Procedure : 2019/2980(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0261/2019

Ingediende teksten :

RC-B9-0261/2019

Debatten :

PV 19/12/2019 - 2.1
CRE 19/12/2019 - 2.1

Stemmingen :

PV 19/12/2019 - 6.1

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0106

<Date>{18/12/2019}18.12.2019</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9‑0261/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0264/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0265/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0269/2019</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0270/2019</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 195kWORD 55k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9‑0261/2019 (ECR)

B9‑0264/2019 (Verts/ALE)

B9‑0265/2019 (S&D)

B9‑0269/2019 (Renew)

B9‑0270/2019 (PPE)</TablingGroups>


<Titre>over schendingen van de mensenrechten, waaronder de godsdienstvrijheid, in Burkina Faso</Titre>

<DocRef>(2019/2980(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michael Gahler, György Hölvényi, Peter van Dalen, Željana Zovko, Tomáš Zdechovský, Andrey Kovatchev, David McAllister, Antonio López‑Istúriz White, Sandra Kalniete, Isabel Benjumea Benjumea, Eva Maydell, Magdalena Adamowicz, Milan Zver, Roberta Metsola, Lefteris Christoforou, Loucas Fourlas, David Lega, Krzysztof Hetman, Inese Vaidere, Tomas Tobé, Romana Tomc, Seán Kelly, Arba Kokalari, Stelios Kympouropoulos, Vladimír Bilčík, Karlo Ressler, Luděk Niedermayer, Ioan‑Rareş Bogdan, Gheorghe‑Vlad Nistor, Stanislav Polčák, Jiří Pospíšil, Ivan Štefanec, Michal Wiezik, Peter Pollák</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Kati Piri, Maria Arena</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Jan‑Christoph Oetjen, Atidzhe Alieva‑Veli, Abir Al‑Sahlani, Petras Auštrevičius, Malik Azmani, José Ramón Bauzá Díaz, Phil Bennion, Stéphane Bijoux, Izaskun Bilbao Barandica, Gilles Boyer, Sylvie Brunet, Olivier Chastel, Katalin Cseh, Jérémy Decerle, Anna Júlia Donáth, Engin Eroglu, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Bernard Guetta, Antony Hook, Ivars Ijabs, Moritz Körner, Ondřej Kovařík, Ilhan Kyuchyuk, Nathalie Loiseau, Karen Melchior, Ulrike Müller, Javier Nart, Dragoş Pîslaru, Frédérique Ries, María Soraya Rodríguez Ramos, Monica Semedo, Susana Solís Pérez, Ramona Strugariu, Irène Tolleret, Yana Toom, Viktor Uspaskich, Hilde Vautmans, Marie‑Pierre Vedrenne, Irina Von Wiese, Chrysoula Zacharopoulou</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Gina Dowding, Ellie Chowns</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Anna Fotyga, Jan Zahradil, Karol Karski, Assita Kanko, Bert‑Jan Ruissen</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

<Depute>Fabio Massimo Castaldo</Depute>

</RepeatBlock-By>

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over schendingen van de mensenrechten, waaronder de godsdienstvrijheid, in Burkina Faso

(2019/2980(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de verklaring van 10 december 2019 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de EU ter gelegenheid van de Dag van de Mensenrechten,

 gezien het persbericht van de Commissie van 13 november 2019, waarin wordt aangekondigd dat de Afrikaanse Sahel 35 miljoen EUR extra aan humanitaire hulp krijgt,

 gezien de verklaring van de woordvoerder van de VV/HV van 7 november 2019 over de aanslagen in Burkina Faso,

 gezien het bezoek dat VV/HV Federica Mogherini in juli 2019 aan de Sahel bracht, en gezien haar toespraak van 9 juli 2019 in Burkina Faso,

 gezien de toespraak namens VV/HV Federica Mogherini van 17 september 2019 tijdens het plenaire debat over de veiligheidssituatie in Burkina Faso,

 gezien de studie ‘The Freedom of Religion or Belief and the Freedom of Expression’, die in februari 2009 is gepubliceerd door het directoraat-generaal Extern Beleid van de Unie,

