Procedure : 2021/2643(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0227/2021

Ingediende teksten :

RC-B9-0227/2021

Debatten :

PV 28/04/2021 - 14
CRE 28/04/2021 - 14

Stemmingen :

PV 29/04/2021 - 10
PV 29/04/2021 - 19

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0160

<Date>{28/04/2021}28.4.2021</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9-0227/2021</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0229/2021</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0230/2021</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9-0231/2021</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 187kWORD 54k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, leden 2 en 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9-0227/2021 (PPE)

B9-0229/2021 (Verts/ALE)

B9-0230/2021 (Renew)

B9-0231/2021 (S&D)</TablingGroups>


<Titre>over de situatie in Colombia, vijf jaar na de ondertekening van het vredesakkoord</Titre>

<DocRef>(2021/2643(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Leopoldo López Gil, Sandra Kalniete, Esteban González Pons, Michael Gahler, Željana Zovko, Isabel Wiseler-Lima, Francisco José Millán Mon, Gabriel Mato, Juan Ignacio Zoido Álvarez</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Javi López, Marek Belka, Maria-Manuel Leitão-Marques, Ibán García Del Blanco</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Izaskun Bilbao Barandica, Petras Auštrevičius, Dita Charanzová, Olivier Chastel, Vlad Gheorghe, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Moritz Körner, Ilhan Kyuchyuk, Javier Nart, Urmas Paet, Dragoș Pîslaru, María Soraya Rodríguez Ramos, Frédérique Ries, Michal Šimečka, Nicolae Ştefănuță, Dragoş Tudorache, Hilde Vautmans</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Jordi Solé</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Fabio Massimo Castaldo</Depute>

</RepeatBlock-By>

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Colombia, vijf jaar na de ondertekening van het vredesakkoord

(2021/2643(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties, en met name zijn resolutie van 20 januari 2016 ter ondersteuning van het vredesproces in Colombia[1],

 gezien de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds[2], ondertekend in Brussel op 26 juli 2012, en de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Colombia inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf[3], ondertekend op 2 december 2015,

 gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, van 1 oktober 2015, over de benoeming van Eamon Gilmore tot speciale gezant van de EU voor het vredesproces in Colombia,

 gezien het definitieve akkoord van 24 november 2016 om een einde te maken aan het gewapende conflict en een stabiele en duurzame vrede tot stand te brengen tussen de nationale regering van Colombia en de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia – Volksleger (FARC-EP),

 gezien de rapporten van de secretaris-generaal van de VN over de verificatiemissie van de Verenigde Naties in Colombia, en met name het rapport van 26 maart 2021,

 gezien het rapport van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 10 februari 2021 over de mensenrechtensituatie in Colombia,

 gezien de gezamenlijke verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Josep Borrell, en commissaris Janez Lenarčič van 9 februari 2021 over het besluit van Colombia om Venezolaanse migranten tijdelijke bescherming te verlenen, en de verklaring van de woordvoerder van de VV/HV van 26 februari 2021 over het geweld tegen mensenrechtenactivisten in Colombia,

 gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het in november 2021 vijf jaar geleden is dat in Colombia het definitieve akkoord om het gewapende conflict te beëindigen en een stabiele en duurzame vrede tot stand te brengen werd ondertekend door de regering van Colombia onder leiding van president Juan Manuel Santos en de FARC-EP, waarmee een einde kwam aan een ruim vijftig jaar durend conflict en een belangrijke stap werd gezet in de richting van een stabiele en duurzame vrede in het land; overwegende dat Colombia, ondanks lange perioden van uitzonderlijk geweld, altijd een democratisch land is gebleven;

B. overwegende dat het grondwettelijk hof van Colombia verwacht dat het ten minste vijftien jaar zal duren om volledig uitvoering te geven aan het definitieve akkoord, de tienjarenplanning van het gemeenschappelijk stappenplan en het huidige vierjarenplan voor investeringen in de vrede met een begroting van bijna 11,5 miljard USD;

