Procedure : 2021/2878(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B9-0465/2021

Ingediende teksten :

RC-B9-0465/2021

Debatten :

PV 14/09/2021 - 9
CRE 14/09/2021 - 9

Stemmingen :

PV 16/09/2021 - 8
PV 16/09/2021 - 15

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0394

<Date>{15/09/2021}15.9.2021</Date>
<RepeatBlock-NoDocSe> <NoDocSe>B9‑0465/2021</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0467/2021</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0468/2021</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0469/2021</NoDocSe> }
 <NoDocSe>B9‑0470/2021</NoDocSe></RepeatBlock-NoDocSe> } RC1
PDF 188kWORD 59k

<TitreType>GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, leden 2 en 4, van het Reglement</TitreRecueil>


<Replacing>ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:</Replacing>

<TablingGroups>B9‑0465/2021 (Verts/ALE)

B9‑0467/2021 (S&D)

B9‑0468/2021 (ECR)

B9‑0469/2021 (PPE)

B9‑0470/2021 (Renew)</TablingGroups>


<Titre>over de situatie in Libanon</Titre>

<DocRef>(2021/2878(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michael Gahler, Tom Vandenkendelaere, David McAllister, Željana Zovko, Sandra Kalniete, Andrey Kovatchev</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Evin Incir, Pedro Marques, Tonino Picula</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Christophe Grudler, Petras Auštrevičius, Stéphane Bijoux, Izaskun Bilbao Barandica, Gilles Boyer, Sylvie Brunet, Olivier Chastel, Ilana Cicurel, Jérémy Decerle, Laurence Farreng, Klemen Grošelj, Sandro Gozi, Bernard Guetta, Valérie Hayer, Karin Karlsbro, Fabienne Keller, Ilhan Kyuchyuk, Nathalie Loiseau, Karen Melchior, Javier Nart, Samira Rafaela, Frédérique Ries, María Soraya Rodríguez Ramos, Michal Šimečka, Irène Tolleret, Véronique Trillet‑Lenoir, Hilde Vautmans, Marie‑Pierre Vedrenne, Stéphanie Yon‑Courtin</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

<Depute>Salima Yenbou</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Anna Fotyga, Jadwiga Wiśniewska, Elżbieta Rafalska, Ryszard Czarnecki, Ladislav Ilčić, Raffaele Fitto, Adam Bielan, Witold Jan Waszczykowski, Valdemar Tomaševski</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

<Depute>Fabio Massimo Castaldo</Depute>

</RepeatBlock-By>

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Libanon

(2021/2878(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Libanon, met name de resolutie van 22 mei 2008 over de situatie in Libanon[1],

 gezien de eerdere resoluties van de VN-Veiligheidsraad, met name resolutie 1559 (2004), 1701 (2006), 2539 (2020) en 2591 (2021),

 gezien de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds[2],

 gezien het besluit van de Raad van 10 december 2007 tot toekenning van communautaire macrofinanciële bijstand aan Libanon[3],

 gezien het eindverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie in Libanon van de Europese Unie van 2018,

 gezien de toezeggingen die zijn gedaan in het kader van de partnerschapsprioriteiten EU-Libanon in november 2016, de CEDRE-conferentie van 6 april 2018, het Libanese hervormings-, herstel- en wederopbouwkader (3RF) in december 2020 en de bijeenkomsten van de Internationale Steungroep voor Libanon van 11 december 2019, 23 september 2020 en 19 mei 2021,

 gezien de verklaring van 5 augustus 2020 van commissaris voor Crisisbeheersing Janez Lenarčič over de explosie in Beiroet,

 gezien de internationale conferentie over bijstand en steun aan Beiroet en het Libanese volk van 9 augustus 2020 en de conferentie ter ondersteuning van de Libanese bevolking van 2 december 2020, georganiseerd door Frankrijk en de VN,

 gezien de gemeenschappelijke verklaring van 23 september 2020 van de Internationale Steungroep voor Libanon,

 gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid namens de EU van 28 september 2020 over het aftreden van de nieuwe premier van Libanon,

 gezien het verslag over het 3RF dat door de EU, de VN en de Wereldbank is aangenomen in december 2020,

 gezien de conclusies van de Raad van 7 december 2020 over Libanon,

 gezien de Lebanon Economic Monitor (LEM) van de Wereldbank van 1 juni 2021 en de Beirut Rapid Damage and Needs Assessment (RDNA), opgesteld door de Wereldbankgroep in samenwerking met de EU en de VN,

 gezien de verklaringen en opmerkingen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) Josep Borrell van 19 juni 2021 tijdens zijn bezoek aan het land,

 gezien de verklaring van VV/HV Josep Borrell van 16 juli 2021 over het aftreden van voorgedragen premier Saad Hariri,

 gezien de oproep van 16 juli 2021 van de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken, David McAllister, en de voorzitter van de Delegatie voor de betrekkingen met de Mashreklanden, Isabel Santos, aan de politieke leiders van Libanon om de impasse na het aftreden van de voorgedragen premier te doorbreken,

