Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B9-0553/2021Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B9-0553/2021

    GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE over de mensenrechtensituatie in Kameroen

    24.11.2021 - (2021/2983(RSP))

    ingediend overeenkomstig artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van het Reglement
    ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:
    B9-0553/2021 (The Left)
    B9-0558/2021 (Verts/ALE)
    B9-0564/2021 (S&D)
    B9-0566/2021 (PPE)
    B9-0571/2021 (ECR)
    B9-0573/2021 (Renew)

    Michael Gahler, Christian Sagartz, György Hölvényi, Isabel Wiseler-Lima, David McAllister, Antonio López-Istúriz White, Miriam Lexmann, Tomáš Zdechovský, Inese Vaidere, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Peter Pollák, José Manuel Fernandes, Adam Jarubas, Tom Vandenkendelaere, David Lega, Krzysztof Hetman, Stanislav Polčák, Loránt Vincze, Ivan Štefanec, Lefteris Christoforou, Andrey Kovatchev, Vladimír Bilčík, Seán Kelly, Michaela Šojdrová, Luděk Niedermayer, Ioan-Rareş Bogdan
    namens de PPE-Fractie
    Pedro Marques, Andrea Cozzolino, Maria Arena
    namens de S&D-Fractie
    Barry Andrews, Petras Auštrevičius, Malik Azmani, Olivier Chastel, Bernard Guetta, Ilhan Kyuchyuk, Karen Melchior, Frédérique Ries, Michal Šimečka, Nicolae Ştefănuță, Ramona Strugariu, Hilde Vautmans
    namens de Renew-Fractie
    Hannah Neumann, Pierrette Herzberger-Fofana
    namens de Verts/ALE-Fractie
    Anna Fotyga, Karol Karski, Witold Jan Waszczykowski, Elżbieta Kruk, Adam Bielan, Assita Kanko, Jan Zahradil, Raffaele Fitto, Elżbieta Rafalska, Bogdan Rzońca, Ryszard Czarnecki, Valdemar Tomaševski, Eugen Jurzyca, Carlo Fidanza
    namens de ECR-Fractie
    Marisa Matias
    namens de Fractie The Left
    Fabio Massimo Castaldo


    Procedure : 2021/2983(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    RC-B9-0553/2021
    Ingediende teksten :
    RC-B9-0553/2021
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    Resolutie van het Europees Parlement over de mensenrechtensituatie in Kameroen

    (2021/2983(RSP))

    Het Europees Parlement,

     gezien zijn eerdere resoluties over Kameroen, en met name die van 18 april 2019[1],

     gezien het situatieverslag van het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden van 5 november 2021 over Kameroen en het jaarverslag 2020 van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld – landverslag Kameroen van 21 juni 2021,

     gezien de ACS-EU-Partnerschapsovereenkomst (de “Overeenkomst van Cotonou”),

     gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

     gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

     gezien het Verdrag inzake de rechten van het kind, dat in 1993 door Kameroen is geratificeerd,

     gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van 1981,

     gezien de grondwet van de Republiek Kameroen,

     gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat de aanvankelijk vreedzame protesten van het Cameroon Anglophone Civil Society Consortium tegen de marginalisering, door de federale regering, van de Engelstalige regio’s van Kameroen in 2016 met bruut geweld de kop in werden gedrukt door de overheidsinstanties, hetgeen de steun voor separatistische bewegingen aanwakkerde, de opkomst van verscheidene separatistische milities in de hand werkte die voor een nieuwe staat, Ambazonia, pleitten, en tot een bloedig militair conflict leidde;

    B. overwegende dat dialoog een voorwaarde is voor vrede, maar dat de regering van president Paul Biya herhaaldelijk heeft geweigerd rechtstreeks het gesprek aan te gaan met separatistische leiders uit de Engelstalige regio’s;

