Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B9-0434/2021Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B9-0434/2021

    GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE over de zaak van mensenrechtenverdediger Ahmed Mansoor in de Verenigde Arabische Emiraten

    15.9.2021 - (2021/2873(RSP))

    ingediend overeenkomstig artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van het Reglement
    ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:
    B9‑0434/2021 (The Left)
    B9‑0435/2021 (Verts/ALE)
    B9‑0440/2021 (S&D)
    B9‑0442/2021 (Renew)

    Pedro Marques, Andrea Cozzolino
    namens de S&D-Fractie
    Katalin Cseh, Petras Auštrevičius, Malik Azmani, Izaskun Bilbao Barandica, Dita Charanzová, Olivier Chastel, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Svenja Hahn, Irena Joveva, Karin Karlsbro, Javier Nart, Jan‑Christoph Oetjen, Samira Rafaela, Frédérique Ries, María Soraya Rodríguez Ramos, Nicolae Ştefănuță, Ramona Strugariu
    namens de Renew-Fractie
    Ernest Urtasun
    namens de Verts/ALE-Fractie
    Miguel Urbán Crespo
    namens de Fractie The Left
    Fabio Massimo Castaldo, Assita Kanko, Valdemar Tomaševski

    Procedure : 2021/2873(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    RC-B9-0434/2021
    Ingediende teksten :
    RC-B9-0434/2021
    Aangenomen teksten :

    Resolutie van het Europees Parlement over de zaak van mensenrechtenverdediger Ahmed Mansoor in de Verenigde Arabische Emiraten

    (2021/2873(RSP))

    Het Europees Parlement,

     gezien zijn eerdere resoluties over de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), met name zijn resolutie van 4 oktober 2018 over de VAE, in het bijzonder de situatie van mensenrechtenverdediger Ahmed Mansoor[1],

     gezien de verklaring van 10 december 2020 van vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) Josep Borrell, tijdens de Raad Buitenlandse Zaken, waarin hij zei dat mensenrechten onderdeel van het DNA van de Europese Unie vormen,

     gezien de verklaring van 1 januari 2019 van de woordvoerder van de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) over de zaak van Ahmed Mansoor,

     gezien de verklaring van de mensenrechtendeskundigen van de VN van 12 juni 2018 waarin zij oproepen tot de onmiddellijke vrijlating van de gevangengehouden mensenrechtenverdediger Ahmed Mansoor, en van 7 mei 2019 waarin zij zijn detentieomstandigheden hekelen,

     gezien het Arabisch handvest voor de rechten van de mens,

     gezien de samenwerkingsovereenkomst van 2018 tussen de VAE en de EDEO,

     gezien de meest recente ronde van de mensenrechtendialoog tussen de EU en de VAE die op 9 juni 2021 in virtuele vorm werd gehouden en de tweede bijeenkomst tussen hoge ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken en Internationale Samenwerking van de VAE en de EDEO die virtueel plaatsvond op 3 maart 2021,

     gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, waarbij de VAE in beide gevallen partij is,

     gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

     gezien het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten van 1966,

     gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

     gezien de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten,

     gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenverdedigers,

     gezien de EU-richtsnoeren inzake vrijheid van meningsuiting,

     gezien de EU-richtsnoeren inzake foltering en andere wrede behandeling,

     gezien het feit dat Ahmed Mansoor in 2015 de prestigieuze Martin Ennals-prijs voor mensenrechtenverdedigers heeft gekregen,

     gezien het feit dat de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa de Václav Havel-prijs voor de mensenrechten 2020 aan Loujain al-Hathloul heeft toegekend,

     gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat Ahmed Mansoor op 29 mei 2018 na een zeer oneerlijk proces door het hof van beroep in Abu Dhabi werd veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf vanwege beschuldigingen in verband met het verdedigen van de mensenrechten; overwegende dat het Federale Hooggerechtshof van de VAE het vonnis op 31 december 2018 heeft bekrachtigd; overwegende dat hem daarnaast een boete is opgelegd van één miljoen dirham (232 475 EUR) en dat hij bij zijn vrijlating nog voor drie jaar onder toezicht zal worden geplaatst;

