Procedure : 2020/2881(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0383/2020

Ingediende teksten :

RC-B9-0383/2020

Debatten :

PV 26/11/2020 - 8.2
CRE 26/11/2020 - 8.2

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0330

<Date>{25/11/2020}25.11.2020</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9-0383/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0384/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0385/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0386/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0387/2020</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0388/2020</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 169kWORD 53k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9-0383/2020 (GUE/NGL)

B9-0384/2020 (S&D)

B9-0385/2020 (Verts/ALE)

B9-0386/2020 (ECR)

B9-0387/2020 (Renew)

B9-0388/2020 (PPE)</TablingGroups>


<Titre>over de situatie in Ethiopië</Titre>

<DocRef>(2020/2881(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michael Gahler, Željana Zovko, Isabel Wiseler-Lima, Sandra Kalniete, Miriam Lexmann, Loránt Vincze, György Hölvényi, Antonio López-Istúriz White, Tomáš Zdechovský, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Inese Vaidere, Vangelis Meimarakis, Krzysztof Hetman, Romana Tomc, Magdalena Adamowicz, Ivan Štefanec, Maria Walsh, Adam Jarubas, Benoît Lutgen, Eva Maydell, Jiří Pospíšil, Stanislav Polčák, Stelios Kympouropoulos, David Lega, Luděk Niedermayer, Paulo Rangel, Vladimír Bilčík, Ioan-Rareş Bogdan</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Kati Piri, Carlos Zorrinho</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Jan-Christoph Oetjen, Andrus Ansip, Petras Auštrevičius, Izaskun Bilbao Barandica, Katalin Cseh, Bernard Guetta, Svenja Hahn, Karin Karlsbro, Moritz Körner, Javier Nart, María Soraya Rodríguez Ramos, Nicolae Ştefănuță, Hilde Vautmans, Marie-Pierre Vedrenne</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Hannah Neumann, Katrin Langensiepen</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Anna Fotyga, Karol Karski, Raffaele Fitto, Angel Dzhambazki, Assita Kanko, Adam Bielan, Elżbieta Kruk, Alexandr Vondra, Veronika Vrecionová, Emmanouil Fragkos, Ruža Tomašić, Jan Zahradil, Eugen Jurzyca, Joanna Kopcińska, Witold Jan Waszczykowski, Jadwiga Wiśniewska</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

<Depute>Miguel Urbán Crespo</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

<Depute>Fabio Massimo Castaldo</Depute>

</RepeatBlock-By>


Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Ethiopië

(2020/2881(RSP))

 

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Ethiopië,

 gezien de verklaring van 9 november 2020 van hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter Josep Borrell over de jongste ontwikkelingen in Ethiopië,

 gezien de gezamenlijke verklaring van 12 november 2020 van hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter Josep Borrell en commissaris voor Crisisbeheer Janez Lenarčič over de jongste ontwikkelingen in Ethiopië,

 gezien de verklaring van 19 november 2020 van commissaris voor Crisisbeheersing Janez Lenarčič met als titel “Tigray conflict: EU humanitarian support to Ethiopian refugees reaching Sudan”,

 gezien de verklaring van 4 november 2020 van de secretaris-generaal van de VN,

 gezien de verklaringen van 6 en 13 november 2020 van Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten Michelle Bachelet over Tigray,

 gezien de informele gesprekken van 24 november 2020 in de VN-Veiligheidsraad over het aanhoudende conflict in de Ethiopische regio Tigray,

 gezien het situatieverslag van 11 november 2020 van het Bureau van de VN voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) over Ethiopië,

 gezien de verklaring van 9 november 2020 van de voorzitter van de Commissie van de Afrikaanse Unie, de heer Moussa Faki Mahamat, over de situatie in Ethiopië,

 gezien de verklaring van 9 november 2020 van de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU,

 gezien de verklaring van 19 november 2020 van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU-lidstaten,

 gezien de grondwet van de Federale Democratische Republiek Ethiopië, aangenomen op 8 december 1994, en met name de bepalingen in hoofdstuk III inzake fundamentele rechten en vrijheden, mensenrechten en democratische rechten,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,

 gezien het Afrikaanse Handvest inzake de rechten van mensen en volkeren,

 gezien het Afrikaans Handvest inzake democratie, verkiezingen en bestuur,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van de VN,

 gezien de tweede herziening van de Overeenkomst van Cotonou,

 gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het huidige gewapende conflict tussen de federale regering van Ethiopië en het regionale bestuur van Tigray onder leiding van het Volksfront voor de bevrijding van Tigray (Tigray People’s Liberation Front, TPLF) honderden burgerdoden en massale ontheemding heeft veroorzaakt;

B. overwegende dat de Ethiopische regering op 4 november de noodtoestand heeft afgekondigd en militaire operaties heeft opgestart in de noordelijke regio Tigray een dag na de melding van een aanslag door het TPLF op de militaire basis van de federale regering in de regio Tigray; overwegende dat sindsdien gewapende confrontaties hebben plaatsgevonden tussen federale strijdkrachten (het federale leger, de speciale politiemacht van de regio Amhara en de lokale milities van Amhara) enerzijds en regionale strijdkrachten (de speciale politiemacht van Tigray en milities) die loyaal zijn aan het TPLF anderzijds;

C. overwegende dat de politieke divergentie tussen de PP en het TPLF verder werd versterkt toen de federale regering de nationale verkiezingen, die gepland waren voor mei 2020, uitstelde als gevolg van de COVID-19-crisis;

D. overwegende dat het regionale bestuur van Tigray, onder leiding van het TPLF, in september 2020 zijn eigen verkiezingen heeft gehouden, die door de Ethiopische regering onwettig werden verklaard omdat haar ambtstermijn in september 2020 moest aflopen; overwegende dat het federale parlement het verkiezingsproces in de regio Tigray als illegaal beschouwt; overwegende dat de leiding van Tigray heeft aangekondigd de federale regering en haar wetten niet langer te erkennen; overwegende dat het federale parlement op 3 november 2020 het TPLF heeft uitgeroepen tot terroristische groepering;

E. overwegende dat het TPLF op 8 november 2020 de Afrikaanse Unie heeft benaderd om gesprekken voor te stellen, maar dat de federale regering elke mogelijkheid van onderhandelingen met het TPLF heeft uitgesloten en internationale oproepen tot dialoog en bemiddeling heeft verworpen, met als argument dat het conflict in Tigray een interne aangelegenheid is die niet mag worden geinternationaliseerd; overwegende dat de EU haar steun heeft aangeboden om de spanningen te helpen de-escaleren, de dialoog weer op gang te brengen en de rechtsstaat in heel Ethiopië te waarborgen;

F. overwegende dat Abiy Ahmed in 2018 een historisch vredesakkoord met Eritrea heeft gerealiseerd dat een einde maakte aan de opschorting van de diplomatieke en commerciële banden tussen beide landen gedurende meer dan tien jaar; overwegende dat de regering-Abiy belangrijke stappen heeft ondernomen om journalisten en politieke gevangenen vrij te laten, voorheen verboden oppositiegroepen te laten functioneren en nieuwe wetten goed te keuren inzake maatschappelijke organisaties en terrorismebestrijding; overwegende dat de regering onlangs kritiek heeft gekregen vanwege de detentie van politici van de oppositie; overwegende dat er bezorgdheid blijft bestaan over de goedkeuring van een nieuwe wet ter bestrijding van haatzaaiende uitlatingen en desinformatie, die een negatieve invloed kan hebben op de vrijheid van meningsuiting;

G. overwegende dat sommige politieke groeperingen die banden hebben met etnische groepen in Ethiopië die zich gemarginaliseerd voelen door het federalistische bestuurssysteem van Ethiopië, beweren dat dit systeem heeft geleid tot etnische favoritisme en discriminatie;

H. overwegende dat in juni 2020 alom geweld is uitgebroken na de dood van Hachalu Hundessa, een zanger en activist uit de regio Oromo, waarbij honderden mensen werden gedood en gearresteerd; overwegende dat op 1 november 2020 meer dan 50 Amharen zijn gedood bij aanvallen op drie dorpen die algemeen worden gezien als etnisch gemotiveerd en mogelijk zijn uitgevoerd door het Leger voor de bevrijding van Oromo (Oromo Liberation Army, OLA), een militie die zich heeft afgescheiden van het Front voor de bevrijding van Oromo (Oromo Liberation Front, OLF);

I. overwegende dat de Ethiopische autoriteiten volgens de Nationale Amhara-beweging voor 28 november 2020 geplande vreedzame protesten tegen etnisch gemotiveerde moorden hebben verboden;

J. overwegende dat volgens internationale mensenrechtenorganisaties sinds het begin van het conflict diverse incidenten hebben plaatsgevonden van willekeurige moorden op burgers in verschillende delen van Tigray, waaronder een bloedbad op de nacht van 9 november 2020 in Mai-Kadra, in de regio Tigray, waar het ombrengen van honderden burgers kan neerkomen op oorlogsmisdaden;

K. overwegende dat volgens internationale mensenrechtenorganisaties de inwoners van Tigray elders in het land hun baan hebben verloren en niet internationaal mogen vliegen; overwegende dat er meldingen zijn van fysiek en digitaal toezicht, massale willekeurige arrestaties en opsluitingen;

L. overwegende dat de president van Tigray heeft bevestigd dat zijn troepen raketten hadden afgevuurd tegen de luchthaven van Asmara in Eritrea;

M. overwegende dat de dodelijke gevechten tussen de Ethiopische federale strijdkrachten en het TPLF internationale bezorgdheid hebben doen ontstaan over de risico’s in verband met het verscherpen van bestaande veiligheidssituaties in Ethiopië of het veroorzaken van nieuwe veiligheidssituaties, hetgeen gevolgen kan hebben voor buurlanden en eventueel de hele Hoorn van Afrika kan destabiliseren; overwegende dat Ethiopië troepen uit Somalië heeft teruggetrokken die streden tegen islamistische opstandelingen; overwegende dat de Keniaanse autoriteiten de veiligheid aan de grens met Ethiopië hebben opgevoerd uit vrees voor toenemende spanningen;

N. overwegende dat de ontwikkelingssamenwerking van de EU met Ethiopië een van de grootste ter wereld is, met 815 miljoen EUR voor de periode 2014-2020; overwegende dat Ethiopië ook een van de belangrijkste begunstigden is van het EU-noodtrustfonds voor Afrika, met meer dan 271,5 miljoen EUR voor 2015-2019; overwegende dat de EU in 2020 44,29 miljoen EUR beschikbaar stelt voor humanitaire projecten in Ethiopië door steun te verlenen voor levensreddende hulp aan intern ontheemden die gevlucht zijn voor geweld of natuurrampen;

O. overwegende dat het Bureau van de VN voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) toegang heeft gevraagd tot de regio Tigray, die sinds het begin van de gevechten volledig geïsoleerd is (internet- en telefoontoegang zijn stopgezet); overwegende dat volgens de UNHCR het gebrek aan elektriciteit, telecommunicatie, toegang tot brandstof en contant geld de humanitaire hulprespons in Tigray en in de rest van Ethiopië beperkt, inclusief voor wie tijdens de gevechten gewond is geraakt of vermoord is;

P. overwegende dat reeds voor het begin van de gevechten 15,2 miljoen mensen in Ethiopië humanitaire hulp nodig hadden, waarvan 2 miljoen in de regio Tigray; overwegende dat de regio Tigray de op vier na meest bevolkte regio van Ethiopië is, met meer dan 6 miljoen mensen, en dat er 100 000 intern ontheemden en 96 000 Eritrese vluchtelingen verblijven; overwegende dat er diverse belangrijke vluchtelingenkampen zijn, waar volgens ngo’s 44 % van de bewoners kinderen zijn;

Q. overwegende dat Ethiopië de Overeenkomst van Cotonou heeft ondertekend en dat in artikel 96 van deze overeenkomst is bepaald dat de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden een essentieel onderdeel vormt van de ACS-EU-samenwerking;