    C. overwegende dat Kameroen met verschillende politieke en veiligheidskwesties kampt, waaronder dreigementen van Boko Haram in de regio Extrême-Nord en een interne gewapende separatistische opstand in de Engelstalige regio’s Noordwest- en Zuidwest-Kameroen, die al bijna vijf jaar aan de gang is;

    D. overwegende dat leraren en advocaten uit de Engelstalige regio’s in 2016 vreedzame stakingen hebben gehouden in Noordwest- en Zuidwest-Kameroen in protest tegen de oplegging van het Franse rechtsstelsel en de Franse taal in hun rechtbanken en klaslokalen, hetgeen de crisis heeft teweeggebracht; overwegende dat het gewapende conflict, dat sinds 2017 aan de gang is, duizenden mensen het leven heeft gekost en tot een regelrechte humanitaire crisis heeft geleid in de Engelstalige regio’s van Kameroen;

    E. overwegende dat tot op heden meer dan 3 000 burgers en honderden leden van de veiligheidstroepen om het leven zijn gekomen; overwegende dat ruim een miljoen mensen binnenlands ontheemd zijn geraakt als gevolg van het aanhoudende conflict in Kameroen; overwegende dat meer dan 2,2 miljoen mensen humanitaire hulp nodig hebben en ruim 66 000 mensen toevlucht hebben gezocht in buurland Nigeria; overwegende dat in Kameroen meer dan 447 000 vluchtelingen en asielzoekers worden opgevangen; overwegende dat West-Kameroen en de regio Littoral de gevolgen ondervinden van de overloopeffecten van deze crisis;

    F. overwegende dat de rechtsstaat niet door Kameroen wordt geëerbiedigd en dat al eerder door onafhankelijke waarnemers, waaronder Human Rights Watch en Amnesty International, is vastgelegd hoe militaire rechtszaken door ernstige materiële en procedurele gebreken worden verstoord en hoe daarbij het vermoeden van onschuld, het recht op een adequate verdediging en de onafhankelijkheid van processen en van de rechterlijke macht in het algemeen stuk voor stuk ernstig worden ondermijnd;

    G. overwegende dat er steeds vaker conflicten plaatsvinden tussen de gewapende separatistische Engelstalige groeperingen en de veiligheidstroepen van de regering, en dat deze conflicten in hevigheid toenemen; overwegende dat ook de humanitaire hulp in de getroffen regio’s een flinke klap heeft gekregen als gevolg van inmenging door niet-statelijke gewapende groeperingen en lockdownmaatregelen, waardoor mensen in deze regio’s kampen met ernstige voedselonzekerheid en tienduizenden mensen geen toegang hebben tot wezenlijke zorg; overwegende dat bij de invoering van de lockdownmaatregelen maar weinig uitzonderingen zijn gemaakt voor humanitaire activiteiten en dat de hulpverlening daardoor aanzienlijk is verstoord; overwegende dat de agentschappen van de VN zich, ondanks de aanvullende kwetsbaarheden die de COVID-19-pandemie met zich heeft meegebracht, gedwongen hebben gezien hun humanitaire activiteiten op te schorten;

    H. overwegende dat burgers het zwaarst door het geweld en het conflict tussen de regering en de separatistische krachten worden getroffen en dat veruit de meeste slachtoffers onder burgers vallen; overwegende dat de regering en de separatistische krachten continu vergeldingsacties tegen elkaar ondernemen en zich daarbij doelbewust op burgers en kwetsbare bevolkingsgroepen richten;

    I. overwegende dat mensenrechtenadvocaat, vooraanstaand verdediger van de rechten van de Engelstalige minderheid en voorstander van de vreedzame oplossing van de crisis Felix Agbor Nkongho meerdere doodsbedreigingen heeft ontvangen van de gewapende separatistische groeperingen; overwegende dat hij niet de enige is die wordt aangevallen en geïntimideerd;