C. overwegende dat de president van Colombia, Iván Duque Márquez, en de voorzitter van de Comunes-partij (voorheen de Fuerza Alternativa Revolucionaria del Común, FARC‑partij), Rodrigo Londoño, op 10 maart 2021 zijn bijeengekomen om de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het definitieve akkoord te bespreken; overwegende dat beide partijen tijdens de dialoog, die werd gefaciliteerd door de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor Colombia en het hoofd van de verificatiemissie van de Verenigde Naties in Colombia, hebben verklaard het definitieve akkoord te willen uitvoeren en zijn overeengekomen om gezamenlijk te werken aan het opstellen van een routekaart voor de rest van het tijdschema voor de volledige uitvoering ervan; overwegende dat zij daarnaast hebben verklaard zich extra te zullen inspannen om de re-integratie van voormalige strijders mogelijk te maken en de veiligheid van die strijders te garanderen;

D. overwegende dat de voormalige guerrillastrijders ook bezig zijn met hun re-integratie in de samenleving en overwegende dat het juridische en constitutionele stelsel in Colombia concrete hervormingen doorvoert om ervoor te zorgen dat de verplichtingen die zijn neergelegd in het akkoord worden nageleefd en dat de toekomst van het land hierop kan worden gebouwd;

E. overwegende dat de partijen in het definitieve akkoord zijn overeengekomen een Speciale Jurisdictie voor de vrede (Jurisdicción Especial para la Paz – JEP) op te richten, met inbegrip van een stelsel voor waarheid, gerechtigheid, schadeloosstelling en niet-herhaling, alsook schadevergoedingsregelingen voor slachtoffers, zoals in het rapport van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Michelle Bachelet, van 10 februari 2021 wordt beaamd; overwegende dat Colombia bij de omvattende taak om het definitieve akkoord uit te voeren, te maken heeft met complexe uitdagingen, die nog worden verergerd door de COVID-19-situatie en doordat er grote aantallen Venezolaanse migranten aankomen en moeten worden opgevangen;

F. overwegende dat de Speciale Jurisdictie voor de vrede op 26 januari 2021 haar eerste belangrijke besluit heeft aangekondigd, waarbij acht topleiders van de voormalige FARC-EP in staat van beschuldiging werden gesteld wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, wat tot dusver het duidelijkste resultaat van de overgangsjustitie in het land is; overwegende dat de Speciale Jurisdictie voor de vrede ook heeft bevestigd dat er vooruitgang is geboekt bij het onderzoek naar de zogenaamde “foutpositieven”; overwegende dat zij tegelijkertijd inspanningen verricht om vooruitgang te boeken bij de totstandbrenging van een permanente en vruchtbare dialoog met leiders van de inheemse bevolking;

G. overwegende dat er nog steeds belangrijke vorderingen worden geboekt, die laten zien dat het vredesakkoord echt voor verandering kan zorgen, en overwegende dat het vredesakkoord een specifieke genderbenadering bevat, wat uniek is voor dit soort akkoorden; overwegende dat er meer vooruitgang moet worden geboekt met het programma voor de bescherming van vrouwelijke leiders en mensenrechtenactivisten, en met de programma’s ter ondersteuning van vrouwen en meisjes die het slachtoffer zijn van geweld, met inbegrip van verkrachting en ontvoering; overwegende dat de verschillende hoofdstukken van het akkoord nauw met elkaar verweven zijn en dat het daarom van het allergrootste belang is om de genderaanpak op alle gebieden te hanteren;

H. overwegende dat de vredesbesprekingen weliswaar tot een flinke daling van het aantal doden en van de hoeveelheid geweld in Colombia hebben geleid, maar dat de verslechterende veiligheidssituatie in verschillende regio’s in Colombia alom wordt gezien als een belemmering voor het vredesproces, waarbij volgens meldingen van de VN sprake is van een zorgwekkende toename van het geweld, gedwongen verdwijningen, ontvoeringen en moorden op maatschappelijke leiders en leiders van de inheemse bevolking, voormalige FARC-strijders en mensenrechtenactivisten; overwegende dat ook de veiligheidstroepen geconfronteerd worden met aanvallen en geweld;