    B. overwegende dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en Internationale Samenwerking van de VAE op 29 maart 2017 verklaarde dat “de dienst van de openbaar aanklager voor elektronische misdrijven had bevolen tot de detentie van Ahmed Mansoor op basis van de aanklacht dat hij via internet valse en misleidende informatie verspreidde, door middel van agenda’s die gericht waren op de verspreiding van afkeer en sektarisme”; overwegende dat uit andere verklaringen van de autoriteiten van de VAE blijkt dat de enige reden voor zijn detentie in feite de meningen waren die hij online deelde; overwegende dat de aanklachten tegen hem gebaseerd zijn op vermeende schendingen van de wet inzake cybercriminaliteit van de VAE van 2012; overwegende dat hij volgens zowel de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten als Human Rights Watch uitsluitend is veroordeeld wegens het verdedigen van de mensenrechten, waaronder tweets over onrecht in zijn land, deelname aan webinars over mensenrechten en het sturen van berichten aan non-gouvernementele organisaties (ngo’s) op het gebied van de mensenrechten;

    C. overwegende dat Ahmed Mansoor sinds zijn arrestatie in maart 2017 in de al-Sadr-gevangenis van Abu Dhabi in eenzame opsluiting zit, waar zelfs niet in zijn basisbehoeften wordt voorzien en hem zijn rechten als gedetineerde uit hoofde van het recht van de VAE en het internationale recht inzake de mensenrechten, waaronder de VN-standaardminimumregels voor de behandeling van gevangenen, worden ontzegd; overwegende dat het hem verboden is enige vorm van contact te onderhouden met andere gevangenen en zijn familie, afgezien van vier bezoeken van 30 minuten van zijn vrouw en beperkte telefoontjes naar zijn moeder en naar zijn vrouw; overwegende dat hij in 2019 tweemaal in hongerstaking is gegaan omdat hij wilde dat zijn grondrechten als gevangene geëerbiedigd zouden worden;

    D. overwegende dat de autoriteiten van de VAE de rechten van Ahmed Mansoor al tien jaar lang schenden met willekeurige arrestaties en detentie, doodsbedreigingen, fysiek geweld, surveillance door de regering en onmenselijke behandeling tijdens zijn gevangenschap;

    E. overwegende dat de speciale rapporteur van de VN voor de situatie van mensenrechtenverdedigers heeft verklaard dat “de omstandigheden en behandeling waaraan [mensenrechtenactivisten Ahmed Mansoor, Mohammed al-Roken en Nasser Bin Ghaith uit de VAE] worden onderworpen, zoals langdurige eenzame opsluiting, in strijd zijn met de mensenrechtennormen en mogelijk ook foltering omvatten”;

    F. overwegende dat een groep mensenrechtendeskundigen van de VN de regering van de VAE ertoe heeft opgeroepen de heer Mansoor vrij te laten, waarbij zij zijn arrestatie omschrijven als een directe aanval op het legitieme werk van mensenrechtenverdedigers in de VAE;

    G. overwegende dat Ahmed Mansoor voorafgaand aan zijn meest recente arrestatie in 2017 opriep tot universele en rechtstreekse verkiezingen in de VAE en de verlening van wetgevingsbevoegdheden aan de federale nationale raad, een adviesraad van de regering; overwegende dat hij ook een onlineforum beheerde, genaamd Al-Hiwar al-Emarati (de Emirati-dialoog), waarin kritiek werd geuit op het beleid van de VAE;

    H. overwegende dat mensenrechtenverdedigers, journalisten, advocaten en leraren in de VAE stelselmatig worden vervolgd als zij zich uitspreken over politieke en mensenrechtenkwesties; overwegende dat de staat sinds 2011 vooral harder is gaan optreden tegen de vrijheid van vereniging, vergadering en meningsuiting; overwegende dat mensenrechtenverdedigers en hun familieleden het slachtoffer zijn van gedwongen verdwijningen, langdurige willekeurige detentie, foltering, gerechtelijke intimidatie en oneerlijke processen, reisverboden, fysiek en digitaal toezicht en willekeurig ontslag;

    I. overwegende dat de vage en te ruime definitie van terrorisme in de wetgeving van de Verenigde Arabische Emiraten het mogelijk maakt een breed scala aan vreedzame en legitieme activiteiten als terrorisme aan te merken;

    J. overwegende dat de VAE verfijnde spyware inzet tegen activisten en andere afwijkende meningen; overwegende dat Ahmed Mansoor het doelwit was van spyware die door het Israëlische bedrijf NSO Group werd geleverd; overwegende dat in het Pegasus-lek van juli 2021 melding werd gemaakt van het gebruik van de spyware van NSO door de autoriteiten van de Verenigde Arabische Emiraten tegen een reeks doelwitten, waaronder mensenrechtenverdedigers in en buiten de VAE; overwegende dat Loujain al-Hathloul, een vooraanstaande Saoedische vrouwenrechtenactiviste, ook is blootgesteld aan cyberaanvallen door de autoriteiten van de VAE, die haar e-mailaccount hebben gehackt alvorens haar aan te houden en haar onder dwang naar Saudi-Arabië over te brengen;

    K. overwegende dat vrouwen in de VAE nog altijd onderworpen worden aan een reeks discriminerende wetten en praktijken; overwegende dat schendingen van vrouwenrechten onder meer betrekking hebben op de ontvoering en gijzeling van vrouwen en vrouwenrechtenactivisten uit Saudi-Arabië en de VAE, een gebrek aan onderzoek naar en verantwoording voor vermeende misdaden tegen vrouwen, zoals de aanranding van de Britse Caitlin McNamara, waarbij geen onderzoek werd gedaan naar de beschuldigde dader en hij ook niet ter verantwoording werd geroepen, en verder stelselmatige discriminatie van vrouwen, uitbuiting van vrouwelijke arbeidsmigranten, sekshandel en seksuele slavernij;

    L. overwegende dat het systeem van kafala (sponsoring) in de VAE nog steeds wordt gehanteerd als integraal onderdeel van de sociale en rechtsorde van de VAE; overwegende dat volgens rapporten van internationale mensenrechtenorganisaties de onmenselijke praktijken van de VAE tegen buitenlandse werknemers, die 80 % van de bevolking van het land vormen, wijdverbreid zijn en dat dergelijke schendingen tijdens de uitbraak van de COVID-19-pandemie zijn toegenomen; overwegende dat ondernemingen en bouwbedrijven ter voorbereiding van de op stapel staande internationale beurs Expo 2020 Dubai, die zal plaatsvinden van oktober 2021 tot maart 2022, werknemers dwingen om onvertaalde documenten te ondertekenen, hun paspoorten in beslag nemen, hen blootstellen aan extreme werktijden in onveilige weersomstandigheden en hen onhygiënische huisvesting bieden;

    M. overwegende dat de VAE en de EU een wederzijdse bilaterale overeenkomst inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf hebben ondertekend, die burgers van de Verenigde Arabische Emiraten vrijstelt van een visumaanvraag voor het Schengengebied;

    N. overwegende dat de EU de belangrijkste donor is van de interjustitiële samenwerkingsprogramma’s van Interpol; overwegende dat de inspecteur-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de VAE, generaal-majoor Ahmed Nasser al-Raisi, kandidaat is voor het voorzitterschap van Interpol;

    O. overwegende dat de VAE diverse essentiële mensenrechtenverdragen van de VN niet heeft geratificeerd, met name het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en de facultatieve protocollen daarbij tot afschaffing van de doodstraf en tegen foltering, evenals het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijningen;

    P. overwegende dat de EU de VAE als een partner beschouwt, ook op het gebied van politieke en economische betrekkingen; overwegende dat de EU en de VAE sinds 2013 mensenrechtendialogen hebben gevoerd met tweejaarlijkse bijeenkomsten, en dat de tiende mensenrechtendialoog tussen de EU en de VAE op 9 juni 2021 de gelegenheid bood om punten van zorg met de autoriteiten van de VAE te bespreken;

    1. veroordeelt nogmaals met klem de detentie van Ahmed Mansoor en alle andere mensenrechtenverdedigers in de VAE, die uitsluitend gevangen zijn gezet wegens de uitoefening van hun fundamentele mensenrechten, waaronder de vrijheid van meningsuiting, zowel online als offline, en de vrijheid van vereniging en vreedzame vergadering, die niet alleen zijn verankerd in universele mensenrechteninstrumenten, maar ook in het Arabisch Handvest voor de rechten van de mens; is zeer verbolgen over de discrepantie tussen de beweringen van de VAE dat het een verdraagzaam land is waar rechten worden geëerbiedigd en het feit dat zijn eigen mensenrechtenverdedigers onder barre omstandigheden worden vastgehouden;

    2. herhaalt zijn oproep tot onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Ahmed Mansoor, Mohammed al-Roken en Nasser bin Ghaith, en van alle andere mensenrechtenverdedigers, politieke activisten en vreedzame dissidenten;

    3. dringt er bij de autoriteiten van de VAE op aan om te garanderen dat Ahmed Mansoor en alle andere gevangenen in afwachting van hun vrijlating worden behandeld volgens de VN-standaardminimumregels voor de behandeling van gevangenen; dringt er in het bijzonder op aan de eenzame opsluiting van Mansoor op te heffen en alle gevangenen toestemming te geven om regelmatig bezoek te ontvangen van advocaten en familieleden en passende medische zorg te krijgen, VN-deskundigen en internationale ngo’s toestemming te geven Mansoor en anderen in de gevangenis te bezoeken en toezicht te houden op de detentieomstandigheden, en alle beschuldigingen van foltering grondig te onderzoeken;

    4. is zeer verontrust over de aanhoudende berichten, onder meer via gelekte brieven die in juli 2021 zijn gepubliceerd, dat Ahmed Mansoor nog steeds in eenzame opsluiting zit en in erbarmelijke omstandigheden verkeert; herinnert de autoriteiten van de VAE eraan dat langdurige eenzame opsluiting voor onbepaalde tijd neerkomt op foltering; verzoekt de autoriteiten van de VAE alle gedetineerden, met inbegrip van gewetensgevangenen, een eerlijke rechtsgang te waarborgen; dringt er bij de autoriteiten op aan de antiterrorismewet, de wet inzake cybercriminaliteit en Federale Wet nr. 2 van 2008, die herhaaldelijk worden gebruikt om mensenrechtenverdedigers te vervolgen, te wijzigen om te voldoen aan de internationale mensenrechtennormen;

    5. verzoekt de autoriteiten van de VAE een einde te maken aan de intimidatie van mensenrechtenactivisten en hun reisverbod onmiddellijk op te heffen; hamert erop dat de autoriteiten waarborgen dat mensenrechtenverdedigers in de VAE hun legitieme mensenrechtenactiviteiten in alle omstandigheden, zowel in eigen land als daarbuiten, kunnen uitvoeren, zonder angst voor represailles en zonder beperkingen of gerechtelijke intimidatie;

    6. verzoekt de VV/HV de zaak van Ahmed Mansoor nauwlettend te volgen om zijn onmiddellijke vrijlating en die van andere mensenrechtenverdedigers veilig te stellen; verzoekt de VV/HV met name om tijdens zijn komende bezoek aan de VAE gevangenisbezoeken aan de mensenrechtenverdedigers aan te vragen en tijdens besprekingen met de autoriteiten van de VAE publiekelijk en privé aan te dringen op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de mensenrechtenverdedigers; verzoekt de EDEO verslag uit te brengen aan het Parlement over de maatregelen die de EU-delegatie en de lidstaten tot dusver in Abu Dhabi hebben genomen om de heer Mansoor passende ondersteuning te bieden;

    7. dringt er gezien de binnenlandse repressie van de VAE bij alle lidstaten op aan om, overeenkomstig Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik[2], de verkoop en uitvoer van bewakingstechnologie naar de VAE en het onderhoud en de modernisering daarvan op te schorten als er geen concrete en meetbare maatregelen worden genomen om dergelijke gevallen van misbruik aan te pakken;

    8. verzoekt de EDEO gerichte EU-maatregelen voor te stellen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen in de VAE, met inbegrip van de vervolging van Ahmed Mansoor en andere mensenrechtenverdedigers, in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten; wijst erop dat alle sanctieprocedures empirisch onderbouwd moeten zijn en alleen mogen worden ingeleid wanneer concrete mensenrechtenschendingen kunnen worden vastgesteld;

    9. verzoekt de EU zinvolle mensenrechtenbenchmarks en een lijst van individuele gevallen voor haar mensenrechtendialoog met de VAE vast te stellen en openbaar te maken, teneinde een echte en resultaatgerichte discussie over mensenrechten mogelijk te maken;

    10. verzoekt de EU een discussie over de mensenrechten, met name de situatie van mensenrechtenverdedigers, op te nemen als permanent agendapunt voor de jaarlijkse top tussen de EU en de Samenwerkingsraad van de Golf;

    11. uit zijn bezorgdheid over het door de autoriteiten van de VAE gemelde gebruik van de spyware van de NSO Group voor onrechtmatige aanvallen op de mobiele telefoons van honderden personen in het Verenigd Koninkrijk, waaronder advocaten, academici en een parlementariër; verzoekt de VV/HV de autoriteiten van de VAE om opheldering over deze verslagen te verzoeken, onder meer met betrekking tot mogelijke gerichte acties tegen EU-onderdanen of personen op het grondgebied van de EU, en hierover verslag uit te brengen aan het Parlement;

    12. herinnert eraan dat de EU in 2015 een overeenkomst inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf heeft ondertekend met de VAE; verzoekt de Commissie aan het Parlement verslag uit te brengen over de verenigbaarheid van deze overeenkomst met de relevante EU-wetgeving, met name wat betreft mensenrechten en fundamentele vrijheden als mogelijke criteria voor visumvrijstelling; verzoekt de Commissie en de Raad verslag uit te brengen aan het Parlement over de voortgang op dit gebied;

    13. verzoekt de leden van de Algemene Vergadering van Interpol, en met name de EU‑lidstaten, de beschuldigingen van mensenrechtenschendingen met betrekking tot generaal-majoor Nasser Ahmed al-Raisi grondig te onderzoeken in de aanloop naar de verkiezing van het voorzitterschap van Interpol van 23 t/m 25 november; wijst op de bezwaren die het maatschappelijk middenveld heeft geuit over zijn kandidatuur en de mogelijke gevolgen voor de reputatie van de instelling;

    14. verzoekt de internationale ondernemingen die Expo 2020 Dubai sponsoren om hun afkeuring van de mensenrechtenschendingen in de VAE te laten blijken door hun sponsoring in te trekken, en spoort de lidstaten aan niet aan het evenement deel te nemen;

    15. laat zich zeer afkeurend uit over de rol van de autoriteiten van de VAE bij de uitlevering van vrouwenrechtenactivist Loujain al-Hathloul aan Saudi-Arabië, waar zij gevangen is gezet, gefolterd en vervolgd vanwege de verdediging van vrouwenrechten;

    16. uit zijn bezorgdheid over de situatie van vrouwen in de VAE, ondanks enige vooruitgang, en verzoekt de autoriteiten de wet inzake het personenrecht te hervormen om vrouwen gelijke rechten te geven en te waarborgen dat vrouwen in de VAE hun nationaliteit net als mannen kunnen overdragen aan hun kinderen;

    17. is ingenomen met het moratorium op executies van de VAE sinds 2017; verzoekt de VAE het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het bijbehorende protocol gericht op de afschaffing van de doodstraf te ratificeren;

    18. steunt de voortdurende en intensievere dialoog tussen de EU, haar lidstaten en de VAE over kwesties van wederzijds belang, zoals bepaald in de samenwerkingsovereenkomst; is van mening dat regelmatige interparlementaire bijeenkomsten tussen het Parlement en zijn partners in de Golfregio een belangrijk forum zijn voor de ontwikkeling van een constructieve en openhartige dialoog over alle pijnpunten, waaronder mensenrechten, veiligheid en handel;

    19. dringt aan op de vaststelling van strengere transparantieregels met betrekking tot lobbyactiviteiten van buitenlandse organisaties bij EU-instellingen;

    20. verzoekt deze resolutie in het Arabisch te vertalen;

    21. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de regering en het parlement van de Verenigde Arabische Emiraten, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de hoge commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, en de regeringen van de leden van de Samenwerkingsraad van de Golf.

     

    Laatst bijgewerkt op: 15 september 2021
    Juridische mededeling - Privacybeleid