    J. overwegende dat de politieke spanningen sinds de verkiezingen van 2018 zijn uitgemond in haatzaaiende uitlatingen op grond van etnische afkomst en politieke overtuiging, die op hun beurt op de sociale media worden versterkt;

    K. overwegende dat regeringstroepen zich als gevolg van de vijandelijkheden of vermoedelijke samenwerking met separatisten schuldig hebben gemaakt aan de buitengerechtelijke executie van burgers, waaronder vrouwen en kinderen, foltering en mishandeling, seksueel geweld, waaronder verkrachting, gendergerelateerd geweld, vernieling van eigendommen, waaronder dorpen, huizen, zorgvoorzieningen en ziekenhuizen, plundering, en willekeurige arrestatie en detentie van burgers;

    L. overwegende dat in de eerste vijf maanden van 2021 ten minste 27 aanvallen zijn gepleegd door gewapende separatisten en dat daarbij in 13 steden geïmproviseerde explosieven werden geplaatst, wat meer is dan in alle voorgaande jaren van de crisis opgeteld; overwegende dat honderden mensen, waaronder vrouwen, humanitaire hulpverleners, leraren en kinderen, met geweld zijn bejegend en zijn verkracht, gedood, gefolterd, bedreigd en ontvoerd; overwegende dat wordt vermoed dat de daders samenwerken met het leger;

    M. overwegende dat kinderen naar verhouding zwaarder door het conflict worden getroffen en dat 700 000 leerlingen het recht op onderwijs is ontzegd als gevolg van een gedwongen boycot op school in alle Engelstalige regio’s; overwegende dat 28 % van alle slachtoffers van gendergerelateerd geweld in Kameroen kind is (cijfers vanaf augustus 2021) en dat kinderen in het land een verhoogd risico lopen om als kindsoldaat of kindarbeider te worden gerekruteerd of te worden misbruikt; overwegende dat naar verluidt 50 % van de kinderen in Kameroen is misbruikt; overwegende dat volgens het Bevolkingsfonds van de VN 38 % van de vrouwen in Kameroen tussen de 20 en 24 jaar voor de leeftijd van 18 jaar getrouwd is en 13 % voor de leeftijd van 15 jaar;

    N. overwegende dat president Biya als reactie op internationale druk een onderzoekscommissie heeft ingesteld om de moorden in Ngarbuh te onderzoeken, waarna de regering heeft toegegeven dat haar veiligheidstroepen in dit verband enige verantwoordelijkheid dragen en heeft laten weten de betrokken personen te zullen arresteren; overwegende dat hierover echter geen verdere informatie beschikbaar is;

    O. overwegende dat de lockdown streng is gehandhaafd en dat in het kader daarvan onder meer bijna alle scholen en leercentra zijn gesloten; overwegende dat iedereen die weigerde zich aan de lockdownmaatregelen te houden, waaronder kinderen en leraren, met geweld werd bejegend; overwegende dat er scholen, universiteiten en ziekenhuizen zijn aangevallen, hetgeen de schendingen van het recht op onderwijs alleen maar heeft verergerd en verlengd en geleid heeft tot de ontzegging van essentiële gezondheidsdiensten;

    P. overwegende dat de spanningen in het land sinds de presidentsverkiezingen van 2018 zijn opgelopen; overwegende dat president Biya in september 2019 een nationale dialoog heeft gelanceerd met als doel om het conflict tussen de strijdkrachten en de separatistische rebellen in de Engelstalige regio’s op te lossen; overwegende dat de tenuitvoerlegging van de bij deze dialoog overeengekomen maatregelen twee jaar later weinig resultaat heeft opgeleverd; overwegende dat verschillende pogingen in 2020 en 2021 om de crisis in Kameroen op te lossen zijn mislukt;

    Q. overwegende dat er een aantal presidentiële decreten zijn opgesteld die voorzien in de overdracht van bevoegdheden en de geleidelijke overheveling van personele en financiële middelen naar de gedecentraliseerde autoriteiten met het oog op de praktische tenuitvoerlegging van het decentralisatieproces, maar dat de ondertekening van deze decreten nog hangende is;

    R. overwegende dat de regering de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging blijft beperken en politieke tegengeluiden steeds meer onderdrukt; overwegende dat honderden leden en aanhangers van oppositiepartijen zijn gearresteerd na demonstraties waarin werd opgeroepen tot een vreedzame oplossing van de crisis in de Engelstalige regio’s; overwegende dat stelselmatig beperkingen worden opgelegd aan politieke tegenstanders, demonstranten, journalisten en het maatschappelijk middenveld;

    S. overwegende dat het Kameroense wetboek van strafrecht maximaal vijf jaar gevangenisstraf stelt op seksuele relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht; overwegende dat in de afgelopen jaren en maanden melding is gemaakt van talloze gevallen van arrestatie en intimidatie van lhbtqi’ers;

    T. overwegende dat Kameroen in de regio Extrême-Nord wordt bedreigd door Boko Haram en de West-Afrikaanse provincie van de Islamitische Staat (ISWAP); overwegende dat de aanvallen van de islamistische gewapende groepering Boko Haram dagelijkse moorden, ontvoeringen, roofovervallen en vernielingen van eigendommen omvatten, waarbij ernstige schendingen van de mensenrechten en van het internationaal recht en het internationaal humanitair recht zijn begaan; overwegende dat bij dergelijke aanvallen ook sprake is geweest van kindsoldaten en zelfmoordaanslagen door kinderen; overwegende dat Boko Haram sinds december 2020 ten minste 80 burgers heeft gedood en dat in augustus 2021 meer dan 340 000 mensen binnenlands ontheemd waren; overwegende dat de vermoedelijke dood van Abubakar Shekau, de leider van Boko Haram, tijdens een confrontatie in Nigeria met de splintergroepering ISWAP ertoe heeft bijgedragen dat de ISWAP haar macht heeft kunnen consolideren, waardoor de onveiligheid in de regio Extrême-Nord van Kameroen is toegenomen; overwegende dat de regeringstroepen niet bij machte zijn de getroffen bevolking adequaat te beschermen;

    1. is ernstig bezorgd over de mensenrechtensituatie in Kameroen; onderstreept het recht van de Kameroense burgers op vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging; roept op tot eerbiediging van de mensenrechten en dringt er bij de regering van Kameroen op aan alle nodige stappen te zetten om haar verplichtingen met betrekking tot de bescherming van deze rechten na te komen;

    2. dringt er zowel bij de Kameroense regering als bij de politieke en militaire leiders van de separatistische groeperingen op aan een humanitair staakt-het-vuren overeen te komen en moedigt de partijen bij het conflict aan in te stemmen met maatregelen die het wederzijds vertrouwen versterken, zoals de vrijlating van niet-gewelddadige politieke gevangenen en de beëindiging van de boycots van scholen; dringt er bij de regering van president Biya en de Engelstalige separatisten op aan de vredesbesprekingen onmiddellijk te hervatten; dringt er bij de internationale gemeenschap, met name de Afrikaanse Unie, de Centraal-Afrikaanse staten en de EU op aan de dialoog te vergemakkelijken door aan te bieden om als bemiddelaar op te treden; onderstreept het belang van regionale samenwerking en dringt er bij de Kameroense regering op aan nauw samen te werken met de Afrikaanse Unie en de Economische Gemeenschap van Centraal-Afrikaanse Staten; betreurt dat beide partijen in het conflict hebben gefaald om werkelijk zinvolle vredesbesprekingen te voeren om het conflict op te lossen, en daartoe ook niet bereid zijn; is ervan overtuigd dat een politieke dialoog waarbij wordt gestreefd naar het sluiten van compromissen, werkelijke politieke participatie en inclusie voor alle betrokken partijen, de enige manier is om duurzame vrede te bereiken; roept de Kameroense regering en de leiders van de separatistische groeperingen op om onmiddellijk rechtstreekse onderhandelingen te starten door gebruik te maken van het aanbod van bemiddeling dat door derden is gedaan;

