Gezamenlijke ontwerpresolutie - RC-B9-0393/2023Gezamenlijke ontwerpresolutie
RC-B9-0393/2023

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in Nagorno-Karabach na de aanval van Azerbeidzjan en de aanhoudende bedreigingen van Armenië

4.10.2023 - (2023/2879(RSP))

ingediend overeenkomstig artikel 132, leden 2 en 4, van het Reglement
ter vervanging van de volgende ontwerpresoluties:
B9‑0393/2023 (The Left)
B9‑0397/2023 (S&D)
B9‑0400/2023 (Verts/ALE)
B9‑0402/2023 (Renew)
B9‑0404/2023 (ECR)
B9‑0405/2023 (PPE)

Željana Zovko, Andrey Kovatchev, Michael Gahler, Rasa Juknevičienė, David McAllister, Paulo Rangel, Andrius Kubilius, Isabel Wiseler‑Lima, François‑Xavier Bellamy, Vladimír Bilčík, Loucas Fourlas, Anja Haga, Andrzej Halicki, Sandra Kalniete, David Lega, Miriam Lexmann, Sven Simon, Michaela Šojdrová, Tom Vandenkendelaere, Tomáš Zdechovský
namens de PPE-Fractie
Pedro Marques, Tonino Picula, Marina Kaljurand, Isabel Santos, Sylvie Guillaume, Evin Incir
namens de S&D-Fractie
Nathalie Loiseau, Abir Al‑Sahlani, Petras Auštrevičius, Nicola Beer, Olivier Chastel, Katalin Cseh, Vlad Gheorghe, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Moritz Körner, Karen Melchior, Frédérique Ries, María Soraya Rodríguez Ramos, Ramona Strugariu, Marie‑Pierre Vedrenne, Hilde Vautmans, Salima Yenbou
namens de Renew-Fractie
Markéta Gregorová, François Alfonsi, Mounir Satouri
namens de Verts/ALE-Fractie
Angel Dzhambazki, Charlie Weimers, Assita Kanko, Witold Jan Waszczykowski, Anna Zalewska, Adam Bielan, Elżbieta Kruk, Joachim Stanisław Brudziński, Beata Kempa, Bert‑Jan Ruissen
namens de ECR-Fractie
Idoia Villanueva Ruiz
namens de Fractie The Left
Fabio Massimo Castaldo


Procedure : 2023/2879(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
RC-B9-0393/2023
Ingediende teksten :
RC-B9-0393/2023
Debatten :
Aangenomen teksten :

Ontwerpresolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nagorno-Karabach na de aanval van Azerbeidzjan en de aanhoudende bedreigingen van Armenië

(2023/2879(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn recente resoluties over de situatie in Nagorno-Karabach, Azerbeidzjan en Armenië, met name die van 19 januari 2023 over de humanitaire gevolgen van de blokkade in Nagorno-Karabach[1], van 10 maart 2022 over de vernietiging van cultureel erfgoed in Nagorno-Karabach[2] en van 20 mei 2021 over krijgsgevangenen na het meest recente conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan[3],

 gezien de betreffende documenten en internationale overeenkomsten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, het Handvest van de Verenigde Naties, de Slotakte van Helsinki van 1 augustus 1975 en de Verklaring van Alma-Ata van 21 december 1991,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, de Verdragen van Genève en de bijbehorende protocollen, het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, de Unesco-Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld van 16 november 1972 en de Verklaring van de Unesco van 17 oktober 2003 over de opzettelijke vernieling van cultureel erfgoed,

 gezien de basisbeginselen van de Minsk-groep van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) van 2009,

 gezien de trilaterale verklaring van 9 november 2020 die is ondertekend door de leiders van Rusland, Armenië en Azerbeidzjan,

 gezien de gezamenlijke verklaring van de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken, de voorzitter van de Delegatie voor de betrekkingen met de zuidelijke Kaukasus en de vaste rapporteurs voor Armenië en Azerbeidzjan van 19 september 2023 over de aanval van Azerbeidzjan op Nagorno-Karabach,

 gezien de verklaringen van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 19 september 2023 over de militaire escalatie en van 21 september 2023 over de ontwikkelingen in Nagorno-Karabach en de toespraak van de hoge vertegenwoordiger van 21 september 2023 in de VN-Veiligheidsraad over Nagorno-Karabach,

 gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 29 september 2023 over de ontheemding van mensen uit Nagorno‑Karabach,

 gezien de oproep van de secretaris-generaal van de VN, António Guterres, van 19 september 2023 om de vijandelijkheden onmiddellijk te staken en het commentaar van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN, Volker Türk, van 26 september 2023,

