoog met de Alianza Cívica te hervatten, teneinde een democratische, duurzame en vreedzame oplossing te vinden die de volledige uitvoering van de akkoorden van maart 2019 mogelijk maakt; benadrukt dat de politieke en burgerlijke vrijheden van alle Nicaraguanen moeten worden gegarandeerd, dat ballingen moeten kunnen terugkeren, dat internationale organisaties moeten kunnen terugkeren en dat met hen moet worden samengewerkt, dat mensenrechtenorganisaties hun rechtspersoonlijkheid moeten terugkrijgen en dat er een geloofwaardig verkiezingsproces tot stand moet worden gebracht met een hervormde Nicaraguaanse hoge kiesraad die onmiddellijke, eerlijke en transparante verkiezingen zou waarborgen, in aanwezigheid van internationale waarnemers;

9. verzoekt de VV/HV en de EU-delegatie voor Nicaragua de ontwikkelingen in het land op de voet te volgen en de mensenrechtenproblemen te blijven aanpakken die voortvloeien uit de situatie die in het land is ontstaan en waarmee onder andere gevangenen, studenten, demonstranten, familieleden van slachtoffers en journalisten worden geconfronteerd; verzoekt de Commissie via haar ontwikkelingsbijstand meer steun te verlenen aan het maatschappelijk middenveld, met name mensenrechtenverdedigers, en ervoor te zorgen dat die bijstand op geen enkele wijze bijdraagt aan het huidige repressieve beleid van de Nicaraguaanse autoriteiten;

10. wijst erop dat Nicaragua in het kader van de associatieovereenkomst tussen de EU en de landen van Midden-Amerika de beginselen van de rechtsstaat, de democratie en de mensenrechten moet eerbiedigen en bestendigen, en eist dat de democratieclausule van de associatieovereenkomst gezien de huidige omstandigheden in werking moet worden gesteld;

11. verzoekt de EU-delegatie en de lidstaten met diplomatieke missies ter plaatse de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers volledig na te leven en alle passende steun te verlenen aan mensenrechtenverdedigers die worden vastgehouden, met inbegrip van bezoeken aan gevangenissen en waarneming bij processen;

12. roept het Parlement ertoe op zo snel mogelijk een delegatie naar Nicaragua te sturen om de situatie in het land opnieuw te monitoren, en dringt er bij de Nicaraguaanse autoriteiten op aan deze delegatie vrij toe te laten tot het land en toegang te verschaffen tot alle gesprekspartners en faciliteiten;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering, het Midden-Amerikaans Parlement, de Groep van Lima en de regering en het parlement van de Republiek Nicaragua.

 

 

[1] PB C 45 E van 23.2.2010, blz. 89.

[2] PB C 285 E van 21.10.2010, blz. 74.

[3] PB C 252 van 18.7.2018, blz. 189.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0238.

[5] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0219.

Laatst bijgewerkt op: 19 december 2019Juridische mededeling - Privacybeleid