Procedure : 2019/2983(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0070/2020

Ingediende teksten :

RC-B9-0070/2020

Debatten :

Stemmingen :

PV 30/01/2020 - 5.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0024

<Date>{27/01/2020}27.1.2020</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9‑0070/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0072/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0074/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0075/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0076/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0085/2020</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 156kWORD 49k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, leden 2 en 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9‑0070/2020 (PPE)

B9‑0072/2020 (S&D)

B9‑0074/2020 (Verts/ALE)

B9‑0075/2020 (Renew)

B9‑0076/2020 (GUE/NGL)

B9‑0085/2020 (ECR)</TablingGroups>


<Titre>over een universele oplader voor mobiele radioapparatuur</Titre>

<DocRef>(2019/2983(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Andreas Schwab, Róża Thun und Hohenstein, Antonius Manders, Ivan Štefanec, Edina Tóth, Pablo Arias Echeverría, Tomislav Sokol, Maria da Graça Carvalho, Andrey Kovatchev, Kris Peeters</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Christel Schaldemose, Alex Agius Saliba</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Dita Charanzová, Liesje Schreinemacher</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew­Fractie</Commission>

<Depute>David Cormand</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Adam Bielan, Andżelika Anna Możdżanowska</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

<Depute>Kateřina Konečná, Pernando Barrena Arza, Anja Hazekamp, Stelios Kouloglou, Dimitrios Papadimoulis, Konstantinos Arvanitis, Petros Kokkalis</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over een universele oplader voor mobiele radioapparatuur

(2019/2983(RSP))

 

Het Europees Parlement,

 gezien Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG[1],

 gezien het memorandum van overeenstemming over de harmonisatie van een oplader voor mobiele telefoons van 5 juni 2009,

 gezien het memorandum van overeenstemming over de toekomstige oplossing voor het opladen van smartphones van 20 maart 2018,

 gezien het verslag van de Commissie van 11 november 2018 over de werking van de richtlijn radioapparatuur (2014/53/EU) (COM(2018)0740),

 gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de eengemaakte markt de basis voor het economische succes van Europa, de hoeksteen van de Europese integratie en een motor voor groei en werkgelegenheid is en blijft;

B. overwegende dat het potentieel van de eengemaakte markt niet ten volle wordt benut en dat de aanhoudende fragmentatie van de markt voor opladers voor mobiele telefoons en andere kleine en middelgrote elektronische apparaten leidt tot meer elektronisch afval en frustratie bij de consumenten;

C. overwegende dat consumenten nog steeds verschillende opladers moeten kopen wanneer zij nieuwe toestellen kopen van verschillende verkopers, en verplicht zijn een nieuwe oplader te kopen wanneer ze een nieuw toestel kopen van dezelfde verkoper;

D. overwegende dat leden van het Europees Parlement al meer dan tien jaar aandringen op een universele oplader voor mobiele radioapparatuur, met inbegrip van mobiele telefoons, tablets, e‑readers, slimme camera’s, draagbare elektronica en andere kleine of middelgrote elektronische toestellen; overwegende dat de Commissie de gedelegeerde handeling tot aanvulling van Richtlijn 2014/53/EU betreffende radioapparatuur herhaaldelijk heeft uitgesteld;

E. overwegende dat de tijdige tenuitvoerlegging van vastgestelde EU-wetgeving door concrete wetgevende stappen van essentieel belang is voor de geloofwaardigheid van de Europese Unie, zowel ten aanzien van haar burgers als op het wereldtoneel;

F. overwegende dat vrijwillige overeenkomsten tussen bedrijven in de sector er weliswaar toe hebben geleid dat er veel minder soorten opladers op de markt zijn, maar geen universele oplaadoplossing hebben opgeleverd, en dat consumenten op de markt nog steeds met verschillende soorten opladers worden geconfronteerd;

G. overwegende dat jaarlijks ongeveer 50 miljoen ton elektronisch afval wordt gegenereerd, met een gemiddelde van meer dan 6 kg per persoon per jaar; overwegende dat de totale productie van elektronisch afval in Europa in 2016 in totaal 12,3 miljoen ton bedroeg, wat overeenkomt met gemiddeld 16,6 kg per inwoner[2]; overwegende dat dit een onnodige ecologische voetafdruk achterlaat, die kan worden verminderd;

H. overwegende dat het Parlement in het kader van de Europese Groene Deal heeft aangedrongen op een ambitieus nieuw actieplan voor de circulaire economie dat de totale voetafdruk van de productie en de consumptie in de EU ten aanzien van milieu en hulpbronnen te verminderen, met als voornaamste prioriteiten hulpbronnenefficiëntie, nul verontreiniging en afvalpreventie;