 gezien de beschikkingen van het Internationaal Gerechtshof van 22 februari 2023 en 6 juli 2023 over het verzoek om voorlopige maatregelen aan te geven voor de toepassing van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (Armenië tegen Azerbeidzjan),

 gezien het Haags Verdrag van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict, waarbij Armenië en Azerbeidzjan partij zijn, het eerste protocol daarbij, zoals van toepassing op bezette gebieden, en het tweede protocol daarbij, betreffende een betere bescherming van cultuurgoederen,

 gezien de verklaring van 11 november 2021 van de covoorzitters van de Minsk-groep van de OVSE waarin zij herhalen hoe belangrijk het is om plaatsen met historische en culturele waarde in de regio te beschermen,

 gezien het eindverslag van de deskundigencommissie van de VN-Veiligheidsraad die is opgericht bij resolutie 780 (1992) van de Veiligheidsraad,

 gezien het verslag van de Europese Commissie tegen Racisme en Onverdraagzaamheid van de Raad van Europa van 29 maart 2023 over Azerbeidzjan en het memorandum van de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa van 21 oktober 2021 over de gevolgen op humanitair gebied en voor de mensenrechten na het uitbreken van vijandelijkheden tussen Armenië en Azerbeidzjan rond Nagorno-Karabach in 2020,

 gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het conflict in Nagorno-Karabach uit historisch en geopolitiek oogpunt bijzonder ingewikkeld is; overwegende dat Azerbeidzjan op 19 september 2023 een vooraf geplande, ongerechtvaardigde militaire aanval op Nagorno-Karabach heeft uitgevoerd, waarbij veel doden zijn gevallen; overwegende dat op 20 september 2023 overeenstemming is bereikt over een staakt-het-vuren, maar dat de veiligheidssituatie van de burgers die in Nagorno-Karabach overblijven, niet is gewaarborgd; overwegende dat er meldingen zijn dat honderden Armeense burgers zijn gedood en gewond zijn geraakt tijdens de militaire operatie van Azerbeidzjan tegen Nagorno-Karabach; overwegende dat er meldingen zijn dat er mensen vermist zijn; overwegende dat de feitelijke autoriteiten van Nagorno-Karabach er in het kader van het staakt-het-vuren met Azerbeidzjan mee hebben ingestemd hun civiele instellingen te ontmantelen, de zelfverdedigingstroepen te ontwapenen, alle wapens in te leveren en zich terug te trekken uit alle gevechtsposities en legerposten; overwegende dat er echter herhaaldelijk melding is gemaakt van schendingen van het staakt-het-vuren;

B. overwegende dat deze aanval een grove schending van de mensenrechten en het internationaal recht vormt, en een duidelijke schending van de trilaterale staakt-het-vurenverklaring van 9 november 2020 en van de toezeggingen die Azerbeidzjan heeft gedaan tijdens de onderhandelingen met bemiddeling van de EU; overwegende dat Nikol Pasjinjan, de minister-president van Armenië, op 22 mei 2023 heeft verklaard dat zijn land bereid is de territoriale integriteit van Azerbeidzjan, met inbegrip van Nagorno-Karabach, te erkennen in ruil voor veiligheidsgaranties voor de Armeense bevolking in de regio, als onderdeel van het vredesproces tussen de twee landen;

C. overwegende dat sinds het Azerbeidzjaanse offensief op 19 september 2023 meer dan 100 000 Armeniërs uit Nagorno-Karabach zich gedwongen zagen naar Armenië te vluchten; overwegende dat daardoor in Nagorno-Karabach vrijwel geen Armenen meer wonen, hoewel die er al eeuwen gevestigd waren; overwegende dat de Azerbeidzjaanse regering heeft verklaard dat zij de rechten van de burgerbevolking zal waarborgen, waaronder het recht op onderwijs, culturele rechten, religieuze rechten en stemrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen; overwegende dat de beloften van Azerbeidzjan om de rechten van de lokale bevolking te respecteren niet geloofwaardig werden geacht door de Armeense inwoners van Nagorno-Karabach, die vrezen voor represailles of het verlies van de vrijheid om hun taal te gebruiken, hun godsdienst te belijden en hun gewoonten te behouden; overwegende dat er sinds het begin van het offensief geloofwaardige meldingen zijn van plunderingen, vernielingen, geweld en arrestaties door Azerbeidzjaanse troepen; overwegende dat verschillende functionarissen en voormalige functionarissen uit Nagorno-Karabach sinds 19 september 2023 door Azerbeidzjan zijn gearresteerd;