    3. veroordeelt de schendingen van de mensenrechten en van het internationaal recht en het internationaal humanitair recht door de partijen in het gewapende conflict en onderstreept hoe belangrijk het is straffeloosheid te bestrijden; roept de Kameroense autoriteiten op ervoor te zorgen dat er overeenkomstig het internationale recht en de internationale normen onafhankelijke, doeltreffende, transparante en onpartijdige onderzoeken worden ingesteld en dat de ernstige schendingen en vergrijpen door zowel overheids- als niet-overheidsactoren worden vervolgd, zodat degenen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen ter verantwoording worden geroepen en in een eerlijk proces voor de rechter worden gebracht, om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en een einde aan de straffeloosheid te waarborgen, aangezien dit kernelementen zijn van de rechtsstaat en het fundament vormen van een goed functionerende democratische staat;

    4. verzoekt de Kameroense regering het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof te ratificeren; dringt er bij de EU op aan alle politieke invloed die ontwikkelingshulp en andere bilaterale programma’s met zich meebrengen aan te wenden om de verdediging van de mensenrechten in Kameroen te ondersteunen;

    5. is gekant tegen het gebruik van militaire rechtbanken voor de berechting van burgers; herinnert aan de internationale verplichtingen met betrekking tot een eerlijke procesvoering waaraan Kameroen gebonden is, herinnert Kameroen aan zijn verplichting om het recht van alle burgers op een eerlijk proces voor onafhankelijke rechtbanken te handhaven, en herinnert eraan dat militaire rechtbanken geen jurisdictie over de burgerbevolking mogen hebben;

    6. roept de Kameroense autoriteiten op burgers niet langer voor militaire rechtbanken te brengen, met een vooraf bepaalde uitkomst en met oplegging van de doodstraf, hetgeen onwettig is volgens de internationale mensenrechtenwetgeving; herinnert eraan dat de doodstraf sinds 1997 niet meer is toegepast in Kameroen en dat dit een mijlpaal is op weg naar de volledige afschaffing van de doodstraf in het land; herhaalt dat de EU sterk gekant is tegen de doodstraf, in alle gevallen en zonder uitzondering; verzoekt de regering van Kameroen ervoor te zorgen dat de doodstraf wordt afgeschaft; verzoekt de regering van Kameroen het tweede facultatieve protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, gericht op de afschaffing van de doodstraf, te bekrachtigen; dringt er bij de rechtbanken op aan voortaan van een dergelijk vonnis af te zien en te bevestigen dat zij de doodstraf niet meer zullen opleggen;

    7. betreurt het gebruik van geweld, met name tegen kinderen, en is uiterst bezorgd over de gevolgen die de crisis voor hen heeft; roept beide partijen in het conflict op niet langer opzettelijk burgers als doelwit te kiezen en dringt er bij de separatisten op aan onmiddellijk een einde te maken aan de aanvallen op scholen en aan alle gedwongen boycots van het onderwijs, en ervoor te zorgen dat alle studenten en leerkrachten weer veilig naar school kunnen;

    8. roept de Kameroense autoriteiten op alle vrouwen in het land te beschermen, met name in de conflictgebieden, en gendergelijkheid en de zelfredzaamheid van vrouwen te bevorderen door de deelname van vrouwen en vrouwenrechtenorganisaties aan het openbare en politieke leven te stimuleren; roept op tot de ontwikkeling van specifieke EU-acties ter versterking van de rechten van verschillende groepen vrouwen, met bijzondere aandacht voor jongeren, migranten, vrouwen met hiv, lhbtqi-personen en mensen met een handicap;

