Procedure : 2020/2552(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0102/2020

Ingediende teksten :

RC-B9-0102/2020

Debatten :

PV 13/02/2020 - 4.2
CRE 13/02/2020 - 4.2

Stemmingen :

PV 13/02/2020 - 7.2
CRE 13/02/2020 - 7.2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0037

<Date>{12/02/2020}12.2.2020</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9-0102/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0103/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0105/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0107/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0109/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0112/2020</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 183kWORD 60k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9-0102/2020 (Verts/ALE)

B9-0103/2020 (S&D)

B9-0105/2020 (ECR)

B9-0107/2020 (GUE/NGL)

B9-0109/2020 (PPE)

B9-0112/2020 (Renew)</TablingGroups>


<Titre>over kinderarbeid in mijnen op Madagaskar</Titre>

<DocRef>(2020/2552(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michael Gahler, Željana Zovko, David McAllister, Sandra Kalniete, Andrey Kovatchev, Krzysztof Hetman, Milan Zver, Lefteris Christoforou, Stelios Kympouropoulos, Arba Kokalari, Loucas Fourlas, Loránt Vincze, David Lega, Isabel Wiseler-Lima, Romana Tomc, Michaela Šojdrová, Vladimír Bilčík, Vangelis Meimarakis, Magdalena Adamowicz, Ivan Štefanec, Liudas Mažylis, Michal Wiezik, Tomas Tobé, Frances Fitzgerald, Deirdre Clune, Tomáš Zdechovský, Inese Vaidere, Jiří Pospíšil, Stanislav Polčák, Peter Pollák, Miriam Lexmann, Ioan-Rareş Bogdan</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Kati Piri, Carlos Zorrinho</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Hilde Vautmans, Petras Auštrevičius, Malik Azmani, Stéphane Bijoux, Izaskun Bilbao Barandica, Sylvie Brunet, Dita Charanzová, Olivier Chastel, Ilana Cicurel, Jérémy Decerle, Laurence Farreng, Valter Flego, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Bernard Guetta, Ivars Ijabs, Irena Joveva, Pierre Karleskind, Moritz Körner, Ondřej Kovařík, Ilhan Kyuchyuk, Radka Maxová, Ulrike Müller, Javier Nart, Jan-Christoph Oetjen, Dragoş Pîslaru, Frédérique Ries, Michal Šimečka, Susana Solís Pérez, Nicolae Ştefănuță, Ramona Strugariu, Irène Tolleret, Yana Toom, Viktor Uspaskich, Adrián Vázquez Lázara, Marie-Pierre Vedrenne, Chrysoula Zacharopoulou</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Caroline Roose</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Joanna Kopcińska, Karol Karski, Emmanouil Fragkos, Elżbieta Kruk, Jadwiga Wiśniewska, Ruža Tomašić, Ryszard Czarnecki</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

<Depute>Helmut Scholz, Younous Omarjee, Anja Hazekamp, Manuel Bompard, Stelios Kouloglou, Alexis Georgoulis, Dimitrios Papadimoulis</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

<Depute>Fabio Massimo Castaldo</Depute>

</RepeatBlock-By>

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over kinderarbeid in mijnen op Madagaskar

(2020/2552(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Madagaskar, met name die van 9 juni 2011[1] en 16 november 2017[2],

 gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind,

  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 

 gezien de Verklaring van Genève over de rechten van het kind van 1924 en de aanneming daarvan door de Algemene Vergadering van de VN in 1959,

 gezien de EU-richtsnoeren inzake de rechten van het kind,

 gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin de bevordering van de rechten van het kind in binnen- en buitenlandse zaken uitdrukkelijk wordt erkend als een doelstelling van de EU,

 gezien Verdrag nr. 138 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces van 6 juni 1973 en IAO-Verdrag nr. 182 betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie voor de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid van 1 juni 1999,

 gezien zijn standpunt in eerste lezing van 16 maart 2017[3] over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een Uniesysteem voor zelfcertificering van passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor verantwoordelijke importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden (de verordening inzake conflictmineralen),

 gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest),

 gezien het Comité voor de Rechten van het Kind,

 gezien de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 inzake kinderarbeid,

 gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG’s) van de Verenigde Naties,

 gezien de richtsnoeren van de Verenigde Naties inzake bedrijfsleven en mensenrechten ter uitvoering van het kader “Protect, Respect and Remedy” van de Verenigde Naties van 2011,

 gezien zijn resolutie van 26 november 2019 over kinderrechten naar aanleiding van het dertigjarig bestaan van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind[4],

 gezien de resolutie van de AVVN van 25 juli 2019 waarbij 2021 wordt uitgeroepen tot het Internationaal Jaar voor de uitbanning van kinderarbeid,

 gezien de conclusies van de Raad van 10 december 2019 over bouwen aan een duurzaam Europa tegen 2030[5],

 gezien het OESO-richtsnoer inzake de zorgvuldigheidseisen voor verantwoorde bevoorradingsketens van bodemschatten uit door conflicten getroffen gebieden en risicogebieden, met inbegrip van alle bijlagen en supplementen,

 gezien zijn resolutie van 5 juli 2016[6] over de uitvoering van de aanbevelingen van 2010 van het Parlement over de sociale en milieunormen, de mensenrechten en maatschappelijk verantwoord ondernemen,

 gezien zijn resolutie van 12 september 2017[7] over de gevolgen van de internationale handel en het handelsbeleid van de EU voor mondiale waardeketens,

 gezien de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten van 2011,

 gezien algemene opmerking nr. 24 (2017) van het VN-Comité inzake economische, sociale en culturele rechten (CESCR) over verplichtingen van staten krachtens het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten met betrekking tot bedrijfsactiviteiten (E/C.12/GC/24),

 gezien de door Unicef ontwikkelde beginselen inzake het bedrijfsleven en kinderrechten,

 gezien de conclusies van de Raad van 12 mei 2016 over de EU en verantwoordelijke mondiale waardeketens,

 gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016[8] over strafrechtelijke aansprakelijkheid van bedrijven voor ernstige schendingen van de mensenrechten in derde landen,

 gezien het verslag van Internationale Federatie Terre des Hommes over kinderarbeid in de micasector op Madagaskar van november 2019[9],

 gezien artikel 26 van de Overeenkomst van Cotonou,

 gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in artikel 32 van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind is bepaald dat de deelnemende landen het recht van het kind erkennen te worden beschermd tegen economische uitbuiting en het verrichten van elke arbeid die gevaar kan opleveren, de opvoeding van het kind hindert of schadelijk is voor zijn gezondheid of lichamelijke, geestelijke, intellectuele, morele of maatschappelijke ontwikkeling;

B. overwegende dat het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind wereldwijd het meest geratificeerde mensenrechtenverdrag is (onder meer door alle lidstaten van de Europese Unie) en duidelijke wettelijke verplichtingen voor staten omvat om de rechten van alle kinderen in hun eigen rechtsgebied te bevorderen, te beschermen en te verwezenlijken;

C. overwegende dat de Europese Unie zich ertoe verbonden heeft de rechten van het kind in haar interne en externe optreden te bevorderen en te beschermen, en in overeenstemming met het internationaal recht te handelen, met inbegrip van de bepalingen van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind en de facultatieve protocollen daarbij[10];

D. overwegende dat het Handvest vereist dat de belangen van het kind bij elk optreden van de EU een essentiële overweging vormen, dat het kinderarbeid verbiedt door vaststelling van de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces, die niet lager mag zijn dan de leeftijd waarop de leerplicht ophoudt, en dat erin is bepaald dat werkende jongeren recht hebben op arbeidsvoorwaarden die aangepast zijn aan hun leeftijd en dat zij moeten worden beschermd tegen economische uitbuiting en tegen arbeid die hun veiligheid, hun gezondheid of hun lichamelijke, geestelijke, morele of maatschappelijke ontwikkeling kan schaden, dan wel hun opvoeding in gevaar kan brengen;