R. overwegende dat de gevechten aan beide zijden duizenden doden en gewonden hebben veroorzaakt en geleid hebben tot ernstige schendingen van de mensenrechten en schendingen van het internationaal humanitair recht; overwegende dat volgens de UNHCR op 22 november meer dan 38 500 vluchtelingen het conflict waren ontvlucht en de grens naar Soedan waren overgestoken; overwegende dat de VN heeft gewaarschuwd voor een grootschalige humanitaire crisis en dat de VN-agentschappen zich voorbereiden op de mogelijke aankomst van 200 000 vluchtelingen over een periode van zes maanden; overwegende dat de gevechten ook leiden tot interne ontheemding van de bevolking; overwegende dat de UNHCR de twee partijen bij het conflict reeds heeft verzocht corridors te openen om mensen in staat te stellen te vertrekken en tegelijk mogelijk te maken dat bevoorrading wordt geleverd; overwegende dat de internationale humanitaire organisaties ter plaatse slecht uitgerust zijn en te kampen hebben met tekorten aan voorraden die nodig zijn om nieuwe vluchtelingen en slachtoffers van geweld te behandelen; overwegende dat de VN‑agentschappen op zoek zijn naar 50 miljoen USD aan directe financiering voor het verstrekken van voedsel en het opzetten van nieuwe kampen; overwegende dat de Commissie een eerste bedrag van 4 miljoen EUR aan noodhulp uittrekt om de ontheemden te helpen die aankomen in Soedan;

1. is ernstig bezorgd over de recente ontwikkelingen in Ethiopië, waaronder het aanhoudende geweld en de aantijgingen in verband met ernstige schendingen van fundamentele mensenrechten; betreurt het huidige gewapende conflict tussen de federale regering van Ethiopië en het regionale bestuur van Tigray onder leiding van het TPLF; dringt er bij beide partijen op aan om zich te verbinden tot een onmiddellijk staakt-het-vuren, om politieke meningsverschillen op democratische wijze en binnen het kader van de grondwet van het land op te lossen met het oog op een duurzame en vreedzame oplossing, om een toezichtmechanisme voor het staakt-het-vuren op te zetten en om door middel van een inclusieve dialoog een nationale consensus te proberen bereiken;

2. spreekt zijn solidariteit uit met de slachtoffers en hun familie; betreurt het verlies van mensenlevens en de moorden op onschuldige burgers, evenals de buitengerechtelijke executies, ongeacht wie de daders zijn;

3. roept de centrale regering van Ethiopië en het TPLF ertoe op onmiddellijk actie te ondernemen om het conflict te de-escaleren; dringt erop aan dat alle actoren een op mensen gerichte veiligheidsbenadering hanteren;

4. betreurt dat de toegang voor humanitaire hulpverleners momenteel ernstig wordt beperkt; roept de Ethiopische regering ertoe op humanitaire organisaties onmiddellijke en onbeperkte toegang te verlenen tot de conflictgebieden, teneinde humanitaire hulp te waarborgen; waarschuwt voor het gevaar van een grote humanitaire crisis in het land, de buurlanden en de ruimere regio;

5. wijst bezorgd op het ultimatum van premier Abiy aan de troepen van Tigray, waarin zij worden aangespoord zich over te geven en waarin wordt gesteld dat er anders een militaire aanval op de regionale hoofdstad Mekelle zal plaatsvinden;

6. herinnert eraan dat opzettelijke aanvallen op burgers oorlogsmisdaden zijn; roept de troepen van beide partijen ertoe op de internationale mensenrechten en het internationaal humanitair recht te eerbiedigen en de bescherming van de bevolking in de getroffen gebieden te verzekeren; spoort alle partijen bij het conflict en de regionale autoriteiten aan zo weinig mogelijk schade te berokkenen aan de burgerbevolking en de toegang van burgers tot basisvoorzieningen te allen tijde te verzekeren en toe te staan;

7. merkt met grote bezorgdheid op dat de interetnische spanningen en het interetnisch geweld in Ethiopië toenemen; acht het van het grootste belang dat de autoriteiten van Ethiopië en Tigray verantwoordelijk leiderschap aan de dag leggen door voor alle actoren en etnische groepen een inclusief politiek klimaat te scheppen;

8. spoort de federale autoriteiten aan etnische groepen niet langer willekeurig te arresteren, te volgen of op een andere manier te viseren; verzoekt de Ethiopische autoriteiten om krachtige maatregelen te treffen tegen etnische profilering en om de bescherming van etnische minderheden in het hele land te waarborgen; verzoekt de Ethiopische regering om hervormingen door te voeren om de mensenrechten te beschermen en te zorgen voor gelijke toegang tot overheidsdiensten en -middelen voor alle etnische groepen;

