Procedure : 2020/2777(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0280/2020

Ingediende teksten :

RC-B9-0280/2020

Debatten :

PV 15/09/2020 - 7
CRE 15/09/2020 - 7

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0232

<Date>{15/09/2020}15.9.2020</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9‑0280/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0281/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0282/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0283/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0284/2020</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 163kWORD 53k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, leden 2 en 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9‑0280/2020 (Verts/ALE)

B9‑0281/2020 (S&D)

B9‑0282/2020 (Renew)

B9‑0283/2020 (ECR)

B9‑0284/2020 (PPE)</TablingGroups>


<Titre>over de situatie in Rusland: de vergiftiging van Aleksej Navalny</Titre>

<DocRef>(2020/2777(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michael Gahler, Andrius Kubilius, Sandra Kalniete, Andrzej Halicki, Antonio López‑Istúriz White, Radosław Sikorski, Rasa Juknevičienė, Eugen Tomac, Miriam Lexmann, Roberta Metsola, David Lega</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Kati Piri, Tonino Picula, Włodzimierz Cimoszewicz</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Bernard Guetta, Clotilde Armand, Petras Auštrevičius, Malik Azmani, Stéphane Bijoux, Vlad‑Marius Botoş, Dita Charanzová, Olivier Chastel, Anna Júlia Donáth, Klemen Grošelj, Moritz Körner, Frédérique Ries, Michal Šimečka, Nicolae Ştefănuță, Ramona Strugariu</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Sergey Lagodinsky</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Ryszard Antoni Legutko, Anna Fotyga, Witold Jan Waszczykowski, Ruža Tomašić, Jadwiga Wiśniewska, Ryszard Czarnecki, Bogdan Rzońca, Elżbieta Kruk, Assita Kanko, Joanna Kopcińska, Charlie Weimers, Alexandr Vondra, Adam Bielan</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Rusland: de vergiftiging van Aleksej Navalny

(2020/2777(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Rusland,

 gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

 gezien de grondwet van de Russische Federatie, in het bijzonder hoofdstuk 2, en met name artikel 29, dat de vrijheid van meningsuiting beschermt, en de internationale mensenrechtenverplichtingen die Rusland heeft onderschreven als lid van de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), en de VN,

 gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid namens de EU van 3 september 2020 over de vergiftiging van Aleksej Navalny,

 gezien de verklaringen van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 24 augustus en 2 september 2020 over de vergiftiging van Aleksej Navalny,

 gezien de verklaring van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten Michelle Bachelet van 8 september 2020, waarin wordt aangedrongen op een onafhankelijk onderzoek naar de vergiftiging van Aleksej Navalny,

 gezien de verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7 van 8 september over de vergiftiging van Aleksej Navalny,

 gezien het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (het “Verdrag inzake chemische wapens”), uit hoofde waarvan het gebruik, de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en de overbrenging van chemische wapens verboden is,

 gezien de unanieme goedkeuring van Besluiten C-24/DEC.4 en C-24/DEC.5 tijdens de 24e zitting van de Conferentie van landen die partij zijn bij het Verdrag inzake chemische wapens (CWC) op 27 november 2019, waarmee organofosfor-zenuwgassen die bekendstaan als novitsjok werden opgenomen in Lijst 1 van de bijlage inzake chemische stoffen van het verdrag, en de inwerkingtreding van deze besluiten op 7 juni 2020,

 gezien de verklaring van het universitair ziekenhuis “Charité” in Berlijn van 24 augustus 2020 dat Aleksej Navalny het slachtoffer is van vergiftiging met een chemisch zenuwgas,

 gezien de verklaring van de regering van de Bondsrepubliek Duitsland van 2 september 2020 waarin de Russische regering met klem wordt verzocht zich over het incident uit te spreken, en de aanslag in de sterkst mogelijke bewoordingen wordt veroordeeld,

 gezien de verklaring van de directeur-generaal van de Organisatie voor het verbod van chemische wapens (OVCW) van 3 september 2020 over het vermeende gebruik van chemische wapens tegen Aleksej Navalny, waarin staat dat “krachtens het Verdrag inzake chemische wapens elke vergiftiging van een persoon middels het gebruik van een zenuwgas beschouwd wordt als het gebruik van chemische wapens”,