E. overwegende dat in artikel 12 van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind en in artikel 24 van het Handvest het recht van kinderen wordt erkend om te worden gehoord en hun mening te kennen te geven over aangelegenheden die hen aangaan, rekening houdend met hun leeftijd en rijpheid;

F. overwegende dat de EU zich ertoe verbonden heeft de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren en de doelstellingen en streefcijfers daarvan te halen, met inbegrip van SDG 8.7 om “onmiddellijke en doeltreffende maatregelen te nemen om dwangarbeid uit te bannen, moderne slavernij en mensenhandel te beëindigen, het verbod op en de afschaffing van de ergste vormen van kinderarbeid, met inbegrip van het werven en inzetten van kindsoldaten, te garanderen en uiterlijk in 2025 een einde te maken aan kinderarbeid in al haar vormen”[11];

G. overwegende dat wereldwijd ongeveer 152 miljoen meisjes en jongens van 5 tot 17 jaar betrokken zijn bij kinderarbeid[12], waarbij het grootste deel van de werkende kinderen in de minst ontwikkelde landen leeft; overwegende dat Afrika met 72,1 miljoen en Azië en het Stille Oceaangebied met 62,1 miljoen kindarbeiders de werelddelen met de meeste slachtoffers van kinderarbeid zijn; overwegende dat de landbouw, de dienstensector en de industrie, met inbegrip van de mijnbouw, de drie belangrijkste sectoren zijn waar kinderarbeid voorkomt; overwegende dat, hoewel er enige vooruitgang is geboekt bij het terugdringen van kinderarbeid, de IAO schat dat als de daling in dit tempo doorgaat, er tegen 2025 nog steeds 121 miljoen jongens en meisjes kinderarbeid zullen verrichten;

H. overwegende dat gevaarlijke kinderarbeid in artikel 3, onder d), van Verdrag nr. 182 van de Internationale Arbeidsorganisatie van 1999 betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie voor de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid is omschreven als “werk dat vanwege zijn aard of de omstandigheden waarin het wordt uitgevoerd, de gezondheid, de veiligheid of de goede zeden van kinderen in gevaar kan brengen”; overwegende dat Madagaskar alle belangrijke internationale verdragen inzake kinderarbeid heeft geratificeerd, waaronder het Verdrag inzake de rechten van het kind (en de twee facultatieve protocollen daarbij), IAO-Verdrag nr. 138 betreffende de minimumleeftijd en IAO-Verdrag nr. 182 betreffende de ergste vormen van kinderarbeid, terwijl de regering een nationaal actieplan ter bestrijding van kinderarbeid op Madagaskar heeft opgesteld, in samenwerking met onder meer internationale werkgevers- en werknemersorganisaties; overwegende dat deze toezeggingen en maatregelen geen tastbare resultaten op het terrein opleveren;

I. overwegende dat de Internationale Arbeidsorganisatie in haar definitie van kinderarbeid zegt dat “niet alle door kinderen verrichte werkzaamheden moeten worden aangemerkt als kinderarbeid die moet worden uitgebannen, aangezien de deelname van kinderen of jongeren aan werkzaamheden die hun gezondheid en persoonlijke ontwikkeling niet in gevaar brengen en het volgen van onderwijs niet in de weg staan, over het algemeen wordt beschouwd als iets positiefs”; overwegende dat via de Agenda 2063 van de Afrikaanse Unie en het onlangs ondertekende tienjarenactieplan voor de uitbanning van kinderarbeid, gedwongen arbeid, mensenhandel en moderne slavernij in Afrika (2020-2030) de Afrikaanse landen zich ertoe hebben verbonden alle vormen van kinderarbeid op het continent uit te bannen, overeenkomstig SDG 8.7 van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties;