 gezien het persbericht van Unicef van 23 juli 2021 met de waarschuwing van Unicef dat het openbare watersysteem van Libanon op instorten staat,

 gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 26 juli 2021 over het proces van regeringsvorming,

 gezien de verklaring van 28 juli 2021 van de covoorzitters van de tweede bijeenkomst van de 3RF-adviesgroep,

 gezien Besluit (GBVB) 2021/1277 van de Raad van 30 juli 2021 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libanon[4],

 gezien de verklaring van VV/HV Borrell van 3 augustus 2021 naar aanleiding van de eerste verjaardag van de ontploffing in de haven van Beiroet,

 gezien de conferentie ter ondersteuning van de bevolking van Libanon die op 4 augustus 2021 per videoconferentie heeft plaatsgevonden en gezien de verklaring die tijdens deze conferentie is afgelegd door VV/HV Borrell,

 gezien de brief van 4 augustus 2021 van de secretaris-generaal van de VN aan de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad over de verlenging van het mandaat van de Interimvredesmacht van de Verenigde Naties in Libanon (UNIFIL),

 gezien de verklaring van de voorzitter van de Europese Raad van 4 augustus 2021 tijdens de derde internationale conferentie ter ondersteuning van de bevolking van Libanon, die werd gehouden op gezamenlijke uitnodiging van de secretaris-generaal van de VN en de president van de Franse Republiek,

 gezien de verklaring van 7 augustus 2021 van de woordvoerder van de EDEO, waarin het afvuren van raketten vanuit Zuid-Libanon wordt veroordeeld,

 gezien de verklaring van 26 augustus 2021 van António Guterres, secretaris-generaal van de VN, over de verslechterende sociaal-economische situatie in Libanon,

 gezien Besluit nr. 1/2016 van de Associatieraad EU-Libanon van 11 november 2016 waarbij overeenstemming wordt bereikt over de partnerschapsprioriteiten EU-Libanon en het voorstel voor een besluit van de Raad inzake het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad die is ingesteld bij de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, over de geplande vaststelling van een besluit tot verlenging van de partnerschapsprioriteiten EU-Libanon totdat de EU en Libanon geactualiseerde gezamenlijke documenten hebben vastgesteld (COM(2021)0406),

 gezien de incidenten die zich hebben voorgedaan op de Blauwe Lijn van augustus-september 2019, 14 april 2020, 17 april 2020, 27 juli 2020, mei 2021, 20 juli 2021 en van 4 tot en met 6 augustus 2021,

 gezien de gezamenlijke mededeling van 9 februari 2021 getiteld “Hernieuwd partnerschap met het Zuidelijk Nabuurschap – Een nieuwe agenda voor het Middellandse Zeegebied” (JOIN(2021)0002),

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de huidige situatie in Libanon uiterst verontrustend en bijzonder zorgwekkend is als gevolg van de politieke, economische, sociale, financiële en gezondheidscrisis en de institutionele impasse; overwegende dat Libanon een dichte en belangrijke partner van de Europese Unie is; overwegende dat dit partnerschap gebaseerd is op gemeenschappelijke belangen, reeds lang bestaande historische en culturele banden, regelmatige politieke en sociale dialoog en contacten tussen mensen op alle niveaus;

B. overwegende dat Libanon een levendig maatschappelijk middenveld heeft met talrijke activisten, gemeenschapsleiders, academici, kunstenaars en jongerenorganisaties die mobiliseren en oproepen tot dringende hervormingen;

C. overwegende dat de situatie in Libanon kritiek was en eind 2019 tot een financiële crisis heeft geleid; overwegende dat reeds op 17 oktober 2019 massaal gedemonstreerd is om sociale en economische rechten te eisen en op te roepen tot het afleggen van verantwoording, beëindiging van de corruptie en het aftreden van alle politieke vertegenwoordigers, ook de Libanese oktoberrevolutie genoemd; overwegende dat op 29 oktober 2019 voormalig Libanees premier Saad Hariri het aftreden van de regering heeft bekendgemaakt;