 gezien artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij de Russische Federatie partij is, die er beide in voorzien dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,

 gezien de Verklaring betreffende het recht en de verantwoordelijkheid van personen, groeperingen en maatschappelijke instanties voor de bevordering en bescherming van universeel erkende mensenrechten en fundamentele vrijheden, die op 9 december 1998 door de Algemene Vergadering van de VN is aangenomen,

 gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Aleksej Navalny, een prominent lid van de oppositie, jurist, blogger en anti-corruptieactivist in Rusland, talrijke corruptiezaken aan het licht heeft gebracht waarbij bedrijven en Russische politici betrokken zijn, meerdere publieke protesten in heel Rusland heeft geleid, en is uitgegroeid tot een van de weinige effectieve leiders van de Russische oppositie; overwegende dat hij al eerder opgepakt, gearresteerd en veroordeeld is in pogingen om een einde te maken aan zijn politieke en publieke activiteiten; overwegende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft verklaard dat een aantal van deze procedures neerkomt op misbruik en in strijd is met het beginsel van een eerlijk proces; overwegende dat Navalny in 2017 fysiek is aangevallen met een medisch ontsmettingsmiddel, waardoor hij bijna blind raakte, en dat in 2019 tijdens zijn detentie naar verluidt geprobeerd is hem te vergiftigen; overwegende dat de daders in geen van deze gevallen zijn vervolgd;

B. overwegende dat Aleksej Navalny volgens berichten op 20 augustus 2020 aan boord van een binnenlandse Russische vlucht in coma is geraakt, in een ziekenhuis in de Russische stad Tomsk is opgenomen, en op verzoek van zijn familie is overgebracht naar het ziekenhuis “Charité” in Berlijn, waar hij sinds 22 augustus 2020 wordt verzorgd;

C. overwegende dat de poging tot moord op Aleksej Navalny plaatsvond in de aanloop naar plaatselijke en regionale verkiezingen in Rusland op 13 september 2020, en dat hij en zijn team in dat verband actief betrokken waren bij de implementatie van een strategie voor ‘slim stemmen’ om de kandidaten van het regime-Poetin te verslaan; overwegende dat dit een bijzonder zorgwekkend licht werpt op de toestand van de democratie, fundamentele vrijheden en mensenrechten in Rusland;

D. overwegende dat Aleksej Navalny vlak vóór de poging om hem te vergiftigen in Novosibirsk en Tomsk was voor het doen van onderzoek naar gevallen van corruptie onder de plaatselijke gouverneurs; overwegende dat Aleksej Navalny met zijn anti-corruptie-activiteiten in de regio’s het bewustzijn van dergelijke gevallen onder de plaatselijke bevolking, alsmede de opkomst in de regionale verkiezingen (en de mobilisatie van de oppositie), vergrootte; overwegende dat Aleksej Navalny een netwerk van 40 regionale kantoren in het hele land heeft opgericht, die de plaatselijke autoriteiten permanent in de gaten houden, maar ook geïntimideerd en vervolgd worden door de Russische autoriteiten;

E. overwegende dat Aleksej Navalny zijn krachtige ondersteuning heeft uitgesproken voor de demonstranten van Khabarovsk en Belarus, en de veranderingen in Belarus als inspiratie zag voor de bevolking van Rusland;

F. overwegende dat politieke moorden en vergiftigingen systemische instrumenten van het regime in Rusland zijn waarmee de oppositie bewust in het vizier wordt genomen; overwegende dat een bijkomende verzwarende factor het feit is dat de autoriteiten weigeren de politiek gemotiveerde gevallen van (pogingen tot) moord op Anna Politkovskaya, Boris Nemtsov, Sergei Protazanov, Vladimir Kara-Murza en anderen serieus te onderzoeken; overwegende dat vertegenwoordigers van de oppositie stelselmatig worden blootgesteld aan verbale aanvallen, persoonsgerichte campagnes en demonisering door de regering of regeringsgezinde media;

G. overwegende dat deze recente poging tot moord slechts het laatste voorbeeld is van de zeer ernstige terugval op het gebied van de bescherming van mensenrechten en de eerbiediging van algemeen aanvaarde democratische beginselen en de rechtsstaat in de Russische Federatie;

