Vorige 
 Volgende 
Reglement van het Europees Parlement
Zevende zittingsperiode - april 2013
PDF 1538k
INHOUD
ZAAKREGISTER
BERICHT AAN DE LEZER

BIJLAGE VII  : Bevoegdheden van de parlementaire commissies (1)

I.    Commissie buitenlandse zaken

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB). Hierbij wordt de commissie bijgestaan door een Subcommissie veiligheid en defensie;

2.    de betrekkingen met andere EU-instellingen en -organen, de VN en andere internationale organisaties en interparlementaire vergaderingen voor aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen;

3.    de intensivering van de politieke betrekkingen met derde landen, met name die in de naaste omgeving van de Unie, door middel van belangrijke samenwerkings- en hulpverleningsprogramma's of internationale overeenkomsten, zoals associatie- en partnerschapsovereenkomsten;

4.    de opening, follow-up en sluiting van onderhandelingen over toetreding van Europese staten tot de Unie;

5.    kwesties betreffende de rechten van de mens, de bescherming van minderheden en de bevordering van democratische waarden in derde landen. Hierbij wordt de commissie bijgestaan door een Subcommissie mensenrechten. Onverminderd de relevante bepalingen, kunnen de vergaderingen van de subcommissie worden bijgewoond door leden van andere commissies en organen met bevoegdheden op dit terrein.

De commissie draagt zorg voor de coördinatie van de werkzaamheden van de gemengde parlementaire commissies en parlementaire samenwerkingscommissies, alsmede van de werkzaamheden van de interparlementaire delegaties, delegaties ad hoc en missies voor verkiezingswaarneming die onder haar bevoegdheid vallen.

II.    Commissie ontwikkelingssamenwerking

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    de bevordering en tenuitvoerlegging van en het toezicht op het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de Unie, met name

a)    de politieke dialoog met de ontwikkelingslanden, zowel bilateraal als in relevante internationale organisaties en interparlementaire fora,
b)    hulpverlening aan en samenwerkingsovereenkomsten met de ontwikkelingslanden,
c)    bevordering van democratische waarden, goed bestuur en mensenrechten in de ontwikkelingslanden;

2.    kwesties betreffende de ACS-EU-Partnerschapsovereenkomst en de betrekkingen met relevante organen;

3.    de betrokkenheid van het Parlement bij missies voor verkiezingswaarneming, zo nodig in samenwerking met andere relevante commissies en delegaties.

Deze commissie draagt zorg voor de coördinatie van de werkzaamheden van de interparlementaire delegaties en delegaties ad hoc die onder haar bevoegdheid vallen.

III.    Commissie internationale handel

Deze commissie is bevoegd voor:

aangelegenheden in verband met de vaststelling en tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk handelsbeleid en met de externe economische betrekkingen van de Unie, met name:

1.    financiële, economische en handelsbetrekkingen met derde landen en regionale organisaties;

2.    technische harmonisatie- of normalisatiemaatregelen op gebieden die bij internationale rechtsinstrumenten zijn geregeld;

3.    betrekkingen met relevante internationale organisaties en met organisaties ter bevordering van de regionale, economische en commerciële integratie buiten de Unie;

4.    de betrekkingen met de Wereldhandelsorganisatie, met inbegrip van de parlementaire dimensie ervan.

Deze commissie onderhoudt contacten met de relevante interparlementaire delegaties en delegaties ad hoc voorzover het gaat om de economische en commerciële aspecten van de betrekkingen met derde landen.

IV.    Begrotingscommissie

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    het meerjarig financieel kader voor de ontvangsten en uitgaven van de Unie en voor het stelsel van eigen middelen van de Unie;

2.    de begrotingsbevoegdheden van het Parlement ten aanzien van de begroting van de Unie en het voeren van onderhandelingen over en het ten uitvoer leggen van interinstitutionele akkoorden op dit gebied;

3.    de raming van het Parlement overeenkomstig de in het Reglement vastgestelde procedure;

4.    de begrotingen van de gedecentraliseerde organen;

5.    de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank;

6.    de budgettering van het Europees Ontwikkelingsfonds, onverminderd de bevoegdheden van de voor de ACS-EU-Partnerschapsovereenkomst bevoegde commissie;

7.    de financiële gevolgen van alle besluiten van de Unie en de verenigbaarheid daarvan met het meerjarig financieel kader, onverminderd de bevoegdheden van de relevante commissies;

8.    de follow-up en evaluatie van de tenuitvoerlegging van de lopende begroting onverminderd artikel 78, lid 1, van het Reglement, kredietoverschrijvingen, procedures voor personeelsformaties, huishoudelijke kredieten en adviezen inzake vastgoedprojecten met aanzienlijke financiële gevolgen;

9.    het Financieel Reglement, met uitzondering van vraagstukken betreffende begrotingsuitvoering, -beheer en -controle.

V.    Commissie begrotingscontrole

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    de controle op de uitvoering van de begroting van de Unie en van het Europees Ontwikkelingsfonds, alsook de door het Parlement te nemen besluiten inzake de verlening van kwijting, met inbegrip van de interne kwijtingsprocedure, alsmede alle begeleidende maatregelen bij deze besluiten of ter uitvoering daarvan;

2.    de afsluiting, verslaglegging en controle betreffende de rekeningen en balansen van de Unie, haar instellingen alsmede alle lichamen die door de Unie worden gefinancierd, met inbegrip van de vaststelling van de over te dragen kredieten en de bepaling van de saldi;

3.    de controle op de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank;

4.    het toezicht op de kosteneffectiviteit van de diverse vormen van communautaire financiering bij de tenuitvoerlegging van beleid van de Unie;

5.    de behandeling van gevallen van fraude en onregelmatigheden bij de uitvoering van de begroting van de Unie, maatregelen ter voorkoming van en tot instelling van vervolging wegens dergelijke gevallen, alsmede de bescherming van de financiële belangen van de Unie in het algemeen;

6.    de betrekkingen met de Rekenkamer, de benoeming van haar leden en de behandeling van haar verslagen;

7.    het Financieel Reglement voorzover het om begrotingsuitvoering, -beheer en -controle gaat.

VI.    Commissie economische en monetaire zaken

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    het economisch en monetair beleid van de Unie, de werking van de Economische en Monetaire Unie en het Europees monetair en financieel stelsel (met inbegrip van de betrekkingen met relevante instellingen of organisaties);

2.    het vrij verkeer van kapitaal en betalingen (grensoverschrijdende betalingen, één enkele betalingsruimte, betalingsbalans, kapitaalverkeer en het beleid ten aanzien van het aangaan en verstrekken van leningen, controle op kapitaalbewegingen uit derde landen, maatregelen ter bevordering van de uitvoer van kapitaal van de Unie);

3.    het internationaal monetair en financieel stelsel (met inbegrip van de betrekkingen met financiële en monetaire instellingen of organisaties);

4.    regels inzake mededinging en staats- en overheidssteun;

5.    belastingen;

6.    de regeling van en het toezicht op financiële diensten, instellingen en markten, met inbegrip van financiële verslaglegging, controle, regels inzake financiële administratie, bedrijfsbestuur en andere vennootschapsrechtsaspecten die specifiek betrekking hebben op financiële diensten.

VII.    Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    het werkgelegenheidsbeleid en alle aspecten van het sociaal beleid, zoals arbeidsomstandigheden, sociale zekerheid en sociale bescherming;

2.    gezondheids- en veiligheidsmaatregelen op het werk;

3.    het Europees Sociaal Fonds;

4.    het beroepsopleidingsbeleid, met inbegrip van beroepskwalificaties;

5.    het vrije verkeer van werknemers en gepensioneerden;

6.    de dialoog tussen de sociale partners;

7.    alle vormen van discriminatie op het werk en op de arbeidsmarkt, met uitzondering van discriminatie op grond van geslacht;

8.    de betrekkingen met

-    het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop),
-    de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden,
-    de Europese Stichting voor opleiding,
-    het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk;

    alsmede met andere relevante EU-organen en internationale organisaties.

VIII.    Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    milieubeleid en maatregelen ter bescherming van het milieu, met name met betrekking tot

a)    lucht-, bodem- en waterverontreiniging, afvalbeheer en recycling, gevaarlijke stoffen en preparaten, geluidsniveaus, klimaatverandering en bescherming van biodiversiteit,
b)    duurzame ontwikkeling,
c)    maatregelen en overeenkomsten op internationaal en regionaal niveau ter bescherming van het milieu,
d)    herstel van milieuschade,
e)    civiele bescherming,
f)    het Europees Milieuagentschap;
g)    het Europees Chemicaliënagentschap;

2.    volksgezondheid, met name

a)    programma's en specifieke acties op het gebied van de volksgezondheid,
b)    farmaceutische en cosmetische producten,
c)    gezondheidsaspecten van bioterrorisme,
d)    het Europees Geneesmiddelenbureau en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding;

3.    aangelegenheden betreffende voedselveiligheid, met name

a)    etikettering en veiligheid van voedingsmiddelen,
b)    veterinaire wetgeving betreffende de bescherming tegen risico's voor de gezondheid van de mens, gezondheidscontrole op voedingsproducten en voedselproductiestelsels,
c)    de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en het Europees Voedsel- en Veterinair Bureau.