I. overwegende dat de verificatiemissie van de VN heeft bevestigd dat in 2020 73 voormalige strijders werden vermoord, waarmee het aantal ex-strijders dat sinds de ondertekening van het akkoord in 2016 werd gedood is opgelopen tot 248; overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR) informatie heeft ontvangen over de moord op 120 mensenrechtenactivisten in het afgelopen jaar, waarvan 53 gevallen zijn geverifieerd; overwegende dat het in 2020 bovendien 69 incidenten heeft geregistreerd met een groot aantal burgerslachtoffers, waarbij 269 burgers om het leven zijn gekomen, onder wie 24 kinderen en 19 vrouwen; overwegende dat de VN heeft aangegeven dat er meer inspanningen nodig zijn om het vredesakkoord uit te voeren;

J. overwegende dat de secretaris-generaal van de VN de aanpak van het aanhoudende geweld tegen voormalige strijders, door conflicten getroffen gemeenschappen, maatschappelijke leiders en mensenrechtenactivisten, de noodzaak om het re-integratieproces duurzamer te maken, de consolidering van een geïntegreerde aanwezigheid van de overheid in door conflicten getroffen gebieden, de versterking van de constructieve dialoog tussen de partijen als middel om de uitvoering van het vredesakkoord te bevorderen en de noodzaak om de voorwaarden voor verzoening tussen de partijen te verbeteren, als prioriteiten heeft aangemerkt;

K. overwegende dat de Colombiaanse regering in 2017 formele vredesbesprekingen is begonnen met het Nationale Bevrijdingsleger (ELN); overwegende dat de regering van president Iván Duque in januari 2019, kort nadat het ELN bij een politieacademie in Bogotá een autobom tot ontploffing bracht waarbij 22 mensen werden gedood, de vredesbesprekingen heeft beëindigd; overwegende dat er in bepaalde regio’s nog altijd sprake is van conflicten waarbij het ELN betrokken is, en dat er onder meer confrontaties plaatsvinden tussen het ELN en andere illegale gewapende groeperingen en het ELN en de staatsveiligheidstroepen; overwegende dat de regering benadrukt dat de vredesbesprekingen pas kunnen worden hervat als het ELN een einde maakt aan zijn gewelddadige acties, waaronder ontvoeringen, het ronselen van kinderen en het leggen van mijnen, terwijl het ELN zich op het standpunt blijft stellen dat elk verzoek van de regering van dien aard aan de onderhandelingstafel moet worden besproken;

L. overwegende dat het belangrijke besluit van de president van Colombia, Iván Duque Márquez, om solidariteit te tonen door ca. 1 800 000 Venezolaanse migranten die in het land verblijven tijdelijke bescherming te verlenen en hen te regulariseren door middel van tijdelijke migratievergunningen, de migranten in staat zal stellen zich te laten registreren, waarmee hun toegang tot overheidsdiensten, zoals gezondheidszorg en onderwijs, evenals hun sociaaleconomische integratie zal verbeteren, waardoor zij minder kwetsbaar worden; overwegende dat Colombia en Venezuela van elkaar worden gescheiden door een poreuze grens van meer dan 2 000 kilometer; overwegende dat de grens tussen Colombia en Venezuela voornamelijk bestaat uit dicht bos en moeilijk begaanbaar terrein, waardoor dit gebied aantrekkelijk is voor illegale activiteiten en georganiseerde misdaad;

M. overwegende dat in het kader van het EU-Trustfonds voor Colombia 128 miljoen EUR is vrijgemaakt en dat dit geld afkomstig is van de EU-begroting, 21 lidstaten, Chili en het VK; overwegende dat de toekomstige strategische lijnen daarvan op 22 januari 2021 in het kader van het vijfde strategisch comité zijn vastgesteld;

N. overwegende dat maatschappelijke organisaties, waaronder mensenrechtenorganisaties, vrouwenorganisaties, plattelandsorganisaties, Afro-Colombiaanse gemeenschappen en inheemse groepen, een belangrijke rol spelen in het vredesproces, en dat deze organisaties een groot aantal initiatieven hebben ontplooid en voorstellen hebben gedaan op lokaal, regionaal en nationaal niveau;

O. overwegende dat de EU en Colombia een kader voor nauwe politieke, economische en commerciële samenwerking handhaven dat is vastgelegd in het memorandum van overeenstemming van november 2009 en in de handelsovereenkomst tussen Colombia en Peru en de EU en haar lidstaten, waarvan het doel niet alleen is de economische en handelsbetrekkingen tussen de partijen te versterken, maar ook bij te dragen aan de vrede, democratie, eerbiediging van de mensenrechten, duurzame ontwikkeling en het welzijn van de burgers; overwegende dat Colombia een strategische partner is en van essentieel belang is voor de stabiliteit in de regio; overwegende dat de EU en de Republiek Colombia een kader hebben vastgesteld voor de deelname van de Republiek Colombia aan crisisbeheersingsoperaties van de Europese Unie, dat op 1 maart 2020 in werking is getreden;