H. overwegende dat de aanhoudende onderdrukking van maatschappelijke tegenstand wordt versterkt door de straffeloosheid van politie en veiligheidstroepen, alsook door de onwil van de rechtbanken om de werkelijke daders van deze misdaden te vervolgen, die niet alleen niet worden bestraft, maar zelfs door het Kremlin worden beloond;

I. overwegende dat er volgens de vooraanstaande Russische mensenrechtenorganisatie Memorial meer dan 300 politieke en religieuze gevangenen zijn in de Russische Federatie; overwegende dat de EU zich solidair verklaart met alle dissidenten en de Russische bevolking, die ondanks de bedreigingen voor hun vrijheid en leven, en de druk van het Kremlin en de Russische autoriteiten, blijven strijden voor vrijheid, mensenrechten en democratie;

J. overwegende dat de politiek gemotiveerde gevallen van (pogingen tot) moord door de Russische geheime diensten directe gevolgen voor de interne veiligheid van de EU hebben;

K. overwegende dat het universitair ziekenhuis “Charité” in Berlijn heeft geconcludeerd dat Aleksej Navalny vergiftigd is met een zenuwgas uit de novitsjok-familie, dat wil zeggen een door de Sovjet-Unie en de Russische Federatie ontwikkeld zenuwgas van militaire kwaliteit; overwegende dat een gespecialiseerd laboratorium van het Duitse leger en meerdere onafhankelijk werkende laboratoria deze conclusie hebben bevestigd; overwegende dat het zenuwgas novitsjok recent - in maart 2018 - op het grondgebied van de EU is gebruikt bij een aanslag op de voormalige medewerker van de Russische inlichtingendiensten Sergei Skripal en zijn dochter Yulia Skripal in Salisbury in het VK, waarbij inwoonster Dawn Sturgess van Amesbury per ongelijk om het leven is gekomen;

L. overwegende dat Russische artsen Aleksej Navalny als eersten voor vergiftiging hebben behandeld en nadien hebben verklaard dat er geen gifsporen in zijn lichaam zijn aangetroffen, en dat zij geprobeerd hebben te beletten dat hij naar het buitenland over zou worden gebracht, en verder overwegende dat de Russische autoriteiten elke betrokkenheid bij het incident ontkennen;

M. overwegende dat het zenuwgas novitsjok ontwikkeld en alleen beschikbaar is voor militaire structuren en geheime diensten in Rusland; overwegende dat dergelijke stoffen door Russische wetgeving gereglementeerd zijn; overwegende dat het zenuwgas novitsjok een chemisch wapen is dat alleen in militaire laboratoria van de staat kan worden ontwikkeld en niet door particuliere personen kan worden verworven; overwegende dat indien dit evenwel toch het geval zou zijn, er sprake is van een inbreuk op de door Rusland aangegane internationale wettelijke verplichtingen;

N. overwegende dat de Raad de Russische autoriteiten heeft verzocht een grondig onderzoek uit te voeren naar de poging tot moord op Aleksej Navalny, heeft aangedrongen op een gezamenlijke internationale reactie en zich het recht heeft voorbehouden om passende maatregelen te treffen, met inbegrip van beperkende maatregelen;

O. overwegende dat de vergiftiging van personen via het gebruik van zenuwgassen krachtens het Verdrag inzake chemische wapens beschouwd wordt als het gebruik van chemische wapens, en overwegende dat het gebruik van chemische wapens door eenieder onder om het even welke omstandigheden neerkomt op een grove schending van het internationaal recht en internationale mensenrechtennormen; overwegende dat novitsjok, na de unanieme goedkeuring van twee voorstellen daartoe, waaronder één afkomstig van de Russische Federatie, toegevoegd is aan de lijst van stoffen onder toezicht van het Verdrag inzake chemische wapens, en daarom onderworpen is aan de strengste controlerichtsnoeren waarin het Verdrag voorziet;

P. overwegende dat de rechten van vrijheid van gedachte, van vrije meningsuiting, van vereniging en van vreedzame vergadering verankerd zijn in de grondwet van de Russische Federatie;

Q. overwegende dat Russische, onder controle van de staat staande media de verantwoordelijkheid van de Russische autoriteiten voor de moordaanslag op het leven van Aleksej Navalny proberen te verdoezelen door desinformatie te verspreiden en de aandacht af te leiden van de voortdurende inbreuken op de democratie, de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden, alsook van de mensenrechtenschendingen in Rusland;