D. overwegende dat etnische zuivering door de VN-Veiligheidsraad wordt omschreven als het etnisch homogeen maken van een gebied door het gebruik van geweld of intimidatie om personen van een andere etnische of religieuze groep uit een bepaald gebied te verwijderen, en in strijd is met het internationaal recht; overwegende dat de aanhoudende gedwongen uittocht van de lokale Armeense bevolking, die neerkomt op etnische zuivering, dringend moet worden beëindigd en teruggedraaid, en dat de voorwaarden voor een veilige terugkeer naar Nagorno-Karabach moeten worden gewaarborgd; overwegende dat de Armeniërs in Nagorno-Karabach het recht hebben om in waardigheid en veiligheid in hun huizen te wonen; overwegende dat de Azerbeidzjaanse autoriteiten hebben de registratie van alle Armeense inwoners van Nagorno-Karabach aangekondigd;

E. overwegende dat zowel Azerbeidzjan als Armenië gebonden zijn aan het internationaal humanitair recht; overwegende dat het derde Verdrag van Genève krijgsgevangenen beschermt tegen alle vormen van foltering en wrede behandeling; overwegende dat dergelijke daden tijdens een gewapend conflict neerkomen op oorlogsmisdrijven; overwegende dat het vierde Verdrag van Genève burgers beschermt bij internationale gewapende conflicten en bepaalt dat het wederrechtelijk opsluiten, opzettelijk doden en onmenselijk en vernederend behandelen van een beschermd persoon oorlogsmisdrijven zijn;

F. overwegende dat deze militaire agressie werd voorafgegaan door de negen maanden durende blokkade door Azerbeidzjan (sinds 12 december 2022) van de Laçın-corridor, de enige landcorridor die de voornamelijk door Armeniërs bevolkte regio Nagorno‑Karabach verbindt met Armenië, waardoor meer dan 100 000 Armeniërs in Nagorno-Karabach vrij verkeer en toegang tot voedsel, geneesmiddelen, hygiëneproducten en andere goederen werd ontzegd, alsook door de instelling van een controlepost op diezelfde corridor in april 2023, in strijd met de trilaterale verklaring van november 2020, door een militaire opbouw rond Nagorno-Karabach en aan de grens met Armenië, en door agressieve en opruiende retoriek van het leiderschap van Azerbeidzjan;

G. overwegende dat op grond van de trilaterale verklaring van 9 november 2020, die een einde maakte aan de 44-daagse oorlog, de Laçın-corridor onder controle moest blijven van Russische vredestroepen, terwijl Azerbeidzjan de veiligheid van personen, voertuigen en goederen op de Laçın-corridor in beide richtingen moest garanderen; overwegende dat de Russische zogenaamde vredeshandhavingstroepen niet volgens hun mandaat hebben gehandeld en geen actie hebben ondernomen tegen de blokkade van de Laçın-corridor door Azerbeidzjan, de instelling van een controlepost of de recentste militaire agressie door Azerbeidzjan; overwegende dat Azerbeidzjan door de Laçın-corridor te blijven blokkeren, zijn internationale verplichtingen uit hoofde van de trilaterale staakt-het-vurenverklaring van november 2020 niet is nagekomen;

H. overwegende dat vooral kwetsbare groepen in Nagorno-Karabach, zoals kinderen, ouderen en mensen met een handicap en chronische gezondheidsproblemen, hebben geleden onder deze meer dan negen maanden van georganiseerde uithongering en isolatie; overwegende dat dit onder meer heeft geleid tot meer miskramen en vroeggeboorten wegens het feit dat zwangere vrouwen geen toegang hebben tot behoorlijke voeding en prenatale zorg; overwegende dat Azerbeidzjan ook de gas- en elektriciteitsvoorziening van de regio heeft afgesloten, wat aanzienlijke gevolgen had voor de levensomstandigheden in de regio, waaronder het functioneren van ziekenhuizen en scholen; overwegende dat de ziekenhuizen in Nagorno-Karabach als gevolg van de blokkade onvoldoende capaciteit hadden om de mensen te behandelen die gewond waren geraakt door de aanval van Azerbeidzjan;

I. overwegende dat het Internationaal Gerechtshof Azerbeidzjan in zijn beschikking van 22 februari 2023 in de zaak Armenië tegen Azerbeidzjan heeft gelast vrije doorgang door de Laçın-corridor toe te staan en alle maatregelen te nemen die tot zijn beschikking staan om het onbelemmerde verkeer van personen, voertuigen en vracht via de Laçın‑corridor in beide richtingen te waarborgen;