J. overwegende dat gevaarlijke kinderarbeid de grootste categorie van de ergste vormen van kinderarbeid vormt, in de wetenschap dat ongeveer 73 miljoen kinderen van 5 tot en 17 jaar in een groot aantal sectoren, waaronder de mijnbouw, onder gevaarlijke omstandigheden werken[13]; overwegende dat in 2018 47 % van alle Malagassische kinderen in de leeftijd van 5 tot 17 jaar kinderarbeid verrichten, waaronder naar schatting 86 000 kindarbeiders in de mijnbouw[14]; overwegende dat mijnbouw de sector is met de hoogste sterftecijfers voor kinderen, met een gemiddelde van 32 sterfgevallen per 100 000 kinderen tussen 5 en 17 jaar;

K. overwegende dat Madagaskar wereldwijd het vijfde hoogste aantal buitenschoolse kinderen telt[15], dat de helft van alle kinderen op Madagaskar onder de vijf jaar aan groeiachterstand lijdt, en dat slechts 13 % toegang heeft tot elektriciteit[16]; overwegende dat 74 % van de totale bevolking onder de nationale armoedegrens leeft en dat 80 % van de bevolking in plattelandsgebieden woont[17]; overwegende dat drie derde van de bevolking moet rondkomen met minder dan 1,90 USD per dag; overwegende dat volgens Unicef slechts 30 % van de Malagassische kinderen toegang heeft tot de basisschool; overwegende dat onderwijs van essentieel belang is om kinderarbeid te voorkomen en kinderen van de straat te houden, waar ze kwetsbaar zijn voor mensenhandel en uitbuiting;

L. overwegende dat Madagaskar de op twee na grootste exporteur van mica ter wereld is, goed voor 6,5 miljoen USD in 2017, en een van de landen met het grootste risico op schending van kinderrechten in de micamijnbouw, naast India, China, Sri Lanka, Pakistan en Brazilië;

M. overwegende dat mica een groep verschillende mineralen omvat die worden gebruikt in de elektronische en de automobielsector, en dat het voorkomt in een breed scala aan producten, van verf tot bodemverbeteraars, en van make-up tot smartphones;

N. overwegende dat er in de micasector op Madagaskar naar schatting 11 000 kinderen aan de slag zijn; overwegende dat het merendeel van deze kinderarbeid geconcentreerd is in de drie zuidelijke provincies Anosy, Androy en Ihorombe, waar kinderen achterstand vertonen op het vlak van gezondheid, voeding en onderwijs;

O. overwegende dat de kinderen die in Madagaskar in de micasector werken, worden blootgesteld aan zware en onveilige arbeidsomstandigheden, waardoor zij lijden aan rugpijn, hoofdpijn vanwege de hitte en gebrek aan water of zuurstof in de mijnen, spierpijn vanwege het zich herhalende en zware werk van het dragen van zware lasten, frequente hoestbuien en ademhalingsproblemen vanwege de zeer fijne micastofdeeltjes in en in de buurt van de mijnen en verwerkingscentra, en zij het risico lopen te overlijden door instortingen in de mijn of aardverschuivingen; overwegende dat de autoriteiten van Madagaskar niet in staat zijn om te zorgen voor voldoende toegang tot gezondheidszorg, onderwijs of faciliteiten voor schoon drinkwater in veel van de mijngemeenschappen;

P. overwegende dat de onderliggende oorzaken van kinderarbeid onder meer worden gevormd door armoede, migratie, oorlog of aantasting van het milieu en klimaatverandering, een gebrekkige toegang tot goed onderwijs, een gebrek aan fatsoenlijk werk voor de ouders, een gebrek aan sociale bescherming en sociale normen; overwegende dat voor het aanpakken van kinderarbeid daarom een multidimensionale benadering en de analyse van de patronen van kinderarbeid in een specifieke context zijn vereist;

Q. overwegende dat Madagaskar onderaan staat op de menselijke ontwikkelingsindex van de Verenigde Naties, op plek 161 van in totaal 189 landen (2017) en 57 % van de bevolking van Madagaskar ernstige multidimensionale armoede lijdt op basis van de multidimensionale armoede-index, en dat in maart 2019 1,3 miljoen mensen in Madagaskar ernstig zijn getroffen door voedselonzekerheid[18]; overwegende dat kinderarbeid een symptoom is van onderliggende oorzaken die elkaar wederzijds versterken, waaronder armoede, ongelijkheid en gebrekkige toegang tot sociale basisvoorzieningen; overwegende dat kinderarbeid daarom niet op zichzelf kan worden bekeken;

R. overwegende dat de belastingheffing op de micasector in Madagaskar plaatsvindt via een reeks complexe regelingen, waarbij de belasting op uitvoer relatief laag is en de belastingheffing niet altijd rechtstreeks voordeel oplevert voor de mijngemeenschappen; overwegende dat slechts ongeveer 40 uitvoervergunningen zijn verleend, wat erop duidt dat het overgrote merendeel van de micamijnbouw op illegale ongereglementeerde wijze plaatsvindt in onveilige, verouderde groeven; overwegende dat de groei van de uitvoer in combinatie met de aanzienlijke daling van de prijs per ton het risico op arbeidsuitbuiting heeft verergerd;

S. overwegende dat het actieplan van de Europese Unie voor mensenrechten en democratie voor de periode 2015-2019 is gericht op het aanpakken van kinderarbeid, onder meer door de partnerlanden te ondersteunen bij het bevorderen, beschermen en verwezenlijken van de rechten van het kind, met speciale aandacht voor economische, sociale en culturele rechten zoals het recht op onderwijs, gezondheid en voeding, sociale bescherming en de bestrijding van de ergste vormen van kinderarbeid, waarbij het belang van het kind altijd voorop moet staan[19];

T. overwegende dat het Comité voor de rechten van het Kind in algemene opmerking 16 heeft verklaard dat het erkent dat de plicht en de verantwoordelijkheid om de rechten van kinderen te eerbiedigen in de praktijk niet alleen gelden voor de staat en door de staat gecontroleerde diensten en instellingen, maar ook voor private actoren en ondernemingen, waarbij het comité opmerkte dat alle ondernemingen hun verantwoordelijkheid moeten nemen inzake de rechten van kinderen en dat staten ervoor moeten zorgen dat zij dit daadwerkelijk doen;

U. overwegende dat de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen zich heeft verbonden tot een beleid van nultolerantie ten aanzien van kinderarbeid in de handelsovereenkomsten van de EU[20] en de voorgedragen vicevoorzitter voor Democratie en Demografie, Dubravka Šuica, heeft verzocht een alomvattende strategie inzake de rechten van het kind te ontwikkelen[21];

V. overwegende dat de EU de afgelopen jaren begonnen is wetgeving aan te nemen om de verantwoordingsplicht van bedrijven te bevorderen en bestanddelen van zorgvuldigheidseisen voor mensenrechten in wetgeving op te nemen, waaronder de verordening inzake conflictmineralen en de richtlijn van de EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie; overwegende dat de lidstaten zijn begonnen nationale wetgeving met hetzelfde doel aan te nemen, zoals de Britse wet inzake moderne slavernij, de Franse wet inzake de zorgplicht, de Nederlandse wet zorgplicht kinderarbeid, of de Duitse en Italiaanse nationale actieplannen voor de tenuitvoerlegging van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten; overwegende dat de Commissie heeft verklaard dat zij van plan is manieren te onderzoeken om de transparantie in de toeleveringsketen te verbeteren, met inbegrip van aspecten van bindende zorgvuldigheidseisen;

W. overwegende dat het Parlement de Commissie in 2010 in een resolutie heeft verzocht te overwegen om de invoer in de EU van met kinderarbeid vervaardigde producten te verbieden en deze eisen in 2016 heeft herhaald in een resolutie waarin het verzocht om “een evenwichtig en realistisch wetgevingsinitiatief” dat maatregelen omvat zoals het etiketteren van producten die zonder kinderarbeid zijn vervaardigd en het uitvaardigen van invoerverboden voor door middel van kinderarbeid vervaardigde producten;

1. veroordeelt met klem het onaanvaardbare gebruik van kinderarbeid in al zijn vormen;