R. overwegende dat de regionale verkiezingen in Rusland op 13 september 2020 geresulteerd hebben in een recordaantal klachten over manipulatie van de uitslag; overwegende dat in de steden waar Aleksej Navalny vóór de aanslag op zijn leven aanwezig was (Novosibirsk en Tomsk) diens systeem voor “slim stemmen” doeltreffend is gebleken en bijgedragen heeft tot het verlies van kandidaten van Poetin;

S. overwegende dat het Parlement officieel tot de conclusie is gekomen dat Rusland niet langer als een “strategische partner” kan worden beschouwd, ook in het licht van zijn antagonistische buitenlands beleid, met inbegrip van militaire interventies en illegale bezettingen van derde landen;

1. veroordeelt met klem de moordaanslag op Aleksej Navalny en geeft uiting aan zijn grote bezorgdheid over het herhaaldelijke gebruik van chemische zenuwgassen tegen Russische burgers;

2. wijst erop dat het gebruik van chemische wapens onder alle omstandigheden een verwerpelijk misdrijf is in het kader van het internationaal recht, en met name het Verdrag inzake chemische stoffen;

3. onderstreept dat deze moordaanslag op Aleksej Navalny onderdeel uitmaakt van een systemische poging om hem en andere dissidenten het zwijgen op te leggen, en om hem en andere dissidenten ervan te weerhouden door te gaan met het blootleggen van ernstige corruptie in het regime, en om de politieke oppositie in het land in het algemeen af te schrikken, met name met het oog op het beïnvloeden van de Russische lokale en regionale tussentijdse verkiezingen op 11, 12 en 13 september;

4. herhaalt dat de zaak van Aleksej Navalny onderdeel uitmaakt van een algemener Russisch beleid van binnenlandse repressie en agressief optreden wereldwijd, van het verspreiden van instabiliteit en chaos, herstel van Ruslands invloedsfeer en dominante positie, en het ondermijnen van de op regels gebaseerde internationale orde;

5. dringt erop aan onmiddellijk te starten met een internationaal onderzoek (met de participatie van de EU, de VN, de Raad van Europa, hun bondgenoten, en de OVCW), en onderstreept vastberaden te zijn om aan een dergelijk onderzoek mee te doen; verzoekt de OVCW een diepgaand onderzoek te initiëren naar inbreuken op Ruslands internationale verplichtingen met betrekking tot chemische wapens; verzoekt de Russische autoriteiten volledig met de OVCW mee te werken, teneinde tot een onpartijdig internationaal onderzoek te komen en de daders van de aanslag op Aleksej Navalny voor het gerecht te brengen;

6. verzoekt de Raad Buitenlandse Zaken om tijdens zijn bijeenkomst op 21 september een resoluut standpunt ten aanzien van deze kwestie in te nemen; verlangt dat de EU op zo kort mogelijke termijn een lijst opstelt van ambitieuze restrictieve maatregelen tegen Rusland, en de bestaande sancties tegen Rusland aanscherpt; dringt aan op de invoering van sanctiemechanismen die de inbeslagneming en bevriezing mogelijk maken van de Europese activa van personen die volgens de bevindingen van de corruptiebestrijdingsstichting van Aleksej Navalny corrupt zijn;

7. verzoekt de Russische autoriteiten te stoppen met het lastigvallen, de intimidatie, het geweld en de onderdrukking van hun politieke tegenstanders door een eind te maken aan het heersende klimaat van straffeloosheid, dat al veel journalisten, mensenrechtenactivisten en politici van de oppositie het leven heeft gekost; onderstreept dat ervoor moet worden gezorgd dat zij hun rechtmatige en nuttige activiteiten kunnen uitvoeren zonder inmenging en zonder te moeten vrezen voor hun leven of het leven van hun familie en vrienden;

8. verzoekt de EU er bij Rusland op aan te blijven dringen dat het alle wetten die onverenigbaar zijn met internationale normen, waaronder de recente onwettige wijzigingen van de Russische grondwet en het wettelijk kader voor verkiezingen en de wetgeving inzake buitenlandse agenten en ongewenste organisaties, intrekt of wijzigt, teneinde pluralisme en vrije en eerlijke verkiezingen te faciliteren, en een gelijk speelveld voor kandidaten van de oppositie tot stand te brengen;