J. overwegende dat de feitelijke president van Nagorno-Karabach, Samvel Shahramanyan, zich op 28 september 2023 gedwongen zag een decreet te ondertekenen waarbij alle structuren en instellingen van de zelfverklaarde republiek met ingang van 1 januari 2024 worden ontbonden en de zelfverklaarde Republiek Nagorno-Karabach ophoudt te bestaan;

K. overwegende dat de EU 5 miljoen EUR aan humanitaire hulp heeft verstrekt aan het Internationaal Comité van het Rode Kruis; overwegende dat met deze middelen hulp zal worden geboden aan mensen die van Nagorno-Karabach naar Armenië zijn gevlucht en aan kwetsbare mensen in Nagorno-Karabach; overwegende dat de Armeense regering de EU om bijstand heeft verzocht om het hoofd te bieden aan de toestroom van vluchtelingen uit Nagorno-Karabach;

L. overwegende dat de voorzitter van de Europese Raad een van de drie sporen van vredesonderhandelingen tussen Armenië en Azerbeidzjan in gang heeft gezet en gastheer zal zijn van de volgende bijeenkomst op hoog niveau met de leiders van de twee landen op 5 oktober 2023 in Granada, in de marge van de Europese Politieke Gemeenschap;

M. overwegende dat er zich in Nagorno-Karabach talrijke kerken, moskeeën, kruisstenen en begraafplaatsen bevinden; overwegende dat nadat Azerbeidzjan tijdens de oorlog in 2020 opzettelijk aanzienlijke schade had toegebracht aan Armeens cultureel erfgoed, het Internationaal Gerechtshof in zijn beschikking van 7 december 2021[4] heeft aangegeven dat Azerbeidzjan “alle nodige maatregelen moet nemen om vandalisme en ontheiliging van Armeens cultureel erfgoed, waaronder, maar niet beperkt tot, kerken en andere gebedshuizen, monumenten, begraafplaatsen en artefacten, te voorkomen en te bestraffen”;

N. overwegende dat andere staten, zoals Turkije, Azerbeidzjan politieke, diplomatieke en militaire steun hebben verleend, waardoor het conflict verder is geëscaleerd; overwegende dat Armenië overeenkomstig punt 9 van de overeenkomst over het staakt-het-vuren in Nagorno-Karabach van 2020 de veiligheid van de transportverbindingen tussen de exclave Nachitsjevan en de rest van Azerbeidzjan moest waarborgen, verbindingen die door Azerbeidzjan en Turkije zijn gepromoot als de “Zangezur-corridot” en door functionarissen van die twee landen zijn gebruikt op een manier die een bedreiging vormt voor de soevereiniteit van Armenië;

O. overwegende dat de Azerbeidzjaanse leiders de afgelopen jaren herhaaldelijk irredentistische verklaringen hebben afgelegd over het soevereine grondgebied van Armenië; overwegende dat het Azerbeidzjaanse leger de afgelopen twee jaar verschillende delen van het soevereine grondgebied van Armenië heeft bezet en burgerdoelwitten op het grondgebied van Armenië heeft gebombardeerd;

P. overwegende dat eerdere waarschuwingen van het Parlement over de situatie niet hebben geleid tot een significante verandering van het beleid van de EU ten aanzien van Azerbeidzjan; overwegende dat drie decennia van inspanningen op het vlak van diplomatie en vredesopbouw van de OVSE, de EU en andere internationale actoren Azerbeidzjan er niet van hebben kunnen weerhouden militair geweld te gebruiken;

1. veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de vooraf geplande en ongerechtvaardigde militaire aanval van Azerbeidzjan op de Armeniërs van Nagorno-Karabach en roept op tot een onmiddellijke en volledige beëindiging van het geweld tegen de mensen die in de regio zijn achtergebleven; benadrukt dat Azerbeidzjan duidelijk bezig was om zijn controle over Nagorno-Karabach te herstellen door middel van diplomatieke onderhandelingen en dat deze aanval in strijd is met de door Azerbeidzjan uitgesproken intentie om werk te maken van duurzame vrede met Armenië en de lopende vredesonderhandelingen tussen Armenië en Azerbeidzjan ondermijnt;