D. overwegende dat op 4 augustus 2020 een verwoestende explosie van een grote hoeveelheid ammoniumnitraat in de haven van Beiroet meer dan 200 doden heeft veroorzaakt, meer dan 6 500 mensen heeft verwond en meer dan 74 000 huizen heeft beschadigd, met rechtstreekse gevolgen voor 300 000 mensen; overwegende dat in de nasleep voormalig premier Hassan Diab is afgetreden; overwegende dat een jaar na de explosie het onderzoek naar de oorzaken ervan nog niet is afgerond – vooral door corruptie – en de verantwoordelijken niet zijn geïdentificeerd of ter verantwoording geroepen; overwegende dat een op 3 augustus 2021 gepubliceerd rapport van Human Rights Watch bewijs aan het licht heeft gebracht dat ambtenaren bij de explosie betrokken waren; overwegende op 4 augustus 2021 opnieuw een massabetoging heeft plaatsgehad in Beiroet, met de eis dat verantwoording wordt afgelegd voor de explosie in de haven; overwegende dat uit gelekte officiële documenten blijkt dat de Libanese douane-, militaire en veiligheidsautoriteiten, alsook het gerecht, de opeenvolgende regeringen in een tijdsbestek van zes jaar minstens tien keer hebben gewaarschuwd voor de gevaarlijke voorraad explosieve chemische stoffen in de haven van Beiroet, maar dat geen actie is ondernomen; overwegende dat de belangrijkste politici van Libanon vervolgens het plaatselijk onderzoek naar de explosie hebben belemmerd, aangezien de eerste onderzoeksrechter door de autoriteiten is weggestuurd nadat hij politici had opgeroepen voor ondervraging, en de verzoeken van de tweede onderzoeksrechter om opheffing van de immuniteit van verdachte leden van het parlement en ondervraging van hooggeplaatste leden van de veiligheidsdiensten door de autoriteiten zijn afgewezen;

E. overwegende dat corruptie een van de belangrijkste problemen is die de ontwikkeling en welvaart van Libanon belemmeren en de vervreemding van en het wantrouwen ten aanzien van het politieke bestel versterken; overwegende dat corruptie wijdverbreid is en doordringt in alle lagen van de samenleving, hetgeen weerspiegeld wordt in de mondiale en gemiddelde scores van het land op de meeste bestuursgebieden; overwegende dat de nationale instantie voor corruptiebestrijding nog steeds niet operationeel is omdat haar commissarissen nog niet benoemd zijn;

F. overwegende dat Libanon uiteindelijk op 10 september 2021 een regering heeft gevormd, na drie voorgedragen premiers, Mustapha Adib, Saad Hariri en Najib Mikati; overwegende dat de nieuwe regering dringend het noodzakelijke substantiële pakket hervormingen zal moeten doorvoeren om Libanon in staat te stellen de corruptie te bestrijden en zijn stabiliteit, eenheid, soevereiniteit, politieke onafhankelijkheid en territoriale integriteit te behouden;

G. overwegende dat voor mei en oktober 2022 gemeenteraads-, parlements- en presidentsverkiezingen in Libanon zijn gepland; overwegende dat het voor alle politieke leiders van cruciaal belang is de electorale kalender van 2022 na te leven en te zorgen voor inclusieve, transparante en eerlijke verkiezingen, waarbij iedereen campagne kan voeren en alle Libanese burgers kunnen stemmen, met inbegrip van degenen die buiten het land verblijven, zoals op grond van de in 2017 aangenomen nieuwste kieswet mogelijk is en zoals bepaald in de Libanese grondwet; overwegende dat de commissie voor toezicht op de verkiezingen niet over de nodige middelen beschikt om haar mandaat uit te voeren, wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over de transparantie en eerlijkheid van de campagne en de voor volgend jaar geplande verkiezingen;

H. overwegende dat de EU onmiddellijk na de enorme ontploffing samen met de Wereldbank en de VN een snelle beoordeling van de schade en de behoeften heeft verricht teneinde de gevolgen voor de bevolking, de materiële activa, de infrastructuur en de dienstverlening in te schatten; overwegende dat de bevindingen wijzen op 3,8 tot 4,6 miljard USD aan schade, waarbij de sectoren huisvesting en cultuur het zwaarst getroffen zijn, 2,9 tot 3,5 miljard USD aan verliezen, waarbij huisvesting het zwaarst getroffen is, gevolgd door vervoer en cultuur, en 1,8 tot 2,0 miljard USD aan prioritaire behoeften op het gebied van herstel en wederopbouw, waarbij vervoer het zwaarst getroffen is, gevolgd door cultuur en huisvesting; overwegende dat het belangrijkste resultaat de vaststelling was van het 3RF, dat mede wordt beheerd door de Libanese regering; overwegende dat er geen vooruitgang is geboekt met de hervormingen in het kader van het 3RF vanwege de maandenlange blokkering van de regeringsvorming; overwegende dat de belangrijkste elektriciteitsproducent van Libanon, Électricité du Liban, in mei 2021 heeft bekendgemaakt niet meer genoeg geld te hebben om brandstof te kopen; overwegende dat Libanon zich tot diverse landen richt om in zijn onmiddellijke energiebehoeften te voorzien;

I. overwegende dat er, ondanks de opschorting van de wet op het bankgeheim, geen vooruitgang is geboekt met de forensische audit van de centrale bank; overwegende dat naar aanleiding van berichten over een Zwitsers onderzoek naar transacties waarbij de gouverneur van de centrale bank, Riad Salameh, en zijn broer betrokken zouden zijn, de Libanese openbare aanklager een onderzoek heeft ingesteld en Franse openbare aanklagers een vooronderzoek hebben geopend naar beschuldigingen van witwassen van geld met betrekking tot Salameh; overwegende dat de gouverneur van de centrale bank alle aantijgingen ontkent;