 gezien de openbare hoorzitting van de Subcommissie mensenrechten van 22 november 2017: ‘Bescherming van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging: de situatie van vervolgde minderheden, met name christenen’,

 gezien het verslag van de speciaal gezant voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging van 21 november 2019: ‘The mandate of the Special Envoy for the promotion of freedom of religion or belief outside the European Union: activities and recommendations’,

 gezien de EU-richtsnoeren van 2013 voor bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst of overtuiging,

 gezien de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (de “Overeenkomst van Cotonou”),

 gezien de aan de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van de Alliantie van Beschavingen van de Verenigde Naties toe te schrijven verklaring van 1 december 2019 over de aanslag op een kerk in Burkina Faso,

 gezien het verslag van de VN-Veiligheidsraad van 11 november 2019 over de gemeenschappelijke strijdkrachten G5-Sahel,

 gezien de actualisering van de informatie over de activiteiten van het vluchtelingenagentschap van de VN (UNHCR) in Burkina Faso van oktober 2019,

 gezien de verklaring van de secretaris-generaal van de VN van 13 oktober 2019 over de aanslag op een moskee in Noord-Burkina Faso,

 gezien verslag nr. 8 van Unicef over de humanitaire situatie in Burkina Faso van oktober 2019,

 gezien het rapport over de menselijke ontwikkeling van 2019 over ongelijkheid in de menselijke ontwikkeling in de 21e eeuw, en met name het rapport over de menselijke ontwikkeling in Burkina Faso,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948, die Burkina Faso heeft ondertekend,

 gezien het actieplan van de Verenigde Naties inzake waarborging van religieuze plaatsen van 12 september 2019,

 gezien de grondwet van de Republiek Burkina Faso,

 gezien de verklaring van bisschoppen, priesters en seculiere afgevaardigden van de conferenties van bisschoppen van Burkina Faso, Niger, Mali, Ivoorkust en Ghana, in aansluiting op de conferentie-overstijgende workshop over veiligheid in de Sahel van 12 en 13 november 2019,

 gezien de verklaring van bisschop Laurent Birfuoré Dabiré van Dori van 5 juli 2019, gericht aan de katholieke hulporganisatie Kerk in Nood,

 gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren dat werd aangenomen op 27 juni 1981 en in werking is getreden op 21 oktober 1986,

 gezien het Vredesforum van Parijs van 12 en 13 november 2019,

 gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Burkina Faso een sterke traditie van religieuze tolerantie en secularisme kent, maar het doelwit van instabiliteit is geworden, met name als gevolg van islamistische radicalisering die de Groot-Sahel teistert, en geconfronteerd wordt met een combinatie van escalerend geweld, ontheemding, honger, armoede en klimaatverandering;

B. overwegende dat de toenemende onveiligheid in Burkina Faso heeft geleid tot gruwelijke misdrijven door zowel jihadisten als door andere gewapende groeperingen; overwegende dat uit een rapport van Human Rights Watch blijkt dat deze gewapendegroeperingen in Burkina Faso personen hebben geëxecuteerd die verdacht werden van collaboratie met de regering, docenten hebben geïntimideerd en angst hebben gezaaid onder burgers in het gehele land; overwegende dat Burkinese veiligheidstroepen in 2017 en 2018 antiterroristische operaties hebben uitgevoerd, waarbij sprake was van buitengerechtelijke executies, mishandeling van verdachten in bewaring en willekeurige arrestaties; overwegende dat de Burkinese regering heeft beloofd deze klachten te onderzoeken;

C. overwegende dat jihadistische en andere gewapende groeperingen, die voorheen actief waren in buurland Mali, sinds 2015 de Burkinese bevolking terroriseren en een aantal aanslagen hebben gepleegd op symbolen van de staat, zoals militaire doelwitten, scholen en zorginstellingen, en met name ook op kerken en christenen; overwegende dat sinds 2015 ten minste 700 mensen om het leven zijn gekomen bij aanslagen door jihadistische en andere gewapende groeperingen, en duizenden mensen gewond zijn geraakt in Ouagadougou en de noordelijke provincies, met name in de provincie Soum, waarna de aanslagen zich in 2018 hebben verspreid over de oostelijke en de westelijke provincies; overwegende dat het geweld niet uitsluitend christenen treft; overwegende dat er bijvoorbeeld op 11 oktober 2019 tijdens het vrijdaggebed een aanslag is gepleegd op een moskee in de stad Salmossi, in het noorden van Burkina Faso;