9. betuigt zijn solidariteit met de democratische krachten in Rusland, die zich inzetten voor een open en vrije samenleving, en spreekt zijn steun uit voor alle personen en organisaties die het doelwit zijn van aanvallen en repressie;

10. benadrukt dat de Russische Federatie, als lid van de VN-Veiligheidsraad, verplicht is het internationaal recht en de desbetreffende overeenkomsten en verdragen te eerbiedigen en haar internationale verplichtingen volledig na te komen, ook wat betreft het verlenen van medewerking aan de OVCW bij het onderzoeken van schendingen van het Verdrag inzake chemische wapens;

11. verzoekt de Russische Federatie met klem op zo kort mogelijke termijn te reageren op de door de internationale gemeenschap te berde gebrachte kwesties en haar novitsjok-programma onmiddellijk, volledig en compleet aan de OVCW openbaar te maken;

12. benadrukt dat de Russische Federatie, als lid van de Raad van Europa en de OVSE, ertoe gehouden is de in het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten verankerde fundamentele vrijheden, mensenrechten en de rechtsstaat te eerbiedigen;

13. roept de VV/HV en de Europese Dienst voor extern optreden ertoe op te waarborgen dat de zaken van alle om politieke redenen vervolgde personen ter sprake worden gebracht bij het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland, wanneer dit wordt hervat, en formeel te verzoeken dat de Russische vertegenwoordigers bij dit overleg een reactie geven op elke zaak; roept de voorzitters van de Raad en de Commissie en de VV/HV ertoe op deze zaken nauwlettend te blijven volgen en de gevallen in verschillende vormen en op verschillende vergaderingen met Rusland aan te kaarten, en verslag uit te brengen aan het Parlement over de gedachtewisselingen met de Russische autoriteiten;

14. verzoekt de lidstaten hun Ruslandbeleid te coördineren en in de bilaterale en multilaterale fora met de Russische autoriteiten met één stem te spreken;

15. herhaalt dat het de allerhoogste tijd is voor een grondige en strategische herbeoordeling van de betrekkingen van de EU met Rusland, waarbij:

a. de VV/HV verzocht wordt het Ruslandbeleid van de EU en de vijf leidende beginselen voor de betrekkingen van de EU met Rusland tegen het licht te houden, en een nieuwe, alomvattende strategie te ontwikkelen, waarbij voor conditionaliteit moet worden gezorgd met verdere ontwikkelingen op het vlak van de democratie, de rechtsstaat en eerbiediging van mensenrechten door de Russische leiders en autoriteiten;

b. de lidstaten verzocht worden Rusland in internationale fora (zoals de G7 en andere formats) te blijven isoleren, en nog eens kritisch te kijken naar de samenwerking van de EU met Rusland in het kader van de verschillende buitenlandse beleidsplatforms;

c. de Raad verzocht wordt prioriteit toe te kennen aan de goedkeuring van het EU-mechanisme voor het opleggen van sancties in verband met mensenrechtenschendingen (naar het voorbeeld van de Magnitski Act) en de toepassing daarvan in de nabije toekomst, dat onder meer zal bestaan uit een lijst van personen en - mogelijkerwijs - de oplegging van sectorale sancties aan het Russische regime;

d. in het licht van de zaak-Navalny zijn oude standpunt wordt herhaald dat het Nord Stream 2-project moet worden stopgezet;

e. de Raad verzocht wordt een EU-strategie vast te stellen voor het ondersteunen van Russische dissidenten, niet-gouvernementele organisaties, en onafhankelijke media/journalisten, en daarbij ten volle gebruik te maken van de mechanismen voor mensenrechtenverdedigers, aanvullende mogelijkheden te creëren voor jonge Russen om in de EU te studeren en te helpen bij de oprichting van een Russische universiteit in ballingschap in één van de lidstaten;

f. de Raad verzocht wordt onmiddellijk te starten met het voorbereiden en vaststellen van een EU-strategie voor betrekkingen met een democratisch Rusland in de toekomst, inclusief een breed aanbod van stimulansen en voorwaarden voor het versterken van progressie in de richting van vrijheid en democratie in Rusland;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa alsook de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

 

 

 

Laatst bijgewerkt op: 16 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid