Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B9-0056/2021Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B9-0056/2021

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE over de jongste ontwikkelingen met betrekking tot de Nationale Vergadering van Venezuela

19.1.2021 - (2021/2508(RSP))

ingediend overeenkomstig artikel 132, leden 2 en 4, van het Reglement
ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:
B9-0056/2021 (PPE)
B9-0064/2021 (ECR)
B9-0065/2021 (Renew)

Leopoldo López Gil, Dolors Montserrat, Esteban González Pons, Paulo Rangel, Michael Gahler, Antonio Tajani, David McAllister, Gabriel Mato, Antonio López-Istúriz White, Francisco José Millán Mon, Cláudia Monteiro de Aguiar, Isabel Wiseler-Lima, Miriam Lexmann, Álvaro Amaro
namens de PPE-Fractie
Jordi Cañas, Dita Charanzová, Olivier Chastel, Nicola Danti, Klemen Grošelj, Moritz Körner, Ilhan Kyuchyuk, Javier Nart, Samira Rafaela, María Soraya Rodríguez Ramos, Nicolae Ştefănuță, Dragoş Tudorache, Hilde Vautmans, Adrián Vázquez Lázara, Frédérique Ries
namens de Renew-Fractie
Hermann Tertsch, Eugen Jurzyca, Raffaele Fitto, Ryszard Antoni Legutko, Jadwiga Wiśniewska, Anna Fotyga
namens de ECR-Fractie


Procedure : 2021/2508(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
RC-B9-0056/2021
Ingediende teksten :
RC-B9-0056/2021
Aangenomen teksten :

Resolutie van het Europees Parlement over de jongste ontwikkelingen met betrekking tot de Nationale Vergadering van Venezuela

(2021/2508(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, met name die van 31 januari 2019 over de situatie in Venezuela[1], van 16 januari 2020 over de situatie in Venezuela na de illegale verkiezing van de voorzitter en het bureau van het nieuwe parlement (parlementaire coup)[2] en die van 10 juli 2020 over de humanitaire situatie in Venezuela en de migratie- en vluchtelingencrisis[3],

 gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 6 januari 2021 en van 7 december 2020 over Venezuela en over de verkiezingen voor de Nationale Vergadering van 6 december 2020, en gezien de eerdere verklaringen van de woordvoerder van 4 en 16 juni 2020 over de jongste ontwikkelingen in Venezuela,

 gezien de verklaringen van de internationale contactgroep van 8 december 2020 over de verkiezingen voor de Nationale Vergadering van Venezuela die op 6 december 2020 werden gehouden, van 16 juni 2020, waarin de internationale contactgroep de beschikking van het Hooggerechtshof van Venezuela tot aanwijzing van de nieuwe nationale kiesraad als onwettig verwierp, en van 24 juni 2020 over de verergering van de politieke crisis in Venezuela,

 gezien de recente verklaringen van de Groep van Lima, met name die van 5 januari 2021,

 gezien de verklaring van de Commissie buitenlandse zaken van het Europees Parlement van 11 juni 2020 over de aanvallen op de Nationale Vergadering van Venezuela,

 gezien de verklaring van de covoorzitters van de coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen van 2 december 2020 over de niet-erkenning door het Europees Parlement van de parlementsverkiezingen in Venezuela op 6 december 2020,

 gezien de recente verklaringen van de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten over de situatie in Venezuela,

 gezien Besluit (GBVB) 2020/898 van de Raad van 29 juni 2020 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2017/2074 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Venezuela[4], waarbij elf hoge Venezolaanse functionarissen werden toegevoegd aan de lijst met personen voor wie beperkende maatregelen gelden,

 gezien het eerste verslag van de onafhankelijke internationale onderzoeksmissie van de VN inzake de Bolivariaanse Republiek Venezuela van 16 september 2020,

 gezien de internationale donorconferentie in solidariteit met de Venezolaanse vluchtelingen en migranten in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied van 26 mei 2020,

 gezien de grondwet van Venezuela,

 gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

 gezien het verslag van het Internationaal Strafhof over “Voorbereidende onderzoeksactiviteiten (2020) – Venezuela I” van 14 december 2020,

 gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat er bij de onwettige en onrechtmatige parlementsverkiezingen die op 6 december 2020 in Venezuela werden gehouden, niet aan de minimale internationale normen voor een geloofwaardig verkiezingsproces is voldaan en politiek pluralisme, democratie, transparantie en de rechtsstaat met voeten zijn getreden; overwegende dat de opkomst extreem laag was, waaruit duidelijk blijkt dat het Venezolaanse volk deze verkiezingen heeft verworpen; overwegende dat de democratische krachten in Venezuela unaniem hebben besloten niet deel te nemen aan deze zogenaamde verkiezingen; overwegende dat het manifest waarin dit was vastgelegd door zevenentwintig politieke partijen werd ondertekend, waaronder de vier grootste oppositiepartijen Voluntad Popular, Primero Justicia, Acción Democrática en Un Nuevo Tiempo; overwegende dat de verkiezingen niet voldeden aan de Venezolaanse wettelijke voorwaarden;

B. overwegende dat de internationale gemeenschap, en in het bijzonder de Europese Unie, de internationale contactgroep, de Groep van Lima en de Verenigde Staten, zich tegen het houden van parlementsverkiezingen in 2020 heeft uitgesproken, omdat volstrekt niet was voldaan aan de voorwaarden voor het houden van vrije en eerlijke verkiezingen, en dat zij de uitkomsten van deze verkiezingsprocedure niet als legitiem of representatief voor de wil van de Venezolaanse bevolking heeft erkend; overwegende dat deze illegale verkiezing de democratische ruimte in Venezuela tot een absoluut minimum heeft doen krimpen en aanzienlijke hindernissen heeft opgeworpen voor een oplossing voor de politieke crisis in het land;

C. overwegende dat de rechtmatige Nationale Vergadering van 2015, onder voorzitterschap van Juan Guaidó, op 26 december 2020 wetgeving heeft aangenomen om haar grondwettelijke en administratieve mandaat met één jaar te verlengen, totdat er in Venezuela vrije, eerlijke, controleerbare en democratische verkiezingen kunnen worden gehouden;

D. overwegende dat het onwettige Hooggerechtshof van Venezuela op 13 juni 2020 nieuwe leden van de Nationale Kiesraad heeft benoemd, hoewel het hiertoe niet wettelijk bevoegd is; overwegende dat deze benoemingen overeenkomstig de artikelen 187 en 296 van de Venezolaanse grondwet onder de uitsluitende bevoegdheid van de Nationale Vergadering vallen, een door het Venezolaanse volk democratisch gekozen instantie; overwegende dat de eenzijdig door deze onwettige organen vastgestelde besluiten of uitspraken door de internationale gemeenschap niet worden erkend; overwegende dat de functionarissen die verantwoordelijk zijn voor deze besluiten ook op de sanctielijst van de Raad zijn geplaatst;

E. overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, dat geleid wordt door Michelle Bachelet, in juli 2020 heeft vastgesteld dat “de besluiten van het Hooggerechtshof van Venezuela de mogelijkheid beperken om de voorwaarden te scheppen voor democratische en geloofwaardige verkiezingsprocessen” en dat in deze besluiten “nieuwe leden van de Nationale Kiesraad zijn benoemd zonder dat dit gesteund werd door alle politieke krachten”;

F. overwegende dat Nicolás Maduro op 10 januari 2019 voor het Venezolaanse Hooggerechtshof op onrechtmatige wijze en in overtreding van de grondwettelijke orde de presidentiële macht heeft gegrepen;

G. overwegende dat de wettig en democratisch gekozen voorzitter van de Nationale Vergadering, Juan Guaidó, op 23 januari 2019 werd beëdigd als interim-president van Venezuela overeenkomstig artikel 233 van de Venezolaanse grondwet;

H. overwegende dat de EU en het Parlement herhaaldelijk hebben aangedrongen op herstel van de democratie en de rechtsstaat in Venezuela via een geloofwaardig politiek proces; overwegende dat Nicolás Maduro in reactie op verzoeken van de VV/HV, de internationale contactgroep en het Parlement publiekelijk de mogelijkheid heeft afgewezen om dringend vrije, eerlijke, transparante, inclusieve en geloofwaardige presidents-, parlements- en lokale verkiezingen te houden;

I. overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 31 januari 2019 heeft erkend dat Juan Guaidó overeenkomstig de Venezolaanse grondwet de rechtmatige interim-president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela is;

J. overwegende dat 25 van de 27 lidstaten Juan Guaidó als de enige legitieme interim-president van het land hebben erkend totdat er nieuwe vrije, transparante en geloofwaardige presidentsverkiezingen worden georganiseerd om de democratie te herstellen; overwegende dat veel andere democratische staten hetzelfde hebben gedaan;

K. overwegende dat de Raad op 12 november 2020 de beperkende maatregelen tegen Venezuela heeft verlengd tot 14 november 2021; overwegende dat deze maatregelen ook een embargo omvatten op wapens en uitrusting voor interne onderdrukking, evenals een reisverbod en bevriezing van tegoeden van 36 Venezolaanse leiders en topambtenaren;

L. overwegende dat het Parlement in 2017 zijn Sacharovprijs voor de vrijheid van denken heeft toegekend aan de democratische oppositie en politieke gevangenen in Venezuela;

M. overwegende dat de reeds kritieke situatie in Venezuela nog nijpender is geworden door COVID-19; overwegende dat de instorting van het zorgstelsel, de hyperinflatie, de ernstige voedsel- en geneesmiddelentekorten en een diepe humanitaire crisis minstens een zesde van de bevolking (eind 2020 meer dan vijf en een half miljoen Venezolanen) ertoe hebben gedwongen het land te verlaten;

N. overwegende dat de aanklager van het Internationaal Strafhof op 14 december 2020, voorafgaand aan zijn voorlopige verslag en op grond van een gedetailleerde evaluatie en analyse van de beschikbare informatie, heeft aangekondigd dat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat civiele autoriteiten, leden van de strijdkrachten en personen die voorstander zijn van de regering in Venezuela zich schuldig hebben gemaakt aan opsluiting, foltering, verkrachting en/of andere vormen van seksueel geweld en vervolging van een groep of gemeenschap om politieke redenen, en mogelijk zeer ernstige misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan; overwegende dat in de eerste helft van 2021 een definitief besluit ter zake zal worden genomen; overwegende dat de onafhankelijke internationale onderzoeksmissie van de VN inzake de Bolivariaanse Republiek Venezuela op 16 september 2020 heeft gerapporteerd dat de regering en de veiligheidstroepen van het regime misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan, waaronder executies en foltering, en dat president Maduro en een aantal van zijn ministers daarvan op de hoogte waren; overwegende dat in het rapport van de onafhankelijke internationale onderzoeksmissie voorts staat dat de Venezolaanse staat degenen die verantwoordelijk zijn voor buitengerechtelijke executies, gedwongen verdwijningen, willekeurige opsluitingen en marteling ter verantwoording moet roepen en moet voorkomen dat er meer van dit soort handelingen plaatsvinden;

O. overwegende dat in het meest recente rapport van het CASLA-instituut van 14 januari 2021 bewijs wordt geleverd dat het regime er wat betreft de systematische onderdrukking en de voortdurende mensenrechtenschendingen een strategische planning op nahoudt en dat uit dit rapport tevens blijkt dat er sprake is van nieuwe vormen van foltering, dat er vaker mensen onrechtmatig worden opgesloten en steeds meer foltercentra zijn, en dat andere landen aanzetten tot dergelijke misdrijven of anderszins bemoeienis hebben bij de uitvoering ervan; overwegende dat in dit rapport ook wordt gewezen op de onmenselijke omstandigheden waarin politieke gevangenen onrechtmatig worden vastgehouden en op de voortdurende lichamelijke en psychische mishandeling waaraan zij worden blootgesteld, waarmee in strijd wordt gehandeld met de minimumregels voor de behandeling van gevangenen, zoals aangenomen tijdens het eerste congres van de Verenigde Naties inzake de voorkoming van misdaad en de behandeling van misdadigers, gehouden te Genève in 1955 en goedgekeurd door de Economische en Sociale Raad in zijn resoluties 663 C (XXIV) van 31 juli 1957 en 2076 (LXII) van 13 mei 1977;