9. is ernstig bezorgd over de toenemende verspreiding van desinformatie en het gebruik van haatzaaiende taal, waarbij etnische groepen tegen elkaar worden opgezet om het huidige conflict in Tigray op te stoken; roept alle bij het conflict betrokken partijen ertoe op zowel online als offline geen opruiende en haatzaaiende taal te gebruiken; dringt er bij de nationale en lokale autoriteiten, mediaorganisaties en het publiek op aan niet aan te zetten tot geweld tegen, discriminatie van of vijandigheid tegen de bedreigde bevolkingsgroepen;

10. verzoekt de buurlanden van Ethiopië, waaronder Eritrea, en andere landen in de ruimere regio, zoals de landen in het Nijlbekken, zich te onthouden van politieke en militaire interventies die het conflict zouden kunnen aanwakkeren; benadrukt dat als ze dat niet doen, de ruimere regio dreigt te destabiliseren, met desastreuze gevolgen voor de internationale vrede en veiligheid; wijst op de cruciale rol die de buurlanden van Ethiopië kunnen spelen bij het verlenen van diplomatieke steun voor de de-escalatie van het conflict;

11. spreekt zijn volledige steun uit voor de door de Afrikaanse Unie (AU) gestuurde bemiddeling en de-escalatie-inspanningen die door het Zuid-Afrikaanse voorzitterschap van de AU in gang zijn gezet, met name de benoeming van drie speciale gezanten van de AU, en roept alle betrokken partijen ertoe op actief samen te werken en deel te nemen aan de bemiddelingspogingen van de AU; verzoekt de Ethiopische autoriteiten om samen te werken met internationale organisaties zoals de Afrikaanse Unie, de IGAD en de Europese Unie, om een inclusieve dialoog aan te gaan in een poging om vrede, veiligheid en stabiliteit in het land en de regio te bewerkstelligen;

12. is erg bezorgd over de feitelijke communicatieblack-out in de noordelijke regio Tigray; spoort de Ethiopische regering ertoe aan alle vormen van communicatie met Tigray te herstellen als een daad van verantwoording en transparantie ten aanzien van haar militaire operaties in de regio, en vrije communicatie tussen de bevolking van Tigray mogelijk te maken; benadrukt het belang en de noodzaak van toegang tot informatie, zowel online als offline, aangezien het recht van iedereen om te worden geïnformeerd en toegang te krijgen tot informatie in een crisissituatie van levensbelang is; dringt erop aan onafhankelijke verslaggeving over de situatie toe te staan; benadrukt dat het belangrijk is onafhankelijke media onmiddellijk toegang te verlenen tot Tigray; dringt er bij de Ethiopische regering op aan de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en de persvrijheid zoals bepaald in de Ethiopische grondwet volledig te eerbiedigen en onterecht opgesloten journalisten en bloggers vrij te laten; is er vast van overtuigd dat vreedzaam protest een onderdeel is van een democratisch proces en dat hierop reageren met buitensporig geweld onder alle omstandigheden moet worden voorkomen;

13. roept alle partijen bij het conflict ertoe op het veilige en vrije verkeer van burgers te verzekeren en ervoor te zorgen dat de vrijheid van vergadering wordt geëerbiedigd;

14. verzoekt alle partijen die betrokken zijn bij het conflict in de noordelijke regio Tigray om ongehinderde toegang te verlenen aan onafhankelijke mensenrechtenwaarnemers teneinde te waarborgen dat de internationale mensenrechtennormen worden nageleefd; verzoekt alle partijen bij het conflict om nauw samen te werken met de relevante actoren en een transparant onderzoek in te stellen naar het bloedbad in Mai Kadra, en dringt erop aan dat de daders van dit misdrijf ter verantwoording worden geroepen en onverwijld worden vervolgd;

15. roept de Ethiopische federale autoriteiten ertoe op een grondig, onafhankelijk, doeltreffend en onpartijdig onderzoek in te stellen naar alle moorden en mensenrechtenschendingen, met inbegrip van het buitensporig gebruik van geweld, willekeurige aanhoudingen en gedwongen verdwijningen, en dringt er bij de autoriteiten van Tigray op aan mee te werken aan dit onderzoek; verzoekt alle Ethiopische autoriteiten straffeloosheid actief te bestrijden; herinnert de Ethiopische regering aan haar verplichtingen om de grondrechten te waarborgen, met inbegrip van de toegang tot de rechter en het recht op een eerlijk en onafhankelijk proces, zoals vastgelegd in het Afrikaans Handvest en andere internationale en regionale mensenrechteninstrumenten, waaronder de Overeenkomst van Cotonou; dringt erop aan dat de Ethiopische autoriteiten de eerbiediging en handhaving van een eerlijke en onpartijdige rechtsstaat in heel Ethiopië waarborgen;