2. benadrukt dat deze aanval een grove schending van het internationaal recht en de mensenrechten vormt, en een duidelijke schending van de trilaterale staakt-het-vurenverklaring van 9 november 2020 en van de toezeggingen die Azerbeidzjan heeft gedaan tijdens de onderhandelingen met bemiddeling van de EU; herinnert eraan dat de aanval plaatsvond tegen de achtergrond van een zware humanitaire crisis in Nagorno‑Karabach als gevolg van de negen maanden durende blokkade van de Laçın‑corridor door Azerbeidzjan, en indruiste tegen de toezeggingen van Bakoe en de juridisch bindende beschikkingen van het Internationaal Gerechtshof; herinnert Azerbeidzjan eraan dat het gebruik van dwang om een burgerbevolking van een grondgebied te verwijderen, zou kunnen neerkomen op een misdrijf tegen de menselijkheid en onder het VN-Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide zou kunnen vallen;

3. betreurt het verlies van mensenlevens en de gewonden als gevolg van de recente aanval door Azerbeidzjan, onder meer na een explosie in een brandstofopslagplaats op 25 september 2023; betuigt zijn solidariteit met de Armeniërs van Nagorno-Karabach, die gedwongen zijn hun huizen en hun voorouderlijk gebied te ontvluchten; is van mening dat de huidige situatie neerkomt op etnische zuivering en veroordeelt krachtig de bedreigingen en het geweld van de Azerbeidzjaanse troepen tegen de bevolking van Nagorno-Karabach; prijst de Armeense autoriteiten voor hun inspanningen om de vluchtelingen hulp en onderdak te bieden; verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten Armenië onmiddellijk alle nodige hulp te bieden om de toestroom van vluchtelingen uit Nagorno-Karabach en de daaruit voortvloeiende humanitaire crisis op te vangen;

4. verzoekt de EU en haar lidstaten gerichte sancties vast te stellen tegen de personen in de Azerbeidzjaanse regering die verantwoordelijk zijn voor meerdere schendingen van het staakt-het-vuren en schendingen van de mensenrechten in Nagorno-Karabach; dringt aan op onderzoek naar de door Azerbeidzjaanse troepen gepleegde misbruiken die oorlogsmisdaden kunnen vormen;

5. herinnert Azerbeidzjan eraan dat het de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid en het welzijn van alle mensen in Nagorno-Karabach en dringt erop aan dat Azerbeidzjan ter verantwoording wordt geroepen; eist dat Azerbeidzjan de veiligheid en beveiliging van de bevolking in Nagorno-Karabach waarborgt, met inachtneming van het VN-Handvest en alle relevante internationale verdragen, de beginselen van het internationaal humanitair recht en de mensenrechten, zijn internationale verplichtingen en de OVSE-beginselen; verzoekt de Azerbeidzjaanse autoriteiten de veilige terugkeer van de Armeense bevolking naar Nagorno-Karabach toe te staan, solide garanties te bieden met betrekking tot de bescherming van hun rechten en af te zien van opruiende retoriek die kan aanzetten tot discriminatie van Armeniërs; herinnert de Azerbeidzjaanse autoriteiten eraan dat het recht om naar huis terug te keren een grondregel van het internationaal recht inzake de mensenrechten is; verzoekt de Azerbeidzjaanse autoriteiten snel een echte, alomvattende en transparante dialoog aan te gaan met de Armeniërs in Nagorno-Karabach om de eerbiediging van hun rechten te waarborgen en hun veiligheid, met inbegrip van hun recht om in waardigheid en veiligheid in hun huizen te wonen, en hun land- en eigendomsrechten te garanderen, alsmede het recht om hun eigen identiteit te behouden en ten volle hun burgerlijke, culturele, sociale en religieuze rechten te genieten; verzoekt de Azerbeidzjaanse autoriteiten nauw overleg te plegen met de Raad van Europa, de VN, de OVSE en andere internationale organisaties over beste praktijken om de rechten van etnische Armeniërs te waarborgen, waarbij het benadrukt dat dit met name belangrijk is gezien de rampzalige algemene staat van dienst van Azerbeidzjan op het gebied van de mensenrechten;

6. eist de onmiddellijke opheffing van de blokkade van de corridor van Lachin, om ervoor te zorgen dat humanitaire hulp wordt verleend aan mensen in nood in Nagorno-Karabach en vraagt dat de corridor van Lachin volledig opengesteld wordt, aangezien deze een fysieke verbinding vormt voor de Armeniërs van Nagorno-Karabach met hun gebied, eigendom, cultuur en erfgoed; dringt er bij de Azerbeidzjaanse autoriteiten op aan alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat Armeniërs die het land hebben verlaten toegang hebben tot alle nodige informatie over hoe zij hun verblijf in Nagorno-Karabach kunnen herstellen en ten volle gebruik kunnen maken van alle andere rechten in verband met eigendom, sociale uitkeringen, onderwijs en dergelijke, als zij besluiten terug te keren;

