Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B9-0400/2021/REV1Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B9-0400/2021/REV1

    GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in Nicaragua

    7.7.2021 - (2021/2777(RSP))

    ingediend overeenkomstig artikel 132, leden 2 en 4, van het Reglement
    ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:
    B9‑0400/2021 (PPE)
    B9‑0401/2021 (S&D)
    B9‑0403/2021 (ECR)
    B9‑0404/2021 (Verts/ALE)
    B9‑0405/2021 (Renew)

    Leopoldo López Gil, Michael Gahler, David McAllister, Antonio Tajani, Paulo Rangel, Juan Ignacio Zoido Álvarez, Gabriel Mato, Francisco José Millán Mon, Antonio López‑Istúriz White, Isabel Wiseler‑Lima
    namens de PPE-Fractie
    Javi López, Pedro Marques
    namens de S&D-Fractie
    Javier Nart, Petras Auštrevičius, Malik Azmani, José Ramón Bauzá Díaz, Izaskun Bilbao Barandica, Dita Charanzová, Olivier Chastel, Vlad Gheorghe, Bernard Guetta, Karen Melchior, Frédérique Ries, Nicolae Ştefănuță, Hilde Vautmans, María Soraya Rodríguez Ramos
    namens de Renew-Fractie
    Tilly Metz
    namens de Verts/ALE-Fractie
    Raffaele Fitto, Anna Fotyga, Hermann Tertsch, Valdemar Tomaševski, Elżbieta Rafalska, Witold Jan Waszczykowski, Bogdan Rzońca, Ryszard Czarnecki, Assita Kanko, Adam Bielan, Angel Dzhambazki, Ladislav Ilčić, Carlo Fidanza
    namens de ECR-Fractie
    Fabio Massimo Castaldo
    Nikolaj Villumsen


    Procedure : 2021/2777(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    RC-B9-0400/2021
    Ingediende teksten :
    RC-B9-0400/2021
    Aangenomen teksten :

    Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nicaragua

    (2021/2777(RSP))

    Het Europees Parlement,

     gezien zijn eerdere resoluties over Nicaragua en met name die van 19 december 2019 over de situatie van mensenrechten en democratie in Nicaragua[1], en die van 8 oktober 2020 over de wet “buitenlandse agenten” in Nicaragua[2],

     gezien de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds[3],

     gezien Verordening (EU) 2020/1998[4] en Besluit (GBVB) 2020/1999 van de Raad van 7 december 2020 betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten[5], Besluit (GBVB) 2020/607 van de Raad van 4 mei 2020 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2019/1720 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua[6], Uitvoeringsverordening (EU) 2020/606 van de Raad van 4 mei 2020 tot uitvoering van Verordening (EU) 2019/1716 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua[7] en het besluit tot verlenging van die sancties tot en met 15 oktober 2021,

     gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de Europese Unie van 10 juni 2021 over de verslechterende politieke situatie in Nicaragua, de verklaring van zijn woordvoerder van 6 mei 2021 over de nieuwe kieswet, en de gezamenlijke verklaring van 59 landen over Nicaragua op de 47e zitting van de VN-Mensenrechtenraad op 22 juni 2021,

     gezien de verklaring van 15 juni 2021 van de voorzitters van de Commissie buitenlandse zaken en de Delegatie voor de betrekkingen met de landen in Midden-Amerika over de huidige detentie van oppositieleiders in Nicaragua,

     gezien de verklaring van de woordvoerder van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten over Nicaragua van 28 mei 2021 en de mondelinge update van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten Michelle Bachelet tijdens de 47e zitting van de Mensenrechtenraad van 22 juni 2021 over de mensenrechtensituatie in Nicaragua,

     gezien de verklaring van het secretariaat-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) van 6 mei 2021 over de benoeming van de magistraten van de Hoge Kiesraad en de hervorming van de kieswet in Nicaragua, en de resolutie van de OAS van 15 juni 2021 over de situatie in Nicaragua,

     gezien de verklaringen van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de mensenrechten, de door het speciaal toezichtmechanisme voor Nicaragua (MESENI) gepubliceerde nieuwsbrieven en de opmerkingen over de situatie in Nicaragua van Antonia Urrejola, voorzitter van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de mensenrechten, tijdens de buitengewone vergadering van de Permanente Raad van de OAS op 23 juni 2021,

     gezien het hoofdstuk over Nicaragua in het jaarverslag van de EU inzake mensenrechten en democratie in de wereld in 2020, dat op 21 juni 2021 door de Raad is aangenomen,

     gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

     gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

     gezien de grondwet van Nicaragua,

     gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat de situatie op het gebied van mensenrechten en democratie in Nicaragua verder ernstig is verslechterd na de gewelddadige onderdrukking van de burgerprotesten in april 2018; overwegende dat sindsdien ten minste 130 mensen om politieke redenen van hun vrijheid zijn beroofd, terwijl de tegenstanders van de regering en hun gezinnen voortdurend zowel fysiek als online dreigen te worden geïntimideerd door de politie en regeringsaanhangers; overwegende dat willekeurige detentie sinds de protesten van 2018 steeds vaker wordt gebruikt als middel om activisten en dissidenten te bestraffen; overwegende dat activisten een bijzonder risico lopen op geweld, met inbegrip van seksueel en gendergerelateerd geweld; overwegende dat gedetineerden in de gevangenis worden mishandeld, dat hun medische zorg en toegang tot hun advocaten worden ontzegd, dat zij worden aangevallen en seksueel worden misbruikt, en dat mensen die tegen de regering protesteren in maximaal beveiligde cellen worden geplaatst met verscherpte bewaking, fouilleringen en isolatie; overwegende dat er bijzondere bezorgdheid bestaat over de situatie van vrouwen en ouderen die van hun vrijheid zijn beroofd;

    B. overwegende dat sinds 2018 als gevolg van de huidige situatie meer dan 108 000 Nicaraguanen gedwongen waren te vluchten en in de buurlanden asiel aan te vragen, van wie driekwart bescherming heeft gezocht in Costa Rica;

    C. overwegende dat de Nationale Vergadering van Nicaragua op 4 mei 2021 hervormingen van de kieswet (wet nr. 331) heeft goedgekeurd, waarin de onlangs aangenomen bestraffende wetten zijn opgenomen; overwegende dat de genoemde hervorming ook regels omvat die de verkiezingsstrijd en de uitoefening van politieke rechten beperken, de deelname van de politieke oppositie nog verder beknotten en in strijd met de internationale normen de openbare vrijheden aan banden leggen, met name het recht op deelname aan het openbare leven, het recht van vereniging, de vrijheid van meningsuiting, het recht op sociaal protest, en het recht op verdediging van onder meer de rechten van de burgers; overwegende dat deze hervormingen voorbijgaan aan de eisen van de oppositie, het maatschappelijk middenveld en de internationale gemeenschap;

    D. overwegende dat de nieuwe Hoge Kiesraad een orgaan is dat toeziet op en de regie voert over het verkiezingsproces in Nicaragua; overwegende dat dit proces moet worden geleid door een onpartijdig, onafhankelijk en transparant orgaan dat de democratische beginselen en de daadwerkelijke pluralistische uitoefening van de burgerlijke en politieke rechten van de bevolking hoog in het vaandel draagt; overwegende dat de leden van de Hoge Kiesraad zijn benoemd door de Nationale Vergadering van Nicaragua, die volledig door Ortega wordt gecontroleerd; overwegende dat de Hoge Kiesraad hierdoor een partijdig en niet-transparant orgaan wordt, wat het politieke bedrijf verder uitholt; overwegende dat deze benoemingen samen met de recente electorale hervormingen niet het resultaat zijn van de dialoog tussen de regering en oppositiegroepen, waarop de EU en de internationale gemeenschap herhaaldelijk hebben aangedrongen, maar door de regerende meerderheid zijn opgelegd;

    E. overwegende dat de Nicaraguaanse autoriteiten de afgelopen weken twee politieke partijen zonder behoorlijke rechtsgang hebben ontbonden met methoden die in strijd zijn met de internationale normen en standaarden; overwegende dat de ontbinding van politieke partijen – de Partido de Restauración Democrática en de Partido Conservador – en het instellen van politiek gemotiveerde strafrechtelijke onderzoeken die zonder behoorlijke rechtsgang kunnen leiden tot de diskwalificatie van kandidaten van de democratische oppositie, niet alleen het passieve kiesrecht van kandidaten ondermijnen, maar ook het recht van de kiezers om de kandidaten van hun keuze te kiezen; overwegende dat deze maatregelen, gecombineerd met het politieke gebruik van het gerechtelijk apparaat, in strijd zijn met de democratische grondbeginselen en een ernstige schending vormen van de rechten van het Nicaraguaanse volk krachtens de Nicaraguaanse grondwet en het internationaal recht;