IX.    Commissie industrie, onderzoek en energie

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    het industriebeleid van de Unie en de toepassing van nieuwe technologieën, met inbegrip van maatregelen betreffende kleine en middelgrote ondernemingen;

2.    het onderzoeksbeleid van de Unie, met inbegrip van de verspreiding en benutting van onderzoeksresultaten;

3.    het ruimtevaartbeleid;

4.    de activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek, het Centraal Bureau voor metingen op het gebied van de kernenergie, JET, ITER en andere projecten op dit gebied;

5.    maatregelen van de Unie betreffende het energiebeleid in het algemeen, een gegarandeerde energievoorziening en energie-efficiëntie, met inbegrip van de totstandbrenging en ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van de energie-infrastructuur;

6.    het Euratom-Verdrag en het Voorzieningsagentschap van Euratom, nucleaire veiligheid, sluiting van nucleaire installaties en verwijdering van nucleair afval;

7.    de informatiemaatschappij en informatietechnologie, met inbegrip van de totstandbrenging en ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van de telecommunicatie-infrastructuur.

X.    Commissie interne markt en consumentenbescherming

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    de coördinatie op het niveau van de Unie van de nationale regelgevingen op het gebied van de interne markt en van de Douane-unie, met name

a)    het vrije verkeer van goederen, met inbegrip van de harmonisatie van technische normen,
b)    het recht van vestiging,
c)    het vrij verrichten van diensten, met uitzondering van financiële en postdiensten;

2.    maatregelen ter vaststelling en afschaffing van potentiële belemmeringen voor de werking van de interne markt;

3.    de bevordering en bescherming van de economische belangen van consumenten - met uitzondering van vraagstukken in verband met volksgezondheid en voedselveiligheid - in het kader van de totstandbrenging van de interne markt.

XI.    Commissie vervoer en toerisme

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    de ontwikkeling van een gemeenschappelijk beleid voor het vervoer per spoor, over de weg, over binnenwateren, over zee en door de lucht, met name

a)    gemeenschappelijke regels voor het vervoer binnen de Europese Unie,
b)    de totstandbrenging en ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van de vervoersinfrastructuur,
c)    de verlening van vervoersdiensten en de betrekkingen op vervoersgebied met derde landen,
d)    veiligheid van het vervoer,
e)    betrekkingen met internationale vervoersorganisaties;

2.    postdiensten;

3.    toerisme.

XII.    Commissie regionale ontwikkeling

Deze commissie is bevoegd voor:

het regionaal en cohesiebeleid, en met name

a)    het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds en de overige instrumenten in het kader van het regionaal beleid van de Unie,

b)    de evaluatie van de gevolgen van andere beleidsvormen van de Unie inzake economische en sociale samenhang,

c)    coördinatie van de structuurinstrumenten van de Unie,

d)    ultraperifere regio's en eilanden alsmede de grensoverschrijdende en interregionale samenwerking,

e)    de betrekkingen met het Comité van de Regio's, de interregionale samenwerkingsorganisaties en de plaatselijke en regionale autoriteiten.

XIII.    Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    de werking en ontwikkeling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

2.    plattelandsontwikkeling, met inbegrip van de activiteiten van de relevante financiële instrumenten;

3.    wetgeving

a)    op veterinair en fytosanitair gebied en inzake diervoeding, voorzover deze maatregelen niet bedoeld zijn om de gezondheid van de mens tegen risico's te beschermen,
b)    inzake dierhouderij en het welzijn van dieren;

4.    verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten;

5.    voorziening van basislandbouwproducten;

6.    het Communautair Bureau voor plantenrassen;

7.    bosbouw.

XIV.    Commissie visserij

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    de werking en ontwikkeling van het gemeenschappelijk visserijbeleid en het beheer daarvan;

2.    instandhouding van de visbestanden;

3.    de gemeenschappelijke ordening van de markt in de sector visserijproducten;

4.    het structuurbeleid in de sector visserij en aquacultuur, met inbegrip van de financieringsinstrumenten oriëntatie visserij;

5.    internationale visserijovereenkomsten.

XV.    Commissie cultuur en onderwijs

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    de culturele aspecten van de Europese Unie, met name

a)    de verbetering van de kennis en verbreiding van cultuur,
b)    de bescherming en bevordering van culturele en taaldiversiteit,
c)    de instandhouding en bescherming van het cultureel erfgoed, culturele uitwisselingen en scheppend werk op artistiek gebied;

2.    het onderwijsbeleid van de Unie, waaronder het hoger onderwijs in Europa, en bevordering van het stelsel van Europese scholen en levenslang leren;

3.    audiovisueel beleid en de culturele en onderwijsaspecten van de informatiemaatschappij;

4.    jeugdbeleid en de ontwikkeling van een sportbeleid en vrijetijdsbeleid;

5.    voorlichtings- en mediabeleid;

6.    samenwerking met derde landen op het gebied van cultuur en onderwijs, en betrekkingen met relevante internationale organisaties en instellingen.