7. verzoekt de EU en haar lidstaten dringend te werken aan het waarborgen van internationale garanties voor de veiligheid en het welzijn van de Armeniërs die nog in Nagorno-Karabach wonen en het onmiddellijke herstel van volledige humanitaire toegang tot de regio; verzoekt de EU en haar lidstaten hun aanwezigheid ter plaatse te vergroten en de humanitaire hulp aan mensen die uit Nagorno-Karabach verdreven zijn naar Armenië of die in Nagorno-Karabach wonen, aanzienlijk te verhogen; spreekt zijn teleurstelling uit over de organisatie en uitvoering van de eerste VN-missie naar Nagorno-Karabach in 30 jaar; roept op tot de totstandbrenging van een internationale aanwezigheid in Nagorno-Karabach, onder auspiciën van de Verenigde Naties, om de situatie ter plaatse te volgen en transparantie, geruststelling en vertrouwen te bieden aan de bewoners van Nagorno-Karabach, met de nadruk op humanitaire behoeften en bescherming en op het behoud van het cultureel en historisch erfgoed; dringt aan op de snelle vervanging van de Russische vredeshandhavingstroepen door een VN-vredeshandhavingsmissie in Nagorno-Karabach en langsheen de internationale grens tussen Armenië en Azerbeidzjan, om de veiligheid van de Armeense bevolking van Nagorno-Karabach doeltreffend te beschermen;

8. uit zijn diepe bezorgdheid over het behoud van het cultureel, religieus en historisch erfgoed in Nagorno-Karabach na de massale uittocht van de Armeniërs van Nagorno Karabach; dringt er bij Azerbeidzjan op aan af te zien van het verder vernietigen, verwaarlozen of wijzigen van de oorsprong van cultureel, religieus of historisch erfgoed in de regio, gezien de vernietiging van cultureel, religieus en historisch erfgoed sinds het begin van het conflict in Nagorno-Karabach, en dringt er bij Azerbeidzjan op aan in plaats daarvan te streven naar het behoud, de bescherming en de bevordering van deze rijke diversiteit, overeenkomstig de beschikking van het Internationaal Gerechtshof van 7 december 2021; dringt aan op de bescherming van het Armeense cultureel, historisch en religieus erfgoed in Nagorno-Karabach, overeenkomstig de UNESCO-normen en de internationale verplichtingen van Azerbeidzjan; dringt erop aan dat Azerbeidzjan een UNESCO-missie toelaat tot Nagorno-Karabach en deze de nodige toegang verleent tot erfgoedlocaties om de huidige staat ervan vast te stellen en een inventarisatie uit te voeren;

9. eist de bescherming van de eigendom van de leden van de Armeense gemeenschap die gedwongen zijn te vertrekken en roept Azerbeidzjan op alle inwoners van Nagorno‑Karabach die sinds 19 september 2023 zijn gearresteerd, vrij te laten en zich te verplichten tot verregaande amnestie voor deze personen, met inbegrip van voormalige functionarissen uit de regio en alle anderen die voor en na 19 september 2023 zijn gearresteerd;

10. herhaalt zijn veroordeling van de Azerbeidzjaanse militaire invallen op het internationaal erkende grondgebied van Armenië; herhaalt zijn verzoek om terugtrekking van de Azerbeidzjaanse troepen uit het gehele soevereine grondgebied van Armenië; verwerpt en spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de irredentistische en opruiende verklaringen van de Azerbeidzjaanse president en andere Azerbeidzjaanse functionarissen die de territoriale integriteit en soevereiniteit van Armenië bedreigen, onder meer in verband met de “Zangezur-corridor”; waarschuwt Azerbeidzjan voor elk potentieel militair avonturisme tegen Armenië zelf, en roept Turkije op zijn bondgenoot Azerbeidzjan ervan te weerhouden dergelijke onverantwoorde acties te ondernemen; veroordeelt de steun die andere landen tijdens deze crisis aan Azerbeidzjan hebben verleend en dringt aan op beëindiging van deze steun om verdere escalatie te voorkomen; waarschuwt dat Azerbeidzjan kan worden aangemoedigd door het gebrek aan serieuze afschrikkingsinspanningen van de internationale gemeenschap;