    9. is van mening dat het proces van decentralisatie, als systeem van economisch, sociaal en politiek bestuur, een essentieel instrument is om de diverse uitdagingen op het gebied van ontwikkeling aan te gaan, met name door een grotere verantwoordingsplicht van lokale politici en van het lokale bestuur ten opzichte van betrokken burgers; verwelkomt de steun van de EU aan dit proces;

    10. veroordeelt het buitensporig en oneigenlijk gebruik van geweld tegen politieke tegenstanders en vreedzame demonstranten; betreurt de toepassing van lockdown-maatregelen, zoals uitgaansverboden of een verbod op openbare bijeenkomsten, onder het mom van bestrijding van de COVID-19-pandemie, teneinde de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en het recht op vreedzame vergadering aan banden te leggen; spreekt zijn bezorgdheid uit over de aantasting van de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid in Kameroen; betreurt de willekeurige arrestatie en intimidatie van journalisten en politici van de oppositie en het smoren van politieke tegengeluiden; roept de autoriteiten van Kameroen op politieke tegenstanders, demonstranten en alle andere burgers die uitsluitend om politieke redenen willekeurig zijn gearresteerd en worden vastgehouden, onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten; veroordeelt de schendingen van de fundamentele vrijheden;

    11. roept de socialemediaplatforms op met de regering, de oppositie en het maatschappelijk middenveld samen te werken om ervoor te zorgen dat hun webpagina’s worden gecontroleerd en om opruiende inhoud, haatzaaiende taal of verkeerde informatie, die de betrekkingen tussen de gemeenschappen verder verstoren, te beperken;

    12. betreurt het feit dat aan meer dan 40 000 mensen voedselhulp is onthouden als gevolg van de onveilige situatie en de wegblokkades in de regio’s Noordwest en Zuidwest, alsook de recente aanvallen op gezondheidsfaciliteiten en gezondheidswerkers, en het feit dat humanitaire activiteiten tijdens de lockdown werden verboden; veroordeelt het tegenhouden van humanitaire hulp en de ontvoering en intimidatie van en de moord op humanitaire hulpverleners in de regio’s Noordwest en Zuidwest-Kameroen, en veroordeelt evenzeer de toenemende intimidatie van onafhankelijke waarnemers en mensenrechtenverdedigers, met name vrouwenrechtenverdedigers, wier werk belangrijker is dan ooit in de context van de ernstige schendingen van de mensenrechten door alle partijen in dit conflict; dringt erop aan dat alle partijen in het conflict onmiddellijk vrije toegang voor humanitaire hulp verlenen; roept de regering van Kameroen op ervoor te zorgen dat de humanitaire hulp de crisisgebieden bereikt;

    13. verzoekt de VN en de EU de humanitaire situatie te blijven volgen en te blijven beoordelen waar behoefte aan is; vraagt de internationale gemeenschap, met inbegrip van de EU en haar lidstaten, dringend humanitaire steun te verlenen, zodat doeltreffend kan worden gereageerd en aan de dringende behoeften van de bevolking kan worden voldaan; is van mening dat een onderzoeksmissie van de VN-Mensenrechtenraad naar Kameroen zinvol zou zijn om vast te stellen in welke mate en door wie de internationale mensenrechtenwetgeving en het internationale humanitaire recht zijn geschonden;

    14. veroordeelt de terroristische acties van Boko Haram in Kameroen; heeft waardering voor de inspanningen van de Kameroense autoriteiten om deze groepering te bestrijden; roept de internationale gemeenschap op alle inspanningen ter bestrijding van Boko Haram te ondersteunen; beklemtoont dat terrorisme alleen doeltreffend kan worden bestreden als de oorzaken en de specifieke problemen die verband houden met ongelijkheid worden aangepakt;

    15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de regering en het parlement van Kameroen, en de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

     

     

    Laatst bijgewerkt op: 24 november 2021
    Juridische mededeling - Privacybeleid