2. is ernstig bezorgd over de grote aantallen kinderen die tewerkgesteld worden in Malagassische mijnen en de schendingen van de rechten van deze kinderen; herinnert de autoriteiten van Madagaskar aan hun verantwoordelijkheid voor het beschermen van de rechten van kinderen en het garanderen van hun veiligheid en integriteit;

3. is verheugd dat de uitbanning van kinderarbeid een van de prioriteiten van de nieuwe Commissie is en verzoekt haar details te geven over hoe zij van plan is kinderarbeid daadwerkelijk aan te pakken door middel van EU-beleid, wetgeving en financiering, met inbegrip van nieuwe initiatieven;

4. is ingenomen met de toezegging van de nieuwe Commissie om met een nieuwe alomvattende strategie inzake kinderrechten te komen en verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat die strategie zal bijdragen tot het aanpakken van de onderliggende oorzaken van kinderarbeid en de ergste vormen daarvan; verzoekt de EU ervoor te zorgen dat de eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de strijd tegen kinderarbeid en uitbuiting, een essentieel onderdeel van haar politieke dialoog met Madagaskar blijft;

5. is verheugd dat de lidstaten van de Europese Unie erop hebben aangedrongen dat alle actoren zowel binnen de EU als in andere delen van de wereld hun acties versnellen teneinde de visie en de doelstellingen van de Agenda 2030 te realiseren[22]; wijst opnieuw op de dringende noodzaak tot het aanpakken van mensenrechtenschendingen door transnationale ondernemingen; is daarom ingenomen met de lopende onderhandelingen over een bindend VN-verdrag over transnationale ondernemingen en mensenrechten;

6. is verheugd dat de EU enkele stappen heeft gezet om bindende regels te ontwikkelen op het gebied van zorgvuldigheid in het bedrijfsleven in bepaalde sectoren waar een groot risico op mensenrechtenschendingen bestaat, zoals op het gebied van de houtsector en conflictmineralen; merkt op dat ook enkele lidstaten wetgeving hebben ontwikkeld, zoals de Franse wet inzake de zorgplicht van multinationale ondernemingen en de Nederlandse wet zorgplicht kinderarbeid; merkt ook op dat de EU een aantal initiatieven heeft ontwikkeld om zorgvuldigheidseisen te bevorderen en dat het Europees Parlement in meerdere resoluties heeft aangedrongen op de verdere uitwerking van bindende EU-regels op dit gebied;

7. verzoekt de Commissie en de lidstaten nauw samen te werken met de verschillende sectoren om ervoor te zorgen dat de verschillende toeleveringsketens op efficiënte wijze worden gemonitord, teneinde te voorkomen dat met kinderarbeid verbonden producten en diensten op de EU-markten komen; pleit opnieuw voor de harmonisatie en de versterking van het toezicht op de invoer en de toeleveringsketens, onder meer door toe te werken naar bindende zorgvuldigheidseisen en het toepassen van de OESO-normen;

8. herinnert eraan dat de mijnbouw een van de sectoren is met het hoogste risico op de schending van de rechten van werknemers; neemt nota van het feit dat de zogenoemde verordening van de EU inzake conflictmineralen in januari 2021 in werking zal treden en de Commissie uiterlijk in januari 2023 verslag moet doen aan het Europees Parlement over de tenuitvoerlegging ervan; is van oordeel dat bij de evaluatie rekening moet worden gehouden met de impact van de verordening in het veld en de mogelijkheid moet worden onderzocht om mineralen als mica in de verordening op te nemen;

9. dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan samen te werken met Madagaskar om de vaststelling en toepassing van wetgeving, beleid, begrotingen en actieprogramma’s te ondersteunen die zouden bijdragen tot de volledige verwezenlijking van alle rechten van ieder kind, ook die van werkende kinderen, en tot het verbeteren van de arbeidsomstandigheden in de mijnbouw; verzoekt de delegatie van de EU in Madagaskar de situatie van de kinderrechten in het land nauwlettend te blijven monitoren;