P. overwegende dat deze nauwe banden zich uitstrekken tot internationale samenwerkingsgebieden in multilaterale kwesties van gemeenschappelijk belang, zoals het streven naar vrede en de strijd tegen terrorisme en drugshandel;

1. wijst nogmaals op zijn steun voor het vredesakkoord in Colombia, is ingenomen met de recente dialoog tussen de partijen en waardeert hun politieke inspanningen, realiteitszin en doorzettingsvermogen; wijst nogmaals op zijn bereidheid om alle mogelijke politieke en financiële hulp te blijven verlenen om de volledige uitvoering van het vredesakkoord te ondersteunen, bijstand te bieden in de fase na het conflict, waarbij de deelname van lokale gemeenschappen en maatschappelijke organisaties van essentieel belang is, en terdege rekening te houden met de door de slachtoffers aangegeven prioriteiten inzake waarheid, gerechtigheid, schadeloosstelling en garanties voor niet-herhaling; betuigt nogmaals zijn solidariteit met de slachtoffers;

2. onderstreept dat het Colombiaanse vredesakkoord in de rest van de wereld vaak tot voorbeeld strekt vanwege de vastberadenheid waarmee de kwesties die de oorzaak waren van het conflict worden aangepakt en de nadruk die wordt gelegd op de rechten en waardigheid van de slachtoffers; wijst er nogmaals op dat alle delen van dit ingewikkelde en vooruitstrevende akkoord onderling samenhangen en daarom integraal moeten worden uitgevoerd om de onderliggende oorzaken van het conflict te kunnen aanpakken; dringt er bij de Colombiaanse regering op aan vooruitgang te blijven boeken bij de uitvoering van alle aspecten van het vredesakkoord;

3. is ingenomen met de vooruitgang die Colombia heeft geboekt op gebieden als de integrale hervorming van het platteland, de programma’s voor plattelandsontwikkeling (PDET), de eerbiediging van de rechten van slachtoffers, de oplossing van het probleem van illegale drugs, de vervanging van illegale gewassen, de teruggave van land en de re-integratie van voormalige strijders, en pleit ervoor dat er nog meer inspanningen worden geleverd om alle aspecten van het vredesakkoord uit te voeren, met name op sociaaleconomisch gebied, waar nog niet zoveel vooruitgang is geboekt; wijst erop dat het belangrijk is dat het vredesproces gepaard gaat met daadkrachtig optreden ter bestrijding van ongelijkheid en armoede, onder meer door rechtvaardige oplossingen te vinden voor mensen en gemeenschappen die hun land hebben moeten verlaten; is van mening dat bijzondere steun moet worden verleend aan groepen die onevenredig onder het conflict hebben geleden, zoals de Afro-Colombiaanse en inheemse gemeenschappen; waardeert de werkzaamheden van de territoriale raden voor vrede, verzoening en co-existentie;

4. wijst op de fundamentele en historische rol van de ontwikkelingsplannen met een territoriale aanpak (PDET), die zijn opgesteld door de gemeenschappen in de 170 gemeenten die het zwaarst zijn getroffen door verwaarlozing, armoede en geweld;

5. is ingenomen met alle reeds door de Speciale Jurisdictie voor de vrede genomen maatregelen om te werken aan een toekomst waarin vredesbouw en het voorkomen van straffeloosheid centraal staan, en doet een beroep op de Speciale Jurisdictie voor de vrede om haar belangrijke inspanningen voort te zetten, ondanks de vele uitdaging waar zij mee te maken krijgt, zoals vertragingen bij de uitvoering van wetgeving; verzoekt de Colombiaanse autoriteiten de autonomie en onafhankelijkheid van het geïntegreerde systeem voor waarheid, gerechtigheid, schadeloosstelling en niet-herhaling te waarborgen en het systeem te beschermen als een essentiële bijdrage aan een duurzame en blijvende vrede;