D. overwegende dat er tussen januari en november 2019 520 veiligheidsincidenten zijn gemeld, vergeleken met 404 geregistreerde incidenten tussen 2015 en 2018; overwegende dat alleen al in oktober 2019 52 incidenten in verband met niet-statelijke gewapende groeperingen zijn geregistreerd, waarvan bijna 70 % was gericht tegen burgers en veiligheidstroepen;

E. overwegende dat de aanslagen gepleegd worden door zowel grensoverschrijdende gewapende groeperingen, die opereren vanuit Mali en Niger, waaronder Jamaat Nusrat al-Islam wal Muslimeen en de Islamitische Staat in de Groot-Sahara, als door binnenlandse groeperingen, met name Ansarul Islam, die opereren vanuit de noordelijke en oostelijke provincies van Burkina Faso;

F. overwegende dat in 2019 meer dan 60 christenen bij diverse aanslagen om het leven gekomen zijn, onder meer bij de recentste aanslag van 1 december, die gepleegd werd tijdens een zondagsdienst in een protestantse kerk in de oostelijke stad Hantoukoura, en waarbij 14 doden vielen;

G. overwegende dat verscheidene priesters, geestelijken en christenen het slachtoffer zijn geworden van gerichte moorden en ontvoeringen door het hele land; overwegende dat diverse personen vanwege het toenemende geweld hun traditionele huizen zijn ontvlucht, met name in het noorden, zoals onlangs in de dorpen Hitté en Rounga, en zich hebben begeven naar opvangkampen voor ontheemden in andere delen van het land, onder meer in de hoofdstad Ouagadougou;

H. overwegende dat de bevolking van Burkina Faso voornamelijk bestaat uit malikitische soennieten, en daarnaast uit grote christelijke minderheden en minderheden die de inheemse godsdienst aanhangen; overwegende dat de grenzen tussen de godsdiensten in Burkina Faso vaag zijn, aangezien de volgelingen van alle godsdiensten doorgaans deelnemen aan syncretische godsdienstoefeningen en religieuze tolerantie de norm is; overwegende dat zowel soennitische als christelijke gebedshuizen onlangs het doelwit zijn geworden van guerrilla-aanvallen door salafistische gewapende groeperingen; overwegende dat dit heeft bijgedragen tot groeiende interreligieuze spanningen; overwegende dat de vervolging van religieuze gemeenschappen, zoals leden van een groot aantal christelijke kerkgenootschappen, tot scheuring van het sociale weefsel leidt en de emigratie hand over hand doet toenemen;

I. overwegende dat jihadistische groeperingen de interreligieuze co-existentie in Burkina Faso onder druk willen zetten; dit als onderdeel van hun bredere strategie om conflicten tussen volkeren en godsdiensten aan te wakkeren en ontheemding van de bevolking te veroorzaken;

J. overwegende dat Justin Kientega, bisschop van Ouahigouya in het noordoosten van Burkina Faso, geadviseerd heeft veiligheidsmaatregelen te nemen zodat christenen beter beschermd kunnen worden, aangezien de overheid onvoldoende bescherming biedt;

K. overwegende dat bisschop Laurent Birfuoré Dabiré van Dori, voorzitter van de conferentie van bisschoppen van Burkina Faso en Niger, de wereldgemeenschap ertoe heeft opgeroepen haar steun aan christenen in Burkina Faso op te voeren om te voorkomen dat ‘de christelijke aanwezigheid geëlimineerd wordt’; overwegende dat er herhaaldelijk toe opgeroepen is de dreigingen van censuur aan de kaak te stellen en een voortzetting van de interreligieuze dialoog te ondersteunen;