P. overwegende dat Salvador Franco, een politieke gevangene van de etnische Pemón-groep, op 3 januari 2021 in een Venezolaanse gevangenis door ziekte is overleden zonder medische zorgen te hebben gekregen: er was sinds november 2020 een gerechtelijk bevel voor zijn overbrenging naar een ziekenhuis, maar dit werd genegeerd;

Q. overwegende dat het regime sinds 5 januari 2021 zijn aanvallen op en vervolging van de weinige vrije en onafhankelijke media die in het land nog overblijven heeft geïntensiveerd door hun bezittingen en materiaal in beslag te nemen, waardoor zij gedwongen zijn hun activiteiten onmiddellijk stop te zetten;

R. overwegende dat in de pers en door mensenrechtenactivisten wordt gemeld dat ten minste 23 mensen onlangs om het leven zijn gekomen tijdens een confrontatie tussen de politie en bendes in de Venezolaanse hoofdstad Caracas; overwegende dat de regering het voorwerp is van internationaal toezicht en onderzoek vanwege de moorden die door veiligheidstroepen zijn begaan;

1. herhaalt dat het de in december 2015 verkozen Nationale Vergadering, haar voorzitter Juan Guaidó, en de Gedelegeerde Commissie die eveneens wordt voorgezeten door Juan Guaidó, zal blijven beschouwen als het enige legitieme democratische representatieve politieke orgaan in Venezuela, omdat dit in overeenstemming is met de wil van de Venezolanen zoals zij die tijdens de laatste vrije verkiezingen tot uitdrukking hebben gebracht, totdat in het land werkelijk vrije, geloofwaardige, inclusieve, transparante en volledig democratische verkiezingen worden gehouden; verzoekt de Raad en de lidstaten de Nationale Vergadering van Venezuela die in 2015 werd verkozen eenduidig te erkennen als rechtmatig en in overeenstemming met de grondwet, en Juan Guaidó te erkennen als rechtmatige interim-president van Venezuela;

2. betreurt en verwerpt de illegale en onrechtmatige parlementsverkiezingen die het gevolg zijn van het frauduleuze verkiezingsproces dat op 6 december 2020 werd georganiseerd, en herhaalt dat het verkiezingsproces niet voldeed aan de internationaal aanvaarde voorwaarden en normen, noch aan de Venezolaanse wetten, niet vrij en eerlijk was en evenmin de wil van het Venezolaanse volk vertegenwoordigde; erkent noch de legitimiteit noch de wettigheid van de frauduleuze Nationale Vergadering die op grond van deze niet-democratische verkiezingen op 5 januari 2021 is aangetreden;

3. herhaalt dat een duurzame oplossing voor de multidimensionale crisis in Venezuela die gevolgen heeft voor de hele regio, alleen maar bereikt kan worden door het zetten van vreedzame en democratische politieke stappen, onder meer in de vorm van het organiseren van geloofwaardige, inclusieve, vrije, eerlijke en transparante presidents-, parlements-, regionale en lokale verkiezingen die in overeenstemming zijn met de internationale normen, met waarborgen voor een gelijk speelveld en waaraan onbelemmerd kan worden deelgenomen door alle politieke partijen en waarbij ook onafhankelijke internationale waarnemers aanwezig mogen zijn;

4. geeft uiting aan zijn solidariteit met en volledige steun voor de bevolking van Venezuela die geconfronteerd wordt met de gevolgen van een ernstige humanitaire en politieke crisis, die momenteel nog wordt verergerd door de COVID-19-pandemie; vestigt de aandacht op de alarmerende migratiecrisis en de overloopeffecten daarvan in de hele regio en spreekt zijn waardering uit voor de inspanningen en de solidariteit van de buurlanden;