    F. overwegende dat sinds begin juni 2021 ten minste 21 leden van de democratische oppositie, waaronder zes kandidaten van de presidentiële voorverkiezingen en vakbonds- en politieke leiders, willekeurig zijn gearresteerd op basis van politiek gemanipuleerde en vage strafrechtelijke aanklachten zonder enig bewijs, in een proces dat wordt ontsierd door ernstige schendingen van procedurele waarborgen, hetgeen wijst op het gebrek aan onafhankelijkheid van de rechterlijke macht; overwegende dat tientallen prominente leden van de oppositie melden dat zij stelselmatig worden lastiggevallen en onder voortdurende intimidatie leven, waarbij de politie bijna permanent voor hun huizen is gestationeerd of hen op straat volgt en hen belet zich vrij te bewegen;

    G. overwegende dat de Nicaraguaanse regering de afgelopen jaren steeds restrictievere wetten heeft aangenomen, zoals de “Wet voor de regulering van buitenlandse agenten”, de “Speciale wet inzake cybercriminaliteit”, de “Wet inzake haatmisdrijven”, de “Wet op de bescherming van het recht van het volk op onafhankelijkheid, soevereiniteit en zelfbeschikking voor de vrede”, alsook een wet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, waarmee de periode van onderzoek werd verlengd tot 90 dagen in plaats van de grondwettelijke termijn van 48 uur; overwegende dat deze wetten de repressie institutionaliseren en de daden legaliseren die sinds de vaststelling van de wetten in het land zijn begaan;

    H. overwegende dat de voortdurende intimidatie en criminalisering van onafhankelijke media het recht op vrije meningsuiting beknotten en het recht van het publiek om werkelijk geïnformeerd te worden ondermijnen; overwegende dat vrijheid van meningsuiting, zowel online als offline, in elke democratie op elk moment van cruciaal belang is, maar van het allergrootste belang is tijdens een verkiezingsperiode; overwegende dat publieke verklaringen van overheidsinstanties en regeringsgezinde media erop gericht zijn degenen die als dissidenten worden beschouwd, te stigmatiseren;

    I. overwegende dat deze verontrustende ontwikkelingen, waar de Nicaraguaanse regering verantwoordelijk voor is, aantonen dat het regime steeds meer richting autoritarisme beweegt, waardoor de democratische ruimte wordt ingeperkt, alsook het nationale begrip en de internationale bemiddeling voor een vreedzame oplossing van het conflict, hetgeen het houden van vrije en eerlijke verkiezingen op 7 november 2021 duidelijk in de weg staat; overwegende dat de EU, andere internationale actoren en mensenrechtenorganisaties hebben gewaarschuwd dat er een gegronde vrees bestond dat deze wetten zouden worden gebruikt tegen mensen die zich uitspreken tegen repressief beleid;

    J. overwegende dat de interdisciplinaire groep van onafhankelijke deskundigen van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de mensenrechten reeds heeft aangegeven dat de methoden die worden gebruikt om straatprotesten de kop in te drukken, kunnen worden beschouwd als misdaden tegen de menselijkheid;

    K. overwegende dat bijna geen enkele van de aanbevelingen die het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten aan Nicaragua heeft gedaan, ten uitvoer is gelegd, hetgeen heeft geleid tot aanhoudende straffeloosheid en verdere schendingen;

    L. overwegende dat de hervormingen van de consumentenwet (wet nr. 842) door de Nationale Vergadering van Nicaragua de banken verplichten rekeningen te openen voor familieleden van personen die door de regering van de VS en andere landen zijn gesanctioneerd en die worden beschuldigd van corruptie, witwassen van geld en schendingen van de mensenrechten; overwegende dat de familie Ortega-Murillo ervan wordt beschuldigd een bedrijvenimperium op het vlak van telecommunicatie, energie en andere sectoren op te bouwen;

    M. overwegende dat de ontwikkeling en consolidatie van de democratie en de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden integraal deel uitmaken van het extern beleid van de EU en zijn opgenomen in de associatieovereenkomst tussen de EU en de landen van Midden-Amerika van 2012;

    1. betuigt zijn solidariteit met de Nicaraguaanse bevolking en veroordeelt ten stelligste alle repressieve acties van de Nicaraguaanse autoriteiten tegen (leden van) democratische oppositiepartijen, journalisten en andere medewerkers van de media, studenten, inheemse bewoners, verdedigers van de mensenrechten en het maatschappelijk middenveld, alsmede hun familieleden, en veroordeelt met name de doden die zijn veroorzaakt; roept op tot onmiddellijke stopzetting van het opleggen van beperkende maatregelen, de repressie en de schendingen van de mensenrechten, en roept op tot het afleggen van rekenschap voor de ernstige schendingen die de Nicaraguaanse regering sinds 2018 heeft begaan;