6. veroordeelt de moorden op en het geweld tegen mensenrechtenactivisten, voormalige FARC-strijders, maatschappelijke leiders en leiders van inheemse groepen; benadrukt dat de aanpak van dit aanhoudende geweld een van de grootste uitdagingen in Colombia is; merkt op dat het conflict in plattelandsgebieden van het land is geëscaleerd en betreurt het geweld dat in die gebieden voornamelijk wordt veroorzaakt door illegale gewapende groeperingen en personen die zich bezighouden met georganiseerde misdaad in verband met drugshandel en illegale mijnbouw; stelt vast dat er diverse gevallen zijn gemeld van gedwongen ontheemding, gedwongen rekrutering, seksueel geweld jegens kinderen en vrouwen, slachtingen, foltering en andere wreedheden en aanvallen op etnische groeperingen en autoriteiten, waarbij ook invloed is uitgeoefend op overheidsinstanties; dringt erop aan dat deze feiten snel en grondig worden onderzocht en dat de schuldigen ter verantwoording worden geroepen; verzoekt de Colombiaanse staat de bescherming en veiligheid van alle maatschappelijke en politieke leiders, sociale activisten, milieuactivisten en verdedigers van plattelandsgemeenschappen op te voeren en te waarborgen; kijkt met grote bezorgdheid naar de problematische situatie in het departement Cauca, die in de VN-verklaring aan de orde wordt gesteld;

7. waardeert de inspanningen die worden geleverd ter bestrijding van de criminaliteit door georganiseerde gewapende groeperingen en andere organisaties; benadrukt dat dringend maatregelen moeten worden genomen om de mensen in de gebieden waar dit speelt beter te beschermen, en dringt daarom aan op een meer geïntegreerde aanwezigheid van de overheid in deze regio’s, en op de vaststelling door de Nationale Commissie voor veiligheidsgaranties van overheidsmaatregelen om criminele organisaties te ontmantelen; is in dit verband ingenomen met het strategisch veiligheids- en beschermingsplan voor de re-integratie van personen;

8. is ingenomen met de verlenging van de slachtofferwet tot 2031 en de verhoging van de beschikbare financiële middelen in dit kader, waar meer dan negen miljoen personen die in het gemeenschappelijk slachtofferregister ingeschreven staan van kunnen profiteren, en is voorts ingenomen met de effectieve politieke participatie van de FARC, nu de Comunes-partij, en de vooruitgang die geboekt is bij de re-integratie van bijna 14 000 voormalige strijders; is ingenomen met het feit dat de regering grond heeft aangekocht van zeven van de 24 voormalige territoriale gebieden voor opleiding en re-integratie en wijst op de inzet van veiligheidstroepen aldaar en op de sociale beschermingsmaatregelen die gelden ten aanzien van meer dan 13 000 voormalige strijders;

9. erkent de inspanningen die geleverd worden door de Colombiaanse instanties en spoort ze aan nog meer inspanningen te verrichten om ervoor te zorgen dat de mensenrechten ten volle en te allen tijde worden geëerbiedigd, overeenkomstig hun plicht om de veiligheid van hun burgers te garanderen; wijst op de daling van het aantal moorden, dat tussen 2019 en 2020 terugliep van 25 tot 23,7 per 100 000 inwoners, zoals blijkt uit het rapport van de hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN; erkent de inzet van de regering voor de bescherming van maatschappelijke leiders, mensenrechtenactivisten en voormalige strijders, en van verafgelegen gemeenschappen;

10. spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat de voormalige guerrilla’s, ondanks het feit dat zij hiertoe verplicht zijn, tot dusver geen informatie hebben verstrekt over de drugsmokkelroutes en financieringsbronnen van criminele groepen die activisten, leiders en voormalige strijders aanvallen; uit tevens zijn bezorgdheid over het feit dat de termijn voor de overmaking van de activa van de voormalige FARC-EP om de slachtoffers te compenseren op 31 december 2020 is verstreken, en dat slechts 4 % van het overeengekomen bedrag is overgemaakt;