10. benadrukt dat het belangrijk is dat in het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2021-2027 het belang wordt weerspiegeld dat de Europese Unie hecht aan de uitbanning van armoede en de ergste vormen van kinderarbeid en de toezegging om uiterlijk in 2025 kinderarbeid uit te bannen, overeenkomstig de duurzameontwikkelingsdoelstellingen, ook in Madagaskar[23], binnen de termijn van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties[24]; verzoekt de regering van Madagaskar al haar verplichtingen krachtens IAO-Verdrag nr. 182 betreffende de ergste vormen van kinderarbeid en Verdrag nr. 138 betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces na te komen, in het bijzonder door haar financiële capaciteit voor het monitoren en inspecteren van de arbeids- en leefomstandigheden van mijnwerkers te vergroten en meer in het algemeen door te zorgen voor voldoende toegang tot basisonderwijs, gezondheidszorg, sanitaire voorzieningen en drinkwater; verzoekt de regering van Madagaskar de rechten van het kind te beschermen en de uitbanning van kinderarbeid te bevorderen;

11. verzoekt de Commissie met klem de kwestie van het gebruik van kinderarbeid door Malagassische mijnbouwondernemingen aan te kaarten bij Madagaskar, teneinde zich ervan te verzekeren dat niets van hun productie rechtstreeks of indirect wordt ingevoerd in de EU;

12. benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat de verdieping van de economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Madagaskar en andere Oost- en Zuidelijk Afrikaanse partnerlanden een robuust hoofdstuk bevat over handel en duurzame ontwikkeling, waarin de eerbiediging van de internationaal overeengekomen normen op het gebied van arbeidsrechten is vervat, met inbegrip van de bestrijding van kinderarbeid;

13. beveelt aan dat in de toekomst de verordening betreffende het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) wordt toegepast in de context van de uitbanning van kinderarbeid, ook op het gebied van sociale inclusie en menselijke ontwikkeling, waardoor zal worden gewaarborgd dat de EU investeert in onderwijs, gezondheid, voeding, sociale bescherming en de algemene versterking van stelsels voor kinderbescherming;

14. verzoekt de Commissie en de delegaties van de EU met klem te zorgen voor betekenisvolle raadpleging van lokale en internationale maatschappelijke organisaties om ervoor te zorgen dat bij het NDICI-programmeringsproces rekening wordt gehouden met het bewijs van programma’s en de ervaringen van werkende kinderen, ook bij het programmeringsproces dat betrekking heeft op Madagaskar;

15. beveelt de Commissie aan door te gaan met het ondersteunen van de tenuitvoerlegging van de beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, kinderarbeid en moderne vormen van dwangarbeid te bestrijden en mensenrechtenverdedigers te beschermen door middel van het thematisch programma van het NDICI inzake mensenrechten en democratie;

16. pleit ervoor dat de EU als belangrijkste speler ter wereld op het gebied van mensenrechten de leiding neemt bij de uitbanning van kinderarbeid en het treffen van onmiddellijke en doeltreffende maatregelen om uiterlijk in 2025 een einde te maken aan kinderarbeid in al zijn vormen;

17. beveelt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) aan om in het volgende EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie prioriteit te geven aan de bescherming en bevordering van de rechten van kinderen en de uitbanning van kinderarbeid;

18. beveelt de EDEO aan het volgende EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie te ontwikkelen met de betekenisvolle en doeltreffende deelname van maatschappelijke organisaties, met inbegrip van kinderrechtenorganisaties en kinderen zelf;

19. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de volgende strategie EU-Afrika wordt bepaald door de ambitie om de duurzameontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken en door investeringen in een breed scala aan kinderrechten, en hierbij te waarborgen dat de uitbanning van kinderarbeid centraal staat in haar strategie; beveelt de Commissie aan de rechten van het kind centraal te stellen in de Post-Cotonou-overeenkomst;

20. verzoekt de Commissie een alomvattende uitvoeringsstrategie voor de Agenda 2030 te ontwikkelen en de uitbanning van kinderarbeid tot kerndoelstelling te maken; onderstreept de noodzaak het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling volledig toe te passen en een “berokken geen schade” -benadering van de rechten van het kind te integreren;