    2. dringt aan op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle willekeurig vastgehouden politieke gevangenen, onder wie de kandidaten van de presidentiële voorverkiezingen Cristiana Chamorro, Arturo Cruz, Félix Maradiaga, Juan Sebastián Chamorro, Miguel Mora en Medardo Mairena, de politieke leiders José Pallais, José Adán Aguerri, Dora María Téllez, Hugo Torres, Víctor Hugo Tinoco, Violeta Granera, Ana Margarita Vijil, Suyen Barahona en Pedro Joaquín Chamorro en andere activisten van de oppositie, mensenrechtenverdedigers en journalisten; roept bovendien op tot het waarborgen van de eerbiediging van hun fundamentele rechtswaarborgen, hun mensenrechten en hun burgerrechten en politieke rechten; eist dat de regering een onmiddellijk bewijs levert dat de gevangen gezette personen nog leven, en dat zij aangeeft waar zij gevangen zitten; herinnert eraan dat degenen die in ballingschap leven, alle garanties moeten krijgen voor hun terugkeer naar het land;

    3. verzoekt de regering van Nicaragua de feitelijke staat van beleg op te heffen, de rol van de nationale politie als niet-politieke, niet-partijgebonden en niet-deliberatieve macht te eerbiedigen, de paramilitaire troepen te ontwapenen, de met de Alianza Cívica ondertekende akkoorden na te komen en de rechten van de burgers te herstellen; herhaalt zijn oproep aan de regering om maatschappelijke organisaties in staat te stellen in een veilig en gunstig klimaat te opereren, zonder vrees voor represailles;

    4. herhaalt dat het herstel van de inclusieve dialoog en democratie de enige vreedzame uitweg is uit de politieke, economische en sociale crisis in Nicaragua; onderstreept dat de hervormingen op een inclusieve en transparante wijze moeten worden doorgevoerd; verzoekt de EU-delegatie in Nicaragua haar diplomatieke betrokkenheid bij het verkiezingsproces voort te zetten en te intensiveren en de autoriteiten te blijven benaderen om een politieke oplossing voor de crisis in Nicaragua te vinden;

    5. dringt er bij de Nicaraguaanse autoriteiten op aan onmiddellijk wijzigingen in de kieswet door te voeren overeenkomstig de internationale parameters die de OAS in haar resolutie van 21 oktober 2020 heeft geëist, onpartijdige personen in de verschillende verkiezingsstructuren aan te wijzen, de rechtspositie terug te geven aan de partijen die ervan zijn ontdaan, het passieve en actieve kiesrecht van de Nicaraguanen te respecteren, de onbeperkte aanwezigheid van nationale en internationale verkiezingswaarnemingsorganen te garanderen, en zich tegelijkertijd te verbinden tot politieke coëxistentie na de verkiezingen; beklemtoont dat, wil het Europees Parlement de verkiezingen en de daaruit voortkomende regering erkennen, de door de OAS en de internationale organisaties gevraagde veranderingen moeten worden doorgevoerd, met name het herstel van de rechten en vrijheden die een vrij, geloofwaardig en rechtvaardig verkiezingsproces mogelijk maken;

    6. veroordeelt de aanneming en uitvoering van de restrictieve en bestraffende wetten en roept op tot de onmiddellijke intrekking ervan; benadrukt dat deze wetten indruisen tegen de rechten en vrijheden van de Nicaraguanen zoals die zijn vastgelegd in de grondwet van de Republiek Nicaragua, het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest en andere internationale verdragen die door Nicaragua zijn ondertekend; verwerpt het oneigenlijke gebruik van instellingen en wetten door de autoritaire regering van Nicaragua met de bedoeling maatschappelijke organisaties en politieke tegenstanders te criminaliseren;

    7. herhaalt zijn oproep aan de Nicaraguaanse autoriteiten om onbelemmerde toegang te verlenen aan het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten (OHCHR), de Inter-Amerikaanse Commissie voor de mensenrechten (IACHR) en haar interdisciplinaire groep van onafhankelijke deskundigen (GIEI), het speciaal toezichtmechanisme voor Nicaragua (MESENI), de internationale maatschappelijke organisaties en de instellingen van de Europese Unie, teneinde de eerbiediging van de mensenrechten in Nicaragua te waarborgen; herhaalt zijn oproep om de rechtspersoonlijkheid van organisaties van mensenrechtenverdedigers, zoals het Centro Nicaragüense de Derechos Humanos (CENIDH), onmiddellijk te herstellen;

    8. roept de regering van Nicaragua op een onafhankelijke onderzoekseenheid op te richten met internationale deskundigen om toezicht te houden op geloofwaardige, onpartijdige en uitputtende onderzoeken door de procureur-generaal naar de vermeende verantwoordelijkheid van hoge politiefunctionarissen voor ernstige mensenrechtenschendingen die in het kader van de repressie van 2018 en daarna zijn begaan;

    9. verzoekt het Centraal-Amerikaans Integratiesysteem (SICA) en zijn lidstaten een actieve rol te spelen bij de verdediging, bescherming en bevordering van de democratie en de verdediging van de mensenrechten in Nicaragua, zoals vastgelegd in het Protocol van Tegucigalpa van 1991 en in het Kaderverdrag inzake democratische veiligheid in Midden-Amerika van 1995, waarin in artikel 1 is bepaald dat democratie berust op het bestaan van door middel van algemene, vrije en geheime verkiezingen gekozen regeringen en op de onvoorwaardelijke eerbiediging van alle mensenrechten in de staten die deel uitmaken van de Midden-Amerikaanse regio;

    10. verzoekt de Financial Action Task Force (FATF) de nodige coördinatie met het Amerikaanse Office of Foreign Assets Control tot stand te brengen om de internationale financiële veiligheid te waarborgen ten aanzien van illegale praktijken die terug te voeren zijn op het bewind van Ortega-Murillo en zijn medewerkers en hun handelsbetrekkingen en tegoeden in de Europese landen; onderstreept dat Nicaragua sinds oktober 2020 door de FATF op de zwarte lijst is geplaatst;

    11. verzoekt de Raad en de lidstaten de lijst van te sanctioneren personen en entiteiten, met inbegrip van de president en de vicepresident van Nicaragua en hun naaste omgeving, spoedig uit te breiden en er daarbij in het bijzonder voor te zorgen dat het Nicaraguaanse volk niet wordt geschaad; benadrukt dat de EU-steun voor maatschappelijke organisaties, mensenrechtenverdedigers en de bevolking van Nicaragua via onder meer de humanitaire en ontwikkelingsprogramma's van de EU in stand moet worden gehouden en dat gewaarborgd moet worden dat deze de echte begunstigden en niet de regering en de autoriteiten bereikt, om de gevolgen van COVID-19 en de huidige onderdrukking door de overheid te verzachten en te voorkomen dat deze crisis uitgroeit tot een humanitaire crisis; wijst erop dat Nicaragua in het kader van de associatieovereenkomst tussen de EU en de landen van Midden-Amerika de beginselen van de rechtsstaat, de democratie en de mensenrechten moet eerbiedigen en bestendigen, en herhaalt zijn eis dat de democratieclausule van de associatieovereenkomst gezien de huidige omstandigheden in werking moet worden gesteld;

    12. prijst en steunt de inspanningen en positieve werkzaamheden van de EU-delegatie in Nicaragua in een zeer gecompliceerde omgeving; verzoekt de EU en haar lidstaten de situatie ter plaatse nauwlettend te volgen via hun vertegenwoordigers en ambassades in Nicaragua, onder meer door middel van toezicht op processen en via bezoeken aan critici en oppositieleiders in de gevangenis of onder huisarrest;

    13. verzoekt de EU-delegatie in Nicaragua en de lidstaten, waar passend, de afgifte van noodvisa te vergemakkelijken en in de lidstaten tijdelijke opvang om politieke redenen te bieden;

    14. verzoekt zijn Conferentie van voorzitters een onderzoeksmissie naar Nicaragua te sturen en de Delegatie voor de betrekkingen met de landen van Midden-Amerika daarbij te betrekken om de mensenrechtensituatie en de politieke situatie te beoordelen;

    15. herinnert aan zijn oproep in zijn resolutie van 14 maart 2019 om Alessio Casimirri, die nog steeds in Managua woont onder de bescherming van de Nicaraguaanse regering, onmiddellijk uit te leveren aan Italië, waar hij definitief is veroordeeld tot zes levenslange gevangenisstraffen voor zijn bewezen betrokkenheid bij de ontvoering en de moord op de voormalige premier en leider van de christendemocratische partij Aldo Moro en de moord op zijn bewakers in Rome op 16 maart 1978;

    16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering, het Midden-Amerikaans Parlement, de Groep van Lima en de regering en het parlement van de Republiek Nicaragua.

     

    Laatst bijgewerkt op: 7 juli 2021
    Juridische mededeling - Privacybeleid