11. moedigt de regering aan om in de huidige economische context alle nodige maatregelen te nemen om structurele veranderingen te bevorderen die ertoe kunnen bijdragen de algehele situatie te verbeteren en het potentieel van het vredesakkoord voor een positieve transformatie van de mensenrechtensituatie in Colombia maximaal te benutten, overeenkomstig de aanbeveling van de VN; verzoekt maatschappelijke organisaties mee te werken aan het herstel van een harmonieuze samenleving in Colombia;

12. verklaart nogmaals dat geweld geen legitieme methode voor politieke strijd vormt, en verzoekt diegenen die wel die overtuiging hadden, om de democratie met al haar gevolgen en verplichtingen te omhelzen, met als eerste stap het definitief neerleggen van de wapens en het uitdragen van hun overtuigingen en ambities door de eerbiediging van de democratische regels en de rechtsstaat; dringt er daarom bij het ELN, dat door de EU als terroristische organisatie wordt aangemerkt, en dissidente groepen van de FARC-EP op aan een einde te maken aan het geweld en de aanslagen op de Colombiaanse bevolking en zich daadkrachtig, vastberaden en zonder verder uitstel in te zetten voor vrede in Colombia;

13. wijst op de vooruitgang bij het verwijderen van antipersoneelmijnen in 129 gemeenten en op de verlenging van de termijn voor het opruimen ervan tot 2025;

14. prijst de opmerkelijke en ongekende stap van Colombia om tijdelijke bescherming te bieden aan circa 1 800 000 Venezolaanse migranten die in het land verblijven, omdat hierdoor hun mensenrechten beter gewaarborgd kunnen worden en hun menselijk lijden zal verminderen en het bovendien gemakkelijker wordt om deze Venezolaanse migranten in Colombia ondersteuning te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van bescherming tegen geweld, sociale integratie en vaccinatie tegen COVID-19; hoopt dat het initiatief van de EU om steun te verlenen aan de regionale inspanningen om de migratiecrisis het hoofd te bieden, de weg zal effenen voor meer steun naar het voorbeeld van de opmerkelijke solidariteit van Colombia, en roept andere leden van de internationale gemeenschap op om Colombia in dit proces te ondersteunen; roept op tot intensievere inspanningen om een politieke en democratische oplossing te vinden voor de crisis in Venezuela;

15. verzoekt de Commissie en de Europese Raad om hun politieke en financiële steun aan Colombia in het kader van de nieuwe samenwerkingsinstrumenten gedurende de nieuwe begrotingsperiode te verdubbelen;

16. wijst op de bijdrage van de EU, met name via het Europees Fonds voor vrede in Colombia, waarvan de middelen met name ingezet worden voor integrale hervorming van het platteland, met de nadruk op ontwikkelingsprogramma’s met een territoriale benadering en de formalisering van landeigendom;

17. wijst op de deelname van de particuliere sector in de ondersteuning van slachtoffers, re-integratie, de vervanging van illegale gewassen, en de 170 PDET-gemeenten; verzoekt de Commissie voor meer synergie te zorgen tussen het handelsakkoord en de nieuwe samenwerkingsinstrumenten gericht op het waarborgen van toegang tot de Europese markten, uitwisseling en investeringen, teneinde te zorgen voor duurzaamheid van de productieve projecten, het inkomen van de doelgroepen in de bevolking veilig te stellen, en hun kwetsbaarheid voor criminaliteit en illegale economische activiteiten te verminderen;

18. is van oordeel dat de succesvolle uitvoering van het vredesakkoord van 2016, als bijdrage aan mondiale vrede en stabiliteit, een sleutelprioriteit zal blijven van versterkte bilaterale betrekkingen via het memorandum van overeenstemming dat de Raad afgelopen januari heeft goedgekeurd; dringt in dit verband aan op nauwere samenwerking tussen de EU en Colombia om de levens van zowel de Colombianen als de burgers van de EU te verbeteren door de synergieën tussen het handelspartnerschap EU-Colombia en het vredesakkoord te versterken; steunt de verlenging van het mandaat van de Speciale Jurisdictie voor de vrede,

19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het roulerend voorzitterschap van de EU, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Euro‑Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de regering en het Congres van Colombia.

 

 

[1] PB C 11 van 12.1.2018, blz. 79.

[2] PB L 354 van 21.12.2012, blz. 3.

[3] PB L 333 van 19.12.2015, blz. 3.

Laatst bijgewerkt op: 28 april 2021Juridische mededeling - Privacybeleid