XVI.    Commissie juridische zaken

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    de interpretatie en toepassing van het recht van de Unie, de conformiteit van uniale besluiten met het primaire recht, met name de keuze van rechtsgronden en de naleving van het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel;

2.    de interpretatie en toepassing van het internationaal recht, voorzover dit de Europese Unie betreft;

3.    de vereenvoudiging van het recht van de Unie, met name ontwerpen van wetgevingshandeling tot officiële codificatie daarvan;

4.    de rechtsbescherming van de rechten en prerogatieven van het Parlement, met inbegrip van interventies van het Parlement in voor het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangige zaken;

5.    besluiten van de Unie die de rechtsorde van de lidstaten aangaan, met name op het gebied van

a)    civiel recht en handelsrecht,
b)    vennootschapsrecht,
c)    recht inzake intellectuele eigendom,
d)    procesrecht;

6.    maatregelen betreffende justitiële en bestuurlijke samenwerking in civiele zaken;

7.    aansprakelijkheid voor milieuschade en sancties wegens milieudelicten;

8.    ethische vraagstukken in verband met nieuwe technologieën, met toepassing van de procedure met medeverantwoordelijke commissies met de relevante commissies;

9.    het Statuut van de leden en het Statuut van het personeel van de Europese Unie;

10.    voorrechten en immuniteiten, en onderzoek van de geloofsbrieven van de leden;

11.    de organisatie en het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie;

12.    het Harmonisatiebureau voor de interne markt.

XVII.    Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    de bescherming, op het grondgebied van de Unie, van de rechten van de burger, mensenrechten en grondrechten, met inbegrip van de bescherming van minderheden, als verankerd in de Verdragen en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

2.    maatregelen ter bestrijding van alle vormen van discriminatie, behalve van discriminatie op grond van geslacht, op het werk en op de arbeidsmarkt;

3.    wetgeving inzake transparantie en de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;

4.    de totstandbrenging en ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, met name

a)    maatregelen betreffende de binnenkomst en het verkeer van personen, asiel en migratie,
b)    maatregelen betreffende een geïntegreerd gemeenschappelijk beheer van de buitengrenzen,
c)    maatregelen betreffende politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;

5.    het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Europol, Eurojust, Cepol en andere organen en agentschappen op dit gebied;

6.    de constatering van een duidelijk gevaar van ernstige schending, door een lidstaat, van de beginselen welke de lidstaten gemeen hebben.

XVIII.    Commissie constitutionele zaken

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    de institutionele aspecten van het Europese integratieproces, met name in het kader van de voorbereiding en het verloop van conventies en intergouvernementele conferenties;

2.    de tenuitvoerlegging van het EU-Verdrag en de evaluatie van de werking ervan;

3.    de institutionele gevolgen van de uitbreidingsonderhandelingen van de Unie;

4.    interinstitutionele betrekkingen, met inbegrip van de beoordeling van interinstitutionele akkoorden als bedoeld in artikel 127, lid 2, van het Reglement, met het oog op goedkeuring ervan door het Parlement;

5.    eenvormige verkiezingsprocedure;

6.    Europese politieke partijen, onverminderd de bevoegdheden van het Bureau;

7.    de constatering van een ernstige en voortdurende schending, door een lidstaat, van de beginselen welke de lidstaten gemeen hebben;

8.    de interpretatie en toepassing van het Reglement en voorstellen tot wijziging daarvan.

XIX.    Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    de definiëring, bevordering en bescherming van de rechten van de vrouw in de Unie en daarmee samenhangende maatregelen van de Unie;

2.    bevordering van de rechten van de vrouw in derde landen;

3.    beleid gericht ter bewerkstelliging van gelijke kansen, waaronder gelijkheid van mannen en vrouwen wat hun kansen op de arbeidsmarkt en de behandeling op het werk betreft;

4.    de afschaffing van alle vormen van discriminatie op grond van geslacht;

5.    de toepassing en verdere bevordering van genderevenwicht in alle beleidssectoren;

6.    de follow-up en uitvoering van internationale overeenkomsten en verdragen die voor de rechten van de vrouw van belang zijn;

7.    het voorlichtingsbeleid ten behoeve van vrouwen.

XX.    Commissie verzoekschriften

Deze commissie is bevoegd voor:

1.    verzoekschriften;

2.    betrekkingen met de Europese Ombudsman.

(1)Aangenomen bij besluit van het Parlement van 6 mei 2009.
Juridische mededeling - Privacybeleid