L. overwegende dat de secretaris-generaal in zijn actieplan inzake waarborging van religieuze plaatsen, dat is gepubliceerd op 12 september 2019, heeft onderstreept dat gebedshuizen over de hele wereld veilige havens van reflectie en vrede moeten zijn, en geen plaatsen waar bloed vergoten wordt en terroristische aanslagen worden gepleegd, en dat mensen in staat moeten zijn hun geloof in vrede te kunnen naleven en praktiseren;

M. overwegende dat humanitaire organisaties, waarvan vele confessionele organisaties zijn, een cruciale rol spelen bij het helpen van geweldsslachtoffers, met name vrouwen, kinderen en vluchtelingen;

N. overwegende dat de regering van Burkina Faso de capaciteit lijkt te missen om effectieve oplossingen voor de enorme veiligheidsproblemen en sociaaleconomische uitdagingen door te voeren; overwegende dat bepaalde regio’s, met name in het noordoosten van het land, in feite afgesneden zijn van de centrale overheid;

O. overwegende dat Burkina Faso een van de tien armste landen ter wereld is; overwegende dat instabiliteit, klimaatverandering en conflicten de economische kansen in het land verder hebben verkleind, de armoede hebben vergroot en geleid hebben tot acute voedseltekorten; overwegende dat deze situatie verergerd wordt door de snelle woestijnvorming in de noordelijke regio en de waterschaarste, bodemdegradatie en tekorten aan hulpbronnen die daaruit voortvloeien; overwegende dat dit tot gevolg heeft dat 1 miljoen mensen voedseltekorten riskeren en 1,5 miljoen mensen dringend humanitaire hulp nodig hebben;

P. overwegende dat in 2014 naar schatting 34,5 % van de volwassenen kon lezen en schrijven; overwegende dat de toenemende onveiligheid en het groeiende terrorisme in bepaalde regio’s van het land negatieve gevolgen hebben voor het onderwijs en de gezondheidszorg; overwegende dat 85 zorginstellingen en meer dan 2 000 scholen gedwongen werden te sluiten, en dat meer dan een miljoen patiënten en 300 000 leerlingen hierdoor getroffen zijn; overwegende dat 93 andere zorginstellingen vanwege de actuele desastreuze veiligheidssituatie op een minimumniveau functioneren;

Q. overwegende dat het geweld in Burkina Faso ertoe heeft geleid dat bijna een half miljoen mensen ontheemd zijn geraakt; overwegende dat veel van deze mensen kwetsbaar zijn en dat 44 % van de ontheemden kind is; overwegende dat Burkina Faso tevens 31 000 Malinese vluchtelingen heeft opgevangen; overwegende dat de UNHCR grote problemen ondervindt bij het bereiken van ontheemden en vluchtelingen in Burkina Faso; overwegende dat, wanneer geen adequate maatregelen worden genomen om te voorzien in huisvesting, werk en voedsel, de bescherming van ontheemden en vluchtelingen die getroffen worden door de humanitaire crisis in de regio in het geding is, en dat hun aanwezigheid kan leiden tot conflicten met de lokale bevolking over schaarse natuurlijke hulpbronnen; overwegende dat de daaruit voortvloeiende conflicten over hulpbronnen verder dreigen bij te dragen aan de geweldsspiraal in het land;

R. overwegende dat de EU de afgelopen zeven jaar meer dan 1 miljard EUR heeft vrijgemaakt voor ontwikkelingsprogramma’s in Burkina Faso, en onlangs 15,7 miljoen EUR heeft toegewezen om het grote probleem van voedselonzekerheid en ondervoeding onder ontheemden aan te pakken; overwegende dat het land een van de belangrijkste begunstigden van financiële steun (628 miljoen EUR) uit het Europees Ontwikkelingsfonds (EDF) is, en voor de periode 2016-2020 tevens omvangrijke financiële steun (245,8 miljoen EUR) ontvangt uit het door het EDF gefinancierde noodtrustfonds;

S. overwegende dat Burkina Faso deelneemt aan de multidimensionale geïntegreerde stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in Mali (MINUSMA), aan de hybride operatie van de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie (UNAMID), aan het trans-Saharapartnerschap voor terrorismebestrijding (TSCTP) en aan de G5-Sahel; overwegende dat de deelname van het land aan deze missies en initiatieven Burkina Faso tot primair doelwit heeft gemaakt van niet-statelijke gewapende groeperingen die de bijdrage van het land aan de regionale veiligheid willen ontwrichten en ontmoedigen; overwegende dat in een verslag van de secretaris-generaal van de VN naar voren wordt gebracht dat Malinese troepen van de G5- Sahel mensenrechten hebben geschonden;

T. overwegende dat de EU rechtstreeks bijdraagt aan de stabiliteit in de Sahel door middel van de civiele missies EUCAP SAHEL in Mali en Niger, en door middel van de opleidingsmissie van de Europese Unie in Mali (EUTM Mali), alsook indirect door middel van deelname van lidstaten aan MINUSMA en aan operatie-Barkhane; overwegende dat de door de EU gesteunde G5-Sahel, een samenwerkingsverband op het gebied van defensie tussen Burkina Faso, Tsjaad, Mali, Mauritanië en Niger, de coördinatie op het gebied van regionale ontwikkeling en veiligheid verhoogt, zodat gewapende groeperingen geneutraliseerd worden en hun aantrekkingskracht vermindert; overwegende dat op 11 december 2019 bij een aanslag op een militaire basis in Tahoua, Niger, 71 Nigeriaanse soldaten om het leven zijn gekomen en 12 soldaten gewond zijn geraakt, waarbij het gaat om het dodelijkste incident in de regio sinds 2016;

U. overwegende dat de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) tijdens een top in Ouagadougou op 14 september 2019 een plan heeft aangekondigd ter waarde van 1 miljard USD waarmee zij de groeiende onveiligheid in de Sahel wil bestrijden;

V. overwegende dat met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU het volgende wordt beoogd: ontwikkeling en versterking van de democratie en de rechtsstaat, alsmede eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;

1. veroordeelt ten stelligste elke vorm van doelgericht geweld, intimidatie en doelgerichte ontvoering van burgers tegen veiligheidsdiensten, religieuze plaatsen en gelovigen in Burkina Faso, met name geweld dat is gericht tegen specifieke religieuze gemeenschappen, en de politieke instrumentalisering en het misbruik van godsdienst om de vervolging van christenen en andere religieuze minderheden te legitimeren;

2. betuigt zijn deelneming aan de families van de slachtoffers en de regering van Burkina Faso; geeft uitdrukking aan zijn solidariteit met de Burkinese bevolking, die momenteel vrijwel dagelijks in rouw is gedompeld vanwege de aanslagen op burgers, veiligheidstroepen en leden van christelijke gemeenschappen en andere religieuze minderheden;

3. verzoekt de nationale autoriteiten meer te investeren in de nationale dialoog als een belangrijke bouwsteen voor cohesie; onderstreept dat het noodzakelijk is eenheid en dialoog tussen alle gemeenschappen in Burkina Faso te bevorderen, met inbegrip van traditionele leiders en organisaties uit het maatschappelijk middenveld, en zo een tegenwicht te bieden aan de pogingen tot haatzaaien en het creëren van spanningen tussen gemeenschappen;

4. verzoekt de regering van Burkina Faso haar steun voor en haar bescherming van islamitische, christelijke en animistische gemeenschappen op te voeren, en zo de lange Burkinese traditie van vreedzame co-existentie van islam en christendom in stand te houden; pleit voor extra middelen voor slachtoffers van geweld, in het bijzonder vrouwen en kinderen;

5. wijst er andermaal op dat de strijd tegen het terrorisme alleen vruchten kan afwerpen wanneer veiligheidstroepen de rechtsstaat en de mensenrechten eerbiedigen; dringt er in dit verband op aan dat de Burkinese regering onmiddellijk afstand doet van haar onrechtmatige anti-oproerstrategie, met name de standrechtelijke executie van verdachten, aangezien deze werkwijze het risico met zich meebrengt dat het conflict ontvlamt en meer mensen in handen vallen van militante islamistische recruiters;

6. verzoekt de Burkinese regering haar toezegging gestand te doen en alle verdenkingen van onrechtmatig handelen door regeringstroepen te onderzoeken, concrete maatregelen te nemen om verdere onrechtmatigheden te voorkomen en haar strategie voor de bestrijding van terrorisme en gewelddadig extremisme te baseren op de rechtsstaat en de eerbiediging van de grondrechten, met name het internationaal recht inzake mensenrechten, het internationaal humanitair recht en het vluchtelingenrecht;

7. dringt aan op aan algemene aanpak ter voorkoming van radicalisering en terrorisme, waarbij versterking van de sociale cohesie en misdaadpreventie centraal staan; verzoekt de Burkinese autoriteiten hun inspanningen voor de terugdringing van de armoede op te voeren, betere kansen op werk te creëren, vooral voor jongeren, en door het individu controle over zijn eigen leven te geven en het te respecteren, om grieven en frustraties die eventueel door gewelddadige extremisten kunnen worden misbruikt, uit te bannen; herhaalt dat investeringen in het onderwijs essentieel zijn voor conflictpreventie en de wederopbouw van vreedzame en inclusieve samenlevingen;

8. herinnert eraan dat het verbinden van politieke en duurzame ontwikkeling en ontwikkeling op het gebied van veiligheid, alsook religieus besef door bevordering van de interreligieuze dialoog, cruciaal zijn voor het vinden van een blijvende oplossing voor de diverse problemen waarmee Burkina Faso en de Sahel geconfronteerd worden;

9. roept op tot internationale coördinatie in de gehele regio, met name in het kader van ECOWAS, waarbij waarborging van de territoriale soevereiniteit en integriteit van al haar leden, regionale democratische instellingen, en de veiligheid van alle burgers en hun eigendommen de politieke doelstelling is; wijst er andermaal op dat de situatie in Burkina Faso directe gevolgen heeft voor de buurlanden; verzoekt de Burkinese regering haar samenwerking met de buurlanden verder te intensiveren, met name de samenwerking tussen haar noordelijke regio’s en de landen die direct door het geweld getroffen worden, zoals Mali en Niger;

10. prijst de EU en haar lidstaten voor de ondersteuning van de G5- Sahel, MINUSMA en de operatie-Barkhane; prijst voorts de inspanningen van de civiele missies EUCAP SAHEL in Mali en Niger, en van de militaire opleidingsmissie EUTM Mali; verzoekt de EU haar steun voor Burkina Faso op te voeren, zodat de enorme veiligheidsproblemen in het land kunnen worden aangepakt; benadrukt dat een algemenere en gecoördineerde internationale veiligheidsactie in Burkina Faso noodzakelijk is; verzoekt de landen van de G5-Sahel en de internationale donoren meer inspanningen te leveren, zodat de gemeenschappelijke strijdkrachten van de G5-Sahel onverwijld kunnen worden omgevormd tot operationele troepen met voldoende middelen, waarbij de mensenrechten ten volle geëerbiedigd worden;

11. benadrukt dat veiligheid weliswaar van cruciaal belang is, maar niet het enige antwoord is op de problemen waarmee Burkina Faso wordt geconfronteerd, en dat coördinatie tussen veiligheid en ontwikkeling en handelsbeleid een van de essentiële uitdagingen is; benadrukt dat de veiligheid van de lokale bevolking het leidende beginsel moet zijn bij de EU-inspanningen op het gebied van hervorming van de veiligheidssector en bij de ondersteuning van kwetsbare landen in de regio;

12. merkt op dat het vanwege het conflict, de ontheemding en de woestijnvorming moeilijk is om traditionele vormen van werk te vinden; onderstreept dat 65 % van de Burkinese bevolking jonger is dan 25 jaar; is van mening dat veiligheidsoperaties in Burkina Faso hand in hand moeten gaan met lokale inspanningen op het gebied van ontwikkeling die gericht zijn op vermindering van de ongelijkheid en verbetering van de infrastructuur, politieke participatie, rechtsbedeling, vrouwenemancipatie en economische kansen;

13. wijst op de verslechterende situatie in Burkina Faso en de internationale geopolitieke gevolgen hiervan; onderstreept het feit dat de voortdurende ondersteuning door de EU op het gebied van politiek en veiligheid in combinatie met de door de G5-Sahel geleide inspanningen in de regio dringend noodzakelijk zijn, onder meer voor het vredesproces in Mali; verlangt dat de veiligheidstroepen in Burkina Faso beter ondersteund worden, zodat zij in staat zijn te reageren op de dreigingen van jihadistische aanslagen en geweld, en dat steun wordt gegeven aan de controle van de regering over de noordelijke en oostelijke regio’s;

14. benadrukt dat internationale coördinatie tevens cruciaal is en dat de EU bereid moet zijn nog intensiever samen te werken met de gehele regio, en deze samenwerking te integreren in haar nieuwe ‘strategie EU-Afrika – een partnerschap voor duurzame en inclusieve ontwikkeling’;

15. verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden de effectieve praktijk van de interreligieuze dialoog als instrument in zijn strategie voor communicatie met derde landen op te nemen en bemiddeling in conflictsituaties te bevorderen met het oog op de bescherming van religieuze minderheden en de vrijheid van godsdienst en overtuiging;

16. is ingenomen met het actieplan van de Verenigde Naties inzake de waarborging van religieuze plaatsen, dat is ontwikkeld door de Alliantie van Beschavingen van de Verenigde Naties en op 12 september 2019 door de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, is aangekondigd;

17. benadrukt dat enerzijds het uitbannen van internationale financiële steun van jihadistische gewapende groeperingen prioriteit geniet, en anderzijds het aanpakken van de dieperliggende oorzaken van armoede en ongelijkheid;

18. is van mening dat de EU moet samenwerken met ECOWAS en de regering en alle belanghebbenden in Burkina Faso om de ontwikkeling, het onderwijs en de inspanningen op het gebied van aanpassing aan de klimaatverandering te versterken en zo armoede aan te pakken en verdere radicalisering te voorkomen; wijst erop dat de klimaatverandering een enorme risicoverhogende factor is voor conflicten, droogte, honger en ontheemding; dringt erop aan dat de regering van Burkina Faso prioriteit geeft aan de bestrijding van corruptie en straffeloosheid;

19. toont zich uitermate bezorgd over de gevolgen van veiligheidsdreigingen voor de effectiviteit van humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking; dringt er bij de lidstaten en de internationale gemeenschap op aan dat zij hun humanitaire hulp aan Burkina Faso verhogen, met name door middel van verstrekking van voedsel, water en medische diensten; waarschuwt ervoor dat zich een nieuwe humanitaire crisis zal voordoen wanneer niet voorzien wordt in de basisbehoeften van de ontheemden en de opvangende gemeenschappen, zoals voedsel, water, onderdak en gezondheidszorg;

20. verzoekt de regering van Burkina Faso de verstrekking van humanitaire hulp en voedselhulp te waarborgen, met name in gebieden waartoe humanitaire organisaties beperkt toegang hebben, en specifieke maatregelen te treffen voor het voorkomen en hanteren van acute ondervoeding in opvangkampen voor ontheemden, en daarbij kwetsbare groepen, waaronder vrouwen en kinderen, centraal te stellen;

21. verzoekt de regering van Burkina Faso de nomadische veeteelt te beschermen en te faciliteren zodat conflicten tussen gemeenschappen vermeden worden, en ervoor te zorgen dat in gebieden waar grote voedseltekorten heersen, de beschikbaarheid van voeder, water en verzorging en de toegang van vee daartoe verbeterd worden;

22. geeft uiting aan zijn dankbaarheid voor het belangrijke werk van ngo’s, waaronder confessionele ngo’s, en internationale instellingen bij de ondersteuning van de talrijke slachtoffers van geweld, met name vrouwen en kinderen;

23. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de president van de Republiek Burkina Faso, de voorzitter van het Burkinese parlement, alsmede de Afrikaanse Unie en haar instellingen.

 

 

 

Laatst bijgewerkt op: 19 december 2019Juridische mededeling - Privacybeleid