I. overwegende dat de consumententrends in de afgelopen tien jaar laten zien dat steeds meer mensen meer dan één apparaat bezitten en dat de levensduur van bepaalde radioapparatuur, bv. smartphones, korter wordt; overwegende dat oudere apparatuur dikwijls vervangen wordt omdat ze als achterhaald wordt beschouwd; overwegende dat als gevolg van deze trends nog meer elektronisch afval wordt geproduceerd, waaronder opladers;

J. overwegende dat consumenten veel verschillende opladers voor soortgelijke, op batterijen werkende apparaten bezitten, gebruiken en vaak bij zich hebben; overwegende dat het huidige overaanbod aan opladers buitensporige kosten en ongemak voor de consumenten met zich brengt en een onnodige ecologische voetafdruk achterlaat;

K. overwegende dat mensen tegenwoordig in tal van dagelijkse situaties afhankelijk zijn van hun mobiele apparatuur, in het bijzonder in noodgevallen of op reis, ook door het gebrek aan openbare telefoons; overwegende dat mensen afhankelijk zijn van een makkelijk oplaadbare mobiele telefoon om snel toegang te krijgen tot essentiële diensten en onmisbare instrumenten zoals betaalmiddelen, zoekmachines, navigatie-apparatuur enz.; overwegende dat mobiele toestellen een essentieel instrument zijn om ten volle aan de samenleving te kunnen deelnemen;

1. hamert erop dat het de EU dringend regelgeving moet vaststellen om de hoeveelheid elektronisch afval te verminderen en consumenten in staat te stellen duurzame keuzes te maken en ten volle deel te nemen aan een efficiënte en goed functionerende interne markt;

2. verzoekt de Commissie onverwijld de resultaten van de effectbeoordeling van de invoering van universele opladers voor mobiele telefoons en andere compatibele apparaten voor te leggen en te publiceren zodat er bindende bepalingen kunnen worden voorgesteld;

3. benadrukt dat er dringend behoefte is aan een norm voor een universele oplader voor mobiele radioapparatuur om verdere fragmentering van de interne markt te voorkomen;

4. verzoekt de Commissie daarom onverwijld werk te maken van de invoering van de gemeenschappelijke oplader door uiterlijk in juli 2020 de gedelegeerde handeling tot aanvulling van Richtlijn 2014/53/EU betreffende radioapparatuur en tot vaststelling van een norm voor een universele oplader voor mobiele telefoons en andere kleine en middelgrote radioapparatuur vast te stellen of, zo nodig, door uiterlijk in juli 2020 een wetgevingsmaatregel vast te stellen;

5. wijst erop dat de Commissie er, zonder innovatie te belemmeren, voor moet zorgen dat het wetgevingskader voor een universele oplader regelmatig wordt getoetst om rekening te houden met de technische vooruitgang; wijst nogmaals op het belang van onderzoek en innovatie op dit gebied om de bestaande technologieën te verbeteren en nieuwe technologieën uit te vinden;

6. wijst erop dat het gebruik van draadloze oplaadtechnologie bijkomende potentiële voordelen inhoudt, zoals minder elektronisch afval; onderstreept dat veel mobiele telefoons al draadloos kunnen worden opgeladen en dat fragmentering op dit vlak moet worden voorkomen; vraagt de Commissie daarom maatregelen te nemen om de interoperabiliteit van verschillende draadloze opladers met verschillende mobiele radioapparatuur zo goed mogelijk te waarborgen;

7. herinnert eraan dat de Europese normalisatieorganisaties, overeenkomstig de normalisatieverordening[3], de participatie van relevante belanghebbenden, waaronder in dit verband kmo-organisaties, milieuorganisaties, personen met een handicap, ouderen en consumenten, moeten faciliteren;

8. is van mening dat de Commissie wetgevingsinitiatieven moet overwegen om ervoor te zorgen dat in de lidstaten meer kabels en opladers worden ingezameld en gerecycleerd;

9. dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat consumenten niet langer worden verplicht met elk nieuw toestel nieuwe opladers te kopen, zodat er jaarlijks minder opladers worden geproduceerd; is van mening dat ontkoppelingsstrategieën meer milieuvoordelen zouden opleveren; benadrukt tegelijk dat bij maatregelen met het oog op ontkoppeling mogelijk hogere prijzen voor de consument moeten worden vermeden; onderstreept voorts dat ontkoppelingsstrategieën samen met een universele oplaadoplossing moeten worden ingevoerd, omdat de doelstellingen van de richtlijn anders niet zouden worden verwezenlijkt;

 

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

[1] PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62.

[2] Global E-waste Monitor 2017.

[3] Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad, PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12.

Laatst bijgewerkt op: 28 januari 2020Juridische mededeling - Privacybeleid