16. roept op tot nauwe samenwerking tussen de humanitaire hulpverleners van de EU en het UNHCR, en verzoekt het UNHCR steun te blijven verlenen aan de vluchtelingen die deze crisis hebben ontvlucht, waaronder in de buurt van de gebieden die zij hebben ontvlucht; herinnert eraan dat de Ethiopische regering verantwoordelijk is voor de veiligheid van vluchtelingen en intern ontheemden op haar grondgebied; herinnert eraan dat meer dan 96 000 Eritrese vluchtelingen vooral in vluchtelingenkampen in Tigray verblijven; sluit zich aan bij de oproepen van de internationale gemeenschap en humanitaire organisaties om de hulp aan vluchtelingen en ontheemden op te voeren;

17. verzoekt de EU en haar partners om de Sudanese regering en lokale autoriteiten te steunen bij hun dringende reactie op oproepen om de Ethiopische vluchtelingen die de gevechten in de regio Tigray ontvluchten op te vangen; waardeert de bereidheid van Sudan om vluchtelingen die het conflict ontvluchten op te vangen; benadrukt dat er dringend voorbereidingen moeten worden getroffen voor de aankomst van tot 200 000 vluchtelingen in Sudan; merkt op dat Ethiopië voor migranten een belangrijk land van bestemming, doorreis en herkomst is; roept de Commissie en de lidstaten ertoe op te waarborgen dat alle in het kader van het EU-noodtrustfonds voor Afrika gefinancierde projecten de mensenrechten eerbiedigen, in het bijzonder de rechten van migranten en intern ontheemden;

18. dringt erop aan dat de EU en haar lidstaten dringend aanvullende middelen vrijmaken en die op gestructureerde en gecoördineerde wijze inzetten om in te spelen op alle door het conflict veroorzaakte behoeften;

19. is ingenomen met de toezegging van de Ethiopische regering om in 2021 algemene verkiezingen te houden; dringt er bij alle politieke actoren in het land op aan voorafgaand aan de verkiezingen een politieke dialoog aan te gaan met burgers uit het hele politieke, ideologische, regionale en etnische spectrum; benadrukt met klem dat vrije, eerlijke, inclusieve en geloofwaardige verkiezingen alleen kunnen plaatsvinden in een sfeer die vrij is van intimidatie, geweld en pesterijen en wanneer de vrijheid van meningsuiting en vereniging worden gewaarborgd, in overeenstemming met internationale normen; betreurt dat de toezegging om vrije verkiezingen te houden is ondermijnd doordat verschillende politici van de oppositie uit het hele politieke spectrum sinds juni 2020 zijn aangehouden en de regels voor een eerlijk proces ernstig zijn geschonden, waardoor het recht van gevangen op een eerlijk proces is ondermijnd; dringt er bij de autoriteiten op aan om iedereen die is aangehouden vrij te laten, tenzij ze worden beschuldigd van wettelijk erkende strafbare feiten en kunnen worden vervolgd in overeenstemming met de internationale normen voor een eerlijk proces;

20. uit zijn gehechtheid aan de eenheid en territoriale integriteit van Ethiopië en verzoekt alle actoren in Ethiopië om te streven naar een vreedzame oplossing van elk conflict in het land;

21. verzoekt de EU alle nodige diplomatieke middelen te blijven inzetten om samen te werken met de federale en regionale autoriteiten, alsook met regionale partners en multilaterale instellingen, teneinde het conflict op vreedzame wijze op te lossen;

22. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Europese Dienst voor extern optreden, de federale regering en het parlement van Ethiopië, de autoriteiten van Tigray, de regering van de Republiek Sudan, de regeringen van de IGAD, de Afrikaanse Unie en haar lidstaten, het Pan‑Afrikaans Parlement en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

 

 

Laatst bijgewerkt op: 25 november 2020Juridische mededeling - Privacybeleid