J. overwegende dat de EU zich ertoe heeft geëngageerd de stabiliteit en eenheid van het land te ondersteunen door middel van economische hulp; overwegende dat de EU aanzienlijke hulp heeft verleend om de onmiddellijke gevolgen en behoeften na de ontploffing aan te pakken; overwegende dat zij 33 miljoen EUR heeft vrijgemaakt voor dringende behoeften en dat ruim 250 reddingswerkers uit EU-lidstaten ter plaatse zijn gestuurd; overwegende dat de EU Libanon in 2021 alleen 55,5 miljoen EUR aan humanitaire hulp heeft verstrekt; overwegende dat in de zomer van 2021 nog eens 5,5 miljoen EUR is vrijgemaakt ter versterking van Libanons COVID-19-respons; overwegende dat de EU en haar lidstaten sinds 2011 24,0 miljard EUR hebben toegewezen;

K. overwegende dat de COVID-19-pandemie de reeds bestaande algemene crisis in Libanon, waar corruptie welig tiert op alle niveaus van de samenleving, nog heeft verergerd; overwegende dat zowel kwetsbare als niet-kwetsbare groepen zwaar getroffen zijn; overwegende dat sinds het begin van de pandemie in Libanon meer dan 610 000 coronabesmettingen en 8 150 doden zijn geregistreerd; overwegende dat de wijken die het zwaarst getroffen zijn door de vernieling van woningen als gevolg van de explosie, Gemmayze Ashrafiedh, Mar Mikhael Bnabil en Rmeil Medawar zijn, en dat het ontbreken van alternatieven vandaag voor degenen wier woning vernield is, van invloed kan zijn op de sociale structuur, het sociale weefsel en de sociale cohesie die Libanon van oudsher kenmerkten;

L. overwegende dat bij het besluit van de Raad van 30 juli 2021 een kader is vastgesteld voor gerichte sancties tegen personen en organisaties die verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de democratie of de rechtsstaat in Libanon; overwegende dat deze onder andere een EU-inreisverbod en bevriezing van tegoeden inhouden in antwoord op het aanhoudend belemmeren van de vorming van een regering of het ernstig ondermijnen van het houden van verkiezingen, het belemmeren of ondermijnen van de uitvoering van plannen ter verbetering van de verantwoordingsplicht en goed bestuur, onder meer in de bancaire en financiële sector, die door de Libanese autoriteiten zijn goedgekeurd en door de EU worden gesteund, of in antwoord op ernstig financieel wangedrag met betrekking tot overheidsmiddelen, daden die vallen onder het VN‑Verdrag tegen corruptie, en de ongeoorloofde uitvoer van kapitaal;

M. overwegende dat de Economische en Sociale Commissie voor West-Azië van de VN heeft vastgesteld dat het armoedecijfer tussen 2019 en 2020 reeds gestegen was van 28 % tot 55 %; overwegende dat het percentage multidimensionale armoede in Libanon bijna is verdubbeld, van 42 % in 2019 tot 82 % in 2021, en dat “extreme multidimensionale armoede” momenteel 34 % van de bevolking treft; overwegende dat het werkloosheidspercentage is gestegen tot meer dan 40 % van de beroepsbevolking en dat basisvoorzieningen zoals voedsel, water en gezondheidszorg voor steeds meer huishoudens moeilijk toegankelijk zijn; overwegende dat de Wereldbank in haar Lebanon Economic Monitor van juni 2021 aangeeft dat Libanon een ernstige en langdurige economische depressie doormaakt, waarschijnlijk een van de ergste crises wereldwijd sinds het midden van de negentiende eeuw;

N. overwegende dat de oorlog in buurland Syrië velen gedwongen heeft te vluchten naar Libanon, dat naar schatting 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen heeft opgevangen, naast ongeveer 15 800 vluchtelingen van Ethiopische, Irakese, Sudanese en andere bij de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen (UNHCR) geregistreerde origine, alsmede ongeveer 207 700 Palestijnse vluchtelingen; overwegende dat volgens het Wereldvoedselprogramma in 2021 22 % van de Libanezen, 50 % van de vluchtelingen uit Syrië en 33 % van de vluchtelingen van andere nationaliteiten te kampen hebben met voedselonzekerheid; overwegende dat Libanon een van de twee landen in het Midden-Oosten is met grote aantallen migranten die als huishoudelijke hulp werken en onder het kafalasysteem vallen; overwegende dat de EU sinds 2011 2,4 miljard EUR heeft bijgedragen ter ondersteuning van Syrische en Palestijnse vluchtelingen via diverse instrumenten, zoals het Regionaal Trustfonds van de EU in respons op de Syrische crisis en het Europees nabuurschapsinstrument (ENI);

O. overwegende dat de Libanese regering in april 2020 een economisch plan heeft goedgekeurd en heeft verzocht om een IMF-programma op basis van de noodzakelijke hervormingen; overwegende dat de besprekingen met het IMF nog aan de gang zijn; overwegende dat Libanon volgens het IMF dringend ingrijpende hervormingen moet doorvoeren om de overheidsfinanciën op orde te brengen, de overheidsschuld te herstructureren, het bankstelsel te herstellen, het sociale vangnet uit te breiden, de staatsbedrijven te hervormen en het bestuur te verbeteren; overwegende dat het IMF 860 miljoen USD aan speciale trekkingsrechten heeft toegewezen teneinde de uitgeputte reserves van het land te versterken en te helpen met de vele dringende behoeften; overwegende dat de commissie financiën van het Libanese parlement het plan van de regering voor een bail-in heeft verworpen, waarmee het spaargeld van 98 % van de bevolking gered had kunnen worden door garanties te verlenen voor bankrekeningen met minder dan 500 000 USD aan spaarsaldo; overwegende dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) naar aanleiding van kritiek van parlementsleden op het herstelplan drie verklaringen van steun voor het voorgestelde regeringsplan naar buiten heeft gebracht; overwegende dat de parlementsleden die het herstelplan hebben verworpen er persoonlijk belang bij hebben dat de belangen van de Libanese banken beschermd worden, omdat zij zelf aandeelhouders van die banken zijn of banden hebben met aandeelhouders van die banken;

P. overwegende dat het Libanese parlement op 30 juni 2021 een buitengewone kredietwet van 556 miljoen USD heeft goedgekeurd ter financiering van een levensmiddelenkaartsysteem dat financiële bijstand zal verlenen aan de meest kwetsbare gezinnen, ter vervanging van het huidige subsidiesysteem; overwegende dat bij de uitvoering van de levensmiddelenkaarten het beginsel van non-discriminatie moet worden nageleefd;

Q. overwegende dat de Europees-mediterrane overeenkomst gebaseerd is op de eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele mensenrechten, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, die een essentieel onderdeel van de overeenkomst vormt;

R. overwegende dat in de meest recente resolutie van de VN-Veiligheidsraad over Libanon, Resolutie 2591 (2021), die unaniem is goedgekeurd op 30 augustus 2021, het mandaat van UNIFIL met een jaar wordt verlengd en wordt herinnerd aan de noodzaak van een permanent staakt-het-vuren overeenkomstig de beginselen en elementen van Resolutie 1701 (2006);

S. overwegende dat de neutraliteit van Libanon de sleutel is tot zijn toekomstige stabiliteit; overwegende dat een stabiel, volledig soeverein, verenigd en democratisch Libanon van cruciaal belang is voor de stabiliteit, veiligheid en vreedzame ontwikkeling van het hele Midden-Oosten; overwegende dat de onlangs gevormde regering en haar ministers politieke onafhankelijkheid moeten bereiken en zich moeten verzetten tegen elke externe inmenging van landen in de omgeving van Libanon of daarbuiten; overwegende dat externe inmenging schadelijk is voor de ontwikkeling en stabiliteit van Libanon; overwegende dat Hezbollah nog steeds belangrijke ministeries controleert in de Libanese regering; overwegende dat Hezbollah door diverse EU-lidstaten op de lijst van terroristische organisaties is geplaatst; overwegende dat Hezbollah herhaaldelijk blijk heeft gegeven van zijn sterke ideologische loyaliteit met Iran, hetgeen de Libanese regering destabiliseert en haar broodnodige cohesie ondermijnt;

1. meent dat de huidige rampzalige situatie van Libanon te wijten is aan een klein aantal mannen uit het hele spectrum van de regerende politieke klasse; neemt kennis van de recente vorming van een regering na 13 maanden politieke impasse; betreurt het feit dat het nieuwe kabinet slechts één vrouw telt; dringt er ten zeerste bij de Libanese leiders op aan hun beloften na te komen en een functionerende, taakgerichte, geloofwaardige en verantwoordingsplichtige regering te zijn die de parlementaire verdeeldheid terzijde schuift en vrij is van elke invloed van buitenaf; is van mening dat het handhaven van verantwoordingsplicht, het  houden van vrije en eerlijke verkiezingen en het verlenen van essentiële publieke diensten zwaarder moeten wegen dan elke persoonlijke overweging binnen de politieke klasse van Libanon; herinnert eraan dat de verkiezingen van mei 2022 in geen geval mogen worden uitgesteld, gezien de politieke impasse en het toenemende disfunctioneren van de overheidsinstellingen, en dat zij moeten voldoen aan de internationale democratische normen voor vrijheid, eerlijkheid en transparantie;

2. verzoekt de Libanese autoriteiten te vragen dat de VV/HV een verkiezingswaarnemingsmissie uitstuurt, of, indien dit nodig wordt geacht, een missie van verkiezingsdeskundigen, een aantal maanden vóór de verkiezingen; verzoekt de Libanese regering om volledige tenuitvoerlegging van de aanbevelingen die voortvloeien uit de verkiezingswaarnemingsmissie van de EU van 2018; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan alle technische en financiële bijstand te verlenen om de verkiezingen zo goed mogelijk te laten verlopen en ernaar te streven dat de billijkheid en transparantie van het hele proces gewaarborgd wordt; dringt er bij de nieuwe Libanese regering op aan de commissie voor toezicht op de verkiezingen alle nodige middelen, personeel en uitrusting ter beschikking te stellen om haar mandaat volledig uit te voeren; dringt aan op een internationale humanitaire taskforce onder auspiciën van de VN om de verlening van humanitaire hulp te ondersteunen en toezicht te houden op het gebruik van de middelen; herinnert eraan dat de VN een kader hebben ontwikkeld om vrouwen als kandidaten en kiezers te steunen en aldus een grotere deelname van vrouwen aan het politieke proces te bevorderen, en roept ertoe op dit kader volledig te integreren in de plannen voor de hervorming van het kiesstelsel;

3. verzoekt de EU Libanon aan te bieden dat een algemene administratieve adviesmissie van de EU wordt ingezet teneinde tegemoet te komen aan de dringende noodzaak om de steeds snellere instorting van het openbaar bestuur en de basisdiensten tegen te gaan; dringt er bij de nieuwe regering op aan om snel essentiële bestuurlijke en economische hervormingen door te voeren die zorgen voor politiek en economisch herstel, met inbegrip van geloofwaardige regelgeving voor belangrijke economische sectoren, zoals de elektriciteitssector;

4. herinnert eraan dat een transparant, onafhankelijk, neutraal en effectief onderzoek naar de havenexplosie in Beiroet een prioriteit is en moet worden gewaarborgd; dringt er bij de Libanese autoriteiten op aan de gerechtelijke procedures en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te eerbiedigen en elke inspanning te steunen om ervoor te zorgen dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de beslissingen die tot de explosie in de haven van Beiroet hebben geleid, naar behoren worden onderzocht en ter verantwoording geroepen; roept op tot een onafhankelijke internationale onderzoeksmissie naar Libanon teneinde de explosie in Beiroet in het kader van de VN te onderzoeken; benadrukt het feit dat degenen die direct of indirect verantwoordelijk worden bevonden, ter verantwoording moeten worden geroepen voor de levens die verloren zijn en de schade die is aangedaan aan de Libanese bevolking;

5. verzoekt de Commissie en de lidstaten aanvullende humanitaire hulp vrij te maken, gezien de moeilijke omstandigheden ter plaatse, met name voedselhulp en ziekenhuis- en farmaceutisch materiaal, en alternatieve energiebronnen te verstrekken, met inbegrip van zonnepanelen voor alle scholen en ziekenhuizen, en wel via andere entiteiten dan de overheidsinstanties, bijvoorbeeld bekende niet-gouvernementele organisaties, maatschappelijke organisaties en confessionele organisaties in Libanon die hervormingen kunnen realiseren; benadrukt dat lokale maatschappelijke organisaties moeten worden betrokken bij het ontwerp, de planning, de coördinatie, de uitvoering en de evaluatie van hulpprogramma’s voor Libanon; verzoekt de Commissie mechanismen te vinden voor een strategische en flexibele toepassing van de criteria, zodat de organisaties snel toegang kunnen krijgen tot de middelen om in de onmiddellijke behoeften te voorzien, en daarbij steeds de Europese consensus over humanitaire hulp en het internationaal humanitair recht in acht nemen; onderstreept dat degelijk toezicht op de EU-steun noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat deze rechtstreeks wordt overgedragen aan mensen in nood; betreurt ten zeerste het extreem hoge niveau van wanbeheer en gebrek aan financieel toezicht op de in het verleden verstrekte middelen;

6. verzoekt de Commissie en de EU-lidstaten constructief samen te werken met de nieuwe Libanese regering om de structurele en sectorale hervormingen door te voeren die nodig zijn om aanzienlijke macro-financiële bijstand van de EU vrij te maken en onze handelsbetrekkingen te versterken, op voorwaarde dat tastbare vooruitgang wordt geboekt bij de tenuitvoerlegging van de nodige, in het 3RF opgenomen hervormingen;

7. verzoekt de Libanese autoriteiten de gesprekken met het IMF zo spoedig mogelijk te hervatten, zodat de hervormingen tastbaar worden voor de mensen in Libanon die het moeilijk hebben; dringt er bij de Libanese autoriteiten op aan eerdere toezeggingen na te komen die zijn gedaan in het kader van de economische conferentie voor ontwikkeling door middel van hervormingen met de particuliere sector (CEDRE) in april 2018, met de steun van de Internationale Ondersteuningsgroep voor Libanon, en waarmee alle politieke leiders van Libanon hebben ingestemd, die betrekking hebben op betekenisvolle en diepgaande economische en bestuurlijke hervormingen, onder meer om de economische stabiliteit en de geloofwaardigheid van de financiële sector te herstellen, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat te waarborgen en corruptie te bestrijden; verzoekt de Libanese autoriteiten steun te verlenen aan de kwetsbaarste gemeenschappen in Libanon, onder meer via sociale vangnetten; dringt er bij de Libanese autoriteiten op aan de begroting voor 2021 goed te keuren en de begroting voor 2022 voor te bereiden, die een krachtig programma voor sociale bescherming moet omvatten, met uitvoering van het programma inzake het sociale vangnet voor noodgevallen en het nationale programma voor armoedebestrijding; dringt erop aan dat de Libanese autoriteiten voorzien in een toereikende begrotingslijn voor de verkiezingen van 2022;

8. benadrukt dat als gevolg van de algehele repressie door het Assad-regime van de Syrische volksopstand in 2011, Libanon het grootste aantal Syrische vluchtelingen ter wereld heeft opgevangen; wijst op de bijzondere verantwoordelijkheid van het Syrische regime bij de voortzetting van deze dramatische humanitaire situatie; herinnert eraan dat, om te zorgen voor duurzame oplossingen voor ontheemden, voldoende langetermijnfinanciering en -programmering cruciaal zijn om intern ontheemden en vluchtelingen te steunen nadat de humanitaire programmeringscyclus is verstreken; herinnert aan de kwetsbaarheid van de Syrische en Palestijnse vluchtelingen in Libanon en benadrukt dat toereikende, voorspelbare en meerlagige financiering moet worden verstrekt aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) en andere actoren die met vluchtelingen werken, om te zorgen voor de volledige verlening van essentiële diensten aan de vluchtelingengemeenschappen in het land; benadrukt dat de samenwerking en dialoog met ngo’s en andere dienstverleners die vluchtelingen in het land helpen, moet worden versterkt;

9. dringt er bij de nieuwe Libanese regering en president op aan alle nodige maatregelen te nemen om corrupte praktijken, waaronder overdrachten van overheidskapitaal en belastingontduiking, te beëindigen, de volledige onafhankelijkheid van de toekomstige leden van de nationale instelling voor corruptiebestrijding te waarborgen en de technische steun van de internationale gemeenschap te vragen via de VN-mechanismen en het VN-Verdrag tegen corruptie, teneinde zowel transparantie als volledige aflegging van verantwoording jegens het Libanese volk te waarborgen; herinnert eraan dat de EU, de Wereldbank en de VN de instelling hebben geëist van een onafhankelijke en transparante rechterlijke macht, de aanneming van een moderne wet inzake overheidsopdrachten en de vaststelling van een strategie voor corruptiebestrijding, en laakt het gebrek aan actie door de opeenvolgende Libanese regeringen in de afgelopen jaren;

10. benadrukt in het bijzonder de verantwoordelijkheid van Hezbollah en andere facties voor het onderdrukken van de Libanese volksbeweging van 2019 en voor Libanons politieke en economische crisis; verzoekt alle externe mogendheden om zich niet te mengen in Libanese aangelegenheden en dringt aan op eerbiediging van de soevereiniteit en de politieke onafhankelijkheid van het land; dringt er bij alle politieke facties in de regering op aan een einde te maken aan het sektarisme en essentiële hervormingen door te voeren voor alle mensen die in Libanon wonen, zonder discriminatie op grond van godsdienst of etnische afkomst;

11. spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het voortdurende uitblijven van vooruitgang in de richting van een permanent staakt-het-vuren en andere essentiële bepalingen van resolutie 1701 (2006) van de VN-Veiligheidsraad, gelet op de recente en voortdurende spanningen langs de zuidgrens van Libanon; bevestigt nogmaals zijn krachtige steun voor de territoriale integriteit, de soevereiniteit en de politieke onafhankelijkheid van Libanon, overeenkomstig resolutie 2591 (2021) van de VN-Veiligheidsraad; herinnert aan het standpunt van de EU dat de desbetreffende resoluties 1559 (2005) en 1701 (2006) van de VN-Veiligheidsraad volledig moeten worden nageleefd;

12. verzoekt de internationale gemeenschap de nodige financiële steun te verlenen om de Libanese strijdkrachten en binnenlandse veiligheidstroepen in staat te stellen hun essentiële rol te vervullen bij het voorkomen van een verdere ineenstorting van de overheidsinstellingen, het waarborgen van humanitaire hulp en het garanderen van veiligheid en stabiliteit, met eerbiediging van het recht om te betogen en het recht op vrije meningsuiting; herhaalt dat verantwoordingsplicht van ambtenaren van essentieel belang is en veroordeelt elk geweld tegen demonstranten;

13. verzoekt de EDEO om in samenwerking met de lidstaten een lijst van verantwoordelijke autoriteiten in Libanon voor te stellen; dringt aan op het gebruik van gerichte sancties binnen het door de Raad op 30 juli 2021 vastgestelde kader tegen alle personen of entiteiten die voldoen aan de criteria van dat kader; benadrukt dat de invoering van gerichte sancties voor het belemmeren of ondermijnen van het democratische politieke proces een optie blijft die kan worden geactiveerd indien de verantwoordelijke actoren in Libanon de hervorming en de strijd tegen corruptie blijven blokkeren; verzoekt alle EU-lidstaten zonder uitzondering ten volle mee te werken aan de nieuwe gerichte EU‑sancties tegen corrupte leiders en degenen die in Libanon verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat, alsook degenen die met hen samenwerken, en deze sancties steviger te maken; dringt er bij de EDEO en de Raad op aan snel voldoende middelen toe te wijzen om het nieuwe mechanisme doeltreffend te ontwikkelen; verzoekt de EU-lidstaten en hun partners, zoals het VK en Zwitserland, samen te werken in de strijd tegen de vermeende verduistering van publiek geld door een aantal Libanese functionarissen; verzoekt de lidstaten om binnen hun nationale jurisdicties gerechtelijke procedures in te leiden tegen de eigenaren van illegaal verworven kapitaal dat zich op hun grondgebied bevindt, en om inspanningen te bevorderen met het oog op teruggave van illegale middelen aan de Libanese bevolking;

14. herinnert eraan dat de Associatieovereenkomst tussen de EU en de Republiek Libanon voorziet in een politieke dialoog tussen het Parlement en het nieuwe Libanese parlement op basis van de totstandbrenging van politieke samenwerking tussen beide instellingen, die op verzoek van de Libanese autoriteiten kan dienen als aanvullend kader om de onlangs gevormde regering te steunen en de institutionele stagnatie te doorbreken;

15. herinnert aan zijn krachtige steun voor alle verdedigers van de mensenrechten in Libanon en hun werkzaamheden; moedigt het maatschappelijk middenveld en de sociale en economische partners aan hun respectieve rol te spelen in een nationale dialoog door hun aspiraties kenbaar te maken en voorstellen te doen voor vrede en de ontwikkeling en toekomst van het land, en prijst de initiatieven van lokale gemeenschappen en het maatschappelijk middenveld; is uiterst bezorgd over de toenemende emigratie van de Libanese bevolking en de daaruit voortvloeiende braindrain, die gevolgen heeft voor de menselijke hulpbronnen die van essentieel belang zijn voor de wederopbouw en het herstel van Libanon en zijn democratisch bestel;

16. roept Libanon op tot waarborging van de nodige bescherming tegen dwangarbeid, zoals vastgelegd in het nationale arbeidsrecht en de internationale mensenrechtennormen, met inbegrip van fundamentele beginselen en rechten op het werk, en in het Verdrag betreffende huishoudelijk personeel van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) (nr. 189 van 2011), teneinde het uitbuitende karakter van het kafalasysteem aan te pakken;

17. spreekt nogmaals zijn steun uit voor de vastberadenheid van de EU om Libanon bij te staan bij zijn economische herstructurering en de wederopbouw van zijn infrastructuur; verzoekt de Commissie de langetermijnfondsen te hervormen en de strategie en het herstelplan voor Libanon opnieuw te formuleren in het kader van de partnerschapsprioriteiten EU-Libanon uit hoofde van het nieuwe instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, en te overwegen extra potentiële partners binnen het maatschappelijk middenveld te financieren, met name om snel oplossingen te vinden voor de energieschaarste via hernieuwbare energiebronnen zoals zonnepanelen;

18. verzoekt de Commissie en de lidstaten hun steun op te voeren voor de Libanese vaccinatiecampagne, die internationale steun behoeft, en de gezondheidscrisis in Libanon te verlichten; roept op tot steun voor de salarissen van ziekenhuispersoneel en de aankoop van paramedische artikelen;

19. bevestigt zijn sterke partnerschap met Libanon en zijn bevolking, dat geschraagd wordt door de gemeenschappelijke waarden van democratie, pluralisme, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten; herhaalt zijn steun voor het vaste voornemen van de EU om Libanon te helpen bij zijn economische herstructurering; betuigt zijn respect aan de slachtoffers van de explosie in de haven van Beiroet; betuigt opnieuw zijn solidariteit met en steun aan het Libanese maatschappelijk middenveld, in het bijzonder journalisten en klokkenluiders; roept de Raad en de Commissie op hun inspanningen ter ondersteuning van de wederopbouw en het economisch herstel van Libanon voort te zetten alsook nauwer samen te werken met en betere financiering te verstrekken aan de maatschappelijke organisaties in het land;

20. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Arabische Liga, de voorzitter van de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering en de regering en het parlement van Libanon.

[1] PB C 279E van 19.11.2009, blz. 69.

[2] PB L 143 van 30.5.2006, blz. 2.

[3] PB L 337 van 21.12.2007, blz. 111.

[4] PB L 277I van 2.8.2021, blz. 16.

Laatst bijgewerkt op: 15 september 2021Juridische mededeling - Privacybeleid