21. verzoekt Madagaskar de inclusie van jongeren te integreren in zijn nationale ontwikkelingsagenda’s, mechanismen vast te stellen voor het vergroten van hun vertegenwoordiging op alle besluitvormingsniveaus en specifieke en afdoende begrotingstoewijzingen beschikbaar te stellen voor programma’s waardoor alle jongeren basis-, middelbaar en hoger onderwijs kunnen genieten;

22. neemt kennis van de huidige herziening van de Malagassische wet op de mijnbouw en verzoekt de regering voorrang te geven aan de naleving van haar internationale verplichtingen, waaronder die op het gebied van sociale en milieunormen, fatsoenlijk werk en de eerbiediging van de mensenrechten in het algemeen en de rechten van het kind, door voort te bouwen op bestaande initiatieven zoals het “Responsible Mica Initiative” (initiatief voor verantwoord mica);

23. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de ACS-EU-Raad, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika, de Commissie van de Afrikaanse Unie en de regering van Madagaskar.

 

 

[1] PB C 380E van 11.12.2012, blz. 129.

[2] PB C 356 van 4.10.2018, blz. 58.

[3] PB C 263 van 25.7.2018, blz. 371.

[4] Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0066.

[6] PB C 101 van 16.3.2018, blz. 19.

[7] PB C 337 van 20.9.2018, blz. 33.

[8] PB C 215 van 19.6.2018, blz. 125.

[9] https://www.terredeshommes.nl/sites/tdh/files/visual_select_file/tdh_mica_madagascar_rapport.pdf

[10] Artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

[11] Verenigde Naties. 2015. Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, VN Doc. A/RES/70/1. Beschikbaar op: https://www.un.org/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/RES/70/1&Lang=E

[12] IAO. 2017. Global Estimates of Child Labour: Results and trends, 2012-2016. https://www.ilo.org/global/publications/books/WCMS_575499/lang--en/index.htm

[14] Instat/Unicef, Madagaskar 2018, Kinderarbeid, Multiple Indicator Cluster Surveys (MICS), PowerPoint-presentatie./UNICEF, Madagascar 2018, Travail des enfants, Multiple Indicator Cluster Surveys (MICS), PowerPointpresentatie.

[15] Website van de Wereldbank, deelname aan het lager onderwijs, https://data.worldbank.org/indicator/SE.PRM.ENRR?locations=MG

[16] Website van de Wereldbank, “Where We Work / Madagascar”, overzicht, https://www.worldbank.org/en/country/madagascar/overview

[17] Ministère de l’Economie et du Plan, Rapport National sur le Développement Humain, RNDH n°6, 2018, https://bit.ly/2IWdx8o

[18] OCHA, Madagascar, Aperçu de la situation humanitaire, maart-april 2019 (OCHA, Madagaskar, Overzicht van de humanitaire situatie), https://tinyurl.com/y4z3zrbo

[19] Raad van de Europese Unie. 2015. EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2015-2019. Actie 15, onder b), https://eeas.europa.eu/sites/eeas/files/eu_action_plan_on_human_rights_and_democracy_en_2.pdf

[20] Een Unie die de lat hoger legt. Mijn agenda voor Europa door kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen. Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2019-2024. Beschikbaar op: https://ec.europa.eu/commission/sites/beta-political/files/political-guidelines-next-commission_nl_0.pdf

[21] Ursula von der Leyen, verkozen voorzitter van de Europese Commissie. Opdrachtbrief aan Dubravka Šuica, voorgedragen vicevoorzitter voor Democratie en Demografie, 10 september 2019. Beschikbaar op: https://ec.europa.eu/commission/sites/beta-political/files/mission-letter-dubravka-suica_en.pdf

[24] De nieuwe Europese consensus over ontwikkeling: onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst, 2017. https://www.consilium.europa.eu/media/24011/european-consensus-for-development-st09459en17.pdf

Laatst bijgewerkt op: 12 februari 2020Juridische mededeling - Privacybeleid