5. vraagt de onvoorwaardelijke en onmiddellijke vrijlating van de meer dan 350 politieke gevangenen die in Venezuela worden vastgehouden, een cijfer dat door Foro Penal Venezolano en de Organisatie van Amerikaanse Staten is bevestigd;

6. herhaalt dat de eerbiediging en bescherming van de mensenrechten in Venezuela volledig gewaarborgd moeten worden, en verbindt zich ertoe bijzonder waakzaam te zijn voor onderdrukking, met name ten aanzien van leden van de democratische krachten; veroordeelt de dreigementen van Iris Varela, ondervoorzitter van de onrechtmatig tot stand gekomen Nationale Vergadering, die inhielden dat zij van plan is opdracht te geven tot de arrestatie en vervolging van leden van de oppositie en president Juan Guaidó, beslag te laten leggen op hun bezittingen en hun staatsburgerschap in te trekken;

7. veroordeelt de meest recente inbreuken op de vrijheid van meningsuiting door het regime en de sluiting van kantoren van dagbladen en andere media die een ander politiek geluid laten horen dan dat van het regime van Maduro;

8. is ingenomen met het recente besluit van de Raad van juni 2020 om gerichte sancties op te leggen aan nog eens elf personen, wat de Venezolaanse bevolking niet schaadt, en pleit ervoor dat deze sancties per direct verder worden aangescherpt en uitgebreid; is van mening dat de EU-autoriteiten de bewegingsvrijheid van de personen op die lijst moeten beperken en hun tegoeden en visa moeten bevriezen, alsook die van hun naaste familie; dringt voorts aan op een onmiddellijk verbod op de handel in en het in omloop brengen van bloedgoud uit Venezuela in de EU;

9. wijst nogmaals op het belang van voortdurende nauwe samenwerking met internationale bondgenoten, namelijk de nieuwe Amerikaanse regering en de Groep van Lima, zodat een nieuwe impuls kan worden gegeven aan de uitgebreide diplomatieke inspanningen op internationaal niveau om voor de Venezolaanse bevolking opnieuw democratie, rechtsstatelijkheid en welvaart tot stand te brengen; verzoekt de VV/HV en de Raad om een beleid op hoog niveau, dat wordt gecoördineerd met de VS en de Groep van Lima, om bij te dragen aan een bredere strategische aanpak van de internationale diplomatieke inspanningen en om de opnieuw uit de hand lopende situatie in Venezuela grondig te beoordelen;

10. verzoekt de legitieme Nationale Vergadering en haar voorzitter Juan Guaidó volledige transparantie te verzekeren bij het beheer van de middelen, om volledige verantwoording te kunnen waarborgen;

11. herinnert eraan dat de crisis in Venezuela de meest ondergefinancierde crisis wereldwijd is en roept de internationale gemeenschap ertoe op haar financiële toezeggingen na te komen en de toegezegde bedragen voor de humanitaire crisis in Venezuela uit te keren, zoals overeengekomen door de donorconferentie;

12. staat volledig achter het onderzoek van het Internationaal Strafhof naar de talrijke misdaden en daden van repressie door het Venezolaanse regime; dringt er bij de Europese Unie op aan steun te verlenen aan het initiatief van de verdragsstaten van het Internationaal Strafhof om een onderzoek in te stellen naar vermeende misdrijven tegen de menselijkheid door het regime van Maduro, met als doel de verantwoordelijken rekenschap te doen afleggen;

13. staat volledig achter de oproep van de secretaris-generaal van de VN voor een diepgaand en onafhankelijk onderzoek naar de gepleegde moorden, in overeenstemming met zijn eerder aangenomen resoluties;

14. pleit voor de oprichting van een contactgroep, bestaande uit leden van het Europees Parlement en democratisch verkozen vertegenwoordigers van de gedelegeerde commissie van de Nationale Vergadering, om het mogelijk te maken regelmatig contact te hebben en in dialoog te gaan met de legitieme democratische krachten in Venezuela;

15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de rechtmatige interim-president Juan Guaidó alsook de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regeringen en parlementen van de landen van de Groep van Lima, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

Laatst bijgewerkt op: 20 januari 2021
Juridische mededeling - Privacybeleid