11. dringt aan op een alomvattende herziening van de betrekkingen van de EU met Azerbeidzjan, rekening houdend met recente ontwikkelingen en de verslechterende mensenrechtensituatie in het land; verzoekt de Commissie het “strategisch partnerschap” met Azerbeidzjan op energiegebied snel te heroverwegen, gezien de herhaalde schendingen door Azerbeidzjan van zijn internationale verplichtingen, met inbegrip van toezeggingen die zijn gedaan tijdens door de EU bemiddelde gesprekken en bindende bepalingen uit hoofde van het internationaal recht; merkt op dat, in het licht van de agressie van Azerbeidzjan tegen Armenië in september 2022 en het ongerechtvaardigde gebruik van geweld tegen en de gedwongen ontheemding van de bevolking van Nagorno-Karabach in september 2023, alsmede de alarmerende staat van dienst van het land op het gebied van de mensenrechten, de ontwikkeling van een dergelijk “strategisch partnerschap” onverenigbaar is met de doelstellingen van het buitenlands beleid van de EU als omschreven in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie; spreekt zijn overtuiging uit dat de EU om morele redenen geen onderhandelingen kan voeren over een toekomstige partnerschapsovereenkomst met een land dat de beginselen van het internationaal recht en zijn internationale verplichtingen ernstig schendt, waardoor dit land als partner noch geloofwaardig, noch betrouwbaar is; dringt er daarom bij de hoge vertegenwoordiger en de EDEO op aan de onderhandelingen over een hernieuwde partnerschapsovereenkomst op te schorten totdat Azerbeidzjan heeft aangetoond dat het oprecht bereid is de rechten en veiligheidsproblemen van de Armeense bevolking van Nagorno-Karabach te eerbiedigen; verzoekt de EU en haar lidstaten, als Azerbeidzjan zijn verplichtingen blijft negeren, te overwegen de visumversoepelingsovereenkomst met Azerbeidzjan op te schorten en het niveau van samenwerking met het land op andere gebieden te verlagen; acht de opmerkingen en bedreigingen van de Azerbeidzjaanse autoriteiten, waaronder de ambassadeur van Azerbeidzjan bij de EU, aan het adres van leden van het Europees Parlement, onaanvaardbaar;

12. dringt erop aan dat de afhankelijkheid van de EU van gas uit Azerbeidzjan wordt verminderd; is ernstig bezorgd over de invoer door Azerbeidzjan van Russisch gas en over het aanzienlijke Russische aandeel in de productie en het vervoer van Azerbeidzjaans gas voor de EU, hetgeen in strijd is met de doelstelling van de EU om het vermogen van Rusland om zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne voort te zetten te ondermijnen door de Russische inkomsten uit de olie- en gasuitvoer naar de EU te verlagen; dringt er bij de Commissie op aan onderzoek te doen naar de vermoedens dat Azerbeidzjan eigenlijk Russisch gas uitvoert naar de EU; dringt aan op de opschorting van alle invoer van olie en gas uit Azerbeidzjan in de EU in geval van militaire agressie tegen de Armeense territoriale integriteit of aanzienlijke hybride aanvallen op de grondwet en de democratische instellingen van Armenië;

13. veroordeelt de passiviteit van de Russische “vredeshandhavers” en de algehele rol van Rusland, dat het conflict decennialang heeft aangewakkerd en heeft gebruikt voor eigen politiek gewin;

14. veroordeelt Turks president Recep Tayyip Erdoğan voor het uitbuiten van het gewapende conflict in Nagorno-Karabach om een imperialistische agenda te bevorderen en verdere aanvallen op de Armeense soevereiniteit aan te moedigen; dringt er bij Turkije op aan een constructieve en verantwoordelijke benadering te volgen met betrekking tot de territoriale integriteit van Armenië en de vrede in de regio te bevorderen;

15. prijst Armeens premier Nikol Pasjinian voor zijn inzet voor vrede; herhaalt dat de EU vastbesloten is de soevereiniteit, democratie en territoriale integriteit van Armenië te ondersteunen; veroordeelt ten stelligste de toenemende hybride pogingen van Rusland om de politieke situatie in Armenië te destabiliseren; is verheugd over de ratificatie door Armenië van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof; is van mening dat de EU de gelegenheid van een potentieel geopolitiek vacuüm moet aangrijpen en Armenië een verreikend samenwerkingsplan moet bieden door de huidige brede en versterkte partnerschapsovereenkomst uit te bouwen, Armenië sterker te verankeren in de gemeenschap van westerse democratieën en het land te helpen de betrekkingen met zijn buurlanden, met name met Turkije, te ontwikkelen;

16. verzoekt de EU positief te reageren op het verzoek van Armenië om steun via de Europese Vredesfaciliteit indien Armenië zijn huidige militaire allianties heroverweegt; verzoekt de EU haar humanitaire en financiële bijstand aan Armenië, dat wordt geconfronteerd met de komst van tienduizenden vluchtelingen, aanzienlijk te verhogen; verzoekt de EU, gezien de ontwrichting van het onderwijs van duizenden etnische Armeniërs, te helpen bij het opzetten en financieren van beurzen voor leerlingen en studenten die geëvacueerd zijn, zodat zij hun studie kunnen voortzetten;

17. spreekt opnieuw zijn steun uit voor de soevereiniteit en territoriale integriteit zowel van Azerbeidzjan als van Armenië; verzoekt Azerbeidzjan om bevestiging van zijn ondubbelzinnige inzet voor de territoriale integriteit van Armenië; is van mening dat een echte dialoog tussen Azerbeidzjan, Armenië en vertegenwoordigers van de Armeniërs in Nagorno-Karabach de enige duurzame manier is om vooruitgang te boeken en verzoekt de EU en haar lidstaten inspanningen in die zin te ondersteunen; steunt de lopende vredesbesprekingen tussen Armenië en Azerbeidzjan, die ernstig worden bemoeilijkt door de recente militaire operatie tegen Nagorno-Karabach; onderstreept dat er een alomvattend vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan nodig is, dat wederzijdse erkenning van de territoriale integriteit, garanties voor de rechten en veiligheid van de Armeense bevolking van Nagorno-Karabach en de vrijlating van gevangenen moet omvatten; benadrukt dat een voor iedereen acceptabele en duurzame regionale vrede die de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van beide landen waarborgt, een voorwaarde is voor stabiliteit in de regio;

18. verzoekt de civiele missie van de EU in Armenië (EUMA) nauwlettend toe te zien op de zich ontwikkelende veiligheidssituatie ter plaatse, op transparante wijze verslag uit te brengen bij het Parlement en actief bij te dragen aan de inspanningen om het conflict op te lossen; verzoekt de EU en haar lidstaten het mandaat van EUMA te versterken, de omvang ervan uit te breiden, de duur ervan te verlengen en ook waarnemers te plaatsen langsheen de grens met Turkije; betreurt dat Azerbeidzjan nooit heeft toegestaan dat EUMA op zijn grondgebied wordt ingezet en verzoekt Azerbeidzjan de aanwezigheid van de EU-missie aan zijn kant van de grens en in Nagorno-Karabach toe te staan;

19. spreekt zijn grote ontevredenheid uit over het feit dat de regelmatige waarschuwingen van het Parlement over de situatie van Nagorno-Karabach en de risico’s van een catastrofale uitkomst door de Commissie en de Raad zijn genegeerd; betreurt dat het optreden van de EU tot dusver tot geen positief resultaat heeft geleid; verzoekt de EDEO zijn optreden in de zuidelijke Kaukasus te heroverwegen en zijn hieraan toegewezen personeel te vervangen; betreurt de trage reactie van de EU-instellingen, waarbij de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid pas een verklaring heeft afgelegd twee dagen nadat Azerbeidzjan zijn aanval op Nagorno-Karabach had aangevat;

20. verzoekt de EU en haar lidstaten de diplomatieke en veiligheidsarchitectuur van de EU en de geopolitieke configuraties in de ruimere zuidelijke Kaukasus met spoed opnieuw te beoordelen in het licht van de nieuwe feiten op het terrein en de belangen van landen als Rusland, Turkije en Iran, en daarnaast een strategie te ontwikkelen in reactie op de toenemende trend van autocratische regimes die diplomatieke inspanningen opzijschuiven voor militair geweld;

21. betreurt het besluit van de Hongaarse regering om een gezamenlijke verklaring van alle EU-lidstaten waarin de militaire operatie van Azerbeidzjan tegen de Armeense bevolking van Nagorno-Karabach wordt veroordeeld, te blokkeren; dringt er bij de Raad op aan zich te verenigen ter ondersteuning van een actievere betrokkenheid van de EU bij de bescherming van de mensenrechten en de bevordering van vrede tussen Azerbeidzjan en Armenië;

22. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de president, de regering en het parlement van de Republiek Azerbeidzjan, de president, de regering en het parlement van de Republiek Armenië, de directeur-generaal van de UNESCO, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de VN en de Raad van Europa.

 

 

Laatst bijgewerkt op: 4 oktober 2023
Juridische mededeling - Privacybeleid